Politieke partijen en criminaliteit. Een evaluatie van 1978 tot 2004. (Toon Colen)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

"De veiligheidsplannen van CVP, SP en VLD verschillen niet zoveel van elkaar. Hoewel ze allen hebben verklaard van veiligheid geen verkiezingsthema te maken, doen ze nu toch mee aan de veiligheidsrage. En in die discussie is 't VB de locomotief."

 

(Paul Ponsaers, professor aan de universiteit van Gent,

Gazet van Antwerpen, 27 maart 1999)

 

Inleiding. Afbakening, problemen en methode.

 

Tegenwoordig krijgt criminaliteit veel aandacht in de media, de politiek en de publieke opinie. Het leek ons zinvol aan een aspect van deze problematiek onze verhandeling te wijden. Wij werden vooral geboeid door de vraag in hoeverre de aandacht van de politieke partijen voor criminaliteit de laatste jaren is toegenomen.

 

Om op deze vraag te antwoorden zullen wij een onderzoek uitvoeren naar de verkiezingsprogramma’s van de Vlaamse politieke partijen tussen 1978 en 2004. Onze begindatum 1978 wordt verantwoord door het verschijnen van het Vlaams Blok in dat jaar. Het is immers een veel gehoorde bewering dat het Vlaams Blok onveiligheid en criminaliteit op de agenda heeft gebracht. Door de programma’s van verschillende partijen over een langere tijsperiode te onderzoeken hopen wij daarover meer duidelijkheid te kunnen verschaffen.

 

Bij de afbakening van ons onderwerp doken al snel enkele problemen op. Allereerst was er de vraag: wat is criminaliteit nu precies? Iedereen heeft wel een beeld van crimineel gedrag en wat een crimineel is maar een definitie ervan geven is geen eenvoudige zaak. Ook in de literatuur is er geen eenduidige definitie te vinden. Sommige noemen criminaliteit elk tot strafbaar feit benoemd gedrag.[1] Maar kan men een voetganger die bij rood licht oversteekt al een crimineel noemen?

 

Bovendien kan men een onderscheid maken tussen criminaliteit in het publieke domein en andere vormen van criminaliteit zoals huiselijk geweld of belastingsfraude. In het publieke domein kan men bovendien een onderscheid maken tussen strategisch, instrumenteel en expressief geweld. Men kan criminaliteit ook opdelen naargelang van de motivatie. Is het een antwoord op een krenking van de persoonlijkheid of een middel voor het bereiken van gewin, macht of lust. Daarnaast zijn er ook vormen van criminaliteit die vooral gebaseerd zijn op een ideologie. Denk maar aan het terrorisme.[2]

 

Figuur 1: Typologie van geweld in het publieke domein.[3]

 

 

Krenking

 

 

Gewin/macht/lust

Ideologie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Strategisch

 

 

 

 

 

terrorisme

 

 

 

 

 

politiek verzet

 

 

 

 

 

massale vechtpartij

Instrumenteel

 

 

 

straatroven

 

 

 

 

 

vandalisme

 

 

 

 

 

schoolpleinmoord

 

 

 

 

uitgaansgeweld

 

 

 

 

Expressief

 

voetbalhooligans

 

 

 

 

Criminaliteit is dus een allesbehalve duidelijk af te bakenen begrip. Ten eerste wordt ons beeld over criminaliteit gevormd door een wisselwerking tussen de media, de politiek en de publieke opinie. De zogenaamde agenda-setting. Ten tweede is het erg subjectief. Bepaalde personen tillen zwaar aan belastingsfraude terwijl andere personen steigeren bij het gebruik van softdrugs. Ten derde verandert ons beeld wat betreft crimineel gedrag doorheen de tijd. Het bewijs hiervan is de aanpassing van het strafwetboek.

 

Het meest eenvoudige antwoord op dit probleem is een zeer ruime interpretatie van criminaliteit te gebruiken. We zullen onder criminaliteit niet alleen elk gedrag dat tot strafbaar feit benoemd is verstaan maar ook de gedragingen die nog niet verboden zijn bij wet maar die een politieke partij wel graag zou verbieden.

 

Dat laatste brengt ons bij het al eerder vermelde punt van de agenda-setting.

 

Het agenda-setting proces is een voortdurende wisselwerking tussen de media, specialisten, publieke opinie, politieke elite... De theorie van agenda-setting geeft een uitleg waarom bepaalde problemen wel zichtbaar zijn voor de burgers, hoe de publieke opinie gevormd wordt en problemen wel of niet op de politieke agenda komen en uiteindelijk opgelost worden.[4]

 

Het proces van agenda-setting bestaat uit drie grote factoren die in wisselwerking staan met elkaar. De media-agenda, de publieke opinie en de politieke agenda. Deze eindverhandeling heeft betrekking op de politieke agenda. De resultaten die we gaan vinden met betrekking tot criminaliteit zijn dus een resultaat van de invloed van de media en publieke opinie op de politiek. Omgekeerd zal een vergrote aandacht voor criminaliteit vanuit de politiek tot gevolg hebben dat er meer interesse voor bestaat bij de media en de publieke opinie.

 

We moeten het speciale karakter van het probleem criminaliteit in beschouwing nemen. Meestal krijgt een sociaal probleem de nodige aandacht als er een strijd ontstaat tussen voor- en tegenstanders. Een goed hiervan is bijvoorbeeld euthanasie. Maar criminaliteit is een valence issue, een probleem waar maar één juiste ethische mening over bestaat. Men kan alleen maar tegenstander zijn van criminaliteit en de vermindering ervan wensen. Hetzelfde geld voor onderwerpen als kindermisbruik of drugsverslaving.[5]

 

Zulke valence issues komen meestal pas in de politieke agenda na een trigger event. Een trigger event kan men het best definiëren als een startschot dat plaats heeft op een bepaald moment in de tijd en dat dient om de aandacht voor het onderwerp te kristalliseren en aan te zetten tot actie. Denk maar aan de aandacht voor pedofilie na de Dutroux-affaire.[6]

 

Tenslotte moet men weten dat agenda-setting een zero-sum game kan zijn. Aandacht voor criminaliteit kan ten koste gaan van bijvoorbeeld sociale huisvesting en omgekeerd natuurlijk. Maar soms kan een heel belangrijk onderwerp dat veel aandacht krijgt niet ten koste gaan van andere onderwerpen, maar zelfs ten voordele van nauw verbonden onderwerpen. Een passend voorbeeld is de aandacht die er bestaat voor de werkloosheid van jonge allochtonen en de bestrijding van vormen van criminaliteit.[7]

 

Daarom leek het ons ook interessant en zinvol om de taal te analyseren die partijen hanteren. Dit is éénvoudiger gezegd dan gedaan. We kunnen taal verstaan als het geheel aan signalen waarmee mensen betekenissen doorgeven. Dat zijn woorden, zinnen en teksten, maar even goed gebaren, tekens, intonatie, emotieve uitdrukkingen, de aankleding van een boodschap, de context, de enscenering, de wijze waarop boodschappen uit contexten worden gerukt en in nieuwe contexten gebruikt worden en zo voort. Het is nuttig te onderstrepen dat deze betekenis een veel ruimer concept is dan datgene wat men doorgaans, in de volksmond, als "taal" omschrijft.[8] Hoewel we beseffen dat politieke taal erg ruim kan geinterpreteerd worden beperken we ons hier omwille van de objectiviteit tot de geschreven bronnen. Zonder uit het oog te verliezen dat deze teksten niet in een politiek vacuüm bestaan.[9]

 

We beperken voor dit onderzoek het aantal politieke partijen. Naast de drie traditionele partijen, betrekken we natuurlijk ook het Vlaams Blok/Belang in onze analyse. Daarnaast bekijken we de VU, later N-VA en Spirit. Deze laatste is erg interessant omdat uit de VU het Vlaams Blok is ontstaan en men zich de vraag kan stellen hoezeer de VU het Vlaams Blok is gaan kopiëren en in welke mate N-VA en Spirit zich zijn gaan afzetten ten op zichte van het Vlaams Blok/Belang. De groene partij (Agalev/Groen!) en de communistische partij (PvdA) laten we buiten beschouwing.

 

Om gemakkelijker een evolutie te kunnen maken voor elke partij en tussen de verschillende partijen hebben we voor onze bronnen enkele beperkingen ingevoerd. Ons eerste idee was een analyse te maken van alle verkiezingsprogramma's en congresresoluties van 1978 tot en met 2004.

 

Ten eerste werden we ons, na het lezen van de resoluties van drie partijen, bewust dat de congresresoluties ons weinig bij brachten. Congressen worden erg onregelmatig gehouden en worden meestal ook opgebouwd rond een bepaald thema. Hierdoor wordt een vergelijking tussen de partijen en een evolutie per partij onmogelijk. Bovendien wordt er weinig verteld wat niet in de verkiezingsprogramma komt te staan.

 

Ten tweede hebben we de verkiezingsprogramma's voor de gemeenteraadsverkiezingen laten vallen. Dit omdat er niet altijd een nationaal verkiezingsprogramma voor de verschillende gemeenteraadsverkiezingen was en de teksten op lokaal niveau amper worden bijgehouden over de tijdspanne die we in gedachten hebben.

 

Ten derde willen we er nog even op wijzen dat we er niet in geslaagd zijn geweest om voor elke partij alle verkiezingsprogramma's te verzamelen. Het valt op dat de meeste partijen niet bezig zijn met het bewaren van hun ideeën en beloftes voor het nageslacht. Voor de congresresoluties viel dit nog goed mee, maar met de verkiezingsprogramma's, die de meeste partijen slechts als propaganda voor de verkiezingen beschouwen, was het erger gesteld. Alle dertien programma's hebben we gevonden voor de socialisten en liberalen. Bij het Vlaams Blok is het Europees programma van 1979 ons ontglipt. Bij de christen-democraten hebben we er slechts tien van de dertien gevonden. Voor de Volksunie hebben we er slechts zeven van de elf. Over dit lage aantal van de VU hebben we het specifieker in hoofdstuk twee. Voor SPIRIT en de N-VA hebben we beide programma's.

 

Hoe hebben we nu onze analyse ondernomen?

 

Bij het lezen van de verkiezingsprogramma's worden telkens de verschillende termen aangeduid met arceerstift. (zie bijlage 1) Per term die voorkomt wordt er een vermelding aangegeven. Als er bijvoorbeeld een opsomming is (bv: we willen een harde aanpak van vandalisme, diefstal en intimidatie) dan worden de verschillende termen geteld. In bijlage 3 is er een voorbeeld te zien van een pagina uit een verkiezingsprogramma.

 

Deze termen worden dan gegroepeerd in de mate dat het mogelijk is. Soms is het onduidelijk in welke groep een term moet geplaatst worden. Bv: jeugdbendes: is dit jeugdcriminaliteit of georganiseerde criminaliteit of wordt er een aparte categorie voor gemaakt. Deze lijst werd op een inductieve wijze gevormd. Daarom werd het noodzakelijk beschouwd dat de eerste partij nog eens een tweede maal werd doorgenomen om te kijken of de resultaten overéénkomen met behulp van de uiteindelijke lijst.

 

Zo kan er voor elke partij teruggevallen worden op deze lijst om dezelfde verdeling te gebruiken.

 

Op de keuze van welke categorieën we gaan hanteren en welke termen onder elk van de categoriën vallen kan men kritiek geven. Zo beschouwen we discriminatie als een vorm van criminaliteit, zelfs als het gaat over discriminatie ten opzichte van leden van een andere ideologische zuil. Toch hebben we dit zo objectief mogelijk proberen te realiseren en door de vorming van de lijst is het voor elke partij hetzelfde.

 

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de term "criminaliteit" en de verschillende vormen van criminaliteit. Zo ontstaan er 2 categorieën van gegevens die samen de algemene criminaliteitsaandacht van de partij voorstellen.

 

Het aantal meldingen van de verschillende vormen van criminaliteit en de term "criminaliteit" worden dan geteld per verkiezingsprogramma. Dit cijfermateriaal wordt voor de verschillende jaren naast elkaar gezet. Daarna worden ook nog eens het aantal vermeldingen van criminaliteit gedeeld door het aantal A4-pagina's waaruit de programma's bestaan. Dit dient om een vergelijking te kunnen maken hoezeer het onderwerp criminaliteit weegt op de verschillende programma's (of de programma's nu klein of erg uitgebreid zijn).

 

We willen er op wijzen dat we ons niet houden aan de paginanummering van de verkiezingsprogramma's zelf, als deze er al is, om te bepalen uit hoeveel A4-pagina's een programma bestaat. Zo laten we voor elk programma het titelblad en de inhoudstabel buiten beschouwing. Een eventueel voorwoord wordt wel opgenomen in de telling. Het aantal van eventuele A5-pagina's wordt gedeeld door twee en het aantal pagina's van het verkiezingsprogramma van de liberalen van 1985 wordt gedeeld door drie.[10]

 

Voor elk verkiezingsprogramma wordt er een korte evaluatie gemaakt. Hierbij wordt er vooral gewezen naar dingen die de aandacht trokken bij het lezen van de teksten en die relevant zijn voor het onderwerp van de thesis.

 

Tenslotte wordt er commentaar gegeven op de evoluties die door de verzamelde gegevens zichtbaar worden. Welke vormen van criminaliteit zijn belangrijk voor een bepaalde partij? Hoeveel aandacht geeft de partij aan de som van de verschillende vormen van criminaliteit, aan de term "criminaliteit" en aan criminaliteit in het algemeen? Het aantal vermeldingen per pagina en de evolutie daarvan in de tijdsperiode 1978-2004 wordt natuurlijk ook besproken.

 

Er wordt aandacht geschonken aan het taalgebruik en de ideeën over de criminaliteitsproblematiek. Dit gebeurd voor elke partij (met uitzondering van het hoofdstuk over de Volksunie) in de laatste paragraaf van ieder hoofdstuk. De aanpak van de criminaliteitsproblematiek die elke partij verkondigt hangt vaak samen met haar algemeen maatschappijbeeld. Dit zullen we dan ook proberen aan te geven. Voor de Volksunie gaan we bijvoorbeeld over de verzuiling van de samenleving spreken. Deze verzuiling zorgt voor discriminatie waartegen de VU zich afzet.

 

Onder andere professor Blommaert is dezelfde mening toegedaan: "Het is mijn punt dat het veiligheidsthema in een pakket zit samen met andere themata zoals migratie, integratie, multiculturaliteit, en daardoor ook met identiteit en de natie, en met globalisatie. Dit alles vormt een conceptueel en ideologisch geheel dat in zijn totaliteit (en complexiteit) moet verklaard worden. Discussies over veiligheid moeten concreet en regelmatig teruggevoerd worden tot die andere fenomenen; het thema ontleent er immers structuur en belang aan."[11]

 

Mijn doel, met deze verhandeling, is het creëren van een beeld hoe de Vlaamse politieke partijen denken over criminaliteit. Want niet alleen het idee van criminaliteit bij de publieke opinie kan veranderen, dit kan ook bij de media en bij de politieke actoren.

 

Als men gevraagd wordt één partij te koppelen aan het thema criminaliteit dan zal men wellicht het Vlaams Blok/Belang als antwoord geven. We hadden bij het starten van deze verhandeling gehoopt een antwoord te kunnen vinden op de vraag of het Vlaams Blok/Belang een zweepfunctie heeft (gehad) wat betreft de aandacht voor criminaliteit bij de Vlaamse partijen. Maar om dit te kunnen bewijzen hebben we gegevens nodig van partijen die niet beïnvloed kunnen zijn door het Vlaams Blok en dat is natuurlijk niet mogelijk.

 

Hoewel we geen antwoord kunnen bieden op de vraag of het Vlaams Blok een zweepfunctie heeft gehad, zijn er nog genoeg andere vragen te beantwoorden.

 

Voor welke vormen van criminaliteit heeft elke partij het meeste aandacht? Hoe is de verhouding tussen het aantal vermeldingen van de term "criminaliteit" en het totaal van criminaliteitsvormen? Is hierin een evolutie merkbaar tussen 1978 en 2004? Is er een andere evolutie zichtbaar als we kijken naar het aantal vermeldingen van criminaliteit per pagina of is deze juist hetzelfde? Welke invloed heeft de ideologie van de verschillende partijen op het denken over criminaliteit? Overheerst het repressief of preventief denken over misdrijven binnen elke partij? Deze vragen zullen we voor elke partij apart behandelen in de eerste vijf hoofdstukken.

 

In hoofdstuk zes vergelijken we de resultaten die we gevonden hebben voor de verschillende partijen. Vinden de partijen dezelfde vormen van criminaliteit belangrijk of zijn er onderlinge verschillen? Is de verhouding tussen het aantal vermeldingen over criminaliteit in het algemeen en meer specifieke vermeldingen gelijk voor alle partijen? Praat een partij, we denken aan het Vlaams Blok/Belang, meer over misdrijven dan haar politieke tegenstanders? Zijn er partijen die reeds vanaf 1978 tot heden steeds vaker over criminaliteit hebben gesproken dan anderen of zijn hierin geen vaste verhoudingen? Hoe zit het met het aantal vermeldingen per pagina voor de verschillende partijen? Zijn er hier partijen die uitschieten wat betreft hun belangstelling voor de criminaliteitsproblematiek?

 

Een hoop vragen om te beantwoorden...

 

 

Hoofdstuk 1. Het Vlaams Blok/Belang

 

We beginnen met een korte historische schets van het ontstaan van het Vlaams Blok. Vervolgens gaan we de verkiezingsprogramma’s van het Vlaams Blok analyseren.

 

 

§1. Een historische schets

 

In 1977 stemde de Volksunie in met het Egmont-pact. De hard-liners in de Volksunie beschouwden dit als een onrechtmatige tekortkoming aan de tweetaligheid van Brussel en als een aanzet tot een verdere verfransing van Brussel en Brabant. Deze ontevredenheid liep samen met de links-rechts-spanning in de partij zelf.

 

Op 1 oktober 1977 richtte een groep radicale rechtse nationalisten o.l.v. Karel Dillen de Vlaams Nationale Partij (VNP) op. Op 19 november 1977 richtte ex-VU-senator Lode Claes de Vlaamse Volkspartij (VVP) op. De leiders van deze anti-Egmontpartijen besloten samen kartellijsten in te dienen voor de verkiezingen van 17 december 1978 onder de naam Vlaams Blok. Karel Dillen wordt in Antwerpen verkozen, terwijl Lode Claes in Brussel naast een zetel grijpt. Uiteindelijk smelten de VNP en de radicale vleugel van de VVP samen in een nieuwe partij Vlaams Blok.[12]

 

Dit gebeurd op 28 mei 1979[13] nadat de Vlaamse Volkspartij (VVP) mee heeft gedaan aan de Europese verkiezingen, maar er niet in slaagde een zetel te bekomen.[14]

 

In de verkiezingen van 1981 en 1985 wordt, hoewel met een klein percentageverlies in 1981, de enige zetel in de Kamer behouden. Er is een kleine stijging in 1987 die leidde tot een tweede zetel in de Kamer en het eerste zitplaatsje in de Senaat. Vooral de Europese verkiezingen in 1989 voorspelden de groei van het Vlaams Blok. 4,1 % van de Belgische bevolking stemde op het Vlaams Blok, waardoor de partij ook haar eerste Europese zetel behaalde. In 1984 haalde men bij de verkiezingen voor het Europees parlement nog maar 1,3 %.

 

Tabel 2. Verkiezingspercentage van het Vlaams Blok voor de federale,
Europese en Vlaamse verkiezingen van 1978 tot 2004 van de Belgische bevolking.

* percentage voor het Vlaams Parlement is niet van de Belgische bevolking

maar van de Vlaamse kiesgerechtigden.

Jaar

Kamer

Senaat

Europees Parlement

Vlaams Parlement*

1978

1,4

1,5

 

 

1979

 

 

0,6

 

1981

1,1

1,2

 

 

1984

 

 

1,3

 

1985

1,4

1,4

 

 

1987

1,9

2

 

 

1989

 

 

4,1

 

1991

6,6

6,8

 

 

1994

 

 

7,8

 

1995

7,8

7,7

 

12,3

1999

9,9

9,4

9,4

15,5

2003

11,6

11,3

 

 

2004

 

 

14,3

24,2

Bron: VUB, Belgische verkiezingen, 2001 (09.11.2005, http://www.vub.ac.be/belgianelections/Browser.html);

           Federale overheid, Federale Parlementsverkiezingen op 18 mei 2003, 2003 (10.11.2005, http://verkiezingen2003.belgium.be/index_nl.shtml);

           Federale overheid, Verkiezingen 13 juni 2004, 2004 (10.11.2005, http://verkiezingen2004.belgium.be/nl/index.html).

 

Op 24 november 1991 neemt dan de beruchte ‘Zwarte Zondag’ plaats. Men behaalde in één klap twaalf zetels, een stijging van tien, in de Kamer en vijf zetels, een stijging met vier, in de Senaat. De partij blijft op elk niveau groeien. In de tabel is echter wel een zeteldaling zichtbaar in 1995 maar dit is het gevolg van het Sint‑Michielsakkoord van 1992 waarin besloten werd het aantal zetels in de Kamer te verminderen van 212 naar 150.[15]

 

Uiteindelijk heeft de partij in 2004 al 14,3 % steun van de Belgische bevolking bij de Europese verkiezing en bijna een kwart van de Vlaamse kiezers (24,2 %) bij de laatste verkiezingen voor het Vlaams parlement.

 

Deze opeenvolgende verkiezingsoverwinningen gingen de andere partijen natuurlijk niet onopgemerkt voorbij. Op tien mei 1989 sloten de voorzitters van vijf Vlaamse partijen (CVP, SP, PVV, VU en Agalev) een overeenkomst waarbij ze elkaar beloofden geen politiek akkoord met het Vlaams Blok, wat ze racistisch en onverdraagzaam vinden, te sluiten. Het cordon sanitair was geboren. Hierdoor was/is het Vlaams Blok/Belang naar de oppositiebanken verwezen.

 

In 2000 start een proces tegen drie v.z.w.’s van het Vlaams Blok op basis van de racismewet. De rechter verklaard zich in Eerste Aanleg onbevoegd. Het Hof van Beroep te Brussel beschouwt de zaak als een politiek misdrijf en een politiek misdrijf moet voor het Hof van Assisen komen. Daar zal de zaak nooit aanhangig gemaakt worden. Op het einde van 2003 verbreekt het Hof van Cassatie de uitspraak van het Hof van Beroep van Brussel en geeft het Hof van Beroep te Gent opdracht om de beroepsprocedure over te doen.

 

Uiteindelijk worden de drie v.z.w.’s van het Vlaams Blok op 21 april 2004 veroordeeld wegens inbreuk op de wet tegen racisme. Het Vlaams Blok tekent cassatieberoep aan waardoor ze onder de naam Vlaams Blok aan de verkiezingen van 2004 kunnen deelnemen. Het Hof van Cassatie, het hoogste juridische orgaan van ons land, bevestigt de veroordeling van het Gentse hof van Beroep. Het Blok kan niet meer in beroep gaan, het proces is definitief beslecht.

 

De kopstukken van het Vlaams Blok stichten een ‘nieuwe’ partij. Hoewel: “Wij veranderen van naam, maar niet van streken”, aldus voorzitter Frank Vanhecke.[16] Op zondag 14 november 2004 wordt het ‘Vlaams Belang’ boven het doopvont gehouden. Leden als Jurgen Verstrepen en Marie-Rose Morel moeten het Belang een softer imago aanmeten.

 

 

§2. De verkiezingsprogramma’s

 

Het verkiezingsprogramma van 1978 voor het kartel VNP-VVP dat onder de naam Vlaams Blok naar de kiezer stapt bestaat uit twintig punten. Verrassend genoeg wordt er in de twintig punten met geen woord gerept over criminaliteit. Punt vijftien gaat over een beperking van het aantal gastarbeiders, maar omwille van economische redenen. In het programma wordt vooral aandacht besteedt aan de communautaire problematiek.[17]

 

Helaas hebben we voor 1979 geen verkiezingsprogramma kunnen bemachtigen.

 

In 1981 zijn er vervroegde verkiezingen. Het programma van het Vlaams Blok van dat jaar spreekt ook nu geen enkele keer van criminaliteit. Men besteedt wel aandacht aan de problematiek van gastarbeiders. Volgens het Vlaams Blok, anno 1981: “Heeft een land met 400.000 werklozen geen nood aan gastarbeiders. Maar er is meer. Juist in een tijd dat men de mond vol heeft over vervreemding en leefmilieu, wijst het Vlaams Blok erop dat de gastarbeiders ontwortelden werden en blijven, losgerukt uit hun eigen land, streek, klimaat, gewoonten, tradities, religiositeit.” Er wordt ook gepleit voor een herstel van fatsoen, orde en waarden. De problematiek van criminaliteit is nergens te vinden. Het is eerder de politieke links-rechts spanning naar orde in de maatschappij. Men vermeldt bijvoorbeeld dat het Vlaams Blok niet wilt dat met onze kinderen geëxperimenteerd wordt door "marxistische en gauchistische dogmatici".[18]

 

Voor de Europese verkiezingen van 1984 is er in dit programma van acht punten niks te lezen over criminaliteit.[19]

 

“Kriminaliteit: Harde aanpak!”, dat is één van de vele slogans waarmee het Vlaams Blok in 1985 naar de kiezer stapt. Men eist niet allen een strengere bestraffing van de misdaad en drugsmisdrijf maar tevens een beteugeling van de fiscale en sociale fraude. Tien jaar voor de Dutroux-affaire in 1996 los barst wordt er in het programma al tweemaal melding gemaakt van pedofilie. Al deze vormen van criminaliteit worden sterk in verband gebracht met het moraal. Er moet meer aandacht komen voor geweten, orde, gezag, verantwoordelijkheid en fatsoen. Wat dit betreft maakt men ook een duidelijke opmerking dat het niet past om de waarden om te draaien en criminelen als slachtoffer te beschouwen van de gemeenschap die zich crimineel gedraagt door zich tegen hen te verzetten. Abortus is voor het Vlaams Blok in 1985 duidelijk een wandaad, maar dit is eerder een levensbeschouwelijke visie dan een vorm van criminaliteit. Men wil alle vreemdelingen die zich aan criminaliteit te buiten gaan uitwijzen maar er wordt geen link gemaakt tussen allochtonen en overtredingen van de wet.[20]

 

In 1987 zijn er opnieuw parlementsverkiezingen. Wat betreft het programma van dit jaar is er niet veel verschil met dat van 1985. Er wordt gesproken over criminaliteit in het algemeen, de drugsproblematiek maar ook de corruptie en fiscale fraude. Ook pedofilie is niet verdwenen uit de teksten. Wel verschillend met twee jaar eerder is de verwijzing naar diefstal in handelszaken en bankkantoren. Van sociale fraude is niks meer te lezen. De relatie criminaliteit en gastarbeiders blijft exact hetzelfde. Gastarbeiders worden niet automatisch geassocieerd met crimineel gedrag maar degene die van het rechte spoor af geraken wil het Vlaams Blok het land uit zetten.[21]

 

Milieucriminaliteit krijgt aandacht in het programma voor de Europese verkiezingen van 1989. Volgens het Vlaams Blok moet dit probleem op Europees niveau aangepakt worden en niet door de staten, zelfs niet door een onafhankelijk Vlaanderen. Ook de drugsproblematiek en de drugshandel in Europa worden uitgebreid aangekaard. Slecht kort verwijst men naar stijgende misdaadcijfers, diefstal, vandalisme en geweld tegen personen. Volgens het Vlaams Blok houdt de overheid zich teveel bezig met randinitiatieven en komen essentiële taken zoals ordehandhaving en de strijd tegen criminaliteit op de tweede plaats.[22]

 

Er wordt diep ingegaan op de inwijking van niet-Europese vreemdelingen en de demografische neergang van Europa. Het aparte hoofdstuk hierover gaat vooral in op de economische gevolgen en de culturele verschillen die de ‘linkse’ multiculturele samenleving met zich mee brengt. Slechts zijdelings wordt een eerste maal een link gelegd tussen criminaliteit en allochtonen. “Het is immers zo dat vooral deze tweede en derde generatie in vele gevallen een groep is die zonder doel en steeds meer zonder eigen cultuur gedoemd is om een broeiende factor van onvrede te worden, en dit gezien hun aantal en hun groepsvorming. Gecombineerd met de steeds groeiende invloed van integristische tendensen binnen de islam vormt precies deze groep een steeds groeiend risico. Door deze ontworteling worden deze jongeren in de eerste plaats ontworteld en komen zij ook in vele gevallen in een marginaliteit en zelfs criminaliteit terecht.”[23]

 

Het verkiezingsprogramma waarmee het Vlaams Blok zijn grote doorbraak realiseerde in 1991 ("zwarte zondag") wordt gekenmerkt door een grotere aandacht voor criminaliteit en drugsproblematiek. Niet alleen is er een apart hoofdstuk genaamd "Criminaliteit of veiligheid van de burger" maar ook in andere hoofdstukken begint de criminaliteitsproblematiek door te sijpelen. Bijvoorbeeld als men pleit voor een nauwere samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland waarschuwt men voor mogelijke invloeden van het linkse klimaat in het Noorden en tegen alle verloederingsverschijnselen als abortus, drugs en criminaliteit.

 

In het hoofdstuk over het vreemdelingenbeleid worden jonge vreemdelingen geassocieerd met drugshandel. Het Vlaams Blok brengt de band tussen allochtonen en criminaliteit expliciet op de voorgrond in het hoofdstuk over criminaliteit. “Een recent Rijkswachtrapport bewijst dat de criminaliteit bij niet-Europese vreemdelingen verhoudingsgewijs vier maal hoger is dan bij de eigen bevolking. Eén op drie (33 %) van de in de gevangenissen verblijvende criminelen is vreemdeling…” Deze extra aandacht voor de "harde" criminaliteit lijkt ten koste te zijn gegaan van andere vormen van criminaliteit. Van milieuvervuiling of sociale en fiscale fraude valt niks meer terug te lezen in tegenstelling met de vorige verkiezingsprogramma’s.[24]

 

De eerste verkiezingen na de zwarte zondag in 1991 waren de Europese verkiezingen van 1994. Het Vlaams Blok wilde zijn resultaat van vorige keer natuurlijk overdoen en het lijkt alsof het dat ook gedacht heeft toen men het programma van 1994 op stelde. Juist zoals in 1991 werd er veel aandacht besteed aan criminaliteit in het algemeen en aan de drugsproblematiek. Men maakt een duidelijk verband tussen vreemdelingen en criminaliteit zoals in de volgende zin te concluderen valt: “Dagelijks zijn honderden mensen slachtoffer van kleine of grote diefstallen, gepleegd door werkloze jonge vreemdelingen van niet-Europese oorsprong.” Toch moet ook gewezen worden op de volgende nuance: “De hogere criminaliteit bij de vreemdelingen in Europa betekent niet dat deze volkeren meer criminaliteit in zich hebben.”

 

Het Vlaams Blok wil een Europese misdaadbestrijding maar opvallend is ook een Europees milieubeleid. Voor het Vlaams Blok kan een echt efficiënt milieubeleid maar slagen binnen een Europees kader. De partij wilt het milieuthema ook niet overlaten aan de andere partijen. Als volksnationale partij, meent ze zich beter dan andere geplaatst om uitspraken te doen over de milieuproblematiek. Want als nationalisten zijn ze van nature bekommerd om een gezonde leefomgeving voor het Vlaamse volk. Toch blijft de aandacht voor milieucriminaliteit lager dan de vermeldingen over fiscale fraude en racisme.[25]

 

Hoewel er in 1991 niet over werd gesproken wordt er nu veel aandacht besteed aan fiscale fraude. Vooral dan op Europees niveau en in het bijzonder de gepleegde corruptie door de Belgische traditionele partijen. Tenslotte is er nog de opmerking dat een gezamenlijke aanpak van het internationaal terrorisme absoluut noodzakelijk is.[26]

 

Het verkiezingsprogramma voor 1995 is in grote lijnen gelijk aan het programma van 1994, aangevuld met enkele nieuwe hoofdstukken zoals vakbonden, gezonde financiën, ouderenbeleid en gehandicapten. Misdaad en criminaliteit in het algemeen was reeds het jaar ervoor zeer duidelijk aanwezig in het programma, maar met 50 verwijzingen steekt het in 1995 met kop en schouders uit boven andere vermeldingen van soorten criminaliteit. Fiscale fraude krijgt echter ook een aanzienlijke aandacht en komt met 17 vermeldingen duidelijk op de derde plaats. Dit zal wellicht te wijten zijn aan de Agusta-affaire die in het begin van 1995 los barstte.

 

Daarnaast wordt ook de drugsproblematiek en de milieudelicten uitbundiger besproken dan voorheen. Er is ook duidelijk meer aandacht voor de maffia. Komt dit door het onderzoek naar de moord op PS-politicus A. Cools dat in dit jaar op volle gang was? Zijdelings wordt er in de teksten naar verwezen. “Machtsconcentraties, maffiabindingen, corruptie, politieke benoemingen en uiteindelijk een politieke moord hebben geleid tot een besef dat België bestuurd wordt door een politieke klasse die afglijdt naar het vergaren van zoveel mogelijk eigenbelang.”[27]

 

Wat men moet verstaan onder criminaliteit en de verschillende vormen ervan kan erg verschillen van persoon tot persoon, maar ook over de benamingen van de soorten criminaliteit bestaat onenigheid. Dit bewijst het Vlaams Blok in de volgende zinnen. “Wij verkiezen ‘straatcriminaliteit’ boven de misleidende term ‘kleine criminaliteit’, want de slachtoffers ervaren dit soort misdadigheid helemaal niet als ‘klein’.” Abortus is voor het Vlaams Blok gelijk aan moord en euthanasie willen ze niet uit de strafrechtelijke sfeer halen.[28]

 

Men pleit in 1995 reeds voor de éénmaking van de politiediensten. “In het verleden hebben we gezien tot welke ongezonde situaties het bestaan van vijf, zes verschillende politiediensten hebben geleid.”[29]

 

In 1999 heeft het Vlaams Blok een uitgebreid verkiezingsprogramma waar veel aandacht wordt gegeven aan het onveiligheidsgevoel en de ermee samenhangende criminaliteitsproblematiek. In de verschillende hoofdstukken spreekt men vaak over criminaliteit in het algemeen, maar ook drugs is een heel belangrijk onderwerp. Beide komen ze in totaal een dikke honderd maal voor in de tekst, respectievelijk 149 en 124 keer. Vreemdelingen en misdaad worden vaker dan de vorige programma’s aan elkaar gekoppeld. Wat betreft drugs, is dit minder het geval. Hoewel men soms een link legt tussen jeugdbendes bestaande uit vreemdelingen en de drugshandel. Het Vlaams Blok heeft ook in 1999 verrassend veel aandacht voor het milieu, zelfs duidelijk meer dan in 1995.

 

Corruptie en fiscale fraude zijn ook duidelijk aanwezig. Er is zelfs een hoofdstuk ‘Propere handen’, waarin men electorale winst probeert te halen uit de Agusta-Dassault-affaire. Samenhangend met de witteboordencriminaliteit is de aandacht voor de georganiseerde misdaad. Toch verwijst men niet alleen naar georganiseerde misdaad als het gaat over corruptie. Men speelt ook in op de complottheorieën  rond de Dutroux-zaak en de ideeën van een georganiseerd netwerk van pedofilie. De Dutroux-affaire is natuurlijk ook de oorzaak voor de toegenomen aandacht voor pedofilie en (jeugd)prostitutie.

 

Minder duidelijk is waar de plotse aandacht voor jeugdcriminaliteit vandaan komt. Het gaat hier niet alleen over jeugdbendes die zich schuldig maken aan diefstal, vandalisme en intimidatie maar ook over geweld en vandalisme op school. Dus jeugdcriminaliteit wordt ruim opgevuld door het Vlaams Blok. Zéro-tolerantie komt tijdens deze verkiezingen voor het eerst in het programma van het Vlaams Blok voor. Niet alleen wordt er verwezen naar de wetenschappelijke lectuur van Kelling en Wilson en hun ‘Broken Windows’-theorie waarop het concept van zéro-tolerantie is gebaseerd, ook wordt er melding gemaakt van de resultaten die gewezen politiecommissaris Demol heeft gerealiseerd met het toepassen van zéro-tolerantie in Schaarbeek voordat hij op de lijst van het Vlaams Blok kwam te staan.[30]

 

Tabel 3. Vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van het Vlaams Blok.

 

 

1978

1981

1984

1985

1987

1989

1991

1994

1995

1999

2003

2004

Totaal

Criminaliteit

0

0

0

5

5

4

14

24

50

149

70

65

386

Geweld

0

0

0

0

0

2

3

1

2

19

2

6

35

Diefstal

0

0

0

0

1

3

3

2

6

23

15

9

62

Vandalisme

0

0

0

0

0

1

1

0

0

6

0

2

10

Terrorisme

0

0

0

0

0

0

0

2

1

1

5

0

9

Fiscale fraude

0

0

0

4

3

0

0

9

17

47

16

3

99

Sociale fraude

0

0

0

3

0

0

0

0

4

0

6

4

17

Drugsproblematiek

0

0

0

2

2

5

7

3

35

124

27

40

245

Zedenfeiten

0

0

0

2

1

0

0

0

4

32

16

7

62

Wapenbezit

0

0

0

0

0

1

0

1

1

2

1

0

6

Jeugdcriminaliteit

0

0

0

0

0

0

0

0

3

29

17

23

72

Moord

0

0

0

0

0

0

0

1

3

8

2

3

17

Asielmisbruik

0

0

0

0

1

0

0

1

3

0

2

7

14

Maffia

0

0

0

1

0

0

0

1

5

34

8

4

53

Bouwmisdrijf

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

3

4

11

Oplichting

0

0

0

1

0

0

0

0

1

3

1

0

6

Mensenhandel

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5

1

6

Hooliganisme

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3

1

0

4

Discriminatie

0

0

0

0

0

0

0

1

1

0

2

0

4

Racisme

0

0

0

0

0

0

0

4

0

0

0

1

5

Oorlog

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

1

0

2

Volksgezondheid

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

0

1

Straatcriminaliteit

0

0

0

0

0

0

0

0

4

4

2

2

12

Verkeer

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2

5

1

8

Milieu

0

0

0

0

0

1

0

3

13

24

5

4

50

 

0

0

0

18

13

17

28

53

155

514

212

186

1196

 

Over het algemeen is er in de verkiezingen van 2003 minder aandacht voor criminaliteit. Criminaliteit en bijna alle vormen van criminaliteit komen duidelijk minder aan bod. Vooral de aandacht voor drugs, maar ook milieucriminaliteit en de georganiseerde misdaad worden lang niet zo vaak meer vermeld. Toch zijn er twee categorieën van criminaliteit die meer vermeld worden. Het gaat respectievelijk over terrorisme en sociale fraude. Terrorisme is na 11 september 2001 geen verrassing. Maar waar de plotse aandacht voor sociale fraude komt is tasten in het duister. Misschien dat gebeurtenissen in 2003 via agenda-setting het onderwerp meer actueel maakten. Hoewel criminaliteit minder aandacht krijgt dan andere jaren veranderd de mening van het Vlaams Blok over de oorsprong van criminaliteit niet: “Volgens het Vlaams Blok vindt een deel van de hedendaagse criminaliteit zijn oorsprong in een vervagend normbesef.”[31]

 

Er is algemeen gezien minder aandacht voor criminaliteit in 2004. Vooral fiscale fraude/corruptie en de daaraan samenhangende georganiseerde misdaad. komt niet zo vaak meer aan bod als in 2003. Diefstal en seksuele misdaden, zoals verkrachting en aanranding, kennen ook een daling. Hier tegenover staat de terug toegenomen aandacht voor drugs in vergelijking met 2003. Maar ook jeugdcriminaliteit wordt steeds belangrijker.

 

Het Vlaams Blok heeft veel meer interesse gekregen voor de sociale problemen in de samenleving. Toch wordt de sociale fraude niet aangeklaagd. Men spreekt amper over mensen die onterecht sociale uitkeringen ontvangen. Als men het dan toch over sociale fraude heeft gaat het vooral over het misbruik van gezinsherenigingen. Ook asielmisbruik wordt aangeklaagd. Aandacht voor sociale fraude is er wel, hoewel in verhouding erg weinig en dan wordt deze vaak in verband gebracht met illegalen.[32]

 

Als we het aantal vermeldingen van het woord “criminaliteit” en de verschillende vormen van criminaliteit in de verschillende verkiezingsprogramma’s in een tabel en grafiek plaatsen bekomen we het volgende:

 

Tabel 4. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen
van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van het Vlaams Blok.

Jaar

term criminaliteit

vormen van criminaliteit

criminaliteit in totaal

1978

0

0

0

1981

0

0

0

1984

0

0

0

1985

5

13

18

1987

5

7

13

1989

4

13

17

1991

14

14

28

1994

24

29

53

1995

50

105

155

1999

149

365

514

2003

70

142

212

2004

65

121

186

TOTAAL

386

809

1196

 

Grafiek 1. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen
van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van het Vlaams Blok.

 

In de grafiek is duidelijk te zien hoe vanaf het midden van de jaren ’90 de interesse voor misdaad exponentieel is gegroeid. Dit bereikt een enorme piek in 1999 waarna de aandacht stelselmatig verzwakt en in 2004 nog niet meer op de helft komt van 1999. Toch moeten we deze cijfers relativeren. Een politieke partij heeft, zeker als ze nog klein en nieuw is, een beperkt aantal werkingsmiddelen. Met weinig middelen ga je geen programma-‘boeken’ schrijven. Door het aantal vermeldingen van de term criminaliteit te delen door het aantal A4-pagina’s dat het verkiezingsprogramma telt krijgen we een heel ander beeld.

 

Grafiek 2. Vermeldingen van de term “criminaliteit” in de verkiezingsprogramma’s

van het Vlaams Blok gedeeld door het aantal A4-pagina's.

 

Terwijl in grafiek 1, 1999 een piekjaar was zien we nu dat, als we rekening houden met het aantal bladzijden, 1999 dit blijft maar minder uitgesproken. In vergelijking met grafiek 1 zien we nu niet een constante daling na 1999. Voor 2004 is er opnieuw een stijging tot een gemiddelde van 1 keer criminaliteit per pagina.

 

Als we kijken naar de verkiezingsprogramma’s van 1984, 1989 en 1994 merken we dat deze gekenmerkt worden door lage scores. Dit zijn toevallig de Europese verkiezingen. Voor de Europese verkiezingscampagnes komt misdaad minder op de voorgrond bij het Vlaams Blok. Voor de Europese verkiezingen van 1999 en 2004 is dit niet meer het geval. Vanaf 1999 vielen de Europese en Vlaamse verkiezingen samen, dit kan een mogelijke oorzaak zijn. Dezelfde conclusies kunnen we trekken voor de totale criminaliteit gedeeld door het aantal pagina's, zoals zichtbaar is in grafiek 3. Toch is de algemene stijgende trend duidelijker zichtbaar in grafiek2.

 

Grafiek 3. Vermeldingen van alle criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s

van het Vlaams Blok gedeeld door het aantal A4-pagina's.

 

 

§3. Het Vlaams Blok en criminaliteit.

 

We kunnen concluderen dat het Vlaams Blok in zijn beginjaren weinig aandacht gaf aan welke vorm van criminaliteit dan ook. Langzaam aan is deze toestand veranderd en zeker vanaf het midden van de jaren ’90 nadat de partij uit de electorale bestaansonzekerheid was gestapt is er een exponentiële groei van criminaliteitsbezorgdheid.

 

We kunnen zeggen dat de eerste ‘Zwarte Zondag’ in 1991 niet het gevolg is van een grote aandacht voor criminaliteit op basis van de puur kwantitatieve gegevens. Als we echter kijken naar het aantal vermeldingen van criminaliteit per pagina (grafiek 2) zou er toch een invloed kunnen bestaan. Of deze enorme aandacht voor criminaliteit van blijvende aard is, is onduidelijk. De toekomst zal het uitwijzen. Hoewel er een daling heeft plaats gehad blijft het niveau een stuk hoger dan in de beginjaren van de partij en heeft het verkiezingsprogramma van 2004 bijna evenveel aandacht voor criminaliteit als in het piekjaar 1999.

 

Het Vlaams Blok ziet criminaliteit als het gevolg van een daling en verwaarlozing van waarden en normen. Zij wensen een herstel van de orde, rechtvaardigheid en eerbied voor andermans leven en goed. Dit verklaart het zware verzet van de partij tegen euthanasie en abortus. Maar verklaart ook haar strijd tegen elke vorm van drugsgebruik, dat zij als een pest voor de maatschappij beschouwen. De jeugdcriminaliteit is, volgens hen, het gevolg van de verwaarlozing van de ethische waarden en het afbreken van het gezin als hoeksteen van het maatschappelijk leven. De aandacht voor geweld, diefstal en zedenfeiten valt hier ook onder.

 

Corruptie wordt vaak verbonden met de georganiseerde misdaad. Maar ook dikwijls met de politiek. De grote aandacht voor fiscale fraude en corruptie heeft vooral te maken met de afkeer die het Vlaams Blok heeft voor de gebreken en mogelijkheden tot misbruik van het huidige politieke leven. Daarnaast is er vooral de drang van de partij om zich als alternatief aan de kiezer aan te bieden.

 

Tabel 5. Aantal vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit
in de verkiezingsprogramma’s van het Vlaams Blok.

 

Totaal

Term criminaliteit

386

Geweld

35

Diefstal

62

Vandalisme

10

Terrorisme

9

Fiscale fraude

99

Sociale fraude

17

Drugsproblematiek

245

Zedenfeiten

62

Wapenbezit

6

Jeugdcriminaliteit

72

Moord

17

Asielmisbruik

14

Maffia

53

Bouwmisdrijf

11

Oplichting

6

Mensenhandel

6

Hooliganisme

4

Verkeer

8

Milieu

50

Spionage

0

Discriminatie

4

Mediacriminaliteit

0

Oorlog

2

Straatcriminaliteit

12

Racisme

5

Misdaad tegen militaire tucht

0

Volksgezondheid

1

Dierenmishandeling

0

 

1196

 

Verrassend is de relatief grote aandacht voor milieucriminaliteit, ongeveer even veel als zedenfeiten en diefstal. Voor het Vlaams Blok is deze aandacht vrij normaal: “Het Vlaams Blok, als volksnationale partij, is beter dan wie ook geplaatst om uitspraken te doen over het milieuthema. Als nationalisten zijn we van nature uit bekommerd om een gezonde leefomgeving voor ons volk, ook in de ecologische betekenis van het woord.” [33]

 

Wat betreft sociale fraude is er in verhouding minder belangstelling. Of de andere partijen hier meer aandacht aan geven zullen we zien in de volgende hoofdstukken.

 

 

Hoofdstuk 2. De Volksunie en haar erfgenamen SPIRIT en N-VA

 

We beginnen met een korte historische schets van de Volksunie en het ontstaan van SPIRIT en N-VA. Vervolgens gaan we de verkiezingsprogramma’s van de Volksunie analyseren. Daarna bekijken we SPIRIT en tenslotte de N-VA.

 

De verkiezingsprogramma's van de VU waarvan we gebruik konden maken voor dit hoofdstuk zijn beperkt tot de programma's van de federale verkiezingen. Dit komt mede omdat de partij uit elkaar is gevallen en er in het algemeen bij veel partijen weinig aandacht geschonken word aan het bijhouden van oude verkiezingsprogramma's. Toch hebben de mensen van de N-VA alle moeite gedaan om te helpen aan deze studie.

 

 

§1. De Volksunie

 

A. Een historische schets[34]

 

De Volksunie werd opgericht op 14 december 1954 als politieke vleugel van de radicale Vlaamse beweging. De VU was daarmee de opvolger van de Christelijke Vlaamse Volksunie (CVV), die nog deelnam aan de verkiezingen op 11 april 1954.

 

De nieuwe partij recruteert haar aanhang overwegend in kringen van gelovige Vlamingen, de kleine burgerij en in de intellectuele middenklasse. Naast een rechtervleugel, waarin heimwee naar het verleden overheerst, en een sterke centrumgroep doet ook een sociaal progressieve minderheid zich tegen het einde van de jaren 1960 gelden. Regelmatig komt de partij in aanvaring met andere Vlaams-nationalistische verenigingen (o.a. de Vlaamse Militanten Orde), die struikelen over haar federalistische en democratische en parlementaire ingesteldheid.

 

De VU had het in de beginjaren niet echt makkelijk. Pas in 1965 kon zij met ongeveer 7 procent van de stemmen 12 volksvertegenwoordigers naar Brussel sturen. Naarmate de partij echter succesrijker werd, verbreedde ze haar programma tot andere maatschappelijke thema's. In 1971 bereikte de partij haar historisch hoogtepunt: 11 procent van de stemmen, wat goed was voor 21 volksvertegenwoordigers en 19 senatoren.

 

Toen de Volksunie in 1978 het Egmontpact goedkeurde en in de regering kwam, scheurde de radicale rechtse vleugel zich af om het Vlaams Blok op te richten.

 

Na de verkiezingen van 1987 stapte de partij opnieuw in een federale regering en vormden samen met christen-democraten en socialisten de regering Martens VIII.[35] Op het einde van de jaren '90 probeerde voorzitter Bert Anciaux de partij opnieuw succesvol te maken door het accent te verschuiven van het Vlaams standpunt naar het links-liberalisme. Hiervoor ging hij een alliantie aan met de pas opgerichte links-liberale vereniging ID'21 onder de naam VU&ID. Dit experiment zorgde niet voor het verhoopte succes en leidde tot spanningen binnen de Volksunie.

 

Deze spanningen namen toe toen Geert Bourgeois, de voorman van de radicaal Vlaams-nationalistische vleugel binnen de Volksunie, in 2000 door de leden tot voorzitter verkozen werd als tegenkandidaat tegen toenmalig voorzitter Patrik Vankrunkelsven. Tijdens de onderhandelingen over het Lambermont-akkoord, dat de verdere staatshervorming van België moest regelen, kwam het tot een breuk. Het partijbestuur keurde het akkoord goed, maar Bourgeois verwierp het en trad af als voorzitter. Op 13 oktober 2001 viel de partij uit elkaar in drie groepen: "De Toekomstgroep", rond Bert Anciaux, "Vlaams-Nationaal", rond Geert Bourgeois, en "Niet splitsen", met o.a. Nelly Maes en Johan Sauwens.

 

Geen van de drie groepen won het referendum dat over de toekomst van de partij moest beslissen. De groep Vlaams-Nationaal haalde het meeste stemmen onder de Volksunieleden met 47,18 %, en "erfde" de infrastructuur, maar om de naam Volksunie over te mogen nemen was 50 % nodig. De financiële middelen werden onder de drie groepen verdeeld.

 

Kort na het referendum hield de groep "Niet splitsen" (30,18 %) op te bestaan. De Toekomstgroep (22,63 %) richtte tijdens hun congres van 9-10 november 2001 een nieuwe partij op onder de naam SPIRIT (Sociaal, Progressief, Internationaal, Regionalistisch, Integraal-democratisch en Toekomstgericht) en de groep "Vlaams-Nationaal" deed dat op 13 oktober 2001 onder de naam N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie).

 

Door hervormingen aan de kieswetgeving zien de twee kleine partijen zich genoodzaakt om een kartelpartner te zoeken om financieel te overleven. SPIRIT kiest op 19 oktober 2002 om met SP.a een alliantie te vormen. De N-VA ziet in CD&V de ideale partner en beide partijen beslissen op 14 februari 2004 om een kartel te vormen.

 

Tabel 6. Verkiezingspercentage van de Volksunie voor de federale,
Europese en Vlaamse verkiezingen van 1978 tot 1999 van de Belgische bevolking.

* percentage voor het Vlaams Parlement is niet van de Belgische bevolking

maar van de Vlaamse kiesgerechtigden.

Jaar

Kamer

Senaat

Europees Parlement

Vlaams Parlement*

1978

7,0

7,0

 

 

1979

 

 

6,0

 

1981

9,8

9,8

 

 

1984

 

 

8,5

 

1985

7,9

8,1

 

 

1987

8,1

8,1

 

 

1989

 

 

5,4

 

1991

5,9

6,0

 

 

1994

 

 

4,4

 

1995

4,7

5,3

 

9,0

1999

5,6

5,1

7,6

9,3

Bron: VUB, Belgische verkiezingen, 2001 (02.03.2006, http://www.vub.ac.be/belgianelections/Browser.html)

 

Voor de federale verkiezingen van 2003 haalde het kartel SP.a-SPIRIT 14,9 % van de stemmen voor de Kamer en 15,5 % in de Senaat. N-VA kwam in 2003 nog alleen op. Met 3,1 % van de Belgische uitgebrachte stemmen voor de Kamer behaalden ze één zetel. Hetzelfde percentage van 3,1 % was te weinig om iemand naar de Senaat te kunnen sturen.[36] In 2004 overtuigt de alliantie SP.a-SPIRIT 11,0 % van de Belgische kiezers voor het Europees Parlement en 19,7 % van de Vlaamse kiesgerechtigden voor het Vlaams Parlement. Het Vlaams kartel van CD&V en N-VA behaalt respectievelijk 17,4 % en 26,1 %.[37]

 

B. De verkiezingsprogramma’s

 

Het verkiezingsprogramma van 1978 is gebaseerd op drie problemen die voor de Volksunie prioriteit verdienen. Dit zijn de staatshervorming, de economische crisis en haar sociale gevolgen en tenslotte de vrijwaring van de democratische vrijheid en verscheidenheid. In dit alles valt geen woord over welke vorm van criminaliteit.[38]

 

Voor de verkiezingen van Kamer en Senaat van 1981 richt de Volksunie haar pijlen vooral op de economische toestand waarin België zich bevindt. "Tien jaar geleden waren wij één der welvarendste landen. Nu staat België aan de rand van het failliet en is onregeerbaar."[39] Hierdoor komt ook de sociale zekerheid ter sprake. We vinden éénmaal een opmerking over sociale fraude. "Intussen willen wij in alle duidelijkheid stellen dat de VU geen misbruik van de werkloosheidsverzekering kan aanvaarden." [40]

 

Affiches met vogels en de slogan 'Volksunie voor een vrij Vlaanderen' moeten de aandacht trekken naar het verkiezingsprogramma van de VU in 1985. Maar voor ons heeft het programma niks te melden over criminaliteit. De communautaire problematiek is er overheersend.[41]

 

Het verkiezingsprogramma van 13 december 1987 heeft veel aandacht voor fiscale fraude en roept dan ook op voor "propere handen". Daarnaast is er aandacht voor milieu, niet alleen lokaal maar ook grensoverschrijdende milieuhinder. Tenslotte heeft de Volksunie als pacifistische partij aandacht voor de wapensmokkel.[42]

 

1991. De aandacht voor criminaliteit neem toe. Zowel fiscale als sociale fraude komen aan bod. Daarnaast is er juist zoals in 1987 aandacht voor het milieu en de wapenhandel. Dit is weer een duidelijk geval van agenda-setting want in 1991 viel de regering Martens over de wapenleveringen aan Saoedi-Arabië. Men maakt een eerste keer melding van straatcriminaliteit en criminaliteit in het algemeen. De Volksunie durfde in 1991 de problematiek van de aanpassing van allochtonen aankaarten en vragen stellen over asielzoekers. Men wil een onderscheid maken tussen economische en politieke vluchtelingen. Toch is er niks te lezen over misbruik van de asielprocedure of eender welke vorm van criminaliteit.[43]

 

Met zijn 72 pagina's is het programma voor de verkiezingen van 21 mei 1995 aanzienlijk uitgebreider dan in de voorgaande jaren. Dit geeft aanleiding tot een groter aantal vermeldingen van criminaliteit. Vooral het milieu komt uitgebreid aan bod. De VU legt de nadruk vooral op de bodemverontreiniging en de gevolgen hiervan op het oppervlakte- en grondwater. "Dat de vervuiler betaalt is eveneens een logisch principe dat de VU wil verwezenlijkingen."[44] Voor de eerste maal komt de drugscriminaliteit naar voor. Onmiddellijk wordt de problematiek rond drugs even belangrijk als milieucriminaliteit. Daarnaast heeft het programma aanzienlijke aandacht voor fiscale fraude. Naar aanleiding van de moord op dierenartsinspecteur Karel Van Noppen door de hormonenmaffia is er veel belangstelling voor het illegaal gebruik van groeibevorderaars en voor de georganiseerde misdaad. [45]

 

We hebben ook 4 vermeldingen van diefstal gevonden. Deze slaan echter op een bijzondere situatie: De Volksunie pleit voor de terugvordering van Vlaamse kunstwerken die tijdens en na WO II werden "geroofd".[46]

 

Voor de verkiezingen van 1999 stapte de Volksunie samen met ID21, een beweging die ontstond na de Dutroux-affaire, onder de naam VU&ID naar de kiezer toe. De VU ziet zich graag als een pacifistische partij, dit is zichtbaar in het verkiezingsprogramma.[47] Er wordt bijzonder veel aandacht gegeven aan de wapenhandel en wapenproductie, zowel legaal als illegaal. Daarnaast groeit in het 114 pagina's tellende programma ook de interesse voor allerlei soorten van discriminatie. Uitsluiting van de economische zwakken, discriminatie van gezinnen met een laag inkomen, "leeftijdsdiscriminatie"[48], discriminatie ten opzichte van homo's en gehuwden komen doorheen het hele programma voor.

 

VU&ID is in 1999 ook voor een harde aanpak van de drugsproblematiek. "Dit betekent concreet: het sterk opvoeren van het preventiebeleid inzake druggebruik, zowel wat legale als wat illegale, soft- of harddrugs betreft; het onverbiddelijk doorzetten en opvoeren van de repressie van de verkoop van en de handel in hard-drugs."[49] Men maakt wel een onderscheid tussen soft- en harddrugs en men wilt er ook een andere bestraffing van. De term "zero-tolerantie", die vaak geassocieerd wordt met het Vlaams Blok/Belang is ook te lezen bij de VU&ID. "De Alliantie VU&ID staat uitdrukkelijk voor de zero-tolerantie op het vlak van het schaden van de gezondheid van de bevolking."[50] Maar ook voor de aanpak van de "kleine" criminaliteit wilt men de toepassing van het beginsel van de nultolerantie in risicozones.[51]

 

Daarnaast verwijst de Alliantie zeer voorzichtig naar een mogelijke band tussen allochtonen en criminaliteit. Op bladzijde 97 klinkt dat als "het al dan niet terechte maar subjectieve gevoelen van onveiligheid dat in veel gevallen gekoppeld wordt aan de zichtbare aanwezigheid van een steeds groter wordende groep allochtonen".[52]

 

Tabel 7. Vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de Volksunie.

 

1978

1981

1985

1987

1991

1995

1999

Totaal

Criminaliteit

0

0

0

0

2

2

13

17

Milieu

0

0

0

2

4

13

8

27

Geweld

0

0

0

0

0

0

9

9

Diefstal

0

0

0

0

0

4

2

6

Vandalisme

0

0

0

0

0

0

0

0

Terrorisme

0

0

0

0

0

0

0

0

Fiscale fraude

0

0

0

4

1

10

7

22

Sociale fraude

0

1

0

0

1

4

0

6

Drugsproblematiek

0

0

0

0

0

14

11

25

Zedenfeiten

0

0

0

0

0

0

0

0

Wapenbezit

0

0

0

2

2

1

15

20

Jeugdcriminaliteit

0

0

0

0

0

0

5

5

Moord

0

0

0

0

0

1

0

1

Asielmisbruik

0

0

0

0

0

0

0

0

Maffia

0

0

0

0

0

8

4

12

Bouwmisdrijf

0

0

0

0

0

5

9

14

Oplichting

0

0

0

0

0

0

1

1

Mensenhandel

0

0

0

0

0

0

2

2

Hooliganisme

0

0

0

0

0

0

2

2

Verkeer

0

0

0

0

0

2

4

6

Discriminatie

0

0

0

0

0

5

12

17

Racisme

0

0

0

0

0

0

2

2

Volksgezondheid

0

0

0

0

0

3

2

5

Dierenmishandeling

0

0

0

0

0

0

1

1

Straatcriminaliteit

0

0

0

0

1

0

2

3

Oorlog

0

0

0

0

0

0

2

2

 

In het programma valt op hoe de actualiteit eventueel kan inspelen op de agendapunten. Zo is er van de relatief grote aandacht voor fiscale fraude in het verkiezingsprogramma van 1995 in 1999 nog weinig sprake. In de plaats daarvan komen nu de illegale weekendverblijven en bouwovertredingen op de voorgrond met evenveel vermeldingen als geweld tegen personen en zelfs meer dan milieu- of jeugdcriminaliteit.

 

Als we het aantal vermeldingen van het woord “criminaliteit” en de verschillende vormen van criminaliteit in de verschillende verkiezingsprogramma’s in een tabel en grafiek plaatsen bekomen we het volgende:

 

Tabel 8. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen
van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de Volksunie.

 

Jaar

term criminaliteit

vormen van criminaliteit

criminaliteit in totaal

1978

0

0

0

1981

0

1

1

1985

0

0

0

1987

0

8

8

1991

2

9

11

1995

2

70

72

1999

13

100

113

TOTAAL

17

188

205

 

Op grafiek 4 is te zien dat vanaf 1987 de Volksunie aandacht begon te schenken aan de criminaliteitsproblematiek. De verkiezingsprogramma's van 1995 en 1999 veroorzaken een exponentiële groei in de grafiek. De VU geeft in haar laatste jaren duidelijk veel aandacht aan criminaliteit. Maar de partij bespreekt het probleem erg specifiek. De term criminaliteit wordt in verhouding amper gebruikt. De absolute cijfers in tabel 7 zijn glashelder. Op een totaal van 72 vermeldingen is maar twee keer de term criminaliteit aanwezig in 1995. Van 1978 tot en met 1999 komt de term criminaliteit 17 keer voor op een totaal van 205.

 

Grafiek 4. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen
van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de Volksunie.

 

Tenslotte bekijken we in grafiek 5 hoe het zit met het aantal vermeldingen per pagina. We verdelen zoals bij het Vlaams Blok het aantal keren dat de term criminaliteit voorkomt door het aantal pagina's. Door het gebrek aan gegevens en vooral het lage aantal vermeldingen van criminaliteit in het algemeen, is deze grafiek amper nuttig.

 

Grafiek 5. Vermeldingen van de term “criminaliteit” in de verkiezingsprogramma’s

van de Volksunie gedeeld door het aantal A4-pagina's.

 

Deze weinig aansprekende grafiek nu even terzijde gelaten kunnen we eens kijken naar alle vormen van criminaliteit over de verschillende pagina's. Het probleem van het laag aantal kiesprogramma's blijft bestaan maar omdat de VU criminaliteit vaak specifiek behandelt is deze grafiek 6 leerrijker.

 

Grafiek 6. Vermeldingen van de totale criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s

van de Volksunie gedeeld door het aantal A4-pagina's.

 

Opmerkelijk is de enorme piek in 1987. Een reden hiervoor kunnen we niet onmiddellijk bepalen. Na 1987 is er een geleidelijke daling, maar aan het einde van de jaren '90 lijkt het zich te stabiliseren rond één vermelding per pagina. We zullen verder in dit hoofdstuk nagaan hoe dit evolueert bij de N-VA en SPIRIT.

 

C. De Volksunie en criminaliteit.

 

De Volksunie spreekt erg specifiek over criminaliteit. Algemene termen zoals misdaad, misdrijf of crimineel gedrag worden maar zelden gebruikt. Milieucriminaliteit krijgt duidelijk het meeste aandacht. Daarnaast hebben we in de documenten van de VU geregeld kunnen lezen over fiscale fraude en de drugsproblematiek. Maar ook sociale fraude, de georganiseerde misdaad, bouwmisdrijven, racisme en discriminatie beschouwt de partij als vermeldenswaardig.

 

Als partij ontstaan uit de Vlaamse Beweging na de Tweede Wereldoorlog heeft zij het ideaal van "Nooit Meer Oorlog" hoog in het vaandel. De Volksunie wilt niet alleen een pacifistische partij zijn maar ook de strijd tegen discriminatie en racisme acht zij als één van haar idealen. Wat betreft discriminatie werpt de partij zichzelf op als vijand van de verzuiling en van de voorkeursbehandelingen op basis van partijkaarten.

 

Het taalgebruik in de verschillende documenten die we hebben doorgenomen geeft blijk van een dubbele toon. Enerzijds wilt men criminaliteit hard aanpakken en beschouwt men sommige vormen van criminaliteit, zoals discriminatie, illegale wapenhandel en milieucriminaliteit als onaanvaardbaar. Anderzijds wijst de partij er op dat er aandacht moet zijn voor de nadelige sociale toestanden die mensen tot crimineel gedrag aanzetten en wijst men erop dat veroordeelde misdadigers terug geïntegreerd moeten worden in de samenleving. Daarom beschouwt de Volksunie alleen een repressief beleid onvoldoende. Dit was zeer duidelijk te merken in haar ideeën over drugsgebruik.

 

In welke mate de idealen van pacifisme, gelijkheid en ontzuiling en het taalgebruik voortgezet worden door de erfgenamen van de Volksunie zien we in de volgende delen van dit hoofdstuk. We beginnen met SPIRIT en eindigen in paragraaf 3 met de N-VA.

 

Tabel 9. Aantal vermeldingen van de verschillende vormen
van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de Volksunie.

 

 

 

Totaal

Term criminaliteit

10

Geweld

5

Diefstal

1

Vandalisme

1

Terrorisme

1

Fiscale fraude

17

Sociale fraude

16

Drugsproblematiek

20

Zedenfeiten

1

Wapenbezit

3

Jeugdcriminaliteit

2

Moord

0

Asielmisbruik

2

Maffia

7

Bouwmisdrijf

7

Oplichting

1

Mensenhandel

0

Hooliganisme

0

Verkeer

4

Milieu

61

Spionage

0

Discriminatie

6

Mediacriminaliteit

0

Oorlog

2

Straatcriminaliteit

4

Racisme

8

Misdaad tegen militaire tucht

0

Volksgezondheid

0

Dierenmishandeling

0

 

179

 

 

§2. SPIRIT

 

A. Verkiezingsprogramma's

 

Het eerste verkiezingsprogramma van SPIRIT is gericht op de federale verkiezingen van 2003.[53] Er word veel aandacht aan criminaliteit gegeven. Zowel fiscale als sociale fraude is voor SPIRIT iets wat dringend moet aangepakt worden, want het heeft tot gevolg dat de sociale zekerheid onbetaalbaar wordt. "De volgende regering moet werk maken van een totaalplan inzake fiscale en sociale fraude. Deze beide vormen van fraude ondermijnen het stelsel van sociale zekerheid niet alleen financieel, maar ondergraven ook de legitimiteit ervan."[54]

 

Op het eerste zicht lijkt het dat de partij het pacifistisch gedachtegoed van de VU heeft behouden. Oorlogen, geweld en wapenhandel worden uitgebreid behandeld. Drugsproblematiek wordt ook enkele keren vermeld maar is vooral interessant omdat SPIRIT een onderscheid maakt tussen soft- en harddrugs en tussen illegale drugs en legale drugs (alcohol en tabak). Men wilt softdrugs onder bepaalde voorwaarden legaliseren. Er is een eerste keer een verwijzing naar pesten op het werk. Men kaart ook aan dat migranten "haast verplicht worden tot misbruik van de asielprocedure omwille van de restrictieve procedure voor asielaanvraag".[55]

 

2004. Het verkiezingsprogramma van SPIRIT[56] voor dit jaar is één van de weinige zonder een vermelding van fiscale fraude. Sociale fraude wordt ook slecht éénmaal vermeld, terwijl dit in 2003 nog zeven keer te vinden was. De wapenhandel en de milieuproblematiek zijn voor SPIRIT bij de Vlaamse verkiezingen veruit het belangrijkste. Wellicht komt dit omdat milieubevoegdheden en de goedkeuring voor wapenleveringen bevoegdheden zijn geworden van de gewesten. Dit verklaart ook waarom deze onderwerpen voor de federale verkiezingen van 2003 van ondergeschikt belang waren. Toch klopt dit maar in beperkte mate want een onderwerp als terrorismebestrijding, wat eigenlijk een onderwerp is voor de federale verkiezingen, want een taak van de Belgische staatsveiligheid, komt enkel in 2004 ter sprake. Zouden de bomaanslagen in Madrid op 11 maart 2004 hier iets mee te maken hebben?

 

Tabel 10. Vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van SPIRIT.

 

2003

2003

Totaal

Milieu

3

14

17

Geweld

6

8

14

Diefstal

0

1

1

Vandalisme

0

0

0

Terrorisme

0

5

5

Fiscale fraude

10

0

10

Sociale fraude

7

1

8

Drugsproblematiek

5

3

8

Zedenfeiten

0

0

0

Wapenbezit

3

14

17

Jeugdcriminaliteit

3

6

9

Moord

0

0

0

Asielmisbruik

1

0

1

Maffia

0

0

0

Bouwmisdrijf

1

1

2

Oplichting

2

1

3

Mensenhandel

1

1

2

Hooliganisme

0

0

0

Verkeer

0

1

1

Discriminatie

2

3

5

Racisme

2

1

3

Volksgezondheid

0

0

0

Dierenmishandeling

0

0

0

Straatcriminaliteit

1

1

2

Oorlog

8

3

11

 

"SPIRIT ziet rondhangende jongeren niet als een veiligheidsprobleem. Rondhangen is een recht, en een manier waarop jongeren sociaal contact organiseren en beleven."[57] Tenslotte komt de partij graag naar buiten als pacifistische partij: "Spirit pleit als pacifistische partij voor de vredesdriehoek: vrede door ontwapening, ontwikkeling en zelfbestuur. Dat zijn de drie kernelementen om oorlogen en conflict te voorkomen."[58]

 

Als we het aantal vermeldingen van het woord “criminaliteit” en de verschillende vormen van criminaliteit in de verschillende verkiezingsprogramma’s in een tabel en grafiek plaatsen bekomen we het volgende:

 

Tabel 11. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van SPIRIT.

Jaar

term criminaliteit

vormen van criminaliteit

criminaliteit in totaal

2003

2

55

57

2004

5

64

69

TOTAAL

7

119

126

 

In grafiek 7 is duidelijk te zien dat SPIRIT minder criminaliteit vermeld in haar verkiezingsprogramma's dan haar voorganger de Volksunie. 2004 komt op bijna hetzelfde niveau als de VU in 1995, maar blijft ver onder het piekjaar 1999. Ook valt het op dat de vermeldingen van de term criminaliteit bijzonder laag blijven. SPIRIT gelijkt wat dit betreft duidelijk op de VU. Men praat zeer specifiek over criminaliteit.

 

Nu bekijken we in grafiek 8 het aantal vermeldingen van alle vormen van criminaliteit per bladzijde in de verkiezingsprogramma's. Door het extreem lage aantal keer dat de term criminaliteit is gebruikt, respectievelijk twee en vijfmaal, bekijken we hier alleen het aantal vermeldingen van criminaliteit in het algemeen per A4-pagina.

 

Grafiek 7. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen
van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de Volksunie en SPIRIT.

 

Grafiek 8 geeft ons geen duidelijkheid over de aandacht die SPIRIT aan criminaliteit wilt geven. In 2003 zijn er gemiddeld meer dan twee vermeldingen over criminaliteit per pagina. Deze stijging wordt echter in grote mate teniet gedaan in 2004. In het programma van de laatste verkiezing leest men per pagina bijna zoveel over onwettige praktijken als in 1995 en 1999. Zou SPIRIT, meer dan de VU (in de mate dat de deelgebieden er al bevoegdheden hadden), rekening houden met de bevoegdheden van het bestuursniveau waarvoor er verkiezingen worden georganiseerd?

 

Nu bekijken we in grafiek 8 het aantal vermeldingen van alle vormen van criminaliteit per bladzijde in de verkiezingsprogramma's. Door het extreem lage aantal keer dat de term criminaliteit is gebruikt, respectievelijk twee en vijfmaal, bekijken we hier alleen het aantal vermeldingen van criminaliteit in het algemeen per A4-pagina.

 

Grafiek 8. Vermeldingen van de totale criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s

van de Volksunie & SPIRIT gedeeld door het aantal A4-pagina's.

 

B. SPIRIT en criminaliteit.

 

SPIRIT praat vaker over criminaliteit, misdrijven en overtredingen in het algemeen dan haar voorganger de Volksunie. Milieucriminaliteit blijft echter belangrijk. De drugsproblematiek en fiscale fraude zijn wat op de achtergrond geraakt in vergelijking met de VU. Ook met een aanpak van jeugdcriminaliteit en racisme te beloven probeert SPIRIT de kiezer voor zich te winnen.

 

De VU werd gekenmerkt door pacifisme, gelijkheid en verzet tegen de verzuiling. Deze kenmerken zijn zeker nog terug te vinden bij SPIRIT. Wat betreft de verzuiling/discriminatie wilt men vooral de gelijke behandeling van de onderwijszuilen en dan vooral op financieel gebied. Wat betreft gelijkheid zijn er voor de twee verkiezingsprogramma's relatief veel vermeldingen van discriminatie en racisme. Ook het pacifisme wordt onrechtstreeks vaak vermeld, toch valt dit niet terug te vinden in het aantal verwijzingen naar illegale wapenhandel en oorlog.

 

Het taalgebruik van SPIRIT is duidelijk minder repressief dan de VU. Men heeft veel aandacht voor de sociale situatie van de dader en voor een mogelijke reïntegratie in de samenleving. Men wijst ook erop dat het subjectief onveiligheidsgevoel niet zal verdwijnen met een repressief beleid.

 

Of de N-VA hierin verschilt bekijken we in de volgende paragraaf.

 

Tabel 12. Aantal vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van SPIRIT.

 

Totaal

Term criminaliteit

12

Geweld

2

Diefstal

1

Vandalisme

0

Terrorisme

0

Fiscale fraude

0

Sociale fraude

1

Drugsproblematiek

4

Zedenfeiten

0

Wapenbezit

0

Jeugdcriminaliteit

6

Moord

0

Asielmisbruik

0

Maffia

0

Bouwmisdrijf

1

Oplichting

0

Mensenhandel

0

Hooliganisme

0

Verkeer

0

Milieu

7

Spionage

0

Discriminatie

2

Mediacriminaliteit

0

Oorlog

0

Straatcriminaliteit

1

Racisme

4

Misdaad tegen militaire tucht

0

Volksgezondheid

0

Dierenmishandeling

0

 

41

 

 

§3. De N-VA

 

A. Verkiezingsprogramma's

 

Het eerste verkiezingsprogramma voor de N-VA spreekt vaak over criminaliteit in het algemeen en over het milieu. Het pacifistisch gedachtegoed van de VU komt weer duidelijk opzetten. Zo heeft men het erover dat de N-VA tegen de oorlog in Irak is en dat men al het juridisch mogelijke heeft gedaan om de wapenlevering naar Nepal te verhinderen.[59]

 

In 2004 spreekt de partij duidelijk minder over criminaliteit in het algemeen. Milieucriminaliteit blijft het belangrijkste. Maar ook sociale fraude wordt zeker en vast niet vergeten. Verrassend is dat hooliganisme tweemaal vermeld word. De N-VA is ontevreden over het beleid (fancard) dat word gevoerd met betrekking tot de beteugeling van hooliganisme.[60]

 

Voor de N-VA zien we in tabel 12 dat men veel aandacht schenkt aan het milieu in verhouding tot de andere criminaliteitsvormen. Daarnaast zijn gewelddadige conflicten en sociale en fiscale fraude voor de N-VA de moeite waard om te vermelden. De N-VA lijkt toch criminaliteit minder belangrijk te vinden als maatschappelijk probleem dan hun collega's van  SPIRIT. Dit valt op als we tabel 13 vergelijking met tabel 10 uit de vorige paragraaf.

 

In tabel 13 valt ook onmiddellijk het extreem lage aantal vermeldingen van de term criminaliteit op. Dit stemt wel overéén met SPIRIT. Grafiek 9 daarentegen maakt duidelijk dat N-VA in vergelijking amper aandacht heeft voor criminaliteit. De VU heeft duidelijk meer belangstelling gehad voor de criminaliteitsproblematiek op het einde van de jaren '90. Waarom de N-VA zo'n desinteresse voor criminaliteit heeft is onduidelijk. Zeker omdat men kan verwachten dat de N-VA, als de meer rechtse vleugel van de oude Volksunie, meer aandacht geeft aan criminaliteit.

 

In grafiek 10 bekijken we of deze desinteresse ook blijft standhouden als we aantal vermeldingen delen door het aantal A4-pagina's. Zoals bij SPIRIT bekijken we hier alleen het aantal vermeldingen van alle criminaliteitsvermeldingen per pagina omdat de term criminaliteit veel te weinig voorkomt in de documenten.

 

Tabel 13. Vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de N-VA.

 

2003

2004

Totaal

Geweld

0

0

0

Diefstal

0

0

0

Vandalisme

0

0

0

Terrorisme

0

0

0

Fiscale fraude

2

2

4

Sociale fraude

2

3

5

Drugsproblematiek

0

0

0

Zedenfeiten

0

0

0

Wapenbezit

1

2

3

Jeugdcriminaliteit

0

1

1

Moord

0

0

0

Asielmisbruik

0

0

0

Maffia

0

0

0

Bouwmisdrijf

0

1

1

Bedrog

1

0

1

Mensenhandel

0

0

0

Hooliganisme

0

2

2

Verkeer

2

1

3

Milieu

4

4

8

Spionage

0

0

0

Discriminatie

0

1

1

Mediacriminaliteit

0

0

0

Oorlog

3

1

4

Straatcriminaliteit

2

0

2

Racisme

0

0

0

Misdaad tegen militaire tucht

0

0

0

Volksgezondheid

0

0

0

Dierenmishandeling

0

0

0

 

17

18

35

 

We zien dat er een dalende trend is maar deze is gematigd. In grafieken 9 en 10 is een dalende trend zichtbaar. Dus we kunnen besluiten dat de N-VA minder attentie heeft voor de criminaliteitsproblematiek dan haar voorganger de Volksunie. Toch moet er op gewezen worden dat we N-VA over een korte periode hebben bestudeerd, hetzelfde geldt voor SPIRIT. Of deze lagere belangstelling voor crimineel gedrag permanent is zal de toekomst uitwijzen.

 

Tabel 14. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de N-VA.

 

Jaar

term criminaliteit

vormen van criminaliteit

criminaliteit in totaal

2003

4

17

21

2004

1

18

19

TOTAAL

5

35

40

 

Grafiek 9. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen
van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de Volksunie en N-VA.

 

 

Grafiek 10. Vermeldingen van de totale criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s

van de N-VA gedeeld door het aantal A4-pagina's.

 

B. De N-VA en criminaliteit.

 

Tabel 15. Aantal vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de N-VA.

 

 

Totaal

Term criminaliteit

5

Geweld

0

Diefstal

0

Vandalisme

0

Terrorisme

0

Fiscale fraude

4

Sociale fraude

5

Drugsproblematiek

0

Zedenfeiten

0

Wapenbezit

3

Jeugdcriminaliteit

1

Moord

0

Asielmisbruik

0

Maffia

0

Bouwmisdrijf

1

Oplichting

1

Mensenhandel

0

Hooliganisme

2

Verkeer

3

Milieu

8

Spionage

0

Discriminatie

1

Mediacriminaliteit

0

Oorlog

4

Straatcriminaliteit

2

Racisme

0

Misdaad tegen militaire tucht

0

Volksgezondheid

0

Dierenmishandeling

0

 

40

 

 

Milieucriminaliteit komt het meest voor in de teksten van de N-VA. Daarnaast is er asielmisbruik, fiscale en sociale fraude en wapenhandel. In verhouding tot de rest wordt de term criminaliteit nog relatief vaak gebruikt bij de N-VA maar in absolute cijfers zijn het maar 5 vermeldingen.

 

Het pacifisme van de Volksunie komt men als lezer vaak terug tegen in de documenten van de Nieuw-Vlaamse Alliantie. Oorlog en wapenhandel zijn ook vormen van crimineel gedrag die vertegenwoordigd zijn in de tabellen. Wat betreft de verzuiling is er veel minder te lezen. Dit heeft tot gevolg dat er ook minder vermeldingen zijn van discriminatie. Als we dan toch er een stukje over tegenkomen is het veel gematigder en wijst men de verzuiling niet meer radicaal af. "Het is niet de taak van de overheid om politieke of levensbeschouwelijke neutraliteit aan het verenigingsleven op te leggen (ontzuiling)... Anderzijds mag de overheid ook geen ideologische opdeling (verzuiling) aan de samenleving opdringen door zuilorganisaties exclusieve posities te geven of er taken aan toe te vertrouwen die de gemeenschap zelf in handen dient te houden."[61] Tenslotte werd de VU gekenmerkt door de strijd om gelijkheid. Dit is nog steeds belangrijk voor de N-VA, hoewel het in de teksten een beetje minder centraal staat en er zo goed als geen vermeldingen van discriminatie en racisme zijn.

 

Het taalgebruik van de N-VA wordt gekenmerkt door een combinatie van repressieve opvattingen over criminaliteit, en een betere begeleiding en hulpverlening in probleemsituaties. Zo is de N-VA bijvoorbeeld tegenstander van enige legalisatie van drugs, of het nu om softdrugs of harddrugs gaat. Een ander voorbeeld vindt men in het beleid naar allochtonen toe.

 

"De N-VA is zeker niet blind voor de specifieke samenlevingsproblemen in de Vlaamse centrumsteden met sommige, overwegend jonge, allochtonen van de tweede en derde generatie. Hierover kan geen enkele onduidelijkheid bestaan: de wet geldt voor iedereen op dezelfde manier. Een allochtonen-knuffelbeleid is beledigend voor autochtonen en allochtonen... Volgens de N-VA ligt de enige oplossing van de bestaande problemen (met allochtonen) in een realistische en volgehouden beleid waarbij men allochtonen enerzijds kordaat aanspoort en anderzijds kansen geeft om als volwaardige burgers te functioneren in de Vlaamse publieke cultuur."[62]

 

 

Hoofdstuk 3. De christen-democratische partij

 

Na het bekijken van het Vlaams Blok en de Volksunie met haar erfgenamen is het nu de beurt aan de CVP/CD&V. We beginnen zoals bij de vorige partijen met een historische schets, gevolgd door een analyse van de verkiezingsprogramma's.

 

 

§1. Een historische schets[63]

 

18 en 19 augustus 1945. Politici van de vooroorlogse katholieke partij, vertegenwoordigers van de christelijke sociale organisaties en een groep jongeren stichten een nieuwe politieke partij: de Christelijke Volkspartij (CVP). Bij de eerste naoorlogse verkiezingen in februari 1946 wordt de CVP de grootste politieke formatie van het land.

 

De kwestie-Leuven leidt niet alleen tot de val van de regering-Vanden Boeynants (1966-68), maar doet ook de unitaire CVP/PSC uit elkaar vallen. Met de tandem Tindemans-Martens gaat de partij van overwinning naar overwinning bij de verkiezingen in de jaren zeventig.

 

In het begin van de jaren '80 blijkt dat de financiële en economische toestand van het land bijzonder zorgwekkend is. Wilfried Martens stelt in maart 1981 een shocktherapie voor, maar wordt niet gevolgd. Mark Eyskens vervangt hem aan het hoofd van dezelfde regeringsploeg. Zijn regering gaat reeds na enkele maanden ten onder in het staaldossier waarvoor de Waalse socialisten absloute prioriteit eisen. Bij de daaropvolgende verkiezingen van november 1981 lijdt de CVP een zware nederlaag.

 

Na de harde verkiezingsles van november 1981 wordt het roer door de CVP drastisch omgegooid. De interne samenhorigheid wordt versterkt en de acties van de partij en de ministers beter op elkaar afgestemd. Op regeringsvlak wil de CVP absolute prioriteit voor de sociale, economische en financiële problemen. Niettegenstaande het onpopulaire herstelbeleid komt de CVP versterkt uit de verkiezingen van oktober 1985. De nieuwe regering-Martens VI die na de verkiezingen tot stand komt, wil het gevoerde sociaal-economisch beleid voortzetten. De Voeren-kwestie legt evenwel een hypotheek op het regeringswerk en leidt in oktober 1987 tot de val van de regering.

 

Na de minder goede score bij de parlementsverkiezingen van december 1987 behaalt de CVP bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 en de Europese verkiezingen van juni 1989 een goed resultaat. Daarna breekt een moeilijke periode aan die begint met de abortuskwestie. De CVP vecht voor haar overtuiging, maar kan de goedkeuring van de abortuswet in maart 1990 niet verhinderen. Begin oktober 1991 valt de regering Martens VIII na een bijzonder hevige communautaire confrontatie over de uitvoer van wapens naar het Midden-Oosten. Bij de daaropvolgende parlementsverkiezingen in november lijden de regeringspartijen een zware nederlaag. Na het Heizelcongres ‘Politiek dicht bij de mensen’ van juni 1993 gaat de CVP verder met haar vernieuwing. Onder impuls van Johan Van Hecke die in september 1993 de leiding van de partij in handen neemt, worden nieuwkomers uit de culturele sector, de ondernemerswereld en de groene beweging aangetrokken. Bij de verkiezingen van 21 mei houdt de CVP stand en heeft met J.L. Dehaene en L. Van den Brande de leiding van de federale en de Vlaamse regering.

 

In mei 1999 breekt in België de dioxinecrisis uit. De verkiezingen van 13 juni 1999 zijn dan ook voor alle regeringspartijen een electorale afstraffing. Boegbeeld Jean-Luc Dehaene neemt het verlies op zich en zet een stap achteruit. De partij wil zich herbronnen en wordt naar de oppositie verwezen. Voor het eerste in veertig jaar neemt de CVP zowel op het federale beleidsniveau als op het Vlaamse beleidsniveau niet deel aan de regering.

 

De gemeenteraadsverkiezingen van 2000 luiden het keerpunt in: de CVP voert een sterke campagne rond het thema "midden de mensen" en haalt 32 % van de stemmen. Dit is het startschot van een vernieuwingsoperatie . Die komt er in 2001. De CVP beseft dat ze dringend iets aan haar imago moet doen. Ze is sinds haar oprichting een beleidspartij geweest, en daardoor is haar profiel verbleekt. Deze resulteert op 28 en 29 september in een groots opgezet vernieuwingscongres in Kortrijk. De partij neemt een nieuwe start en gaat voortaan als CD&V door het leven. Bij de verkiezingen van 18 juni haalt de partij niet het verhoopte resultaat. De CD&V verliest 1 procent en 2 kamerzetels. Yves Leterme neemt in 2003 de fakkel over. Door een kartel te vormen met de N-VA biedt de partij zich als CD&V/N-VA aan als een alternatief bij de verkiezingen van 2004. Met succes: CD&V/N-VA wint bij de verkiezingen in 2004.

 

Tabel 16. Verkiezingspercentage van de Vlaamse christen-democraten voor de federale,
Europese en Vlaamse verkiezingen van 1978 tot 2004 van de Belgische bevolking.

* percentage voor het Vlaams Parlement is niet van de Belgische bevolking

maar van de Vlaamse kiesgerechtigden.

 

Jaar

Kamer

Senaat

Europees Parlement

Vlaams Parlement*

1978

26,1

25,9

 

 

1979

 

 

29,5

 

1981

19,3

19,3

 

 

1984

 

 

19,8

 

1985

21,3

21,0

 

 

1987

19,5

19,2

 

 

1989

 

 

21,1

 

1991

16,8

16,8

 

 

1994

 

 

17,0

 

1995

17,2

16,8

 

26,8

1999

14,1

14,7

13,5

22,1

2003

13,3

12,7

 

 

2004

 

 

17,4

26,1

Bron: VUB, Belgische verkiezingen, 2001 (09.11.2005, http://www.vub.ac.be/belgianelections/Browser.html);

           Federale overheid, Federale Parlementsverkiezingen op 18 mei 2003, 2003 (10.11.2005, http://verkiezingen2003.belgium.be/index_nl.shtml);

           Federale overheid, Verkiezingen 13 juni 2004, 2004 (10.11.2005, http://verkiezingen2004.belgium.be/nl/index.html).

 

 

§2. De verkiezingsprogramma's

 

Het verkiezingsprogramma van de CVP heeft in 1978 vooral aandacht voor sociale en fiscale fraude. Men zag ook al in dat er iets moest gedaan worden tegen de milieucriminaliteit. Daarnaast was er kritiek op wapenleveringen naar ontwikkelingslanden. Men probeerde ook de vrouwelijke kiezer voor zich te winnen door aandacht te schenken aan discriminatie op basis van het geslacht.[64]

 

Van de Europese verkiezingen van 1979 hebben we geen verkiezingsprogramma kunnen bemachtigen.

 

In het meer uitgebreide verkiezingsprogramma van 1981[65] is milieucriminaliteit veruit het belangrijkste onderwerp. Sociale en fiscale fraude blijven echter ook aandacht genieten. Discriminatie echter valt vaker te lezen dan fiscale en sociale fraude. Het gaat hier over twee vormen van discriminatie. Ten eerste de discriminatie ten opzichte van vrouwen en ten tweede de financiële discriminatie van het vrij onderwijs ten opzichte van het staatsonderwijs. In de tabel 19 zien we voor 1981 ook één keer hooliganisme. Het gaat hier niet specifiek over hooliganisme maar over "het behoud van de openbare rust en veiligheid".[66] Ten slotte heeft men het op een moment over "economische criminaliteit".[67] Wat men hier precies mee bedoeld wordt niet duidelijk gemaakt.

 

De verkiezingsprogramma's van 1984 en 1985 zijn niet terug te vinden op de studiedienst van de Vlaamse christen-democraten.

 

Het 42-bladzijden tellende programma van 1987[68] vindt ook weer milieucriminaliteit het belangrijkste. Geweld staat op een tweede plaats, maar dit is een ruim begrip. Hieronder verstaan we onder andere intimidatie, gewelddadige incidenten als verwaarlozing. Alle drie komen ze voor in het verkiezingsprogramma. Criminaliteit in het algemeen en discriminatie, weer vooral ten op zichte van vrouwen, komt ook aan bod. Verrassend is de grote aandacht voor zedenfeiten en meer specifiek voor kinderprostitutie en het gebruik van kinderen in pornografie en video. Dit kan totaal geen betrekking hebben met de Dutroux-affaire. Zal men na de Dutroux-affaire meer aandacht hebben voor zedenfeiten en in het bijzonder pedofilie?

 

Voor de Europese verkiezingen van 1989 heeft de CVP in haar programma veel minder aandacht voor de criminaliteitsproblematiek. Toch in absolute cijfers. Het beschadigen van het milieu blijft ook deze keer het belangrijkste gevolgd door geweld en terrorisme. Het programma telt maar weinig bladzijden, slechts zeven. Dus het kan wel goed zijn dat er proportioneel veel over criminaliteit word gesproken in vergelijking met de andere verkiezingsprogramma's.[69]

 

"Goed leven in Vlaanderen ook morgen" gaat volgens de CVP samen met een aanpak van de criminaliteit. Men beschrijft vele vormen van criminaliteit in 1991. Dit gaat van mensenhandel, racisme en geweld tot dopinggebruik, hooliganisme en discriminatie tussen mannen en vrouwen. Slechts enkele vormen van criminaliteit worden ruimer besproken. Het gaat hier over milieu- en drugscriminaliteit, discriminatie en geweld.[70]

 

Zoals in 1991, heeft het Europees verkiezingsprogramma van 1994[71] aandacht voor een ruim assortiment van verschillende vormen van criminaliteit. Juist zoals drie jaar eerder blijken milieucriminaliteit en geweld de moeite waard om extra aandacht te schenken. De CVP vindt een efficiënte misdaadbestrijding noodzakelijk om het vertrouwen van de burger in de overheid te herstellen.[72]

 

De partij gebruikt ook enkele keren de term "rentmeesterschap". Het gaat dan vooral over milieucriminaliteit maar het heeft ook betrekking tot het onveiligheidsgevoel. Deze term is in de jaren zeventig ontstaan in Nederland en lijkt haar weg naar Vlaanderen gevonden te hebben. "Rentmeesterschap is een wat vreemde term. De betekenis is nochtans eenvoudig: zorg dragen voor onze samenleving, haar ongeschonden en verrijkt doorgeven aan volgende generaties. De grote uitdagingen waarmee Vlaanderen en Europa vandaag geconfronteerd worden, houden daar direct verband mee: milieuvervuiling, werkloosheid, armoede, onveiligheid,... Wij zullen deze problemen moeten aanpakken als wij de volgende generaties een menswaardig bestaan willen verzekeren."[73]

 

Op 21 mei 1995 zijn er opnieuw verkiezingen. Ook nu weer blijven geweld en milieucriminaliteit voor de CVP belangrijk. Daarnaast worden fiscale fraude, de georganiseerde misdaad en de drugsproblematiek niet onderkend. Toch worden er geen banden gelegd tussen deze vormen van criminaliteit. Opvallend is de terug grote belangstelling voor drugscriminaliteit.[74] In het programma van de Europese verkiezingen van 1994 was hier nog amper sprake van. Om de jeugdcriminaliteit aan te pakken wilt de CVP de benadering van de "herstelidee" toepassen. "Daarnin wordt een herstelverplichting ten aanzien van het concrete slachtoffer betracht en via de gemeenschapsdienst een goedmaking ten aanzien van de samenleving."[75]

 

In 1999 waren er verkiezingen voor Senaat, Kamer, Vlaams Parlement en Europa. De CVP dacht met onder andere wat extra aandacht voor criminaliteit de kiezer te overtuigen. Milieucriminaliteit blijft ook nu weer het belangrijkste. Alle vormen van discriminatie worden door de christen-democraten ook duidelijk als onwenselijk beschouwd. De aandacht voor geweld is proportioneel wat verminderd. Verrassend is de plotse grote aandacht voor de jeugdcriminaliteit. Tenslotte valt het op dat de CVP in 1999 veel vaker over criminaliteit in het algemeen spreekt.[76]

 

De trend om meer te spreken over criminaliteit in het algemeen zet zich in 2003 door. Meer specifiek praat men dan weer eerder over fiscale en sociale fraude en na 11 september 2001 logischerwijze ook vaak over terrorisme. Geweld en milieucriminaliteit blijven ook belangrijk maar worden proportioneel duidelijk minder vermeld in het 86 pagina's tellende verkiezingsprogramma van 2003.[77]

 

Bijzonder opvallend was de term "milieufraude" die de christen-democraten in 2003 voor het eerst gebruikten in hun verkiezingsprogramma's. Mag men dit gelijkschakelen met milieucriminaliteit? De partij klaagt alleszins dat het niet voldoende aangepakt wordt. "De milieufraude wordt nog steeds onvoldoende aangepakt. De parketten zijn onderbemand om die vorm van criminaliteit te bestrijden."[78]

 

Tabel 17. Vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de Vlaamse christen-democraten.

 

1978

1981

1987

1989

1991

1994

1995

1999

2003

2004

Totaal

Geweld

0

3

5

3

4

4

6

7

9

9

50

Diefstal

0

0

1

2

1

1

0

0

4

0

9

Vandalisme

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Terrorisme

0

0

1

3

0

1

0

1

10

0

16

Fiscale fraude

3

6

1

0

2

3

5

2

16

2

40

Sociale fraude

5

4

1

0

2

1

3

3

11

1

31

Drugsproblematiek

0

3

2

0

6

1

7

2

9

7

37

Zedenfeiten

0

0

4

0

2

1

0

1

0

0

8

Wapenbezit

1

2

0

2

0

0

2

1

2

1

11

Jeugdcriminaliteit

0

0

0

0

1

0

2

5

2

3

13

Moord

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

1

Asielmisbruik

0

0

0

0

0

0

0

1

1

1

3

Maffia

0

0

0

0

0

1

5

4

7

0

17

Bouwmisdrijf

0

0

1

0

0

0

1

2

1

13

18

Bedrog

0

0

0

0

0

0

1

0

2

0

3

Mensenhandel

0

0

1

0

1

1

0

1

0

0

4

Hooliganisme

0

1

0

0

1

0

1

0

0

0

3

Verkeer

0

0

0

0

0

0

4

4

6

6

20

Milieu

2

14

6

4

5

5

5

12

9

10

72

Spionage

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Discriminatie

1

7

3

2

4

1

3

9

4

7

41

Mediacriminaliteit

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

1

Oorlog

0

0

1

1

0

2

1

0

2

0

7

Straatcriminaliteit

0

0

1

0

2

0

0

1

0

0

4

Racisme

0

0

0

0

1

2

0

0

0

1

4

Misdaad tegen militaire tucht

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Volksgezondheid

0

0

0

1

0

0

0

0

3

0

4

Dierenmishandeling

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

12

40

28

18

32

24

46

58

98

61

417

 

In 2004 is er minder aandacht voor criminaliteit. Criminaliteit in het algemeen valt maar éénmaal in het 80 pagina's grote verkiezingsprogramma. De twee meest te lezen vormen van criminaliteit hebben te maken met Vlaamse bevoegdheden. Het gaat over bouwovertredingen en milieucriminaliteit. Toch zijn zeker discriminatie, drugscriminaliteit en verkeersovertredingen niet van ondergeschikt belang.[79]

 

In tabel 16 is zichtbaar dat de CVP/CD&V vooral aandacht besteedt aan milieucriminaliteit, gevolgd door geweld, discriminatie en fiscale fraude. Uit tabel 17 is af te leiden dat de christen-democraten relatief weinig praat over criminaliteit in het algemeen. Het programma van 2003 is hierop misschien een uitzondering. Toch is ook in het verkiezingsprogramma van 2003 minder dan 1/4de van de criminaliteitsvermeldingen criminaliteit in het algemeen. Opvallend is ook de zeer lage score van 2004. Slechts 1 vermelding! Dit wordt visueel beter zichtbaar in grafiek 11.

 

Tabel 18. Vermeldingen van de term “criminaliteit” en de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van de Vlaamse christen-democraten.

 

Jaar

term criminaliteit

vormen van criminaliteit

criminaliteit in totaal

1978

0

12

12

1981

1

40

41

1987

3

28

31

1989

0

18

18

1991

3

32

35

1994

3

24

27

1995

4

46

50

1999

10

58

68

2003

29

98