Een blik op de buskruitindustrie in de Lage Landen: het buskruit-bedrijf van Maximiliaan en Jacques Blommaert (1738-1798). (Johan Verachtert)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

DEEL I: HET ABC VAN BUSKRUIT

 

Hoofdstuk 3: De buskruitsoorten

 

Het buskruit kan men grofweg opdelen in 3 grote categorieŽn: oorlogspoeder, schietpoeder en mijnpoeder. Het equivalent in Nieuwe Tijden is respectievelijk Musket- en kanonpoeder, fijn en arragee en gemeyn. De dosering van oorlogspoeder was gedurende de Nieuwe Tijden 1 deel zwavel en houtskool en 6 delen salpeter. De percentage salpeter en houtskool werd een beetje verhoogd, de percentage zwavel een beetje verminderd, waardoor het buskruit langer kon geconserveerd worden. Dit was voordeliger om dat oorlogsbuskruit in vredestijd voor een lange periode moest bewaard worden[90].

 

 30. Poeder voor groot en klein artilleriegeschut.

 

De diameter van de buskruitkorrels gebruikt voor oorlogsvoering bedroeg 2 ŗ 5 mm. voor kanonpoeder ofwel 1 ŗ 4 mm. voor musketpoeder[91]. In de 19de eeuw werden de kalibergrootte van de kanonnen gevoelig vermeerderd, waarbij de korrelgrootte mee evolueerde. De kruitkorrels konden tot 30 mm. groot worden. De samenstelling van oorlogskruit was dan 75 % salpeter, 12,5 % zwavel en 12,5 % houtskool[92].

 

Het schietpoeder verschilt van oorlogspoeder door een hogere salpeterdosis en het gebruik van meer roodachtige houtskool. Er is ook meer variatie in de samenstelling. De hoeveelheden salpeter verschilde van 74 tot 78 %, die van zwavel 9 tot 16 % en die van houtskool 7 tot 13 %. Meestal werd voor schietpoeder 78 % salpeter 10 % zwavel en 12 % houtskool gebruikt[93]. De korrelgrootte was 2 mm. voor grof poeder (arragee), 1 mm voor fijn poeder en voor superfijn poeder 0,65 mm.

 

 31. Fijn en extra fijn schietpoeder.

 

Mijnpoeder was onderworpen aan continue variaties in de samenstelling en de korrelgrootte. Zo verschilde samenstelling en de korrelgrootte in de 19de eeuw sterk naargelang de 3 soorten. Het sterke mijnpoeder had een samenstelling van 72 % salpeter, 13 % zwavel en 15 % houtskool, het gewone mijnpoeder 62 % salpeter, 20 % zwavel, en 18 % houtskool en het 3de soort mijnpoeder 40% salpeter, 30 % zwavel en 30 % houtskool.

 

 32. Grof en fijn mijnpoeder.

 

Het constante was wel dat de hoeveelheid salpeter lager was dan bij het normale buskruit. De korrelgrootte van de 3 verschillende soorten mijnpoeders bedroeg 2 en 4 mm. voor het sterke, 3 tot 6 mm. voor het gewone en 4, 5 en 8 mm. voor het 3de mijnpoeder[94].

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[90] E. DESORTEAUX, op.cit., p. 206.

[91] E. DESORTEAUX, op.cit., p. 272.

[92] E. DESORTEAUX, op.cit., p. 347.

[93] E. DESORTEAUX, op.cit., p. 208.

[94] E. DESORTEAUX, op.cit., p. 367.