| Meisjesonderwijs te Brugge 1900-1930. (Mieke Brichaux) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
HOOFDSTUK IV: MAATREGELEN DIE SOCIALE MOBILITEIT MOGELIJK MAAKTEN
In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de manier waarop de overheid de sociale mobiliteit via het onderwijs mogelijk maakte. In dit hoofdstuk worden drie soorten van sociale mobiliteit besproken: het volgen van kosteloos lager onderwijs, de invoering van de leerplicht en het fonds der meestbegaafden. Het zijn op het eerste zicht drie instellingen die los van elkaar staan. Toch hebben deze instellingen het mogelijk gemaakt dat meisjes uit sociaal lagere milieus recht hadden op onderwijs volgens hun capaciteiten. Deze drie instellingen worden chronologisch beschreven en daarna geëvalueerd.
In dit onderdeel wil ik de aanvragen voor kosteloos onderwijs voor meisjes onderzoeken. In het eerste deel behandel ik de instelling die kosteloos onderwijs verschaft. In het tweede deel bespreek ik het aantal aanvragen voor kosteloos onderwijs dat men voor meisjes deed. De sociale situatie van degenen die kosteloos onderwijs aanvragen wordt in het derde deel behandeld. Per jaar wordt de achtergrond geschetst van het kind waarvoor kosteloos onderwijs wordt aangevraagd. Er wordt onderzocht of de aanvragen voor jongens een andere achtergrond hebben dan diezelfde aanvragen voor meisjes. De conclusies uit dit onderzoek worden beschreven in het laatste deel.
1. Instelling
Sinds het midden van de negentiende eeuw was men vanuit de overheid bezorgd over het onderwijs voor de lagere sociale klasse. Daarom wou de overheid ouders steunen die hun kinderen toch naar school stuurden. Deze ouders moesten geen schoolgeld betalen om hun kind les te laten volgen. De vergoeding die de overheid schonk was afhankelijk van het gezinsinkomen. De ouders moesten hiervoor een aanvraag indienen bij het gemeentebestuur. Daar werd gecontroleerd of de aanvrager recht had op gratis onderwijs en keurden de aanvraag goed of ze keurden het af.
Door de invoering van de leerplicht werd deze maatregel ongedaan gemaakt. In het ‘Bulletin Communale’ staat hierover het volgende vermeld. ‘Krachtens de wet van 15 juni 1914 is het onderwijs volkomen kosteloos in al de gemeente-en aangenomen scholen.’[365]
2. Vergelijken van het globale cijfers over kosteloos onderwijs
Het aantal jongens dat kosteloos onderwijs volgde was hoog in vergelijking met het aantal meisjes. Uit de onderstaande grafiek blijkt dat het dubbel aantal jongens kosteloos onderwijs volgde.[366] Dit komt waarschijnlijk doordat er minder meisjes in het gemeentelijk net onderwijs volgden. De meeste meisjes volgden les in de religieuze scholen, waardoor ze niet in deze grafiek opgenomen werden.

Om deze cijfers beter te kunnen interpreteren is het noodzakelijk om het percentage meisjes dat kosteloos onderwijs volgde in de gemeentescholen te onderzoeken. De volgende cijfers komen uit het willekeurige schooljaar 1911-1912. Deze tabellen gaan over drie aangenomen meisjesscholen in de Langestraat, de Baliestraat en de Paalstraat. Het aantal leerlingen dat de school bezocht per maand wordt erin vermeld, daarnaast wordt het percentage meisjes dat kosteloos onderwijs volgde vermeld.[367]
LAGERE MEISJESSCHOOL LANGESTRAAT
|
MAAND |
AANTAL LEERLINGEN DAT KOSTELOOS ONDERWIJS VOLGT |
TOTAAL AANTAL LEERLINGEN |
|
September |
200 |
207 |
|
Oktober |
201 |
207 |
|
November |
195 |
202 |
|
December |
196 |
203 |
|
Januari |
190 |
204 |
|
Februari |
184 |
197 |
|
Maart |
185 |
195 |
|
April |
182 |
192 |
|
Mei |
182 |
190 |
|
Juni |
178 |
188 |
|
Juli |
179 |
186 |
|
Augustus |
177 |
185 |
LAGERE MEISJESSCHOOL BALIESTRAAT
|
MAAND |
AANTAL LEERLINGEN DAT KOSTELOOS ONDERWIJS VOLGT |
TOTAAL AANTAL LEERLINGEN |
|
September |
191 |
191 |
|
Oktober |
191 |
191 |
|
November |
192 |
194 |
|
December |
191 |
195 |
|
Januari |
188 |
191 |
|
Februari |
188 |
191 |
|
Maart |
183 |
187 |
|
April |
182 |
185 |
|
Mei |
179 |
181 |
|
Juni |
176 |
179 |
|
Juli |
175 |
179 |
|
Augustus |
175 |
179 |
LAGERE MEISJESSCHOOL PAALSTRAAT
|
MAAND |
AANTAL LEERLINGEN DAT KOSTELOOS ONDERWIJS VOLGT |
TOTAAL AANTAL LEERLINGEN |
|
September |
264 |
265 |
|
Oktober |
264 |
265 |
|
November |
261 |
265 |
|
December |
261 |
265 |
|
Januari |
259 |
265 |
|
Februari |
255 |
258 |
|
Maart |
247 |
252 |
|
April |
247 |
250 |
|
Mei |
244 |
250 |
|
Juni |
243 |
244 |
|
Juli |
244 |
246 |
|
Augustus |
244 |
246 |
Uit deze gegevens blijkt dat het aantal leerlingen dat kosteloos onderwijs kon genieten in de gemeentelijke scholen zeer hoog was. Dit wijst op een groot publiek uit minderbedeelde en kansarme gezinnen. De leerlingen uit het gemeentelijk onderwijs waren meestal afkomstig uit de lagere sociale klassen, waardoor ze meer recht hadden op kosteloos onderwijs.
3. Schetsen van het aantal aanvragen per jaar
In dit onderdeel wordt ingegaan op de aanvragen die bij het gemeentebestuur terecht kwamen. De aanvragen die nog in het stadsarchief aanwezig waren dekten de lading niet. De dossiers die toch aanwezig waren heb ik geďnterpreteerd volgens bepaalde criteria: het beroep van de ouders en het aantal kinderen in het gezin. Daarna wordt vermeld of de aanvragen werden goedgekeurd. Daarna wordt de vraag gesteld of de aanvragen voor jongens en meisjes een andere achtergrond hadden.
Deze gegevens zijn afkomstig uit het Brugse stadsarchief. De gegevens zijn verdeeld over twee archieffondsen, de aanvragen van 1897-1903[368] en de aanvragen van 1903 tot 1908.[369] In sommige aanvragen werden niet alle gegevens, zoals beroep of aantal kinderen in het gezin, vermeld. Daardoor kloppen bijvoorbeeld de beroepen van de vaders niet met het totaal van het aantal onderzochte dossiers.
Jaar 1900
JONGENS
|
Aantal |
4 |
|
Vader arbeider |
1 |
|
zelfstandig |
2 |
|
andere |
1 |
|
Moeder werkend |
2 |
|
Huisvrouw |
1 |
|
andere |
1 |
|
Gemiddeld aantal kinderen in het gezin |
4,75 |
|
Goedgekeurd ja |
3 |
|
Neen |
0 |
|
Half |
1 |
MEISJES
|
Aantal |
15 |
|
Vader arbeider |
3 |
|
zelfstandig |
4 |
|
werkloos |
1 |
|
andere |
6 |
|
Moeder werkend |
1 |
|
huisvrouw |
2 |
|
andere |
13 |
|
Gemiddeld aantal kinderen in het gezin |
2,6 |
|
Goedgekeurd ja |
7 |
|
neen |
0 |
|
half |
8 |
Jaar 1901
JONGENS
|
Aantal |
10 |
|
Vader arbeider |
4 |
|
zelfstandig |
3 |
|
andere |
3 |
|
Moeder werkend |
4 |
|
huisvrouw |
0 |
|
Andere |
6 |
|
Gemiddeld aantal kinderen in het gezin |
5,9 |
|
Goedgekeurd ja |
7 |
|
neen |
3 |
|
half |
0 |
MEISJES
|
Aantal |
25 |
|
Vader arbeider |
5 |
|
zelfstandig |
6 |
|
andere |
4 |
|
Moeder werkend |
2 |
|
huisvrouw |
2 |
|
andere |
6 |
|
Gemiddeld aantal kinderen in het gezin |
4,6 |
|
Goedgekeurd ja |
14 |
|
Neen |
6 |
|
Half |
5 |
Jaar 1902
JONGENS MEISJES
|
Aantal |
12 |
|
Vader arbeider |
2 |
|
zelfstandige |
4 |
|
ander |
4 |
|
Moeder werkend |
1 |
|
huisvrouw |
2 |
|
ander |
6 |
|
Gemiddeld aantal kinderen per gezin |
28 |
|
Toelating ja |
10 |
|
Neen |
0 |
|
half |
4 |
|
Aantal |
9 |
|
Vader arbeider |
1 |
|
zelfstandige |
2 |
|
Andere |
1 |
|
Moeder werkend |
2 |
|
huisvrouw |
? |
|
andere |
2 |
|
Gemiddeld aantal kinderen per gezin |
5,5 |
|
Toelating ja |
6 |
|
Neen |
1 |
|
Half |
2 |
Jaar 1903
JONGENS
|
Aantal |
23 |
|
Vader arbeider |
4 |
|
zelfstandig |
6 |
|
andere |
4 |
|
Moeder werkend |
5 |
|
huisvrouw |
5 |
|
Andere |