| Politieke partijen en criminaliteit. Een evaluatie van 1978 tot 2004. (Toon Colen) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
"De veiligheidsplannen van CVP, SP en VLD verschillen niet zoveel van elkaar. Hoewel ze allen hebben verklaard van veiligheid geen verkiezingsthema te maken, doen ze nu toch mee aan de veiligheidsrage. En in die discussie is 't VB de locomotief."
(Paul Ponsaers, professor aan de universiteit van Gent,
Gazet van Antwerpen, 27 maart 1999)
Inleiding. Afbakening, problemen en methode.
Tegenwoordig krijgt criminaliteit veel aandacht in de media, de politiek en de publieke opinie. Het leek ons zinvol aan een aspect van deze problematiek onze verhandeling te wijden. Wij werden vooral geboeid door de vraag in hoeverre de aandacht van de politieke partijen voor criminaliteit de laatste jaren is toegenomen.
Om op deze vraag te antwoorden zullen wij een onderzoek uitvoeren naar de verkiezingsprogramma’s van de Vlaamse politieke partijen tussen 1978 en 2004. Onze begindatum 1978 wordt verantwoord door het verschijnen van het Vlaams Blok in dat jaar. Het is immers een veel gehoorde bewering dat het Vlaams Blok onveiligheid en criminaliteit op de agenda heeft gebracht. Door de programma’s van verschillende partijen over een langere tijsperiode te onderzoeken hopen wij daarover meer duidelijkheid te kunnen verschaffen.
Bij de afbakening van ons onderwerp doken al snel enkele problemen op. Allereerst was er de vraag: wat is criminaliteit nu precies? Iedereen heeft wel een beeld van crimineel gedrag en wat een crimineel is maar een definitie ervan geven is geen eenvoudige zaak. Ook in de literatuur is er geen eenduidige definitie te vinden. Sommige noemen criminaliteit elk tot strafbaar feit benoemd gedrag.[1] Maar kan men een voetganger die bij rood licht oversteekt al een crimineel noemen?
Bovendien kan men een onderscheid maken tussen criminaliteit in het publieke domein en andere vormen van criminaliteit zoals huiselijk geweld of belastingsfraude. In het publieke domein kan men bovendien een onderscheid maken tussen strategisch, instrumenteel en expressief geweld. Men kan criminaliteit ook opdelen naargelang van de motivatie. Is het een antwoord op een krenking van de persoonlijkheid of een middel voor het bereiken van gewin, macht of lust. Daarnaast zijn er ook vormen van criminaliteit die vooral gebaseerd zijn op een ideologie. Denk maar aan het terrorisme.[2]
Figuur 1: Typologie van geweld in het publieke domein.[3]
|
|
Krenking |
|
|
Gewin/macht/lust |
Ideologie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Strategisch |
|
|
|
|
|
terrorisme |
|
|
|
|
|
|
politiek verzet |
|
|
|
|
|
|
|
massale vechtpartij |
|
|
Instrumenteel |
|
|
|
straatroven |
|
|
|
|
|
|
vandalisme |
|
|
|
|
|
|
schoolpleinmoord |
|
|
|
|
|
|
uitgaansgeweld |
|
|
|
|
|
|
Expressief |
|
voetbalhooligans |
|
|
|
|
Criminaliteit is dus een allesbehalve duidelijk af te bakenen begrip. Ten eerste wordt ons beeld over criminaliteit gevormd door een wisselwerking tussen de media, de politiek en de publieke opinie. De zogenaamde agenda-setting. Ten tweede is het erg subjectief. Bepaalde personen tillen zwaar aan belastingsfraude terwijl andere personen steigeren bij het gebruik van softdrugs. Ten derde verandert ons beeld wat betreft crimineel gedrag doorheen de tijd. Het bewijs hiervan is de aanpassing van het strafwetboek.
Het meest eenvoudige antwoord op dit probleem is een zeer ruime interpretatie van criminaliteit te gebruiken. We zullen onder criminaliteit niet alleen elk gedrag dat tot strafbaar feit benoemd is verstaan maar ook de gedragingen die nog niet verboden zijn bij wet maar die een politieke partij wel graag zou verbieden.
Dat laatste brengt ons bij het al eerder vermelde punt van de agenda-setting.
Het agenda-setting proces is een voortdurende wisselwerking tussen de media, specialisten, publieke opinie, politieke elite... De theorie van agenda-setting geeft een uitleg waarom bepaalde problemen wel zichtbaar zijn voor de burgers, hoe de publieke opinie gevormd wordt en problemen wel of niet op de politieke agenda komen en uiteindelijk opgelost worden.[4]
Het proces van agenda-setting bestaat uit drie grote factoren die in wisselwerking staan met elkaar. De media-agenda, de publieke opinie en de politieke agenda. Deze eindverhandeling heeft betrekking op de politieke agenda. De resultaten die we gaan vinden met betrekking tot criminaliteit zijn dus een resultaat van de invloed van de media en publieke opinie op de politiek. Omgekeerd zal een vergrote aandacht voor criminaliteit vanuit de politiek tot gevolg hebben dat er meer interesse voor bestaat bij de media en de publieke opinie.
We moeten het speciale karakter van het probleem criminaliteit in beschouwing nemen. Meestal krijgt een sociaal probleem de nodige aandacht als er een strijd ontstaat tussen voor- en tegenstanders. Een goed hiervan is bijvoorbeeld euthanasie. Maar criminaliteit is een valence issue, een probleem waar maar één juiste ethische mening over bestaat. Men kan alleen maar tegenstander zijn van criminaliteit en de vermindering ervan wensen. Hetzelfde geld voor onderwerpen als kindermisbruik of drugsverslaving.[5]
Zulke valence issues komen meestal pas in de politieke agenda na een trigger event. Een trigger event kan men het best definiëren als een startschot dat plaats heeft op een bepaald moment in de tijd en dat dient om de aandacht voor het onderwerp te kristalliseren en aan te zetten tot actie. Denk maar aan de aandacht voor pedofilie na de Dutroux-affaire.[6]
Tenslotte moet men weten dat agenda-setting een zero-sum game kan zijn. Aandacht voor criminaliteit kan ten koste gaan van bijvoorbeeld sociale huisvesting en omgekeerd natuurlijk. Maar soms kan een heel belangrijk onderwerp dat veel aandacht krijgt niet ten koste gaan van andere onderwerpen, maar zelfs ten voordele van nauw verbonden onderwerpen. Een passend voorbeeld is de aandacht die er bestaat voor de werkloosheid van jonge allochtonen en de bestrijding van vormen van criminaliteit.[7]
Daarom leek het ons ook interessant en zinvol om de taal te analyseren die partijen hanteren. Dit is éénvoudiger gezegd dan gedaan. We kunnen taal verstaan als het geheel aan signalen waarmee mensen betekenissen doorgeven. Dat zijn woorden, zinnen en teksten, maar even goed gebaren, tekens, intonatie, emotieve uitdrukkingen, de aankleding van een boodschap, de context, de enscenering, de wijze waarop boodschappen uit contexten worden gerukt en in nieuwe contexten gebruikt worden en zo voort. Het is nuttig te onderstrepen dat deze betekenis een veel ruimer concept is dan datgene wat men doorgaans, in de volksmond, als "taal" omschrijft.[8] Hoewel we beseffen dat politieke taal erg ruim kan geinterpreteerd worden beperken we ons hier omwille van de objectiviteit tot de geschreven bronnen. Zonder uit het oog te verliezen dat deze teksten niet in een politiek vacuüm bestaan.[9]
We beperken voor dit onderzoek het aantal politieke partijen. Naast de drie traditionele partijen, betrekken we natuurlijk ook het Vlaams Blok/Belang in onze analyse. Daarnaast bekijken we de VU, later N-VA en Spirit. Deze laatste is erg interessant omdat uit de VU het Vlaams Blok is ontstaan en men zich de vraag kan stellen hoezeer de VU het Vlaams Blok is gaan kopiëren en in welke mate N-VA en Spirit zich zijn gaan afzetten ten op zichte van het Vlaams Blok/Belang. De groene partij (Agalev/Groen!) en de communistische partij (PvdA) laten we buiten beschouwing.
Om gemakkelijker een evolutie te kunnen maken voor elke partij en tussen de verschillende partijen hebben we voor onze bronnen enkele beperkingen ingevoerd. Ons eerste idee was een analyse te maken van alle verkiezingsprogramma's en congresresoluties van 1978 tot en met 2004.
Ten eerste werden we ons, na het lezen van de resoluties van drie partijen, bewust dat de congresresoluties ons weinig bij brachten. Congressen worden erg onregelmatig gehouden en worden meestal ook opgebouwd rond een bepaald thema. Hierdoor wordt een vergelijking tussen de partijen en een evolutie per partij onmogelijk. Bovendien wordt er weinig verteld wat niet in de verkiezingsprogramma komt te staan.
Ten tweede hebben we de verkiezingsprogramma's voor de gemeenteraadsverkiezingen laten vallen. Dit omdat er niet altijd een nationaal verkiezingsprogramma voor de verschillende gemeenteraadsverkiezingen was en de teksten op lokaal niveau amper worden bijgehouden over de tijdspanne die we in gedachten hebben.
Ten derde willen we er nog even op wijzen dat we er niet in geslaagd zijn geweest om voor elke partij alle verkiezingsprogramma's te verzamelen. Het valt op dat de meeste partijen niet bezig zijn met het bewaren van hun ideeën en beloftes voor het nageslacht. Voor de congresresoluties viel dit nog goed mee, maar met de verkiezingsprogramma's, die de meeste partijen slechts als propaganda voor de verkiezingen beschouwen, was het erger gesteld. Alle dertien programma's hebben we gevonden voor de socialisten en liberalen. Bij het Vlaams Blok is het Europees programma van 1979 ons ontglipt. Bij de christen-democraten hebben we er slechts tien van de dertien gevonden. Voor de Volksunie hebben we er slechts zeven van de elf. Over dit lage aantal van de VU hebben we het specifieker in hoofdstuk twee. Voor SPIRIT en de N-VA hebben we beide programma's.
Hoe hebben we nu onze analyse ondernomen?
Bij het lezen van de verkiezingsprogramma's worden telkens de verschillende termen aangeduid met arceerstift. (zie bijlage 1) Per term die voorkomt wordt er een vermelding aangegeven. Als er bijvoorbeeld een opsomming is (bv: we willen een harde aanpak van vandalisme, diefstal en intimidatie) dan worden de verschillende termen geteld. In bijlage 3 is er een voorbeeld te zien van een pagina uit een verkiezingsprogramma.
Deze termen worden dan gegroepeerd in de mate dat het mogelijk is. Soms is het onduidelijk in welke groep een term moet geplaatst worden. Bv: jeugdbendes: is dit jeugdcriminaliteit of georganiseerde criminaliteit of wordt er een aparte categorie voor gemaakt. Deze lijst werd op een inductieve wijze gevormd. Daarom werd het noodzakelijk beschouwd dat de eerste partij nog eens een tweede maal werd doorgenomen om te kijken of de resultaten overéénkomen met behulp van de uiteindelijke lijst.
Zo kan er voor elke partij teruggevallen worden op deze lijst om dezelfde verdeling te gebruiken.
Op de keuze van welke categorieën we gaan hanteren en welke termen onder elk van de categoriën vallen kan men kritiek geven. Zo beschouwen we discriminatie als een vorm van criminaliteit, zelfs als het gaat over discriminatie ten opzichte van leden van een andere ideologische zuil. Toch hebben we dit zo objectief mogelijk proberen te realiseren en door de vorming van de lijst is het voor elke partij hetzelfde.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de term "criminaliteit" en de verschillende vormen van criminaliteit. Zo ontstaan er 2 categorieën van gegevens die samen de algemene criminaliteitsaandacht van de partij voorstellen.
Het aantal meldingen van de verschillende vormen van criminaliteit en de term "criminaliteit" worden dan geteld per verkiezingsprogramma. Dit cijfermateriaal wordt voor de verschillende jaren naast elkaar gezet. Daarna worden ook nog eens het aantal vermeldingen van criminaliteit gedeeld door het aantal A4-pagina's waaruit de programma's bestaan. Dit dient om een vergelijking te kunnen maken hoezeer het onderwerp criminaliteit weegt op de verschillende programma's (of de programma's nu klein of erg uitgebreid zijn).
We willen er op wijzen dat we ons niet houden aan de paginanummering van de verkiezingsprogramma's zelf, als deze er al is, om te bepalen uit hoeveel A4-pagina's een programma bestaat. Zo laten we voor elk programma het titelblad en de inhoudstabel buiten beschouwing. Een eventueel voorwoord wordt wel opgenomen in de telling. Het aantal van eventuele A5-pagina's wordt gedeeld door twee en het aantal pagina's van het verkiezingsprogramma van de liberalen van 1985 wordt gedeeld door drie.[10]
Voor elk verkiezingsprogramma wordt er een korte evaluatie gemaakt. Hierbij wordt er vooral gewezen naar dingen die de aandacht trokken bij het lezen van de teksten en die relevant zijn voor het onderwerp van de thesis.
Tenslotte wordt er commentaar gegeven op de evoluties die door de verzamelde gegevens zichtbaar worden. Welke vormen van criminaliteit zijn belangrijk voor een bepaalde partij? Hoeveel aandacht geeft de partij aan de som van de verschillende vormen van criminaliteit, aan de term "criminaliteit" en aan criminaliteit in het algemeen? Het aantal vermeldingen per pagina en de evolutie daarvan in de tijdsperiode 1978-2004 wordt natuurlijk ook besproken.
Er wordt aandacht geschonken aan het taalgebruik en de ideeën over de criminaliteitsproblematiek. Dit gebeurd voor elke partij (met uitzondering van het hoofdstuk over de Volksunie) in de laatste paragraaf van ieder hoofdstuk. De aanpak van de criminaliteitsproblematiek die elke partij verkondigt hangt vaak samen met haar algemeen maatschappijbeeld. Dit zullen we dan ook proberen aan te geven. Voor de Volksunie gaan we bijvoorbeeld over de verzuiling van de samenleving spreken. Deze verzuiling zorgt voor discriminatie waartegen de VU zich afzet.
Onder andere professor Blommaert is dezelfde mening toegedaan: "Het is mijn punt dat het veiligheidsthema in een pakket zit samen met andere themata zoals migratie, integratie, multiculturaliteit, en daardoor ook met identiteit en de natie, en met globalisatie. Dit alles vormt een conceptueel en ideologisch geheel dat in zijn totaliteit (en complexiteit) moet verklaard worden. Discussies over veiligheid moeten concreet en regelmatig teruggevoerd worden tot die andere fenomenen; het thema ontleent er immers structuur en belang aan."[11]
Mijn doel, met deze verhandeling, is het creëren van een beeld hoe de Vlaamse politieke partijen denken over criminaliteit. Want niet alleen het idee van criminaliteit bij de publieke opinie kan veranderen, dit kan ook bij de media en bij de politieke actoren.
Als men gevraagd wordt één partij te koppelen aan het thema criminaliteit dan zal men wellicht het Vlaams Blok/Belang als antwoord geven. We hadden bij het starten van deze verhandeling gehoopt een antwoord te kunnen vinden op de vraag of het Vlaams Blok/Belang een zweepfunctie heeft (gehad) wat betreft de aandacht voor criminaliteit bij de Vlaamse partijen. Maar om dit te kunnen bewijzen hebben we gegevens nodig van partijen die niet beïnvloed kunnen zijn door het Vlaams Blok en dat is natuurlijk niet mogelijk.
Hoewel we geen antwoord kunnen bieden op de vraag of het Vlaams Blok een zweepfunctie heeft gehad, zijn er nog genoeg andere vragen te beantwoorden.
Voor welke vormen van criminaliteit heeft elke partij het meeste aandacht? Hoe is de verhouding tussen het aantal vermeldingen van de term "criminaliteit" en het totaal van criminaliteitsvormen? Is hierin een evolutie merkbaar tussen 1978 en 2004? Is er een andere evolutie zichtbaar als we kijken naar het aantal vermeldingen van criminaliteit per pagina of is deze juist hetzelfde? Welke invloed heeft de ideologie van de verschillende partijen op het denken over criminaliteit? Overheerst het repressief of preventief denken over misdrijven binnen elke partij? Deze vragen zullen we voor elke partij apart behandelen in de eerste vijf hoofdstukken.
In hoofdstuk zes vergelijken we de resultaten die we gevonden hebben voor de verschillende partijen. Vinden de partijen dezelfde vormen van criminaliteit belangrijk of zijn er onderlinge verschillen? Is de verhouding tussen het aantal vermeldingen over criminaliteit in het algemeen en meer specifieke vermeldingen gelijk voor alle partijen? Praat een partij, we denken aan het Vlaams Blok/Belang, meer over misdrijven dan haar politieke tegenstanders? Zijn er partijen die reeds vanaf 1978 tot heden steeds vaker over criminaliteit hebben gesproken dan anderen of zijn hierin geen vaste verhoudingen? Hoe zit het met het aantal vermeldingen per pagina voor de verschillende partijen? Zijn er hier partijen die uitschieten wat betreft hun belangstelling voor de criminaliteitsproblematiek?
Een hoop vragen om te beantwoorden...
Hoofdstuk 1. Het Vlaams Blok/Belang
We beginnen met een korte historische schets van het ontstaan van het Vlaams Blok. Vervolgens gaan we de verkiezingsprogramma’s van het Vlaams Blok analyseren.
§1. Een historische schets
In 1977 stemde de Volksunie in met het Egmont-pact. De hard-liners in de Volksunie beschouwden dit als een onrechtmatige tekortkoming aan de tweetaligheid van Brussel en als een aanzet tot een verdere verfransing van Brussel en Brabant. Deze ontevredenheid liep samen met de links-rechts-spanning in de partij zelf.
Op 1 oktober 1977 richtte een groep radicale rechtse nationalisten o.l.v. Karel Dillen de Vlaams Nationale Partij (VNP) op. Op 19 november 1977 richtte ex-VU-senator Lode Claes de Vlaamse Volkspartij (VVP) op. De leiders van deze anti-Egmontpartijen besloten samen kartellijsten in te dienen voor de verkiezingen van 17 december 1978 onder de naam Vlaams Blok. Karel Dillen wordt in Antwerpen verkozen, terwijl Lode Claes in Brussel naast een zetel grijpt. Uiteindelijk smelten de VNP en de radicale vleugel van de VVP samen in een nieuwe partij Vlaams Blok.[12]
Dit gebeurd op 28 mei 1979[13] nadat de Vlaamse Volkspartij (VVP) mee heeft gedaan aan de Europese verkiezingen, maar er niet in slaagde een zetel te bekomen.[14]
In de verkiezingen van 1981 en 1985 wordt, hoewel met een klein percentageverlies in 1981, de enige zetel in de Kamer behouden. Er is een kleine stijging in 1987 die leidde tot een tweede zetel in de Kamer en het eerste zitplaatsje in de Senaat. Vooral de Europese verkiezingen in 1989 voorspelden de groei van het Vlaams Blok. 4,1 % van de Belgische bevolking stemde op het Vlaams Blok, waardoor de partij ook haar eerste Europese zetel behaalde. In 1984 haalde men bij de verkiezingen voor het Europees parlement nog maar 1,3 %.
Tabel 2.
Verkiezingspercentage van het Vlaams Blok voor de federale,
Europese en Vlaamse
verkiezingen van 1978 tot 2004 van de Belgische bevolking.
* percentage voor het Vlaams Parlement is niet van de Belgische bevolking
maar van de Vlaamse kiesgerechtigden.
|
Jaar |
Kamer |
Senaat |
Europees Parlement |
Vlaams Parlement* |
|
1978 |
1,4 |
1,5 |
|
|
|
1979 |
|
|
0,6 |
|
|
1981 |
1,1 |
1,2 |
|
|
|
1984 |
|
|
1,3 |
|
|
1985 |
1,4 |
1,4 |
|
|
|
1987 |
1,9 |
2 |
|
|
|
1989 |
|
|
4,1 |
|
|
1991 |
6,6 |
6,8 |
|
|
|
1994 |
|
|
7,8 |
|
|
1995 |
7,8 |
7,7 |
|
12,3 |
|
1999 |
9,9 |
9,4 |
9,4 |
15,5 |
|
2003 |
11,6 |
11,3 |
|
|
|
2004 |
|
|
14,3 |
24,2 |
Bron: VUB, Belgische verkiezingen, 2001 (09.11.2005, http://www.vub.ac.be/belgianelections/Browser.html);
Federale overheid, Federale Parlementsverkiezingen op 18 mei 2003, 2003 (10.11.2005, http://verkiezingen2003.belgium.be/index_nl.shtml);
Federale overheid, Verkiezingen 13 juni 2004, 2004 (10.11.2005, http://verkiezingen2004.belgium.be/nl/index.html).
Op 24 november 1991 neemt dan de beruchte ‘Zwarte Zondag’ plaats. Men behaalde in één klap twaalf zetels, een stijging van tien, in de Kamer en vijf zetels, een stijging met vier, in de Senaat. De partij blijft op elk niveau groeien. In de tabel is echter wel een zeteldaling zichtbaar in 1995 maar dit is het gevolg van het Sint‑Michielsakkoord van 1992 waarin besloten werd het aantal zetels in de Kamer te verminderen van 212 naar 150.[15]
Uiteindelijk heeft de partij in 2004 al 14,3 % steun van de Belgische bevolking bij de Europese verkiezing en bijna een kwart van de Vlaamse kiezers (24,2 %) bij de laatste verkiezingen voor het Vlaams parlement.
Deze opeenvolgende verkiezingsoverwinningen gingen de andere partijen natuurlijk niet onopgemerkt voorbij. Op tien mei 1989 sloten de voorzitters van vijf Vlaamse partijen (CVP, SP, PVV, VU en Agalev) een overeenkomst waarbij ze elkaar beloofden geen politiek akkoord met het Vlaams Blok, wat ze racistisch en onverdraagzaam vinden, te sluiten. Het cordon sanitair was geboren. Hierdoor was/is het Vlaams Blok/Belang naar de oppositiebanken verwezen.
In 2000 start een proces tegen drie v.z.w.’s van het Vlaams Blok op basis van de racismewet. De rechter verklaard zich in Eerste Aanleg onbevoegd. Het Hof van Beroep te Brussel beschouwt de zaak als een politiek misdrijf en een politiek misdrijf moet voor het Hof van Assisen komen. Daar zal de zaak nooit aanhangig gemaakt worden. Op het einde van 2003 verbreekt het Hof van Cassatie de uitspraak van het Hof van Beroep van Brussel en geeft het Hof van Beroep te Gent opdracht om de beroepsprocedure over te doen.
Uiteindelijk worden de drie v.z.w.’s van het Vlaams Blok op 21 april 2004 veroordeeld wegens inbreuk op de wet tegen racisme. Het Vlaams Blok tekent cassatieberoep aan waardoor ze onder de naam Vlaams Blok aan de verkiezingen van 2004 kunnen deelnemen. Het Hof van Cassatie, het hoogste juridische orgaan van ons land, bevestigt de veroordeling van het Gentse hof van Beroep. Het Blok kan niet meer in beroep gaan, het proces is definitief beslecht.
De kopstukken van het Vlaams Blok stichten een ‘nieuwe’ partij. Hoewel: “Wij veranderen van naam, maar niet van streken”, aldus voorzitter Frank Vanhecke.[16] Op zondag 14 november 2004 wordt het ‘Vlaams Belang’ boven het doopvont gehouden. Leden als Jurgen Verstrepen en Marie-Rose Morel moeten het Belang een softer imago aanmeten.
§2. De verkiezingsprogramma’s
Het verkiezingsprogramma van 1978 voor het kartel VNP-VVP dat onder de naam Vlaams Blok naar de kiezer stapt bestaat uit twintig punten. Verrassend genoeg wordt er in de twintig punten met geen woord gerept over criminaliteit. Punt vijftien gaat over een beperking van het aantal gastarbeiders, maar omwille van economische redenen. In het programma wordt vooral aandacht besteedt aan de communautaire problematiek.[17]
Helaas hebben we voor 1979 geen verkiezingsprogramma kunnen bemachtigen.
In 1981 zijn er vervroegde verkiezingen. Het programma van het Vlaams Blok van dat jaar spreekt ook nu geen enkele keer van criminaliteit. Men besteedt wel aandacht aan de problematiek van gastarbeiders. Volgens het Vlaams Blok, anno 1981: “Heeft een land met 400.000 werklozen geen nood aan gastarbeiders. Maar er is meer. Juist in een tijd dat men de mond vol heeft over vervreemding en leefmilieu, wijst het Vlaams Blok erop dat de gastarbeiders ontwortelden werden en blijven, losgerukt uit hun eigen land, streek, klimaat, gewoonten, tradities, religiositeit.” Er wordt ook gepleit voor een herstel van fatsoen, orde en waarden. De problematiek van criminaliteit is nergens te vinden. Het is eerder de politieke links-rechts spanning naar orde in de maatschappij. Men vermeldt bijvoorbeeld dat het Vlaams Blok niet wilt dat met onze kinderen geëxperimenteerd wordt door "marxistische en gauchistische dogmatici".[18]
Voor de Europese verkiezingen van 1984 is er in dit programma van acht punten niks te lezen over criminaliteit.[19]
“Kriminaliteit: Harde aanpak!”, dat is één van de vele slogans waarmee het Vlaams Blok in 1985 naar de kiezer stapt. Men eist niet allen een strengere bestraffing van de misdaad en drugsmisdrijf maar tevens een beteugeling van de fiscale en sociale fraude. Tien jaar voor de Dutroux-affaire in 1996 los barst wordt er in het programma al tweemaal melding gemaakt van pedofilie. Al deze vormen van criminaliteit worden sterk in verband gebracht met het moraal. Er moet meer aandacht komen voor geweten, orde, gezag, verantwoordelijkheid en fatsoen. Wat dit betreft maakt men ook een duidelijke opmerking dat het niet past om de waarden om te draaien en criminelen als slachtoffer te beschouwen van de gemeenschap die zich crimineel gedraagt door zich tegen hen te verzetten. Abortus is voor het Vlaams Blok in 1985 duidelijk een wandaad, maar dit is eerder een levensbeschouwelijke visie dan een vorm van criminaliteit. Men wil alle vreemdelingen die zich aan criminaliteit te buiten gaan uitwijzen maar er wordt geen link gemaakt tussen allochtonen en overtredingen van de wet.[20]
In 1987 zijn er opnieuw parlementsverkiezingen. Wat betreft het programma van dit jaar is er niet veel verschil met dat van 1985. Er wordt gesproken over criminaliteit in het algemeen, de drugsproblematiek maar ook de corruptie en fiscale fraude. Ook pedofilie is niet verdwenen uit de teksten. Wel verschillend met twee jaar eerder is de verwijzing naar diefstal in handelszaken en bankkantoren. Van sociale fraude is niks meer te lezen. De relatie criminaliteit en gastarbeiders blijft exact hetzelfde. Gastarbeiders worden niet automatisch geassocieerd met crimineel gedrag maar degene die van het rechte spoor af geraken wil het Vlaams Blok het land uit zetten.[21]
Milieucriminaliteit krijgt aandacht in het programma voor de Europese verkiezingen van 1989. Volgens het Vlaams Blok moet dit probleem op Europees niveau aangepakt worden en niet door de staten, zelfs niet door een onafhankelijk Vlaanderen. Ook de drugsproblematiek en de drugshandel in Europa worden uitgebreid aangekaard. Slecht kort verwijst men naar stijgende misdaadcijfers, diefstal, vandalisme en geweld tegen personen. Volgens het Vlaams Blok houdt de overheid zich teveel bezig met randinitiatieven en komen essentiële taken zoals ordehandhaving en de strijd tegen criminaliteit op de tweede plaats.[22]
Er wordt diep ingegaan op de inwijking van niet-Europese vreemdelingen en de demografische neergang van Europa. Het aparte hoofdstuk hierover gaat vooral in op de economische gevolgen en de culturele verschillen die de ‘linkse’ multiculturele samenleving met zich mee brengt. Slechts zijdelings wordt een eerste maal een link gelegd tussen criminaliteit en allochtonen. “Het is immers zo dat vooral deze tweede en derde generatie in vele gevallen een groep is die zonder doel en steeds meer zonder eigen cultuur gedoemd is om een broeiende factor van onvrede te worden, en dit gezien hun aantal en hun groepsvorming. Gecombineerd met de steeds groeiende invloed van integristische tendensen binnen de islam vormt precies deze groep een steeds groeiend risico. Door deze ontworteling worden deze jongeren in de eerste plaats ontworteld en komen zij ook in vele gevallen in een marginaliteit en zelfs criminaliteit terecht.”[23]
Het verkiezingsprogramma waarmee het Vlaams Blok zijn grote doorbraak realiseerde in 1991 ("zwarte zondag") wordt gekenmerkt door een grotere aandacht voor criminaliteit en drugsproblematiek. Niet alleen is er een apart hoofdstuk genaamd "Criminaliteit of veiligheid van de burger" maar ook in andere hoofdstukken begint de criminaliteitsproblematiek door te sijpelen. Bijvoorbeeld als men pleit voor een nauwere samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland waarschuwt men voor mogelijke invloeden van het linkse klimaat in het Noorden en tegen alle verloederingsverschijnselen als abortus, drugs en criminaliteit.
In het hoofdstuk over het vreemdelingenbeleid worden jonge vreemdelingen geassocieerd met drugshandel. Het Vlaams Blok brengt de band tussen allochtonen en criminaliteit expliciet op de voorgrond in het hoofdstuk over criminaliteit. “Een recent Rijkswachtrapport bewijst dat de criminaliteit bij niet-Europese vreemdelingen verhoudingsgewijs vier maal hoger is dan bij de eigen bevolking. Eén op drie (33 %) van de in de gevangenissen verblijvende criminelen is vreemdeling…” Deze extra aandacht voor de "harde" criminaliteit lijkt ten koste te zijn gegaan van andere vormen van criminaliteit. Van milieuvervuiling of sociale en fiscale fraude valt niks meer terug te lezen in tegenstelling met de vorige verkiezingsprogramma’s.[24]
De eerste verkiezingen na de zwarte zondag in 1991 waren de Europese verkiezingen van 1994. Het Vlaams Blok wilde zijn resultaat van vorige keer natuurlijk overdoen en het lijkt alsof het dat ook gedacht heeft toen men het programma van 1994 op stelde. Juist zoals in 1991 werd er veel aandacht besteed aan criminaliteit in het algemeen en aan de drugsproblematiek. Men maakt een duidelijk verband tussen vreemdelingen en criminaliteit zoals in de volgende zin te concluderen valt: “Dagelijks zijn honderden mensen slachtoffer van kleine of grote diefstallen, gepleegd door werkloze jonge vreemdelingen van niet-Europese oorsprong.” Toch moet ook gewezen worden op de volgende nuance: “De hogere criminaliteit bij de vreemdelingen in Europa betekent niet dat deze volkeren meer criminaliteit in zich hebben.”
Het Vlaams Blok wil een Europese misdaadbestrijding maar opvallend is ook een Europees milieubeleid. Voor het Vlaams Blok kan een echt efficiënt milieubeleid maar slagen binnen een Europees kader. De partij wilt het milieuthema ook niet overlaten aan de andere partijen. Als volksnationale partij, meent ze zich beter dan andere geplaatst om uitspraken te doen over de milieuproblematiek. Want als nationalisten zijn ze van nature bekommerd om een gezonde leefomgeving voor het Vlaamse volk. Toch blijft de aandacht voor milieucriminaliteit lager dan de vermeldingen over fiscale fraude en racisme.[25]
Hoewel er in 1991 niet over werd gesproken wordt er nu veel aandacht besteed aan fiscale fraude. Vooral dan op Europees niveau en in het bijzonder de gepleegde corruptie door de Belgische traditionele partijen. Tenslotte is er nog de opmerking dat een gezamenlijke aanpak van het internationaal terrorisme absoluut noodzakelijk is.[26]
Het verkiezingsprogramma voor 1995 is in grote lijnen gelijk aan het programma van 1994, aangevuld met enkele nieuwe hoofdstukken zoals vakbonden, gezonde financiën, ouderenbeleid en gehandicapten. Misdaad en criminaliteit in het algemeen was reeds het jaar ervoor zeer duidelijk aanwezig in het programma, maar met 50 verwijzingen steekt het in 1995 met kop en schouders uit boven andere vermeldingen van soorten criminaliteit. Fiscale fraude krijgt echter ook een aanzienlijke aandacht en komt met 17 vermeldingen duidelijk op de derde plaats. Dit zal wellicht te wijten zijn aan de Agusta-affaire die in het begin van 1995 los barstte.
Daarnaast wordt ook de drugsproblematiek en de milieudelicten uitbundiger besproken dan voorheen. Er is ook duidelijk meer aandacht voor de maffia. Komt dit door het onderzoek naar de moord op PS-politicus A. Cools dat in dit jaar op volle gang was? Zijdelings wordt er in de teksten naar verwezen. “Machtsconcentraties, maffiabindingen, corruptie, politieke benoemingen en uiteindelijk een politieke moord hebben geleid tot een besef dat België bestuurd wordt door een politieke klasse die afglijdt naar het vergaren van zoveel mogelijk eigenbelang.”[27]
Wat men moet verstaan onder criminaliteit en de verschillende vormen ervan kan erg verschillen van persoon tot persoon, maar ook over de benamingen van de soorten criminaliteit bestaat onenigheid. Dit bewijst het Vlaams Blok in de volgende zinnen. “Wij verkiezen ‘straatcriminaliteit’ boven de misleidende term ‘kleine criminaliteit’, want de slachtoffers ervaren dit soort misdadigheid helemaal niet als ‘klein’.” Abortus is voor het Vlaams Blok gelijk aan moord en euthanasie willen ze niet uit de strafrechtelijke sfeer halen.[28]
Men pleit in 1995 reeds voor de éénmaking van de politiediensten. “In het verleden hebben we gezien tot welke ongezonde situaties het bestaan van vijf, zes verschillende politiediensten hebben geleid.”[29]
In 1999 heeft het Vlaams Blok een uitgebreid verkiezingsprogramma waar veel aandacht wordt gegeven aan het onveiligheidsgevoel en de ermee samenhangende criminaliteitsproblematiek. In de verschillende hoofdstukken spreekt men vaak over criminaliteit in het algemeen, maar ook drugs is een heel belangrijk onderwerp. Beide komen ze in totaal een dikke honderd maal voor in de tekst, respectievelijk 149 en 124 keer. Vreemdelingen en misdaad worden vaker dan de vorige programma’s aan elkaar gekoppeld. Wat betreft drugs, is dit minder het geval. Hoewel men soms een link legt tussen jeugdbendes bestaande uit vreemdelingen en de drugshandel. Het Vlaams Blok heeft ook in 1999 verrassend veel aandacht voor het milieu, zelfs duidelijk meer dan in 1995.
Corruptie en fiscale fraude zijn ook duidelijk aanwezig. Er is zelfs een hoofdstuk ‘Propere handen’, waarin men electorale winst probeert te halen uit de Agusta-Dassault-affaire. Samenhangend met de witteboordencriminaliteit is de aandacht voor de georganiseerde misdaad. Toch verwijst men niet alleen naar georganiseerde misdaad als het gaat over corruptie. Men speelt ook in op de complottheorieën rond de Dutroux-zaak en de ideeën van een georganiseerd netwerk van pedofilie. De Dutroux-affaire is natuurlijk ook de oorzaak voor de toegenomen aandacht voor pedofilie en (jeugd)prostitutie.
Minder duidelijk is waar de plotse aandacht voor jeugdcriminaliteit vandaan komt. Het gaat hier niet alleen over jeugdbendes die zich schuldig maken aan diefstal, vandalisme en intimidatie maar ook over geweld en vandalisme op school. Dus jeugdcriminaliteit wordt ruim opgevuld door het Vlaams Blok. Zéro-tolerantie komt tijdens deze verkiezingen voor het eerst in het programma van het Vlaams Blok voor. Niet alleen wordt er verwezen naar de wetenschappelijke lectuur van Kelling en Wilson en hun ‘Broken Windows’-theorie waarop het concept van zéro-tolerantie is gebaseerd, ook wordt er melding gemaakt van de resultaten die gewezen politiecommissaris Demol heeft gerealiseerd met het toepassen van zéro-tolerantie in Schaarbeek voordat hij op de lijst van het Vlaams Blok kwam te staan.[30]
Tabel 3. Vermeldingen van de verschillende vormen van criminaliteit in de verkiezingsprogramma’s van het Vlaams Blok.
|
|
1978 |
1981 |
1984 |
1985 |
1987 |
1989 |
1991 |
1994 |
1995 |
1999 |
2003 |
2004 |
Totaal |