Bormsfonds. Vereniging zonder winstoogmerk (1927-1990). Merksem. (Hans Vandenhouten)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Nawoord

 

Vlak na de eerste wereldoorlog ontstonden diverse caritatieve organisaties om Vlaamse activisten in het algemeen te ondersteunen: Van Extergemfonds, Martelaarsfonds, Komiteit Kinderen Borms (later Studiefonds voor Kinderen van Getroffen Vlamingen of Scharpé-fonds), enz. Het Bormsfonds was ook zo’n organisatie die specifiek het gezin van August Borms wilde helpen. Het idee was gegroeid bij de Merksemse oud-Groeningerwachters, die samen met Borms de Merksemse krijgsgevangenen geholpen hadden, en ondermeer daarom bij het begin van Borms’ gevangenschap het Steunfonds der Familie Borms oprichtten. Toen dit initiatief leek mank te lopen door het beperkte werkingsgebied, ontsproot het idee van de oprichting van de Bormsfonds vzw, met als doel een half miljoen BEF in te zamelen.

 

- Ondanks kritiek van ondermeer Roza De Guchtenaere mogen we stellen dat de Bormsfonds vzw een apolitieke organisatie bleef, waar er enkel plaats kon zijn voor enig Vlaams volksnationalisme. Zoals in de statuten was vermeld, stond de vereniging neutraal en kon ze niet voor de kar gespannen worden van een Vlaamse politieke partij. De leden van de vereniging konden wel de politieke overtuiging delen met de Frontpartij of later het VNV, maar nooit was er in het fonds inmenging vanuit die kringen. Zo waren zowel penningmeester Lode Van Damme en secretaris Jozef Vercalsteren actief binnen de Frontpartij, maar wijzen anderzijds de politieke activiteiten van voorzitter Louis Roosens binnen de katholieke partij erop dat het Bormsfonds geen homogeen Vlaams-nationalistische politieke groepering is geweest.

- De vereniging toonde zich steeds transparant naar de buitenwereld door het openbaar maken van de jaarbalansen en -verslagen in De Schelde. Eénmaal per jaar legde de Raad van Beheer aan de Algemene Vergadering de resultaten en begroting voor. Ook uit de onderzoeksdossiers van de Dienst van het Sekwester valt op de organisatie niets aan te merken. Enkel een persoonlijk gift vanwege Borms zelf aan het vzw zal een probleem vormen. Dit is het gevolg van het voorzichtige beleid dat de organisatie voerde tot eind jaren ’80. Zelden organiseerde ze manifestaties, omdat ze het risico’s niet wilde lopen haar handen te verbranden aan mogelijke tegenvallers. Ook hield ze zich bijna volledig afzijdig van commerciële activiteiten. Slechts enkele malen lezen we in de verslagen over de verkoop van handelsproducten onder de naam Borms en Bormsfonds. Hier sloot men altijd contracten af die de garantie moesten bieden op een veilige handelsovereenkomst.

Ook bij de financiële organisatie koos de vereniging nooit voor het avontuur, maar belegde statutair enkel in veilige, stabiele overheidsfondsen. Alleen de Young-lening is bij de economische crisis hierop een uitzondering. Bij de uitkering van de rente moest de beheerraad post factum rekening houden met de Algemene Vergadering tot na controle balansmatig het resultaat aanwezig was. Eerder werd nooit een rente aan Borms uitgekeerd.

-Net als de Dienst van Sekwester na de Tweede wereldoorlog verklaarde, heeft de stichting steeds strikt haar statutair doel gevolgd. Eerst bij de rente-uitkering aan August Borms en later ook aan zijn weduwe. Tot in 1990, onder de nieuwe naam Vl.E.K vzw, keerde ze stortingen uit aan verscheidene socio-culturele verenigingen in Vlaanderen. Waarschijnlijk heeft het voorzichtige beleid ervoor gezorgd dat de vzw al die jaren kon standhouden.

 

Bormshulde 1943. Nogmaals foto van de hulde in de Antwerpse Zoo die duidelijk de sfeer van die dage uitademt. Borms’ aanzien bereikte een hoogtepunt (AMVC)

 

Het blijft opvallend dat het Bormsfonds erin slaagde een enorm kapitaal in te zamelen. Zeker als we het vergelijken met de inzamelingen van Martelaarsfonds of Studiefonds van Lodewijk Scharpé, waar de inkomsten beduidend lager waren. Dit succes was dan ook symptomatisch voor de verering en genegenheid die Borms en zijn gezin mochten ervaren in Vlaams-nationalistische middens.[570] Veel meer dan andere figuren als Jef Van Extergem die het moest stellen met de steun van de Internationale Rode hulp, dat heel wat minder opbracht. Hij was de enige activist die zo’n lange tijd in de gevangenis doorbracht, en mede daarom het symbool werd van de amnestiegedachte en het anti-Belgische Vlaams-nationalisme.

 

Het aureool van de ongekroonde koning won na zijn dood voor het vuurpeloton enkel maar aan consecratie, waarbij de grens van fictie en historische waarheid vaak flinterdun was. Zijn graf op het Merksemse kerkhof, met een kruis met de letters AVV-VVK, groeide vanaf 1947 (toen nog clandestien) jaarlijks uit tot een waar bedevaartsoord.[571] De herdenkingen lagen in het verlengde van de vooroorlogse manifestaties, toen er bij de Vlamingen onvrede heerste over de amnestie voor bepaalde activisten of collaborateurs.[572] Na de oorlog werd de collaboratie herleid tot een idealistisch engagement voor Vlaanderen, terwijl de repressie omgekeerd werd voorgesteld als een aanslag. Niet alleen in Merksem kende men een traditie van Bormsherdenkingen, maar ook te Sint-Niklaas vond jaarlijks een viering plaats.

 

Verboden Bormsherdenking 1966. Berichten van de Merksemse burgemeester die de Bormsherdenking verbood enkele dagen voor die zou plaatsvinden (ADVN)

 

De bekendste Bormsherdenking was allicht die van 16 april 1966. Uit vrees voor tegenmanifestanten door linkse studentenverenigingen en verzetsorganisaties, verbood het Merksems gemeentebestuur deze jubileumherdenking van Borms’ executie. Omdat het verbod slechts enkele dagen voor de eigenlijke herdenking werd uitgevaardigd zagen de organisatoren het als een typische houding van het Belgisch establishment. Zo’n 500 agenten hielden de massa met traangas in bedwang, toen ondermeer Hugo Schiltz en Maurits Coppieters met een bloemenkrans naar de gesloten poorten van de Merksemse begraafplaats trokken.[573]In de jaren ’70 stonden de herdenkingen onder bescherming van enkele politici van de Volksunie (VU), waarbij vooral de herdenking bij de 25ste verjaardag van de executie in 1971 zeer succesrijk was. In De Standaard van 10 april 1971 schreef Manu Ruys dat de Bormsherdenking belangrijk was, omdat de wonden dan wel gesloten waren, de littekens toch blijven natrillen.[574] In 1996 was de tot op heden laatste grote herdenking, vijftig na de executie, met een optocht over de Bredabaan en een bloemenhulde aan de Zoo als symbolische daad voor de collaborateurs die daar opgesloten zaten tijdens de tweede wereldoorlog.

 

Graf van August Borms en zijn vrouw Cesarina Smet. Elk jaar in april wordt aan het graf nog een bezinningstonde met bloemenhulde en gelegenheidsrede gehouden, georganiseerd door het Bormshuis. (eigen archief)

 

Als we kijken naar het aantal aanwezigen op de plechtigheden mogen we stellen dat de laatste decennia de verering heeft plaatsgemaakt voor een meer afstandelijke benadering, al blijft in een beperkt segment van de Vlaamse beweging de nagedachtenis aan Borms hevig aanwezig, wachtend op een nieuwe heropflakkering. Al wordt die groepering stilaan uitgedund en hebben de VU-politici plaatsgemaakt voor de leiding van het Vlaams Blok, die handig inspelen op de onvrede van de aanwezigen om hun programmapunten duidelijk te maken.[575] Het stramien van de herdenkingen is gebleven, bestaande uit een eucharistieviering, liederen en toespraken, en tenslotte een bloemenhulde aan het graf. Ook de verheerlijking blijft bijna zestig jaar na zijn dood overeind, de mythe leeft nog steeds… net als in de jaren van het Bormsfonds.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[570] Bormsfonds, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[571] De Nieuwe Gazet, 14 april 1947.

[572] G. LEEMANS, ‘Herdenkt nu!’. Vlaamsgezinde huldigingen en herdenkingen, in: LEEMANS, G. e.a., Vlamingen komt in massa, (Museum van de Vlaamse sociale strijd. Bijdragen 17), Gent, 1999, p. 339.

[573]- De Standaard, 18 april 1966

 -La Libre Belgique, 18 april 1966.

[574] De Standaard, 10 april 1971.

[575] Gazet van Antwerpen, 15 april 1991.