Bormsfonds. Vereniging zonder winstoogmerk (1927-1990). Merksem. (Hans Vandenhouten)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Voorwoord

 

August Borms… De eerste keer dat ik zijn naam hoorde, was drie jaar geleden tijdens een college ‘Politieke geschiedenis van België’ aan de UFSIA. “Borms, de Vlaamse voorman die nog een tijdje hier vlakbij in Merksem verbleven had, diende bij de Antwerpse tussentijdse verkiezingen in 1928 een nationalistische kaakslag toe aan de liberale regering van die tijd.”[1]

Omdat de colleges van Professor Van Goethem me uitermate boeiden, en ik toen als student 2de kandidatuur geschiedenis gedreven was om bij de cursus extraliteratuur op te zoeken, las ik de Bormsbiografie van Jos Vinks.[2] Vermits Borms, net als ikzelf, uit de gemeente Merksem kwam, wekte toen de interesse. De Bormshagiograaf Vinks schilderde in zijn biografische studie Borms af als de “Vlaamse martelaar” die op een schandalige manier geëxecuteerd werd door de Belgische Staat.[3]

Tijdens de semestervakantie, net voor het examen over de Belgische politiek, kwam Borms opnieuw ter sprake tijdens een familiebijeenkomst met Kerstmis. Sommige van de oudere generatie hadden als tijdgenoten van Borms hem nog gekend als een streng katholiek en vriendelijk man, de anderen vertelden over de jaarlijkse Bormsherdenkingen, die vooral in de jaren ’60 Merksem hadden beroerd.

 

Ondanks de toenemende verwetenschappelijking binnen de geschiedschrijving over de Vlaamse beweging sinds 1970 waren er naast het werk van Vinks slechts sporadisch enkele bijdragen verschenen, over Borms’ politieke rol tijdens het interbellum of de Bormsverkiezingen, die het etiket wetenschappelijk en kritisch verdienden.[4] Tot op heden moest ik vaststellen dat in de hedendaagse biografische revival Borms nog steeds geen plaats gevonden heeft.[5] Deze opdracht wilde ik wel ter hand nemen, maar kwam al snel tot de conclusie dat het onbegonnen werk was. Het was onmogelijk Borms’leven terug te brengen tot de omvang van een scriptie, zonder afbreuk te doen aan een nauwkeurige situering binnen zijn tijdskader. Bovendien bleek de figuur Borms niemand onberoerd te laten. Ook vandaag blijft hij voor de een de “Mandela van Vlaanderen” en door de ander beschimpt voor zijn collaboratie met de bezetter.[6] Elk werk, hoe objectief en wetenschappelijk onderbouwd dan ook, rond de figuur Borms zou die zwart-witsituatie opwerpen en blijft het onderwerp van een heftige emotionele discussie. Ondanks die tweestrijd is het ontbreken van een grondige biografie over zo’n belangrijke pion binnen de Vlaamse beweging nog steeds een gemis, dat dient te worden opgevuld zonder te hervallen in een goed-foutanalyse.

 

Eind 2002 kreeg mijn thesisopdracht een hele nieuwe wending, toen mijn promotor voorstelde te werken rond het archief van de Bormsfonds vzw. Deze solidariteitsvereniging werd opgericht eind 1928 met als doel kapitaal in te zamelen bij de Vlaams-nationalisten om een lijfrente aan August Borms en zijn gezin te garanderen.

Als we er de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (EVB) en de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (NEVB) op naslaan is de bestaande informatie vrij gering en enkel gebaseerd op het Eerste tienjaarlijksch verslag (1927/1938) dat de Bormsfonds vzw in 1938 had uitgegeven.[7] Niets echter over het door het Bormsfonds gefinancierde album Bormsgalerij (1943), de Bormsbuste van Edward Melis dat ik nader hielp identificeren, of de hertekende organisatie van het Bormsfonds -onder een nieuwe naam Vl.E.K- na de tweede wereldoorlog. Deze summiere beschrijving in de NEVB was niet zo verwonderlijk, omdat het meeste archiefmateriaal nog steeds besloten ligt in privé-archief bij de oud-voorzitter van het fonds Gust Van Damme. Het vrij volledige archief bevatte de boekhouding (kasboek en jaarbalansen), verslagen van vergaderingen en de briefcorrespondentie van de organisatie over de gehele periode (1927-1990). Daarnaast beschikten we ook over gelijkaardig archiefmateriaal voor het Merksemse Steunfonds der Familie Borms en Vl.E.K 310. In het AMVC en ADVN te Antwerpen vond ik meestal een beperkte verzameling knipsels en folders die we reeds terugvonden in het privé-archief. Wel kon de persoonlijke briefcollectie van Borms in het AMVC gebruikt worden om zijn houding ten overstaan van de fondsen weer te geven. Uit de enorme verzameling persliteratuur in de SBA lazen we in de eerste plaats enkele belangrijke jaargangen van het dagblad De Schelde, waarin het Bormsfonds vrij vaak mededelingen kon verspreiden.

 

Belangrijk was in een eerste hoofdstuk een voorgeschiedenis te schetsen vanaf de periode dat Borms te Merksem verbleef, waar hij zich van meet af aan verdienstelijk stelde voor de Vlaamse zaak. Eerst en vooral in de Merksemse Groeningerwacht, aan de zijde van Louis Roosens en Lode Van Damme, en later bij de Raad van Vlaanderen waar hij ondermeer samen met Cyriel Rousseeu trachtte de krijgsgevangenen in Göttingen te ondersteunen. Zo’n hulpfonds voor de Vlaamse krijgsgevangenen bouwde hij met zijn wachten daarnaast ook uit te Merksem in het Komiteit tot ondersteuning der Merxemsche krijgsgevangenen.

Binnen dit comité zetelden een aantal personen, die later het Steunfonds der familie Borms oprichten om zijn gezin te helpen, toen August Borms tot levenslange opsluiting werd veroordeeld. Het ging om een kleinschalig initiatief tussen een groepje Merksemnaren die hun oud-voorzitter wilden bijstaan door het inzamelen van kapitaal, waarover in een tweede hoofdstuk werd gesproken.

 

Eind 1927 verkoos het bestuur van het Steunfonds de werking uit te breiden tot een vereniging zonder winstoogmerk Bormsfonds door het groeperen van Martelaarsfonds (Maria Gillis), Komiteit der Kinderen Borms, Studiefonds voor de kinderen van getroffen Vlamingen (Scharpé), Van Extergemfonds en het Merksems Steunfonds onder één koepelorganisatie. Deze samenwerkingsplannen mislukten en het Steunfonds koos ervoor de vzw alleen op te starten met de bedoeling 500.000 Bef. in te zamelen, zodat Borms nooit nog financiële problemen zou moeten ervaren, ook niet bij zijn vrijlating. Naast de eigenlijke vzw kon het Bormsfonds tevens rekenen op een Vlaamsch-Hollands Comité (1928) in Nederland en Vl.E.K 310 (1929-1934). Aan de hand van het archiefmateriaal kon ik zo de structuur en de eigenlijke organisatie in kaart brengen in een derde belangrijkste en meest uitgebreid deel. In het kluwen van deze verscheidene solidariteitsorganisaties, die in die dagen ontstaan zijn, ter ondersteuning van verscheidene Vlaamse leiders, was het soms moeilijk een vlot verhaal voor de lezer te scheppen zonder te hervallen in droge opsommingen en onnodige herhalingen. Om de financiële kant van de vzw voldoende te begrijpen kon ik deels terugvallen op ervaring van mijn middelbare opleiding, maar vooral op de kennis van de heer Van Damme, die vanaf 1944 zelf deel had in het bestaan van de Bormsfonds vzw.

 

De verhandeling is tevens het resultaat van heel wat literatuur. Over het Bormsfonds was tot heden bijna niets verschenen, maar de aanwezige literatuur bood de kans om bepaalde informatie over Borms tijdens de eerste wereldoorlog en later de periode in de Leuvense gevangenis te verduidelijken. Bovendien diende ik me in de algemene geschiedschrijving van de Vlaamse Beweging te verdiepen, aangezien deze kwestie aan de Vlaamse universiteiten naar mijn mening nog te weinig aan bod komt. Volgens Lode Wils het gevolg van de heilige mythevorming die er rond de vrij recente geschiedenis van de Vlaamse Beweging nog steeds sluimert. “ Hoe recenter het verleden, hoe heiliger de mythen en dus hoe heiligschennender degene die ze onderzoekt.”[8] Een belangrijk werkinstrument was de NEVB die op CD-ROM te raadplegen is. Lange tijd waren het internet en andere software een taboe binnen de historische wereld. Het wordt tijd dat de geschiedkundige komaf maakt met die bunkermentaliteit en openstaat voor nieuwe informatiebronnen.

 

Na WO II kreeg de Bormsfonds vzw ook de aandacht van de repressie. Op 13 oktober 1944 had Commissaris voor Rechterlijke Opdrachten De Caesstaecker op vraag van de Dienst van het Sekwester alle documenten van de vzw in beslag genomen, ondermeer om een bijdrage van de Commissie voor Rechtsherstel (1940) terug te vorderen. Uit een artikel van Griet Maréchal, ereafdelingshoofd bij het Algemeen Rijksarchief, over het archief van het sekwester na de Tweede Wereldoorlog bleek dit archief nog steeds aanwezig te zijn in Brussel, maar nog niet raadpleegbaar en strikt vertrouwelijk.[9] Na heel wat e-mail en briefcorrespondentie via allerlei omwegen, kreeg ik van het Ministerie van Financiën toelating om het archief in verband met de Bormsfonds vzw te raadplegen. Net als bij heel wat andere bezoeken aan archieven stootte ik ook hier op tegenstrijdigheden bij de benaming Bormsfonds. Zo kreeg de Commissie voor Rechtsherstel in de gerechtsstukken ook de naam Bormsfonds, waardoor een heel aantal dossiers voor mijn onderzoek overbodig bleken.

 

Na de terechtstelling van August Borms begon het Bormsfonds aan een tweede fase van de verwezenlijking hare statutaire doelstellingen. Onder een nieuwe naam Vl.E.K (vanaf 19 mei 1951) trachtte de vereniging het kapitaal aan te wenden om verscheidene Vlaamse verenigingen financieel bij te staan.[10] Naast de boekhouding en briefcorrespondentie met de betreffende organisaties waren vooral de talrijke gesprekken met de heer Van Damme, die in 1986 de vereffening van Vl.E.K verzorgde, zeer belangrijk. Ook werd er contact opgenomen met de nabestaanden van Louis Roosens, de oud-voorzitter van het Bormsfonds, maar die konden me slechts beperkt verder helpen. Omdat deze verhandeling gaat over een solidariteitsvereniging waar kapitaal en fondsenbezit centraal staat, kon ik niet om de financiële en boekhoudkundige inslag heen. Om dit voor de lezer enigszins te verduidelijken, werd werk gemaakt van enkele grafieken en tabellen. Uitgezonderd in verband met de uitkering aan Borms door de Commissie voor Rechtsherstel zag ik af van de indexatie van de financiële gegevens naar heden. Door de lange periode (1927-1990) en onstabiele wisselende omstandigheden was dit een vrij onbegonnen zaak. Bovendien werden de laatste rekeningen definitief afgesloten in 1991, waardoor een omzetting naar euro niet opportuun werd geacht.

 

* * *

Deze verhandeling was geen eenmanswerk. In de eerste plaats moet ik Prof. em. Gust Van Damme bedanken. De talloze gesprekken over de geschiedenis van de Bormsfonds vzw en de hele sfeer rond de vereniging in die dagen maakten het voor mij niet alleen boeiend, maar ook makkelijker te begrijpen. Zonder de ondersteuning van mijn promotor Prof. Louis Vos, die me ook de vrijheid liet er iets persoonlijk van te maken, was dit niet gelukt. Ook dank ik Prof. Eric Buyst voor de hulp bij de indexatie van sommige bedragen en mijn broer Jan die dankzij zijn rechtenstudies me kon helpen de juridische kant van de vzw te doorgronden. Tenslotte een woord van oprechte dank aan mijn ouders die me zowel moreel als materieel ondersteunden om dit resultaat, dat de lezer hopelijk kan boeien en misschien kan bijdragen tot de geschiedenis van de Vlaamse beweging, mogelijk te maken.

 

Hans Vandenhouten

(mei 2004)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[1] H. VAN GOETHEM, Cursus: Politieke geschiedenis van België, Antwerpen, 2001-2002, p.58.

[2] J. VINKS, Borms, Antwerpen, 1974.

[3] Op de achterflap van zijn Bormsbiografie lezen we verder: “(…) voor velen is de figuur van Borms nog steeds als een onaantastbaar edel mens bijgebleven. Een man die zijn leven had ingezet in dienst van en voor het volk. Het doel van deze uitgave was dan ook niet enkel een historisch dokument te brengen, maar tevens een piëteitsvolle hulde aan de mens Borms en voor de nieuwe generatie een poging van rechttrekken van het al te scheve beeld dat men moedwillig heeft trachten op te hangen.”

[4] In het werk van Rzoska en het artikel over Borms in de NEVB is een korte lijst opgenomen van minder kritische Bormsliteratuur.

- B. RZOSKA, “Borms leeft!”. August Borms (1878-1946), in; BOEVA, L., e.a. Jef Van Extergem: medestanders en tegenstanders?, (Instituut voor Marxistische Vorming), Brussel, 1998, p. 59.

- Borms, August, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[5]Vaak ging het om korte artikels in Vlaams-nationale maandbladen waarin auteurs een “mengvorm van triomfalisme en miserabilisme, van moralisme en underdogsyndroom” hanteerden.

-F. SEBERECHTS, Beeldvorming over collaboratie en repressie bij de naoorlogse Vlaams-nationalisten, in: VAN DOORSLAER, R. e.a., Herfsttij van de 20ste eeuw. Extreem-rechts in Vlaanderen 1920-1990, Leuven, 1992, p. 67.

[6] B. RZOSKA, o.c., p. 31.

[7] Bormsfonds, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[8] De V.B. vanuit internationaal-comparatief perspectief, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[9] Toen de Dienst van Sekwester in 1959 opgeheven werd, droeg men haar bevoegdheden over aan het Ministerie van Financiën, waar heden ten dage nog altijd een afdeling bestaat, die zich met deze zaken bezighoudt.

G. MARÉCHAL, “Vijanden en verdachten. Het archief van het Sekwester na de Tweede Wereldoorlog”, in: ART, J. e.a. Docendo discismus. Liber Amicorum Romain Van Eenoo, Gent, 1999, p. 57-73.

[10]Bijlage tot het Belgisch Staatsblad- Annexe au Moniteur Belge, 19 mei 1951, nr. 1363.