Boter en kaas in de Kasselrij Veurne (16de-begin 19de eeuw) (Laurent Hoornaert)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Hoofdstuk 4: De Kasselrij Veurne

 

Aangezien we ons onderzoek tot het bestuursgebied van het oude Veurne-Ambacht beperkt hebben, zijn we genoodzaakt dit regionaal kader wat nader toe te lichten. Vooreerst volgt er een korte beschrijving van de geografie. Dit is aangewezen omdat het ons kan leren waarom er juist in dit gebied destijds zo een belang aan de zuivelproductie werd gehecht. Daarna geven we een beschrijving van de administratieve indeling van de Kasselrij Veurne. Deze verschilde op velerlei punten van de hedendaagse toestand.

Een kort overzicht van de voornaamste politieke gebeurtenissen die een invloed konden hebben op de algemene sociaal-economische toestand van de inwoners is nodig om verder de situatie op lange termijn te interpreteren. Daaruit vloeit tenslotte voort dat we ook een evolutie van het inwonersaantal moeten geven. We benadrukken hierbij dat het enkel over een benadering gaat, aangezien er tijdens het Ancien Régime geen systematische volkstellingen bestonden .

 

 

A. De Kasselrij Veurne geografisch

 

Aan de hand van afbeelding 2 geven we de grenzen van de Kasselrij Veurne weer. Daarop zien we dat de oostgrens gevormd wordt door de IJzer, de Ieperlee en de Kemmelbeek. In het zuiden hebben we de huidige grenzen van de gemeenten Reninge, Oost-Vleteren, West-Vleteren, Proven en Roesbrugge-Haringe. In het westen wordt de grens door de huidige staatsgrens tussen België en Frankrijk gevormd. Tenslotte hebben we de Noordzee als noordgrens[49] .

 

In de Kasselrij Veurne komen vijf verschillende landschappen voor die we, zij het summier, elk afzonderlijk bespreken.

 

1. De Duinen

Tussen het strand en de polders bevindt zich een duinengordel die van west naar oost al maar smaller wordt. De Duinen zijn onderhevig aan verstuivingen die traag maar gestaag oostwaarts of beter gezegd landinwaarts gaan waardoor heel wat landbouwgrond werd verloren. Het bekendste ‘slachtoffer’ van deze verplaatsingen is de Duinenabdij te Koksijde[50]. Afbeelding 1 laat toe zich een beeld te vormen hoe de duinengordel zich in de eerste helft van de 17de eeuw uitstrekte.

 

Afbeelding 1: De Kasselrij Veurne in het begin van de 17de eeuw, nog voor het kanaal Nieuwpoort-Veurne-Duinkerke werd gegraven[51]

 

 

Afbeelding 2: De grenzen van de Kasselrij Veurne met de Acht Prochiën

 

 

Afbeelding 3: De verschillende geografische streken binnen de Kasselrij Veurne.

 

Afbeelding 4: De Orografie van de Kasselrij Veurne

 

 

 

Afbeelding 5: De voornaamste afwateringskanalen, de IJzer en de vaarten. Bemerk in het zuiden het bosbestand zoals het zich in het begin van de 17de eeuw aftekende

 

Afbeelding 6: De administratieve indeling van de Kasselrij Veurne tijdens het Ancien Régime.

 

 

2. De Oude Duinen

 

De Oude Duinen zijn een restant van een vrij gesloten kustlijn, met zeewerende duinen die zich daar ongeveer 5000 jaar geleden heeft gevormd. Deze duinengordel werd tussen ongeveer 1300 vóór Chr. en het begin van onze tijdrekening door toenemende invloed van de zee, wat gepaard ging met overstromingen, weggeslagen[52]. Ze strekken zich uit tussen het Franse Ghyvelde en Adinkerke. In lengte zijn ze ongeveer 1 km en maximum 600 m breed. Dit landschap werd vroeger het Verlorenveld genaamd. Nu heeft men het over het Garzebekeveld[53] .

 

3. De Moeren

 

Ten zuiden van de Oude Duinen liggen de zogenaamde Moeren. Ze vormden de belangrijkste Middeleeuwse turfgraverij in de kustvlakte langsheen de Noordzee. Nog steeds zijn ze ten opzichte van de omgeving een opvallend laag gelegen gebied aan weerszijden van de Frans-Belgische grens. Thans meent men erin een overblijfsel te herkennen van een prehistorische inham van de zee. Door hun ligging achter de bovenvernoemde Oude Duinen konden ze bewaard blijven .

Reeds in 1179 werd er door de abdij van Ter Duinen te Koksijde turf gestoken[54]. Na de volledige uitvening werden de Moeren een uitgestrekt zoetwatermeer. Pas in de periode 1620-1627 is het gebied door Wenceslaus Coberger uitgemalen. Maar in september 1646 zijn de landbouwondernemingen in de Moeren door een kunstmatige inundatie vernield geworden[55]. Dit was een gevolg van de Spaanse gouverneur die een poging deed om Duinkerke te beschermen tegen Franse aanvallen[56] .

In 1811 werd het gebied weer uitgemalen. Tijdens de twee Wereldoorlogen werd het gebied nogmaals onder water gezet, dit weeral om militaire redenen[57] .

 

4. De Polders[58]

 

Het voornaamste kenmerk van het poldergebied is zijn lage ligging. Het bevindt zich namelijk beneden de hoogtelijn van 5 m. Dit vlakke landschap kent daarom veel (noodzakelijke) afwateringskanalen en -grachten. Landschapstypisch gezien spreken we hier van een open landschap.

Het poldergebied wordt van noord naar zuid in twee verdeeld door de Oude Zeedijk: het Oudland en het Middenland[59]. Beide delen hebben een kleibodem maar toch is een verschil in bodemgebruik merkbaar. Het Oudland kent zeer goede zaailanden en in het Middenland vindt men in de omgeving van Lampernisse, Oostkerke, Oudekapelle, Stuivekenskerke en Zoutnaaie uitstekende, vette weiden[60] .

Het gebied situeert zich ten noorden en ten oosten van de lijn Houtem-Alveringem-Pollinkhove-Reninge. Het dringt via de vallei van de IJzer diep in het zandleemgebied door. In navolging van P. Vandewalle geven we de parochies weer die gedeeltelijk of volledig in de Polders liggen. Het zijn: Adinkerke, Avekapelle, Beoosterpoort, Bewesterpoort, Booitshoeke, Bulskamp, Eggewaartskapelle, ‘s Heerwillemskapelle, Kaaskerke, Koksijde, Lampernisse, Lo (parochie), Oostduinkerke, Oostkerke, Oudekapelle, Pervijze, Ramskapelle, Sint-Joris, Sint-Walburga, Steenkerke, Stuivekenskerke, Wulpen, Zoutnaaie en de heerlijkheden Bercle of Sint-Katelinekapelle, Nieuwkapelle en het Vrije van Rijsel.

Door de reeds hoger vermelde lage ligging en de minieme doorlaatbaarheid van de kleibodem is wateroverlast het gevolg bij langdurige regenval. Een goede afwatering van het gebied is daardoor van cruciaal belang. Dit gebeurt niet via de IJzer omdat hij vanaf de samenvloeiing met de Lovaart tot de zee door de Veurnambachtse Dijk in zijn bedding wordt gehouden. Daarenboven liggen de polders op vele plaatsen lager dan het niveau van de IJzer. De waterafvoer moet via de Grote Beverdijk gebeuren, waar dan ook alle grote polderkanalen in uitmonden . Hij loopt van het gehucht Fintele naar Nieuwpoort af en zorgt aldus voor de afwatering van het gebied[61].

 

In het kader van de korte bespreking van de Polders is het noodzakelijk wat meer toelichting te geven over de regeling van de waterhuishouding in het verleden[62] . Dit beheer noemt met de wateringen .

Het gebied ten noorden en ten westen van de IJzer beslaat 23.488 ha. Het werd en wordt nog steeds gecontroleerd door de Noordwatering van Veurne. Het bestuur ervan werd uitgeoefend door de abten van Ter Duinen te Koksijde, Sint-Niklaas te Veurne, Sint-Pieters te Lo en Eversam. Het oppertoezicht gebeurde door de Schepenbank van de Kasselrij Veurne. In 1600 werd het aanstellingsrecht van een watergraaf en een sluismeester door de abt van Ter Duinen verkocht aan de Kasselrij Veurne[63] .

Het gebied ten zuiden van de IJzer omvat 2.055 ha en werd op zijn beurt beheerd door de Zuidwateringen. Het bestuur ervan stond onder toezicht van de abt van Eversam en de heren van ten Broeke te Oost-Vleteren, van Stavele en van Roesbrugge uit hoofde van hun leenhoven[64] .

De wateringen hadden als taak het onderhouden en herstellen van de dijken en sluizen te Nieuwpoort. Ook voorzien ze in het onderhouden en uitdiepen van de vele afwateringskanalen en duizenden grachten. Om dit alles te bekostigen waren ze gemachtigd om jaarlijks het watergeschot of ovine te innen op gebieden die onder de wateringen vielen.

 

5. Het Zandleemgebied[65]

 

Dit gebied heeft een hoogteligging tussen de 5 en 20 m. De afwatering gebeurt via de IJzer en de polderkanalen. Het gaat om een gesloten landschapstype omdat de perceelsgrenzen door bomen en hagen gevormd worden. Dit staat in tegenstelling tot het polderlandschap waar dit meestal door grachten of verplaatsbare afsluitingen gebeurde.

Ten zuiden en ten westen van de lijn Houtem-Alveringem-Pollinhove-Reninge bevindt zich het zandleemgebied. Het wordt door de IJzer in twee verdeeld. Ondanks dezelfde grondsoort moet er toch een onderscheid gemaakt worden.

Ten noorden van de IJzervallei zijn er veel zaailanden met een regelmatige percelering.

Ten zuiden hebben we een gebied dat alweer in twee delen kan onderverdeeld worden. Zo hebben we het gedeelte dat onmiddellijk aansluit bij de vallei van de IJzer en dat dezelfde kenmerken vertoont als de zandleemstreek ten noorden, maar de perceelstructuur is groter. In dit gebied vinden we ook goede maai- en vette weiden langs de IJzer en enkele grote beken die in de IJzer uitmonden. Het andere gedeelte is opvallend door de aanwezigheid van bossen die teruggaan tot de Middeleeuwen. We verwijzen naar de afbeelding 1 uit A. Sanderus waar ze duidelijk te zien zijn[66] .

 

 

B. Administratieve indeling [67]

De Kasselrij Veurne omvatte geen gesloten administratief en bestuurlijk geheel. Vandaar dat we de volgende delen onderscheiden:

● De drie steden Lo, Nieuwpoort en Veurne die in feite los stonden van deKasselrij Veurne, zij het dat Veurne in 1586 met de Kasselrij werd verenigd.

● De 42 parochies die kerkelijke entiteiten waren. Op kerkelijk gebied waren ze onafhankelijk, op bestuurlijk gebied ressorteerden sommige parochiesonder naburige grotere parochies en vormden op die manier een ammanie . Zo waren er 38 ammanieën, verdeeld over twee vierscharen :

● De Noordvierschare bestond uit volgende parochies: Adinkerke, Ave-kapelle, Beoosterpoort en ‘s Heerwillemskapelle, Bewesterpoort, Bulskamp, Eggewaartskapelle, Houtem, Izenberge, Leisele, Oostduinkerke, Pervijze,Ramskapelle en Sint-Joris, Steenkerke, Sint-Walburga en Koksijde, Wulpen en Booitshoeke en Wulveringem.

● De Zuidvierschare was samengesteld uit volgende parochies: Alve- ringem, Beveren, Gijverinkhove, Haringe, Kaaskerke, Krombeke, Lamper-nisse, Lo (parochie), Oeren, Oostkerke, Oost-Vleteren, Oudekapelle, Pollink- hove, Proven, Reninge, Sint-Rijkers, Stavele, Stuivenkenskerke, Vinkem,West-Vleteren en Zoutnaaie.

● Er lagen een aantal heerlijkheden verspreid over de Kasselrij die er niet toebehoorden. Ze ressorteerden onder de Acht Parochies (= Elverdinge, Loker, Noordschote, Reningelst, Vlamertinge, Watou, Woesten en Zuidschote)waarvan de parochies en de heerlijkheden in 1759 samengebracht werden in de Generaliteit der acht verenigde parochies en takken .

De Acht Parochies en heerlijkheden waren lenen van het leenhof van deburcht van Veurne. Ze ontsnapten op die manier aan het gezag van de magistraat. Wegens hun ligging binnen de grenzen van de Kasselrij Veurneworden ze in ons onderzoek opgenomen: ● Nieuwkapelle: de vroegere gemeente Nieuwkapelle;

● ‘t Vrije van Rijsel: strekte zich uit over de parochies van Sint-Jacobs- kapelle, Oudekapelle, Kaaskerke en Stuivekenskerke;

● Bercle of Sint-Katelinekapelle: lag in Pervijze, Eggewaartskapelle, Rams- kapelle en Sint-Joris;

● Couthove: grotendeels in Proven gelegen;

● Diepenzele en Eversam: in Krombeke, Proven en West-Vleteren;

● Elzendamme: in Oost-Vleteren;

● Hofland en Laatschap van Reninge: beide heerlijkheden liggen binnen de parochie Reninge;

● Tempeliers: in Oost en West-Vleteren;

● Noord- en Zuidvierschare van Krombeke, soms Vrije van Krombeke of Gaesebeke genoemd, in Krombeke en Stavele;

● Zwynland: soms onderverdeeld in Oost en West-Zwynland, het Oost- Zwynland ligt in Proven, Krombeke en West-Vleteren;

● Hofland van Kassel: in Oost en West-Vleteren;

● ‘t Vrije van Sint-Omaars: gelegen in Alveringem, Pollinkhove en Lam-pernisse. Deze heerlijkheid werd in 1604 door de Kasselrij afgekocht en eraan toegevoegd[68] .

 

In 1586 werden het bestuur van de Kasselrij en de stad Veurne, onder het gezag van Burgmeesters, Lanthouders, Schepenen ende Ceurheers der stede ende casselrie van Veurne in één bestuur verenigd[69]. Het gebied werd voortaan bestuurd door twee Burgemeesters en Landhouders: één van de Wet en één van de Commune. Ze werden bijgestaan door 20 schepenen en keurheren. In 1672 waren er nog 16, in 1764 bleven er nog 12 over[70] .

 

 

C. Politieke gebeurtenissen vanaf het einde der 15de eeuw

 

Zoals reeds vermeld bij de aanvang van dit hoofdstuk, vatten we de voornaamste politieke gebeurtenissen die de Kasselrij Veurne gekend heeft kort samen.

In 1492 keerde de rust in Veurne-Ambacht terug na het beëindigen van de opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk met als gevolg dat er een kalme periode aanbrak. Tijdens de regeerperiode van Karel V waren er geen gevolgen te merken van zijn oorlogen tegen Frankrijk. Pas onder Filips II ondervond de Kasselrij Veurne nadelige gevolgen van de oorlog tegen Frankrijk. Vanaf juli 1558 begonnen Franse soldaten vanuit de naburige Kasselrij Sint-Winoksbergen de parochies langs de Noordzeekust te plunderen. Nadien vielen alle parochies ten Westen van de Lovaart ten prooi aan het oorlogsgeweld. Met de overwinning van Egmont op 13 juli 1558 keerde de rust terug.

Op 10 augustus 1566 brak de beeldenstorm uit in het naburige Steenvoorde. De opstandelingen vernielden kerken, kloosters, kapellen en de bezittingen van de geestelijkheid. Hun poging om op 8 oktober 1566 Veurne in te nemen mislukte. Weldra keerde de rust over Veurne-Ambacht terug. Maar de komst van de Hertog van Alva luidde een periode in van vervolgingen, uitgevoerd door de Raad van Beroerten. Onmiddellijk effect daarvan was dat er tussen 1566 en 1568 minstens 138 personen veroordeeld werden, terwijl daarenboven meer dan 400 gezinnen de Kasselrij verlieten. Alva’s optreden had tot gevolg dat de geuzerij moest onderduiken. Veel geuzen vluchtten ook overzee.

Verder bleef het rustig tot 20 april 1573. Dan vielen watergeuzen Koksijde binnen. Nog in 1573 ondervond de bevolking de nadelen van muitende Spaanse troepen en voorbijtrekkende vreemde legers.

Door de ondertekening van de Pacificatie van Gent op 8 november 1576 werd de hoop gewekt tot verbetering van de toestand, maar als gevolg van het conflict tussen de nieuwe landvoogd Don Juan en de Staten-Generaal bleek dit ijdel te zijn. Don Juan werd op 8 december 1576 door de Staten-Generaal afgezet en vervangen door aartshertog Mathias van Oostenrijk. De Kasselrij Veurne en Veurne-stad belandden in het kamp van de Staten-Generaal. In juli 1578 ontstond een barst in de eenheid van de Staten-Generaal: Artesië, Henegouwen en Frans-Vlaanderen scheurden zich af met als resultaat dat de Kasselrij Veurne, die juist op de grens lag , zwaar te lijden had onder de brandschattingen van de zogenaamde Malcontenten. Op 6 april 1579 verzoenden deze laatstgenoemde zich met Filips II waardoor de scheiding der Nederlanden een voldongen feit werd. De jaren 1579 tot 1583 kenmerkten zich door honger, besmettelijke ziektes, plunderingen, enz. Het leidde tot ontvolking, bevolkingssterfte en uitzonderlijke duurte van de levensmiddelen.

Alexander Farnese begon aan zijn groot heroveringsoffensief. Eind juli 1583 gaven de Kasselrij Veurne, Veurne en Nieuwpoort zich over. Tot 1587 bleef de toestand nog uiterst kritiek want door de geringe landbouwopbrengsten was het voedsel schaars en duur, met hongersnood als gevolg. De pest bleef nog aanhouden tot 1585. Deze moeilijke periode, die eindigde op 20 september 1604 met de overgave van Oostende, kenmerkte zich door regelmatige plunderingen van troepen.

Na 1604 trad een langdurige periode van rust en kalmte in. Dit werd nogmaals op 9 april 1609 bevestigd met de ondertekening van het Twaalfjarig Bestand. De tijdsspanne van het Bestand zorgde dat de Kasselrij Veurne dan soo weeldich lant was als er ergens te vinden was [71] .

De jaren 1621 tot 1645 waren voor Veurne-Ambacht een vredige periode in de letterlijke betekenis van het woord[72] . De vredestijd werd evenwel abrupt verstoord door de inval van de Fransen. Op 5 september 1646 viel Veurne in hun handen en werd de Kasselrij bezet. Van 1646 tot 1647 zou er één derde van de inwoners van de Kasselrij zijn overleden aan den rooden ende grauwen buyckloop [73] . Ook in Veurne-stad hadden pest en dysenterie een viertal jaren na elkaar (1645-1648) een abnormale sterfte veroorzaakt.

Tot begin september 1651 bleef de stad in handen van de Fransen. Gedurende deze tijd werd Veurne-Ambacht geplunderd door zowel vijandelijke als bevriende troepen. Pas een jaar later, in september 1652, slaagden Spaanse troepen erin de Fransen uit Vlaanderen te verdrijven. Maar de oorlog bleef aanhouden want op 6 augustus 1658 werd Veurne door Lodewijk XIV heroverd, dit in navolging van Duinkerke (7 juli) en Sint-Winoksbergen (15 juli). Van Duinkerke tot Nieuwpoort, van Nieuwpoort tot Diksmuide en van Diksmuide tot de Fintele werd het gewest beroofd door huursoldaten in zowel Franse als Spaanse dienst. Bovendien waren veel landbouwers met hun vee gevlucht naar veiliger oorden of op de landen die onder het gebied waren van de Vereenichde Staten (= Verenigde Provinciën) waer sij in verseckeringe leefden .

Frankrijk en Spanje sloten op 7 november 1659 de vrede van de Pyreneeën. Hierdoor begonnen de bewoners van de Kasselrij Veurne te geloven in een ‘eeuwigdurende’ vrede. Maar zware schulden waaronder de Kasselrij gebukt ging en zware lasten die de Spaanse vorst van het volk bleef eisen, waren oorsaecke dat ‘t Veurnambacht sich niet gevougelick conde herstellen [74] .

Na ongeveer zeven jaar kwam er een einde aan deze ‘eeuwigdurende’ vrede. In 1667 wou Lodewijk XIV namelijk zijn rechten op de Spaanse Nederlanden laten gelden. Eens te meer werd Veurne door de Fransen bezet. Op 2 mei 1668 sloot men de vrede van Aken. Daarbij werden de Kasselrijen Veurne, Broekburg, Sint-Winoksbergen, Belle en Kassel mét de daarbijhorende steden aan Frankrijk afgestaan. Samen met Duinkerke, dat in 1662 door de Fransen van de Engelsen afgekocht was, vormden deze gebieden nu een Frans bestuurlijk district: La Flandre Occidentale, La Flandre Flamingante of La Flandre du costé de la mer . Na de vrede van Nijmegen in 1678 vervoegden de Kasselrijen Ieper en Waasten met de steden Wervik en Poperinge het voornoemde district dat onder de bevoegdheid stond van een intendant. Hij was de rechtstreekse vertegenwoordiger van de koning, daarbij belast met het beheer van de politie, de justitie, de financiën en het toezicht op de openbare orde[75] .

De Negenjarige Oorlog (1689-1697) luidde voor onze gewesten een volgende periode van onrusten in. Karel II van Spanje gaf naderhand op 11 januari 1698 zijn toestemming om in de Zuidelijke Nederlanden Staatse verdedigingstroepen tegen Franse invalsdreigingen te legeren. Nieuwpoort en Oostende waren voor ons de dichtstbij gelegen steden met Hollandse garnizoenen[76].

Het begin van de achttiende eeuw kenmerkte zich door spanningen en oorlogen. Ze stonden allemaal in het teken van de Spaans-Habsburgse opvolging[77] . Pas na de vrede van Utrecht in 1713 kwam de Kasselrij Veurne, na een halve eeuw Frans bestuur, weer onder Oostenrijks-Habsburgs bewind. Het Barrièretraktaat van 1715 kende aan de Verenigde Provinciën de mogelijkheid toe om op kosten van de Zuidelijke Nederlanden in grenssteden (waaronder eveneens Veurne) een garnizoen te legeren als verdediging tegen mogelijke Franse aanvallen[78] .

De slagkracht der garnizoenen bleek geenszins opgewassen tegen een Franse aanval want in juni 1744 vielen Franse troepen de Nederlanden opnieuw binnen. Zonder moeite werden steden zoals Menen, Ieper en Veurne door hen ingenomen[79] . Op 18 oktober 1748 kwam hieraan een einde met de ondertekening van de vrede van Aken. Het duurde wel tot januari 1749 vooraleer de Franse bezettingstroepen de Oostenrijkse Nederlanden ontruimden[80] . Na deze periode brak er, gezien de voorgaande geschiedenis, een uitzonderlijk lange periode van vrede aan.

Pas in 1794 vielen de Fransen het grondgebied van de Oostenrijkse Nederlanden (weer) aan en lijfden ze daarna op 1 oktober 1795 officieel bij Frankrijk in[81]. Bijgevolg kwam het oude gebied van de Kasselrij Veurne te liggen binnen het Leiedepartement, dat uit West-Vlaanderen en Brugge was samengesteld[82] . Na 20 jaar verlieten de Franse legers gedurende de winter van 1813-1814 de Belgische departementen[83].

Het verdrag van Wenen kende aan Willem van Oranje op 9 juni 1815 het Koninkrijk der Nederlanden toe. Dat bracht de Verenigde Provinciën, de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik in één Koninkrijk samen[84]. Uiteindelijk bleek ook deze integratie van korte duur, want in 1830-1831 verkreeg België zijn onafhankelijkheid als een parlementaire monarchie[85].

 

 

D. Demografische tendensen vanaf de 16de eeuw tot begin 19de eeuw

 

Zoals de titel vermeldt, proberen we een benadering te geven van het bevolkingsaantal in de Kasselrij Veurne. Daarbij kunnen we weer dankbaar gebruik maken van de studies van D. Dalle en P. Vandewalle[86] . Het paste bovendien niet binnen het opzet en de voorziene tijd van het onderzoek om aanvullende gegevens te zoeken. Vandaar dat we ons tot een samenvatting van de in de voornoemde literatuur bruikbare demografische informatie beperkt hebben

 

Aangezien geen directe demografische bronnen voorhanden zijn voor de periode 1550-1645 was P. Vandewalle aangewezen op onrechtstreekse inlichtingen uit parochieregisters en fiscale documenten om uitspraken over de bevolkingsomvang te doen[87]. Via vijfjaarlijkse gemiddelden van de impost- en maalderijopbrengsten kon hij zodoende de bevolkingsevolutie in de Kasselrij Veurne benaderend berekenen. Voor de jaren 1550-1615 steunde hij daarvoor op de impost. Dit was een belasting op het verbruik van bier, wijn en vlees en op de verkoop in ‘t klein van kostbare textielwaren[88] . Voor de periode 1615-1645 kon hij langs de maalderijopbrengsten om tot vijfjaarlijkse benaderingen van het bevolkingscijfer komen. Het maalderijrecht was een belasting die op 28 mei 1615 door de Staten van Vlaanderen werd ingesteld om het graven van een reeks kanalen te bekostigen[89] . De essentie van al deze omrekeningen zitten in tabel 3 vervat:

 

 

Tabel 3: Aantal inwoners in de Kasselrij Veurne 1550-1645

 

Voor de periode vanaf het einde van de 17de eeuw en de 18de eeuw was het echter mogelijk om exactere cijfers van de bevolking te geven. Via de gegevens van de ontvangers van de domeinen sinds 1752 en enkele volkstellingen konden we zelfs bij benadering het bevolkingsaantal van de Kasselrij Veurne weergeven[90]. P. Vandewalle van zijn kant vulde de gegevens voor de jaren 1814, 1830, 1866, 1890, 1920, 1950 en 1970 aan. Het brengt ons tot tabel 4[91] .

 

Tabel 4: Bewonersaantal in de Kasselrij Veurne 1640-1970.

 

Licht afwijkende aantallen noteerde D. Dalle. Dit was omdat P. Vandewalle een meer nauwkeurige omzetting van gemeten in hectaren volgde[92] . Als basis van vergelijking nam D. Dalle de volksoptelling van 1688. Daarmee vergeleek hij de evolutie van het bevolkingscijfer steunend op gegevens van de domeinen en op een schatting van het aantal niet-belastingsplichtigen op basis van het aantal disgenoten in 1759 en 1782[93] . Hij bekwam op die manier een tabel die we met de telling van 14 vendeminaire III (5 oktober 1794) aanvullen[94] . (cfr. tabel 5).

 

Tabel 5: De bevolkingsevolutie in de Kasselrij Veurne volgens de gegevensvan de domeinen 1688-1794[95]

 

Bekijken we tabellen 4 en 5 wat beter, dan merken we dat we vooral voor het begin van de 18de eeuw nog in het duister tasten. Gegevens over het bevolkings-aantal moeten dus op een andere manier worden verkregen. Hiervoor baseerden we ons op grafiek III uit het werk van D. Dalle[96]. Hij stelde daarin het jaar 1688 met index 100 gelijk. Door een combinatie van gegevens uit 10 parochies (1688-1759), van het bureau te Roesbrugge (1752-1788) en de Kasselrij (1752-1788) was het mogelijk een betrouwbare evolutie van het bevolkingscijfer voor de periode 1688-1788 te bekomen. We verwerkten de bekomen gegevens tot vijfjaarlijkse gemiddelden om de compatibiliteit met de gegevens van P. Vandewalle te verzekeren. De resultaten zien we in tabel 6.

 

Tabel 6: De inwoners in de Kasselrij Veurne 1685-1789

 

Enkel de jaren 1645-1684 bieden ons nu nog wat zorgen vanwege het tekort aan voldoende gegevens. Voor het jaar 1655 kennen we het bevolkingsaantal en daarmee moeten we het dan stellen[97] . Om aan dit probleem een oplossing te bieden, kunnen we naar de situatie in de Kasselrij Sint-Winoksbergen kijken. We gaan daarbij uit van de vooronderstelling dat beide gebieden een bij benadering gelijklopende evolutie van het bevolkingsaantal tijdens de tweede helft van de 17de eeuw kenden.

Al vlug werd ons duidelijk dat er in de Kasselrij Sint-Winoksbergen ŽŽnzelfde bronnenprobleem bestaat. Ook hier moesten namelijk indirecte gegevens gebruikt worden om tot een benadering van de bevolkingsevolutie in maritiem Vlaanderen te komen[98] . Een vergelijking, vervat in tabel 7, zal toelaten de situatie van meer nabij te volgen. Daarbij zien we duidelijk dat de trend tijdens de periode 1640-59 een gelijke richting vertoont. Voor de jaren 1685-99 daarentegen is er een verschil in evolutiemerkbaar[99].

 

 

Tabel 7: Vergelijking van de evolutie van de bevolking tussen de Kasselrij Veurne en de Kasselrij Sint-Winoksbergen 1640-1700[100]

 

Voegen we nu al de hierboven verkregen gegevens over het bevolkingsaantal samen, dan is het mogelijk om volgende synthese met een benaderend bevolkingscijfer van de Kasselrij Veurne voor de periode 1550-1834 te geven, evenwel zonder de steden Loo, Nieuwpoort en Veurne.

 

 

Een korte analyse van het bevolkingsverloop is vlug gemaakt. Op het einde van de 16de eeuw hadden de godsdienstoorlogen een ingrijpende invloed op de bevolking van de Kasselrij Veurne. Daarbij kunnen we zelfs spreken van bijna een Ôtotale ontvolkingÕ van het gebied rond 1580. De crisis van de late 16de eeuw vonden we eveneens weerspiegeld in de daling van de verbruiksbelasting. N. Maddens vergeleek de gegevens van de opbrengsten in het jaar 1588 met 1575 en bekwam voor Veurne-Ambacht dat de opbrengsten nog 13,4 % bedroegen in 1588 tegenover 1575. Het hoeft verder geen uitleg dat vanuit deze invalshoek de werkelijke invloed van de troebelen tot uiting kwam[101] .

Vanaf 1600 tot 1645 deed zich een spectaculaire aanwas van de bevolking voor. Daarna nam het cijfer van de bevolking met ongeveer 30% af tot 1680 als gevolg van de vele militaire activiteiten tussen Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden in het gebied. Tijdelijk was er wel een korte stijging van 1680-1690 te bemerken, maar deze werd vlug teniet gedaan onder invloed van de Negenjarige Oorlog in het laatste decenium van de 17de eeuw.

Het begin van de 18de eeuw kenmerkte zich door een lichte daling van het bevolkingscijfer maar vanaf 1725 volgde een opgaande beweging. De aanwas verliep wel minder spectaculair dan tijdens de eerste helft van de 17de eeuw. Het was pas vanaf 1740 dat hetzelfde bevolkingsaantal als v˜˜r de crisis van het einde van de 16de eeuw weer werd bereikt.

Na 1785 tekende zich een lichte dalende trend van het bevolkingscijfer af. Verklaring hiervoor waren de militaire activiteiten die weer voorkwamen in de Kasselrij Veurne.

Begin van de 19de eeuw steeg het totale cijfer weerom licht en zorgde ervoor dat het bevolkingscijfer in 1830 ongeveer 54% of de helft hoger lag dan in 1550.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[49]1 P. VANDEWALLE, De geschiedenis van de landbouw in de Kasselrij Veurne, 1550-1645, Brussel, 1986, p. 29.

[50] P. VANDEWALLE, Op. cit, p. 30

[51] A. SANDERUS, Verheerlykt Vlaandre, 1735, deel 3, pp. 4-5 (heruitgave).

[52] A. VERHULST, Landschap en landbouw in Middeleeuws Vlaanderen, Brussel, 1995, p. 14. Zie hier voor ook afbeelding 3 op p. 20.

[53] P. VANDEWALLE, Op. cit., p. 30.

[54] A. VERHULST, Op. cit, p. 83.

[55] P. VANDEWALLE, Op. cit, p. 31.

[56] P. HEINDERYCX, Jaerboeken van Veurne en Veurnambacht , uitgegeven door E. RONSE, Veurne, deel IV, 1861, pp. 128-143.

[57] P. VANDEWALLE, Op. cit., p. 31.

[58] Zie afbeelding 3, 4,5 en 6.

[59] Ibidem, p. 31.

[60] P. VANDEWALLE, Op. cit, pp. 31-32.

[61] Zie afbeelding 5.

[62] P. VANDEWALLE, Op. cit., p. 32.

[63] R. BOTERBERGE, Historische Geografie van het Overstromingsgebied van de IJzer in de Middeleeuwen, in: Handelingen van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, Nieuwe Reeks, vol. 16, 1962, p. 113.

[64] R. BOTERBERGE, Op. cit., p. 114.

[65] Zie afbeeldingen 3,4,5 en 6.

[66] P. VANDEWALLE, Op. cit, p. 33.

[67] Zie afbeelding 6.

[68] Bij het voorgaande werd aanvullend gebruik gemaakt van P. VANDEWALLE, De geschiedenis van de landbouw in de Kasselrij Veurne, 1550-1645, Brussel, 1986, pp. 36-37 en van D. DALLE, De bevolking van Veurne-Ambacht, Brussel, 1963, pp. 4-5.

[69] D. DALLE, De bevolking van Veurne-Ambacht, p. 5.

[70] P. VANDEWALLE,Op. cit, p. 38.

[71] P. HEINDERYCX, Jaerboeken van Veurne en Veurnambacht, uitgegeven door E. RONSE, Veurne, deel IV, 1861, p. 42.

[72] Al het voorgaande uit P. VANDEWALLE, De geschiedenis van de landbouw in de Kasselrij Veurne, 1550-1645, pp. 38-48.

[73] P. HEINDERYCX, Jaerboeken van Veurne en Veurnambacht, uitgegeven door E. RONSE, Veurne, deel IV, 1861, p. 144.

[74] Ibidem, p. 234.

[75] E. COULIER (e.a.), Pauwel Heinderycx en Veurne-Ambacht in de 17e eeuw, Veurne, pp. 17-22.

[76] Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Haarlem, 1979, deel 8, p. 315.

[77] Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Haarlem, 1979, deel 9, p. 31.

[78] Ibidem, p. 43.

[79] Ibidem, p. 94.

[80] Ibidem, p. 97.

[81] Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Weesp, 1983, deel 11, pp. 191-193.

[82] West-Vlaanderen bestond uit de Kasselrijen Veurne en Ieper.

[83] Ibidem, p. 206.

[84] Ibidem, p. 223.

[85] Ibidem, p. 315.

[86] Zie hiervoor D. DALLE, De bevolking van Veurne-Ambacht in de 17de en 18de eeuw, Brussel, 1963, 473 p. en P. VANDEWALLE, De geschiedenis van de landbouw in de Kasselrij Veurne, 1550-1645, Brussel, 1986, 415 p.

[87] P. VANDEWALLE, Op. cit, p. 49.

[88] P. VANDEWALLE, Op. cit., p. 74.

[89] P. VANDEWALLE, Op. cit., p. 72.

[90] D. DALLE, De bevolking van Veurne-Ambacht in de 17de en 18de eeuw, pp. 38-39.

[91] P. VANDEWALLE, De geschiedenis van de landbouw in de Kasselrij Veurne, 1550-1645, p. 50.

[92] Ibidem, p. 50. We verwijzen daarbij naar voetnoot nummer 111.

[93] D. DALLE, De bevolking van Veurne-Ambacht in de 17de en 18de eeuw, pp. 38-39

[94] Ibidem, pp. 40-41.

[95] Voor het jaar 1762 vulden we de gegevens voor Veurne op basis van de voorgaande en opvolgende cijfers aan.

[96] D. DALLE,De bevolking van Veurne-Ambacht in de 17de en 18de eeuw, p. 453. en zie bijlage 1.

[97] Zie tabel 5.

[98] P. VANDEWALLE, Quatre sicles dÕagriculture dans la rŽgion de Dunkerque, 1590-1990, Oostende, 1994, p. 107.

[99] Het verschil tussen beide gebieden wordt in tabel 7 als percentage tussen haakjes gegeven.

[100] De cursieve bevolkings- en indexcijfers zijn louter fictief! Ze werden aangevuld naar analogie met de situatie in de Kasselrij Sint-Winoksbergen.

[101] C. VANDENBROEKE, Vlaamse koopkracht: gisteren, vandaag en morgen, Leuven, 1984, p. 151.