Municipale curatores in Italie en de westelijke provincies tijdens het principaat. (Véronique Bonkoffsky)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

HOOFDSTUK  IV: POLITIEK PROFIEL VAN DE MUNICIPALE CURATORES

 

4.1. DE CURATELE FUNCTIE

 

Alvorens we dieper ingaan op wat de titel ‘curator’ inhoudt en we een aantal bepalingen hierover uiteenzetten, wil ik eerst nog eens benadrukken dat een curator géén magistraat was en dus geen honos waarnam, hoewel aan de curatele functie toch ook prestige en eer kon verbonden zijn.  Een curator vervulde een ‘persoonlijke publieke verplichting’, in het Latijn een ‘munus personale’.  Dit betekende dat zowel een Romeins burger als een incola als privé-persoon kon worden belast met een curatele functie.[584]

 

4.1.1. Munus personale en munus mixtum

 

Zoals reeds duidelijk is gebleken bij voorgaande besprekingen, werd van een persoon die belast werd met een cura als munus personale in principe géén financiële bijdrage verwacht.  Het geld dat nodig was om de cura te bekostigen, werd aan de curator ter beschikking gesteld door de ordo decurionum en was afkomstig uit de gemeentekas.  Van de curator werd enkel verwacht dat hij toezicht hield en het geld, nodig voor de uitvoering van de cura, beheerde.  In de praktijk echter moesten de curatores vaak een aanzienlijk of het volledige bedrag uit het eigen patrimonium vrijmaken om de cura te bekostigen.  Op deze wijze veranderde de munus personale in een munus mixtum[585].  Wanneer de ordo decurionum iemand een cura als munus toewees, was die persoon zelf verplicht de cura uit te voeren.  Hij kon dus niet aan derden vragen om zijn plaats in te nemen voor deze cura.[586]

Een munus kon ook vrijwillig worden opgenomen en als blijk van erkentelijkheid gaf de ordo decurionum waarschijnlijk ook aan deze vrijwilligers de titel curator.  Dit impliceert dat enkel privé-personen die door de ordo decurionum werden aangesteld, de titel ‘curator’ droegen.  Tenzij het uitdrukkelijk werd vermeld, kan enkel op basis van de inscriptie niet worden achterhaald of de persoon de munus vrijwillig op zich had genomen of dat hij werd aangeduid en dus eigenlijk verplicht was door de ordo decurionum om een bepaalde cura uit te voeren.  Wanneer men aan bepaalde voorwaarden voldeed, kon men worden vrijgesteld van de munera civilia publica die doorgaans munera personale waren.  Dergelijke personen noemde men immunes.[587]

Wie kon nu belast worden met deze munera personalia?  Elke burger en incola vanaf zijn 25e  levensjaar tot het einde van zijn 60e, later uitgebreid tot het einde van zijn 70e levensjaar,  kwam in aanmerking om deze munera te vervullen.  Toch konden de leges municipii / coloniae andere leeftijdsgrenzen vastleggen.  Wanneer dit het geval was, hadden de bepalingen meestal betrekking op minderjarigen.[588]  De Digesten vermelden dat een publieke verplichting niet kon worden opgelegd aan iemand die een eervol ambt uitoefende, wat met betrekking tot de curatele functies betekent dat een magistraat in het jaar waarin hij zijn magistraatsambt bekleedde niet kon worden belast met een curatele functie die was losgemaakt uit het bevoegdheidsdomein van een andere magistraat.  De Digesten zeggen ook dat iemand die een publieke verplichting vervulde, onder andere de curator, daarentegen wel een eervol ambt te beurt kon vallen.[589] 

De munera personalia werden meestal voor de tijdsspanne van één jaar opgelegd voor het volbrengen van een éénmalige opdracht.  Het kon ook gebeuren dat de opdracht eerder was volbracht of dat de uitvoering méér dan een jaar in beslag nam.  De persoon die was belast met een bepaalde cura als munus personale of munus mixtum bleef curator tot zijn opdracht was beëindigd.[590]

In principe was het verboden dezelfde munus verschillende opeenvolgende ambtsjaren aan dezelfde persoon op te dragen.  Een tussenperiode van vijf jaar was vereist.  Op basis van de inscripties hebben we echter gemerkt dat het in de praktijk soms anders verliep en dat toch een aantal curatores dezelfde functie meerdere opeenvolgende jaren waarnam.  De duidelijkste voorbeelden hiervan zijn C. Nasennius C.f. Marcellus Senior die curator operum publicorum et aquarum perpetuus was, C. Nasennius C.f. Marcellus die eveneens curator perpetuus operum publicorum was en Cn. Voesius Cn.fil. Aper die curator annonae triennio continuus was.[591] 

De curae die uit het ambtsgebied van de magistraten waren losgemaakt en door de municipale curatores werden vervuld, behoorden tot de groep van  munera honoribus cohaerentia.  Dit impliceerde dat iemand die was belast met de uitvoering van een cura geen andere munus personale meer kon worden opgelegd.  Het curatorschap werd dus blijkbaar ervaren als een zware opdracht, zowel administratief als financieel.  Vandaar dat aan de uitvoering van deze functie toch ook een sociaal aanzien was verbonden, ondanks het feit dat het een munus bleef.[592] 

 

4.1.2 Curatele functies die meerdere malen werden uitgeoefend

 

In onderstaande tabel vinden we terug in welke mate men een bepaalde curatele functie uitoefende:

 

 

Categorie

Iterum

Zelfde persoon

Eeuw

Stand

Italië

fin

2x

 

?

4.2

 

 

2x

 

I

3.1

 

ow

perpetuus

 + water

II

2.2

 

 

perpetuus

 

II

4.0

 

spelen

2x

 

II

4.2

 

 

2x

 

III

4.1

 

 

2x

 

III

4.1

 

voedsel

3x

 + 3x spelen

?

4.2

 

 

2x

 

II / III

4.0

 

 

per[---]

 

III

?

 

 

4x

 

II

4.2

 

water

 per annos [---]

 

III / IV

2.1

 

wegen

2x

 

II

4.1

Provincies

ow

3x

 

III

4.0

 

 

3x

 

III

4.0

 

tempels

3x

 

?

?

 

In Italië treffen we 13 op 137 curatores aan die één of meerdere van hun curatele functies meerdere malen hebben uitgeoefend.[593]  Dit is 9.49 %, wat veeleer aan de lage kant is. 

Van deze 13 curatores waren twee personen die ‘curator voor het leven’ waren, namelijk C. Nasennius C.f. Marcellus Senior, die was belast met een samengestelde cura: de cura operum publicorum et aquarum,[594] en C. Nasennius C.f. Marcellus.[595]  Mogelijk was dit ook het geval voor een onbekende persoon die curator was binnen de categorie voedsel.  De inscriptie laat lezen curator pecuniae ad annonam per [---] en is hierna beschadigd.  ‘Per’ zou kunnen worden aangevuld tot ‘per[petuus]’.[596]  Van een eveneens onbekende curator weten we ook niet gedurende hoeveel jaren hij zijn functie heeft uitgeoefend.[597]  Aangezien een curator normaliter slechts voor één jaar verantwoordelijk was voor een bepaalde cura, zouden we hier kunnen veronderstellen dat de onbekende een aantal opéénvolgende jaren verantwoordelijk was voor dezelfde cura.  Toch mogen we niet uit het oog verliezen dat de termijn van één jaar werd overschreden wanneer de opdracht waarvoor de curator was aangesteld, nog niet was voltooid.  Deze onbekende curator was belast met de cura aquae, wat zou kunnen betekenen dat hij verantwoordelijk was voor het toezicht op bouw- of herstellingswerken aan een aquaduct.  Bij dit soort werken was het waarschijnlijk niet uitzonderlijk dat deze langer dan een jaar aansleepten en dat de curator zijn functie uitoefende tot zijn opdracht volledig was beëindigd.  De toevoeging ‘per annos [---]’ kan eveneens op een situatie als laatstgenoemde van toepassing zijn.

Verder stellen we vast dat 8 van de 13 curatores, dus meer dan de helft, hun curatele functie tweemaal uitoefenden.[598]  Slechts één curator, T. Calvisius T.f. Clu.Verus, oefende dezelfde curatele viermaal uit.[599]  Onze aandacht werd vooral getrokken door Cn. Voesius Cn. f. Aper, een curator die driemaal werd belast met de cura annonae en bovendien nog evenveel maal verantwoordelijk werd gesteld voor een cura muneris publici gladiatori.[600] 

We mogen dus besluiten dat wanneer een curator meerdere malen zijn zelfde cura uitoefende, dit in zeker de helft van het aantal geattesteerde gevallen niet meer dan  tweemaal gebeurde en dat curatores zoals C. Nasennius C.f. Marcellus Senior[601], C. Nasennius C.f. Marcellus[602] en Cn. Voesius Cn. f. Aper[603] als uitzonderingen moeten worden beschouwd.  Mogelijk was de titel curator operum publicorum (et aquarum) perpetuus in dit geval erfelijk aangezien het gaat om een grootvader en zijn kleinzoon.

Wanneer we onderzoeken binnen welke categorie de curatores hun functie meerdere malen hebben uitgeoefend, merken we dat dit meest frequent voorkomt binnen de categorieën van voedsel en spelen.  Het is ook in deze twee categorieën dat we Cn. Voesius Cn. f. Aper[604] moeten situeren.  T. Calvisius T.f. Clu.Verus, de curator die viermaal werd belast met dezelfde curatele functie moet ook binnen de categorie van het voedsel worden geplaatst.  We moeten de vaststelling dat de meeste curatele functies die meerdere malen werden uitgeoefend verband houden met voedsel en spelen, verklaren vanuit de wetenschap dat beide curatele functies vaak een munus mixtum waren.  De uitgaven die de cura annonae en de cura muneris vereisten waren een drukkende last voor de gemeentelijke schatkist.  Het grootste deel van het budget werd gespendeerd aan voedsel en spelen, maar aangezien vanaf de 2e eeuw de gemeentelijke schatkist vaak leeg was, werden de curae als munera personalia vaak omgevormd tot munera mixta.  Gezien de hoge uitgaven kon men deze curae enkel opleggen aan de rijksten van de gemeente en aangezien veel kandidaten voor deze beide curae al niet kapitaalkrachtig genoeg waren om de curae meer dan éénmaal uit te voeren, waren het steeds dezelfde zeer rijken die werden belast met de uitvoering hiervan.  Dit verklaart dus waarom personen tot drie- of viermaal toe werden belast met een zelfde cura.

Wanneer we nagaan tot welke stand deze curatores voornamelijk behoren, zien we dat 9 van de 13 curatores behoren tot de muncipale elite.[605]  Dit is 69,23 %.  Van deze 9 curatores waren er 3 die een functie op rijksniveau hebben uitgeoefend (status 4.1), 4 die het municipaal niveau nooit hebben verlaten (status 4.2) en 2 waarvan geen andere functies werden geattesteerd en dus enkel een curatele functie hebben uitgeoefend (status 4.0).  Twee leden van de functionele equites (status 2.1[606] en 2.2[607]) hebben hun curatele functie meerdere malen of beter gezegd langer dan één jaar uitgoefend.  Opvallend is dat men personen met een hoge sociale status, twee personen die deel uitmaakten van de rijkselite, met de cura aquae heeft belast.  Zoals reeds werd vermeld volbracht C. Nasennius C.f. Marcellus Senior[608] de cura aquae in combinatie met de cura operum publicorum.  Laatstgenoemde oefende deze curatele uit voor het leven, terwijl de tweede curator[609] (in de tabel terug te vinden als ‘per annos [---]’) er meerdere malen of meerdere opeenvolgende jaren met belast was.  Ook in deze gevallen zal de financiële inbreng de beweegreden zijn geweest om zeer gefortuneerde personen voor deze cura aan te stellen, vooral wanneer het ging om de bouw van een aquaduct.  Eén persoon behoorde tot de ere-equites die een functie op rijksniveau hadden uitgeoefend (status 3.1) en werd tweemaal belast met het beheer van de gemeentelijke financiën.[610]  Ten gevolge van beschadiging van de steen kon van één persoon niet worden bepaald tot welke stand hij behoorde.[611]  Om dezelfde reden konden we ook niet achterhalen hoelang hij zijn functie uitoefende.

We vestigen onze aandacht ook even op de chronologische spreiding van de iterumfuncties.  Van de 13 curatores konden er slechts twee niet worden gedateerd.

Helaas is één van hen Cn. Voesius Cn. f. Aper[612] die driemaal als verantwoordelijke optrad voor een cura met betrekking tot het voedsel en driemaal met betrekking tot de spelen. 

Van de 11 resterende curatores die hun curatele meerdere malen hebben uitgeoefend, kan ongeveer de helft, meer bepaald 5, in de 2e eeuw worden gesitueerd. [613] We laten hierbij de persoon die werd gedateerd aan het einde van de 2e en het begin van de 3e eeuw buiten beschouwing.[614]  Behalve de curator aquae die gedateerd werd aan het einde van de 3e en het begin van de 4e eeuw[615], bekleedden alle overige curatores hun functie in de 3e eeuw[616].  Slechts één curator werd gedateerd in de 1e eeuw.[617]   Het is dus opmerkelijk dat het aantal curatores die meerdere malen dezelfde curatele functie uitoefenden, sterk toenam vanaf de 2e eeuw.  Dit kan worden gerelateerd aan de financiële crisis die in de 2e eeuw manifester werd.  In de 1e eeuw waren er waarschijnlijk nog genoeg kandidaten die in aanmerking kwamen om te worden belast met een munus aangezien de cura dan mogelijk nog enkel een munus personale was en dus geen financiële bijdrage van de betrokkene vergde en men bovendien, wanneer het een munus mixtum betrof, nog makkelijker kapitaalkrachtige kandidaten vond dan in de 2e eeuw. 

Tenslotte werd nagegaan van welke regio en welk gebied in Italië deze 13 curatores afkomstig waren.[618]  Dit leverde spijtig genoeg geen bijzonderheden op.  Het énige wat het vermelden waard is, is dat 5 van de 13 curatores in regio I voorkwamen.[619]

In de provincies vinden we in totaal slechts 3 van de 29 curatores die hun functie meerdere malen na elkaar hebben uitgeoefend.[620]  Twee van hen waren gelijktijdig belast met dezelfde cura, namelijk de cura refectionis thermarum in Lepsis Magna (Africa) in de 3e eeuw na Chr..  Samen oefenden ze deze cura drie maal uit.[621]  Zij waren leden van de municipale elite waarvan geen andere functies werden geattesteerd (status 4.0).  de andere persoon was in Lindum (Britannia) ook driemaal curator, waarschijnlijk van een tempeltje.  Van deze curator zijn geen verdere gegevens bekend.[622]

4.1.3. Welke combinaties van curatele functies kwamen voor?

 

We hebben ook getracht na te gaan of in de combinaties van curatele functies een zekere regelmaat te ontdekken viel.  Hiermee wordt bedoeld dat werd onderzocht met welke curatele functies iemand die reeds een bepaalde cura op zich had genomen, nog werd belast en of de toegewezen curae van ongeveer dezelfde aard waren.  Wij onderzoeken hier dus niet of de genoemde curae tegelijkertijd werden uitgeoefend.  Onderstaande tabel geeft de gevonden combinaties weer:

 

 

Uitgeoefende curatelen door 1 persoon

Eeuw

Stand

Regio

Italië

fin

spelen

 

I

4.2

Ostia (LV)

 

 

adm

 

II

4.1

Ostia (LV)

 

 

tempels

 

II

2.2

Cales (CA)

 

 

ow

 

II / III

4.2

Sutrium (VII)

 

ow

tempels

 

II

2.1

Praeneste (LV)

 

 

wegen

 

II / III

4.2

Capua (CA)

 

 

water

 

I

3.2

Puteoli (CA)

 

 

water

 

II

2.2

Ostia (LV)

 

voedsel

spelen

 

?

4.2

Praeneste (LV)

 

 

spelen

 

III

4.1

Praeneste (LV)

 

 

water

 

II

4.2

Alba Fucens (IV)

 

 

ow

tempels

II

4.2

Alba Fucens (IV)

 

 

ow

 

I / II

4.2

Alba Fucens (IV)

 

 

tempels

 

?

4.2

Alba Fucens (IV)

Provincies

 /

 /

 /

 /

 /

 

 

Zoals de tabel aangeeft, werden enkel in Italië curatores teruggevonden die tijdens hun leven meerdere verschillende curatele functies hebben uitgeoefend.  De afwezigheid van dergelijke curatores in de provincies zou kunnen worden verklaard door in de eerste plaats te stellen dat hier minder behoefte was aan curatores en in de tweede plaats men over voldoende personen beschikte om de curae uit te voeren en eventueel ook te financieren zodat geen enkele curator meer dan één curatele functie moest uitoefenen.  Dezelfde verklaring is van toepassing op het geringe aantal curatores dat meerdere malen dezelfde curatele functie uitoefende. 

In Italië werden 14 curatores geattesteerd die elk verschillende soorten curatele functies hebben uitgeoefend.[623]  Alvorens we deze 14 curatores van naderbij bekijken, werd nagegaan in welke mate deze personen ook meerdere malen dezelfde curatele functie hebben uitgeoefend.  Slechts twee curatores behoorden tot beide onderzochte groepen.[624]

Een eerste categorie curatores, bestaande uit 4 personen was bevoegd voor het beheer van de gemeentelijke financiën.  Deze cura kon makkelijk worden gecombineerd met alle andere curatele functies aangezien deze functies vaak ook het beheer van een bepaald bedrag impliceerden dat hen ter beschikking werd gesteld door de ordo decurionum, in zoverre zij niet zelf moesten delen in de kosten, voor de uitvoering van hun cura.  De cura die het beheer van de gemeentelijke financiën inhield werd gecombineerd met curae uit de categorie spelen[625], administratie[626], tempels[627] en openbare werken[628].

Een tweede categorie curartores was bevoegd voor openbare werken.  Zoals we in de typologie aansneden, is dit een zeer uitgebreide categorie waaronder verschillende andere categorieën konden ressorteren, maar die we om organisatorische redenen hadden opgesplitst.  De combinaties hier geven duidelijk aan welke categorieën nog onder openbare werken eventueel konden worden geplaatst: de cura templi[629], de cura viarum[630] en ook de cura aquae.  Laatstgenoemde combinatie kwam zelfs tweemaal voor.[631]  De opgesomde curae kunnen worden beschouwd als specificaties van de algemene titel ‘cura operum publicorum’.  Deze combinaties zijn dan ook voor de hand liggend.

Een derde categorie wordt gevormd door combinaties met de curae met betrekking tot het voedsel.  Combinaties op basis van inhoudelijk overeenstemmende kenmerken met andere curae zijn hier niet terug te vinden.  Tweemaal werden naast de curae in verband met voedsel ook curae met betrekking tot de organisatie van spelen geattesteerd.[632]  Verder vonden we de combinaties voedsel-water[633], voedsel-tempels[634] en voedsel-openbare werken[635] terug.  Tenslotte werd een persoon geattesteerd die twee verschillende curae in verband met voedsel[636], één met openbare werken en één met water had uitgeoefend.[637] 

Met betrekking tot de sociale groep waartoe deze curatores behoorden, kunnen we zeggen dat het merendeel van de personen leden waren van de municipale elite.  Reeds 8 van de 14 personen waren leden van de municipale elite die het municipaal niveau nooit hebben verlaten (status 4.2)[638] en nog 2 andere waren leden van de municipale elite die een functie op rijksniveau hebben uitgeoefend (status 4.1)[639].  De curator die vier verschillende curatele functies uitoefende, was iemand die behoorde tot de municipale elite die nooit het municipaal niveau had verlaten (status 4.2).[640]  Eén persoon kwam uit het midden van de ere-equites die geen functie hebben uitgeoefend op rijksniveau (status 3.2).[641]  Drie leden van de rijkselite, waarvan twee de militiae equestres hebben doorlopen (status 2.2)[642] en één was doorgedrongen tot de procuratelen (status 2.1)[643], vervulden ook verschillende curatele functies.  Opnieuw komen we tot dezelfde conclusie, namelijk dat het hoofdzakelijk leden van de municipale elite waren die werden belast met meerdere en in dit geval ook verschillende curatele functies.

Bij het onderzoek in welke periode het uitoefenen van verschillende curatele functies door een zelfde persoon het meest frequent voorkwam, konden twee personen niet worden gedateerd.[644]  Van de overgebleven 12 curatores die wel konden worden gedateerd, situeerden er zich 6 in de 2e eeuw[645], 2 aan het einde van de 2e - begin 3e eeuw[646] en 1 in de 3e eeuw[647].  In de 1e eeuw konden 2 curatores worden gesitueerd[648] en 1 curator aan het einde van de 1e - begin 2e eeuw[649].  Ook hier zien we dat het merendeel van de curatores in de 2e eeuw leefde, maar de spreiding van de personen is verder gelijkmatiger verdeeld over de voorgaande en de volgende eeuw dan het geval was met de spreiding van de curatores die meer dan één keer dezelfde curatele uitoefenden.

In tegenstelling tot de curatores die meerdere malen dezelfde curatele uitoefenden, kunnen we hier wel iets zinvol naar voren schuiven wat de verspreiding van de curatores die in hun leven meerdere maar verschillende curae vervuld hebben.  De 14 curatores werden geattesteerd in slechts drie regio’s.  Negen van hen vervulden hun curatele functie in regio I, waarvan 6 in Latium Vetus en 3 in Campania.[650]  Vier andere oefenden hun curae uit in regio IV.[651]  Eén curator was afkomstig uit regio VII, waar hij ook zijn functie uitoefende.[652]  Het is opvallend dat de geografische spreiding hier sterk lijkt op de algemene geografische spreiding die we vaststelden in hoofdstuk II.  Blijkbaar was de behoefte aan curatores in regio I en IV zeer groot aangezien er zich niet alleen globaal bekeken al meer dan de helft van de curatores in deze regio’s bevonden (regio I: Latium Vetus: 32 van de in totaal 137 geattesteerde curatores in Italië + Campania: 18 van de 137 en regio IV: 24 van de 137 curatores), maar ook op één na alle curatores die meerdere verschillende curae uitoefenden.

 

4.1.4. Op welk tijdstip binnen hun carrière oefenden de curatores hun curatele functie uit?

 

We hebben getracht na te gaan, in de mate van het mogelijke, op welke plaats binnen hun carrière de geattesteerde curatores hun curatele functie uitoefenden.  Dit is echter geen makkelijke opgave aangezien we niet te maken hebben met een magistratuur, maar met een munus.  Deze kan op elk moment binnen de carrière worden uitgeoefend dus zowel de municipale als de rijkscarrière en heeft geen vaste plaats binnen de cursus honorum.  Daarom moeten we rekening houden met de mogelijkheid dat de plaats van de curatele functie op de steen niet overeenstemt met het tijdstip waarop deze werd uitgeoefend.  We hebben op basis van het onderzoeksmateriaal een diagram opgesteld waarbij onderstaande lettercode werd gehanteerd om aan te geven wanneer de curatele functie precies werd uitgeoefend tijdens het leven of de carrière van de betrokkene:

 

A: de cura werd uitgeoefend vóór de persoon zijn municipale carrière begon.

B: de cura werd uitgeoefend tijdens de municipale carrière.

C: de cura werd uitgeoefend nadat het hoogste municipale ambt werd bekleed.

D: de cura werd uitgeoefend onmiddellijk voor de aanvang van een carrière op

rijksniveau zonder dat municipale magistraturen werden bekleed.

E: de cura werd uitgeoefend tijdens de rijkscarrière.

F: de cura werd uitgeoefend na een carrière op rijksniveau.

G: curatores waarvan enkel hun curatele functie werd vermeld.

H: personen waarvan niet kon worden achterhaald wanneer ze hun curatele functie hebben uitgeoefend of waarover we te weinig zekerheid hebben.

 

Alvorens we de resultaten voor Italië bekijken, willen we nog enkele criteria aanstippen die we hebben gehanteerd bij het toekennen van een letter uit bovenstaand classificatie-systeem.

Om te beginnen werd uiteraard geen rekening gehouden met priesterfuncties, maar enkel met de ambten uit de municipale cursus honorum.  Vervolgens hebben we de quaestuur,

wanneer die op een onregelmatige plaats voorkwam en de betrokkene kon worden gedateerd in de 3e eeuw, beschouwd als een munus en niet langer meer als een honos.[653]

Tenslotte willen we er nog op wijzen dat we curatores die hun curatele functie hebben uitgeoefend na het hoogste municipale ambt en voordat ze bijvoorbeeld tot curator kalendarii waren aangesteld, opgenomen hebben in de categorie van curatores die hun curatele functie hebben uitgeoefend aan het einde van hun municipale carrière.

 

Resultaten voor Italië[654]