Bormsfonds. Vereniging zonder winstoogmerk (1927-1990). Merksem. (Hans Vandenhouten)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Deel II. Bormsfonds vzw (1927-1990)

 

HOOFDSTUK 3. De beginperiode (1927-1928)

 

De leden van het Steunfonds der Familie Borms hadden gedurende zeven jaar getracht August Borms, hun bondgenoot bij de Groeningerwacht en voorman van de Vlaamse Beweging, ten volle te ondersteunen. Door de moeilijke financiële situatie en het beperkte, lokale werkingsgebied was voor het Merksemse bestuur echter de tijd gekomen om een sprong voorwaarts te maken, te denken in een breder perspectief, en te dromen van de inzameling van een grootkapitaal in een organisatie die een begrip moest worden binnen de Vlaamsvoelende familie. Dankzij de rente op dit kapitaal en de samenwerking van de verscheidene verenigingen, met ondermeer Studiefonds en het Martelaarsfonds, binnen de nieuwe overkoepelende Bormsfonds vzw hoopte het oud-bestuur dat het gezin Borms nooit nog geldperikelen moest kennen.

 

Stichting

 

Op 8 februari 1926, de zevende verjaardag van de arrestatie van Borms, richtte de Merksemse Frontafdeling een herdenkingsavond voor Jan Hainaut in.[288] Op deze zitting voerde de voorzitter van Het Vlaamsche Front, Herman Van Puymbrouck het woord en vroeg aan de aanwezigen of het niet aangewezen was de bestaande werkingen te verenigen. “Konden ze dan niet kapitalen bijeenbrengen, waarvan de rente zou dienen om de weduwen en wezen van gevallen strijders en grote Vlamingen toe te laten in hun levensonderhoud te voorzien?” De speech had de leden van het Steunfonds overtuigd maar het was nog een jaar wachten, tot in februari 1927, toen voorzitter Roosens het eerste plan voorlegde voor de stichting van de Bormsfonds vzw. Het driemanschap Roosens-Van Damme-Vercalsteren zag het groots. Nadat met een ruim opgezette propaganda voldoende kapitaal was ingezameld door het Steunfonds, wilde het bestuur daarna de voornaamste solidariteitsorganisaties (Steunfonds, Komiteit der Kinderen Borms, Studiefonds voor de kinderen van getroffen Vlamingen, Martelaarsfonds en Van Extergemfonds) verenigen onder één moedervereniging die kon instaan voor het onderhoud van August Borms en zijn gezin. [289] Onder die nieuwe Bormsfonds vzw hoopte het Steunfonds daarna nog meer geld in te zamelen en meer leden aan te trekken met een beter uitgebouwde beleidsstructuur.

Aan Maria Gillis van het Martelaarsfonds en Lodewijk Scharpé van het Studiefonds alsook aan de welbekende Vlaamsgezinde figuren als Leo Augusteyns, Herman De Vleeschauwer, Arthur Van Lierde, Hubert Melis, Thomas De Backer, Edmond Van Dieren en professor Frans Daels, stuurde het Steunfonds een eerste brief betreffende de structuur van de nieuwe vereniging.[290] Alle partijen reageerden gunstig, al hadden Scharpé en Gillis wel de nodige bedenkingen over het belang van zo’n koepelorganisatie.[291] Ook toen hem een plaatsje werd toegezegd in de beheerraad van het Bormsfonds bleef Scharpé erbij dat met verscheidene kleine groeperingen en lokale inzamelingen men meer bekendheid genoot, wat de Vlaamse propaganda alleen maar ten goede kwam.[292] Ook kon hij zich niet vinden in het plan om een lijfrente uit te keren aan Borms. Mocht dit toch nodig blijken, dan was volgens hem, de meest geschikte tijd voor een algemene geldinzameling na diens invrijheidstelling. Toen Borms dit negatieve nieuws vernam, besloot hij een brief te schrijven naar Scharpé en Gillis om in de mate van het mogelijke een samenwerking toch niet uit te sluiten.[293] Aan Rousseeu liet Borms weten dat hij zich niet kon vinden in de huidige situatie. Al was hij nog steeds tevreden met de gestuurde voedselpakketten van het Martelaarsfonds, toch betreurde hij dat die organisatie niet tot een samenwerking kon komen met de Bormsfonds vzw.[294] “Met die fondsen is het weer een droevige geschiedenis… Die ongelukkige tweedracht steeds! Nu zal het weer een strijd worden, waarbij men aan weerskanten van zijn pluimen zal laten tot groot jolijt van onze vijanden.”[295]

 

Verdere onderhandelingen bleven zonder resultaat en daarom besloot het Steunfonds op 2 oktober 1927 dan toch een eerste vergadering bijeen te roepen en te besluiten tot oprichting van het Bormsfonds, als een vereniging zonder winstoogmerk, en de aanvaarding van zijn standregels.[296] Op 9 november 1927 verschenen de statuten van de Bormsfonds vzw in het Belgisch Staatsblad.[297] Het doel van de vereniging was een kapitaal in te zamelen en te beleggen in fondsen waarvan de opbrengst diende voor een lijfrente aan Borms, en indien nodig na diens dood ook voor het ondersteunen van zijn vrouw en kinderen. In de tweede plaats wilde de Bormsfonds vzw op maatschappelijk vlak de culturele en economische belangen van het Vlaamse volk dienen. Dit wil zeggen dat de organisatie de Vlaamse universiteitsstudenten en kunstenaars steunde, de uitwisseling van Vlaamse en Nederlandse leerkrachten en studenten zou bevorderen, en toelagen kon verlenen voor het uitgeven van wetenschappelijke werken, voordrachten en kunstuitvoeringen. Deze Vlaamse en Nederlandse intellectuele uitwisseling paste binnen het kader om aan het fonds een Groot-Nederlands karakter te geven. Tenslotte diende de vereniging zich volgens de statuten steeds te onthouden van iedere politieke actie.[298] Voordat de organisatie structureel volledig geregeld was, verscheen op 27 november 1927 in De Schelde reeds een eerste artikel ‘Allen voor één’ van de hand van Herman Van Puymbrouck, waarin hij opriep geld te storten voor het Bormsfonds.[299] Van Puymbrouck vergeleek Borms met een invalide van de eerste wereldoorlog te Kinston die geen ondersteuning kreeg van de Engelse gemeenschap. Borms was ook een zwaar gekwetste, de grote invalide van de oorlog die alles voor het Vlaamse volk gegeven had. Nu was de tijd gekomen dat de Vlamingen zich verantwoordelijk moesten stellen voor Borms en zijn gezin.

 

Beheerraad en de leden

 

Net als in de meeste vrijwilligersorganisaties waren het binnen het Bormsfonds ook enkele leden die het voortouw namen met de anderen in hun kielzog. In de beheerraad van het Bormsfonds bekleedde het oud-bestuur van het Steunfonds opnieuw de voornaamste posities en vormde het dagelijks bestuur. Het ledenaantal was ditmaal veel talrijker dan bij het Steunfonds. Niet enkel meer leden van Merksem, maar de gehele Vlaamse Beweging was vertegenwoordigd.

 

Tabel 3: Invulling dagelijks bestuur van de Bormsfonds vzw (1928-1944)

Naam

Woonplaats

Beheerraad

 

Taak

 

Roosens, Louis

Merksem

1928-1962

Voorzitter

Van Damme, Lode

Merksem

1928-1962

Penning-meester

Vercalsteren, Jozef

Borgerhout

1928-1944

Secretaris

 

Op de eerste vergadering van 2 oktober 1927 in het lokaal Malpertuus, tegenover de Antwerpse opera, bespraken de leden van het oude Steunfonds en enkele genodigden de nieuwe statuten en de aanstelling van de beheerraad.

Louis Roosens werd net als bij het steunfonds opnieuw tot voorzitter gekozen. In 1926 had hij zijn termijn verlengd als katholiek raadslid binnen de Merksemse gemeenteraad onder het burgemeesterschap van apotheker Jozef Frans Nolf. Toen in 1929 schepen B. Timmermans overleed, duidde de raad Roosens aan als diens opvolger.[300] Andere oud-bekenden van het nieuwe fonds waren eerste schatbewaarder Lode Van Damme, zijn medestander August Willekens en secretaris Jozef Vercalsteren. Als jonge knaap vinden we Vercalsteren reeds terug bij de Padvinders-Vlaanderen waar hij zijn Vlaams idealisme kon waarmaken.[301] Toen hij huwde met Martha Traesschaert vond hij een bondgenoot in zijn schoonbroer Hugo Van den Broeck, tevens een goede vriend van Borms en echtgenoot van Angelique Traesschaert. Voor de oorlog was Vercalsteren nog secretaris geweest bij de Merksemse Groeningerwacht aan de zijde van August Borms en na de wapenstilstand ging hij, in navolging van Lode Van Damme, diezelfde functie bekleden binnen de Merksemse Frontpartij. Tot slot waren zowel Vercalsteren als Van Damme betrokken bij de oprichting van het Reimond Tollenaere-stichting[302] en het Vlaams Nationaal Zangverbond (V.N.Z)[303] waar ze samen de financiën behartigden. In de statuten was vooraf overeengekomen dat de voorzitter, eerste schatbewaarder en secretaris het driekoppig dagelijks bestuur uitmaakten en de lopende zaken gingen verzorgen.

 

Verder werden Mevrouw Kries (Oude God), Arthur Van Lierde (Sint-Niklaas), Leo Augusteyns (Antwerpen) en Benoit Ceuppens (Merksem) opgenomen in de beheerraad. Omdat Van Lierde beroepsmatig wisselagent was, benoemde het Bormsfonds hem tot financieel raadgever.[304] De meest gekende was Augusteyns, de geboren Antwerpenaar die lange tijd lid was geweest van de Liberale Volkspartij, maar na de oorlog uit de partij was verbannen wegens beperkte activistische activiteiten. Zo kwam hij bij Het Vlaamsche Front terecht -waar hij later voorzitter werd- en was een van de stichters van een uitgeverij in Kapellen, die verscheidene nationalistische brochures en het weekblad De Noorderklok uitgaf.[305] Andere opvallende figuur was Benoit Ceuppens die samen met Vercalsteren in 1926 het Steunfonds vervoegde en gedurende meer dan vijfendertig jaar deel zou uitmaken van de beheerraad van de vzw. In 1921 was hij nog één van de stichters van de Merksemse frontpartij en had toen het Café Leopold II op de Merksemse Bredabaan laten omdopen tot Vlaams Huis.[306]

 

Drie maanden na de stichtingsvergadering werd de eerste echte bijeenkomst op 29 januari 1928 georganiseerd waarop alle leden uitgenodigd waren. Op die vergadering poogde het bestuur van het Bormsfonds opnieuw het lidmaatschap aan te bieden aan Mevrouw Gillis en Professor Scharpé, omdat deze twee personen steeds verdienstelijk werk geleverd hadden op het gebied van de Vlaamse zaak, zo vond men. Ook de leden van het oud-Steunfonds mochten toetreden tot de vzw, zoals ze eerder in onderling overleg op de laatste vergadering van het Steunfonds waren overeengekomen.[307] Felix Seghers, Jozef Van Oers, Victor de Jong en Martin Sutherland, allen leden van het oudere Merksemse Steunfonds, zegden hun medewerking toe.[308] Ook Mevr. De Vroe-Puype, Adiel Debeuckelaere, Karel- Leopold Van Opdenbosch, Hubert Melis en Frontparlementariërs Staf De Clercq en Thomas De Backer stelden zich schriftelijk kandidaat voor de beheerraad.[309]

Vanaf dan ging het snel. In een eerste fase waren de meest opvallende leden Frans Daels (Gent), letterkundige Eugène De Bock (Antwerpen), componist Emiel Hullebroeck (Brussel), Emile Butaye (Watou), Edgar Muylle (Deurne), Hilaire Allaeys (Antwerpen) en tenslotte bekend toneelspeler Juliaan Platteau (Antwerpen). Alle leden waren sterk Vlaamsvoelend en hadden vaak een rol van betekenis gespeeld in het activisme aan de zijde van Borms. Zo waren Emile Butaye en Hilaire Allaeys samen met Borms nog actief geweest bij Pro Westlandia van Cyriel Rousseeu, en zat Juliaan Platteau ook in de Groeningerwacht Naast deze intellectuelen en belangrijke leiders binnen de Vlaamse Beweging had Hubert Melis aangedrongen om de gewone mens zeker niet uit te sluiten. Jan en Renaat Meyer (Merksem), handelaars J. Verhavert (Merksem) en J. Willekens (Merksem), en fronterschepen Pieter Roes, collega van voorzitter Roosens in de Merksemse gemeenteraad, waren maar enkele van de talrijke mindere bekende namen in het fonds die zich wilden inzetten voor het gezin Borms.[310] Eind 1927 verzond het Bormsfonds aan een 135-tal personen een voorstel tot lidmaatschap, met een minimumbijdrage van 100 BEF. Slechts een 17-tal toetredingen mochten ze boeken.[311] Tevens werd er door bemiddeling van de heer K. Weckers uit Boom getracht contact te leggen met de uitgeweken Vlamingen die in Amerika verbleven, echter zonder resultaat.

In juni 1928 volgde er een grote uitbreiding van het ledenaantal met 29, waaronder een groot aantal Merksemnaren en inwoners van Sint-Niklaas.[312] Niet toevallig de gemeenten die Borms nauw aan het hart lagen en waar hij lange tijd had gewoond. Verder de bejaarde Pol de Mont die doorheen de jaren als volks- en letterkundige, kunstcriticus, en redenaar was uitgegroeid tot een van de leidersfiguren binnen de Vlaamse Beweging.[313] Ook Borms’ rechterhand Cyriel Rousseeu en de Fronters Piet Finné, Jozef de Belie en Herman van Puymbrouck traden toe als leden van het Bormsfonds. Tenslotte de secretaris van Het Vlaamsche Front Karel Fossey die wegens activisme in de gevangenis van Leuven opgesloten had gezeten en aldaar redactiesecretaris was geweest van Borms’ gevangeniskrantje.[314] Opvallend gegeven was zijn huwelijk met Anna Mortelmans, die we kennen als de ziel van het Martelaarsfonds, naast Mevrouw Gillis.[315]

 

Tabel 4: Ledenlijst Bormsfonds vzw (1928-1989)[316]

 

Naam

Woonplaats

Beheerraad

Lid

Allaeys, Hilaire

Antwerpen

 

1928-1935

Angermille, Mevr.

Antwerpen

 

1928-1944

Augusteyns, Leo

Antwerpen

1928-1951

1927-1951

Borms, Herman

Merksem

1941-1951

1941-1951

Borms, Wilfried

Merksem

1941-1951

1941-1951

Butaye, Emiel

Watou

 

1928-1951

Cabooter, A.

Oostende

 

1928-1944

Ceuppens, Benedictus

Merksem

1928-1964

1927-1964

Daels, Frans

Gent

 

1928-1951

Debacker, Thomas

Mol

1928-1930

1927-1951(*)

De Belie, Jozef

Sint-Niklaas

 

1928-1951

De Belie, Mevr.

Sint-Niklaas

 

1928-1951

De Beuckelaere, Adiel

Ninove

1928-1930

1927-1951

De Bock, Eugène

Antwerpen

 

1928-1951

De Clercq, Gustaaf

Kester

1928-1942

1927-1942

De Jongh, Victor

Merksem

1928-1934

1927-1934

De Meulder, L.

Merksem

 

1928-1951

De Meyer, Frans

Borgerhout

 

1928-1951

De Mont, Pol

Antwerpen

 

1928-1931

De Pooter, Jan

Merksem

 

1928-1951

Desmets, (?)

Merksem

 

1928-1951

De Vroe-Puype, Nora

Brugge

1928-1951

1927-1951(*)

Dillen, Pieter

Antwerpen

 

1928-1951

Drexler, Michel

Oude-God

 

1928-1951

Fassotte, G.

Mechelen

 

1928-1951(*)

Finné, Piet

Schaarbeek

1928-1930

1927-1964(*)

Fossey, Karel

Antwerpen

 

1928-1964(*)

Goemans, Godelieve

Berchem

 

1952-1964(*)

Henderickx, Adelfons

Antwerpen

 

1928-1951

Hullebroeck, Emiel

Brussel

 

1928-1951

Kries, Valerie

Oude God

1928-1934

1927-1934

Lemmens, Gustaaf

Borgerhout

 

1928-1951

Melis, Hubert

Antwerpen

1928-1951

1927-1951

Metsers, H.

Hulst

 

1928-1951(*)

Meyer, Jan

Merksem

 

1928-1951

Meyer, Renaat

Merksem

 

1928-1951

Moeskops Jaak

Merksem

 

1928-1944

Moulckers, Oskar

Neer-Landen

 

1928-1934

Muylle, Edgard

Deurne

 

1928-1951

Peeters, Lode

Mechelen

 

1928-1951

Peeters, Jos

Mechelen

 

1928-1951

Peeters, Jan

Mechelen

 

1928-1951

Peeters, Anna

Mechelen

 

1928-1951

Platteau, Juliaan

Antwerpen

 

1928-1964(*)

Picard, Hendrik

Antwerpen

 

1928-1951

Picard, M.

Antwerpen

 

1928-1964(*)

Roes, Pieter

Merksem

 

1928-1951(*)

Roosens, Louis

Merksem

1928-1962

1927-1962

Rousseeu, Cyriel

Borgerhout

1962-1968

1928-1968

Seghers, Felix

Merksem

 

1927-1964(*)

Schiffers, Juul

Merksem

 

1928-1951

Schiltz, J.

Antwerpen

 

1934-1964(*)

Soetewey, A.

Merksem

 

1935-1951

Sutherland, Martin

Merksem

 

1927-1951(*)

Timmermans, Jan

Antwerpen

1928-1951

1928-1962

Van Damme, Gust

Merksem

1944-1986

1944-1989

Van Damme, Lode

Merksem

1928-1962

1927-1962

Van De Bossche, Piet

Merksem

1962-1986

1959-1989

Van den Brande, Octaaf

Sint-Niklaas

 

1928-1944

Van de Steen, Geert

Antwerpen

 

1934-1952

Van de Steen, Robert

Antwerpen

 

1959-1989

Van Heetvelde, Ferdinand

Merksem

 

1928-1944

Van Hemelrijck, A.

Antwerpen

 

1928-1944

Van Lierde, Arthur

Sint-Niklaas

1928-1932

1927-1932

Van Marcke, H.

Antwerpen

 

1935-1964(*)

Van Oers, Jozef

Merksem

 

1927-1964(*)

Van Opdenbosch, Karel-Leopold

Aalst

1928-1930

1927-1951(*)

Van Osselaer, Werner

Sint-Niklaas

 

1928-1951

Van Puymbrouck, Herman

Antwerpen

1930-1951

1928-1951

Van Puymbrouck, Mevrouw M.

Antwerpen

 

1928-1951

Van Riet, Jan

Sint-Niklaas

 

1928-1944

Van Wassenhove, (?)

Borgerhout

 

1928-1951(*)

Veldkamp, C.

Roosendaal

 

1928-1951(*)

Verbruggen, M.

Antwerpen

 

1928-1951(*)

Vercalsteren, Jozef

Borgerhout

1928-1944

1927-1944

Verhaegen, Ed.

Diest

 

1928-1951

Verhavert, J.

Merksem

 

1928-1936

Vietti, Arthur

Sint-Niklaas

 

1928-1951

Vydt, Frans

Sint-Niklaas

 

1928-1944

Weber, Jos

Antwerpen

 

 1935-1964(*)

Wijmeersch, Frans

Sint-Niklaas

 

1928-1944

Wuyts, H.

Arendonk

 

1928-1951

Wuyts, Lode

Merksem

 

1928-1930

Willekens, August

Mortsel

1928-1934

1927-1959

Willekens, J.

Merksem

 

1928-1951

 

Voor de oorlog vergaderde de beheerraad om de drie maanden in lokaal Malpertuus te Antwerpen. Ontegensprekelijk was er tussen de belangrijkste personen van het fonds wel meer contact. Vooral Vercalsteren en Van Damme verzorgden het dagelijkse beheer.[317] Bij stemming tijdens de raad van beheer konden verontschuldigde raadsleden steeds hun volmacht geven aan de voorzitter of een ander raadslid. Jaarlijks was er ook een algemene vergadering, meestal voorafgegaan door een vergadering van de beheerraad, waarop alle leden van het fonds werden uitgenodigd. Het was geen vereiste om als lid op deze vergaderingen aanwezig te zijn. Zo betaalden de Antwerpse advocaten Hendrik Picard en Adelfons Henderickx ook keurig het lidgeld maar zouden vervolgens nooit een vergadering bijwonen.[318]

Van het oorspronkelijke plan om met de Bormsfonds vzw een fusiegroep op te zetten tussen de verscheidene solidariteitsorganisaties was niets terechtgekomen. Het Bormsfonds ging haar eigen weg en bouwde een zo breed mogelijke organisatie uit, in ‘concurrentie’ met Martelaarsfonds en Studiefonds. De drie verenigingen voerden ijverig propaganda in dezelfde Vlaamse kringen waar ze hoopten leden te strikken en kapitaal in te zamelen. Dit leidde soms tot wedijver waardoor bepaalde figuren het Bormsfonds in een slecht daglicht probeerden te stellen, ondermeer over de vermeende politieke achtergrond van de organisatie.

 

Kritiek

 

Op 4 december 1927 verscheen in De Voorpost, het officieel weekblad van Het Vlaamsche Front in Oost-Vlaanderen, het artikel ‘Het Bormsfonds. Vrienden opgelet’ van de hand van Roza De Guchtenaere.[319] In het bewuste artikel spuide De Guchtenaere openlijk kritiek op het kersverse Bormsfonds en waarschuwde haar lezers dat hetzelfde stond te gebeuren als met het Fonds voor Remy De Man, waar heel wat van het ingezamelde geld bleef kleven aan de handen van de organisators.[320] Volgens haar gebruikte het Bormsfonds het gestorte geld niet voor steun aan het gezin Borms, maar wel voor de propaganda om August Borms tot verkiezingskandidaat te maken van Het Vlaamsche Front.[321] Daarom gaf ze haar lezers het advies om al de stortingen te verzamelen op een Vlaamse bank en te schenken aan Borms bij zijn vrijlating. Als de Vlamingen toch hun steentje wilden bijdragen, moesten ze maar het Martelaarsfonds steunen. Deze vereniging zorgde voor het voedsel van Borms en andere politieke gevangenen waaronder Jef Van Extergem, en had volgens haar het potentieel om tegen Borms’vrijlating een miljoen frank in te zamelen. Volgens De Guchtenaere werkte het oude Merksemse Steunfonds altijd als een onderafdeling van het Martelaarsfonds, waarbij de geldinzamelingen aan de moederorganisatie afgedragen werden. Toen echter de voorzitster van het Martelaarsfonds Maria Gillis zich had uitgesproken tegen de kandidatuur van Borms voor de Frontpartij, brak het Bormsfonds met het Martelaarsfonds en stortte het ingezamelde kapitaal rechtstreeks aan mevrouw Borms. Hierdoor verminderde de inkomsten van de -volgens haar- meer verdienstelijke organisaties als het Studiefonds en het Martelaarsfonds.

 

Ondanks een afkeurende brief van het Bormsfonds bleef Roza De Guchtenaere nadien ook halsstarrig kritiek spuien op de organisatie. Op 26 februari 1928 verscheen een nieuw artikel over het Martelaarsfonds waarin De Guchtenaere opnieuw vernietigend uithaalde. Toen in 1925 de vrouw van Jef van Extergem was gestorven, besliste het Martelaarsfonds ook een Jef van Extergemfonds op te richten dat voor zijn zoontje zou zorgen. “De Vlamingen mochten Borms en Van Extergem niet laten lijden terwijl het Bormsfonds kapitaliseerde”, dixit De Guchtenaere.[322] Niets in deze artikels stoelde op enige waarheid, maar alles paste binnen de lastercampagne die Roza De Guchtenaere opzette tegen het Bormsfonds. De concurrentie tussen de solidariteitsorganisaties was groot, en De Guchtenaere kon in de pers dan ook de voor haar minder populaire verenigingen als het Bormsfonds naar believen afbreken. Vooral de 10.700 BEF die het Bormsfonds, ten koste van andere verenigingen, op anderhalve maand via steunlijsten in De Schelde mocht ontvangen, zat De Guchtenaere diep.

In één van haar artikels bracht ze het Bormsfonds in verband met de Merksemse frontafdeling.[323] Als we de ledenlijst onder de loep nemen, valt inderdaad op dat het fonds vooral in de kringen van Het Vlaamsche Front op zoek ging naar leden.[324] Denken we maar aan Herman Van Puymbrouck, Staf de Clercq, Thomas Debacker en vele andere populaire leiders binnen de partij. Ook Pieter Roes, de enige Fronter in de Merksemse gemeenteraad gedurende de jaren ’30, was lid van het fonds.[325] Dankzij die Vlaamse politici was het voor het Bormsfonds heel wat makkelijker geld in te zamelen, toen die populaire leiders hun naam aan de vzw verbonden.

 

 

Enige beoordelingen over de stichting van het Bormsfonds[326]

 

 

Het zal mij een eer zijn tot het Bormsfonds te kunnen toetreden.

(volksvertegenwoordiger Thomas De Backer)

 

Het spreekt vanzelf, dat ik het in princiep eens ben met uw streven…Op welgemeenden steun voor Uw werking moogt U altijd rekenen. Gelieve me als stichtend lid te willen inschrijven. (Dr. Frans Daels)

 

Een alleszins grootse onderneming dus, een stichting in den volle zin van het woord, waaraan de naam van Borms steeds verbonden zal blijven. Het woord is nu aan ons! Wij allen, die dagelijks Borms verheerlijken, moeten het Bormsfonds daadwerkelijk steunen. Een krachtdadig beroep schijnt me zelfs overbodig.

(Herman Van Puymbrouck in De Schelde)

 

 

Bovendien maakte de Bormsfonds vzw veelvuldig gebruik van het dagblad De Schelde, het propagandaorgaan van de Antwerpse frontpartij, om de Vlaams-nationalisten op te roepen een bijdrage te storten. Toch vinden we nergens in de bronnen of de statuten een bewijs terug, dat er rechtstreeks overleg of samenwerking was tussen de frontpartij en het Bormsfonds. Bovendien stond de vereniging onder het voorzitterschap van een katholiek schepen Louis Roosens en vinden we in de ledenlijst genoeg personen die geen binding hadden met Het Vlaamsche Front.[327] De Voorpost publiceerde uiteindelijk een rechtzetting over de uitlatingen van De Guchtenaere. Ook Borms ging Roza De Guchtenaere terechtwijzen en na diens vrijlating zou ook De Voorpost de mededelingen van het Bormsfonds opnemen..[328]

 

Financiële organisatie

 

De Bormsfonds vzw wilde op korte tijd 500.000 BEF inzamelen om een voldoende acceptabele rente aan Borms te kunnen uitkeren. Op alle mogelijke manieren trachtte de vzw grote inkomsten te vergaren: perspropaganda, verkoop van maquettes, steunlijsten, … Aan de hand van de financiële gegevens uit kasboeken, uitgegeven jaarverslagen en het vergaderboek zijn we in staat een vrij nauwkeurige schets te geven van inkomsten en uitgekeerde renten over een periode van bijna dertig jaar, tot bij het overlijden van Mevrouw Borms. Dit was niet altijd eenvoudig aangezien de bedragen, zoals aangetroffen in de verslagboek Bormsfonds en het kasboek niet altijd overeenstemden.[329]

 

Affiche Bormsfonds vzw. Het Bormsfonds riep op steunbons te kopen waarmee ze een rente aan August Borms kon uitkeren. (AMVC)

 

Twee dagen voor de 9de verjaardag van de arrestatie van August Borms, op 6 februari 1928, bracht een journalist van De Tijd uit Amsterdam een celbezoek aan Borms. Binnen een week was het immers Borms’ vijftigste verjaardag en tien dagen later volgde er een zilveren huwelijksfeest dat hij achter de tralies moest vieren. Voor Borms waren het vaak moeilijke dagen omdat hij zijn vrouw en kinderen vaak maanden niet kon ontmoeten.[330]

Op 8 februari 1928 verschenen in De Schelde de artikels ‘Heden treedt Dr. Borms zijn tiende gevangenisjaar in’ en ‘Een wereldsucces voor de amnestiegedachte’, waarin tweehonderd intellectuele leiders een oproep deden aan de Belgische Kamer om de gevangenisstraf van Borms op te heffen.[331] Ondermeer Frans Daels, cultuurflamingant Jozef Muls, auteur Felix Timmermans, Gustaaf Schamelhout en ook verscheidene vooraanstaanden uit heel Europa ondertekenden het artikel. In die dagen speelde Borms een hoofdrol op de frontpagina van tal van Vlaams-nationale kranten.

Het was het begin van de eigenlijke inzameling met een oproep van Borms in De Schelde aan alle Vlaams-nationalisten, om geld te storten bij het Bormsfonds.[332] Omdat hij niet wilde dat de Belgische staat door het sturen van telegrammen verrijkt werd, vroeg hij om een brief te sturen naar de redactie van de krant waarbij men dan een bedrag voegde.[333] Een dag later stonden in de krant reeds de eerste giften te noteren van ondermeer Herman Vos, Hendrik Picard en Jozef Vercalsteren.[334] Uit de balansboeken valt op te maken dat het eerste jaar 1/3 van de inkomsten gepuurd werd uit de stortingen via De Schelde. Men verkocht steunbonnen (5 BEF/stuk) en zond inschrijvingslijsten naar vertrouwelingen, een 100-tal Vlaamse verenigingen en de pers. [335] Aan wie geen gift kon doen, vroeg het Bormsfonds het boek van schrijver Leendertse over Borms in Nederland te kopen.[336] Bij de Vlaamse studenten besloot het bestuur geen propaganda te maken, aangezien men in deze middens in het bijzonder zich bezighield met de belangen van het Studiefonds voor de kinderen van getroffen Vlamingen.

 

Na een eerste onderhoud zegden een 20-tal verenigingen hun medewerking toe.[337] Op die manier beschikte men over ruim 5.500 adressen van Vlaamsgezinden over het ganse land, zodat het bestuur, opgeteld bij de eigen adressen van het Bormsfonds, ongeveer 6.000 brieven kon verzenden. Uiteindelijk werden er meer dan 23.000 brieven rondgezonden.[338] Men moest vaststellen dat het georganiseerde Vlaams-nationalistische kamp -buiten West-Vlaanderen en Antwerpen- haar werk niet naar behoren deed. De persmededeling was verschenen in De Schelde, De Nieuwe Kempen[339], Vlaanderen, De Socialistische strijd, De Noorderklok, Ons Vaderland[340], ‘t En Zal en Het Getrouwe Maldegem en werd over het algemeen in positieve zin voorgesteld. De Standaard, De Volksgazet, De Morgenpost en Het Laatste Nieuws hadden het artikel niet opgenomen. Van enkele andere kranten werd niets vernomen. Vooral De Schelde was een belangrijke spreekbuis voor het fonds. Het Vlaams-nationalistische dagblad publiceerde regelmatig in detail en op naam de ontvangen bijdragen aan het Bormsfonds. Op 15 februari 1928 volgde een interview met Firmin Mortier, journalist van De Schelde, over de werking van het Bormsfonds.[341] Een dag eerder kreeg Vercalsteren een brief van diezelfde Mortier met het advies om niet enkel in de pers maar ook op straat Borms te propageren.[342] Hij sloot af met de mededeling dat hij zijn bijdrage had gestort en lid was geworden van het fonds. Tot mei-juni 1928 stroomde het geld binnen en bracht het kapitaal op 80.000 BEF.

 

Overal organiseerden Vlaamse socio-culturele verenigingen activiteiten. Vooral de werkingen in Merksem en Sint-Niklaas namen hierbij het voortouw. Op de vergadering van 3 juni 1928 besliste men om naar alle Vlaamse verenigingen de Bormsmaquette van kunstenaar Jan Van Riet (Sint-Niklaas) te verzenden.[343] Het kunstwerk werd gratis aangeboden met de opdracht het op de 11 juli-viering per Amerikaans opbod te verkopen ten voordele van het Bormsfonds.[344] Op die manier slaagden de verenigingen erin een 30-tal maquettes aan de man te brengen, wat een minimale netto-opbrengst opleverde van 5.000 BEF. Tijdens dezelfde propagandaperiode verspreidde het Bormsfonds over het ganse land nog eens 10.000 strooibiljetten ‘Eene Stem uit Nederland’. Deze oproep verscheen ook verscheidene weken op de frontpagina van De Schelde.[345] Daarin vroeg het Bormsfonds om een uurloon van 5 BEF af te staan aan Borms, die reeds 3.285 dagen in de gevangenis doorbracht, opdat hij toch op een menselijke manier zijn verjaardag en huwelijksfeest kon vieren.[346] Men vergeleek het met het gedicht van de Hollandse dichteres Catharina van Rennes. “Vele waterdruppels, kleine korrels zand vormen samen de groote zee en het wijde strand.”

 

Drie maanden later in september 1928 was de propagandacampagne afgelopen, doordat de vrijlating van Borms in het vooruitzicht werd gesteld.[347] Als Borms vrijkwam, wist men dat er zeker volksgewoel zou loskomen. Het kwam erop aan de pers op dat moment goed te gebruiken. Verscheidene leden hadden connecties bij de kranten of waren er hoofdredacteur. Zo had Staf De Clercq zijn eigen spreekbuis met het Brabantse Dender- en Zennegalm en was Thomas Debacker hoofdredacteur van het Kempens weekblad van de Katholieke Vlaamsche Volkspartij.[348] Het verleden had bewezen dat dit de beste strategie was en het meest opleverde. Gedurende enkele weken bereidde het Bormsfonds het offensief voor, waarbij dagelijks kleine berichten verschenen in De Schelde en wekelijks oproepen werden gezonden naar de overige kranten. Uiteindelijk was het gerucht dat Borms vrijkwam een loos alarm.

Al het ingezamelde geld van de Bormsfonds vzw werd naast de postcheckrekening ook op een lopende rekening geplaatst bij de volgende banken; Fondsenbank (Antwerpen), Algemene Bankvereniging(Antwerpen), Algemeen Beleggingskantoor (Antwerpen), Handelsbank (Gent) en Bank voor de Handel en Nijverheid (Kortrijk).[349] Cash geld en belangrijke documenten bewaarde het dagelijks bestuur in een koffer bij de Algemene Bankvereniging te Antwerpen.

 

Op het einde van 1928 was reeds 170.000BEF of te wel bijna 1/3 van het vooropgestelde bedrag bijéén gebracht. Ongeveer 70.000 BEF daarvan was op aanraden van de financieel adviseur van het fonds Arthur Van Lierde en bemiddeling van de Antwerpse wisselagent J. Schiltz belegd in kasbons Antwerpen 6 %, kasbons van Lloyd Royal Belge en oorlogschade 1921. Daarnaast werd een premielening aangegaan, wat een obligatie was met veelal lage rente die bij uitloting kans bood op een extra uitkering (= premie). [350] Eind 1928 bereikten de fondsen reeds een meerwaarde van 6.000 BEF. Een eerste uitgekeerde rente aan Borms leek hiermee verzekerd.

 

Van alle kanten kreeg de organisatie vragen tot financiële belegging en hypotheekaanvragen.

De verzekeringsmaatschappij De Noordstar stelde voor om een bedrag van 2.000 BEF. te storten voor een lijfrente aan Borms. Het Bormsfonds hoopte op die manier een verzekering voor Borms af te sluiten om hem te beschermen tegen eventuele aanslagen.[351] Uiteindelijk ging de overeenkomst niet door omdat de vzw trouw wilde blijven aan haar statuten waarbij men enkel een rente uitkeerde van een zelf beheerd kapitaal.

Ook het aanbod van de heer H.J.M Hofstee, vertegenwoordiger van de Noord-Hollandse Levensverzekeringsmaatschappij, werd om dezelfde redenen weggestemd.[352] Van Ferdinand Van Heetvelde uit Merksem kreeg het fonds een aanvraag tot hypotheek op zijn nieuw te bouwen huis, geraamd op 185.000 BEF. Omdat het een merkelijk bedrag betrof, besloot de beheerraad negatief te antwoorden. Over kleinere bedragen bij hypotheken dacht het bestuur wel na. In oktober kreeg men een brief van Herman Vos, beheerder van de samenwerkende vennootschap Malpertuus, waarin hij vroeg om een hypotheek.[353] Uit een officiële mededeling aan secretaris Vercalsteren bleek dat Malpertuus graag over circa 125.000 BEF. wenste te beschikken. De beheerraad keurde ook deze aanvraag af, ook al omdat men op dat moment overwoog om voor Borms -als ie vrijkwam- zelf een huisvesting te zoeken.

 

Eind 1928 legde het bestuur van het Bormsfonds de werking een tijdje stil wegens de drukke voorbereiding binnen de Vlaamsgezinde organisaties (ondermeer Volksheil) voor de tussentijdse verkiezingen in december waar Borms aan deelnam. Zo verschenen in De Schelde bijdragen voor het Verkiezingsfonds, met opvallende onderschriften als tien frank‘ voor het beterschap van mijn kleintje’ en twintig frank ‘opdat het een meisje weze’.[354] In november wist dit Verkiezingsfonds dankzij die steunlijsten reeds 56.000 BEF te totaliseren.

 

Vlaamsch-Hollands Comité: onderafdeling Bormsfonds vzw

 

Na de eerste wereldoorlog trokken vele Vlamingen, die zich bezondigd hadden aan activistische doelstellingen, naar Nederland. Daar kwamen ze in contact met groeperingen die een anti-Belgisch Grootneerlandisme voorstonden en hoopten op de hereniging van Vlaanderen en Nederland.[355] Na de oorlog bleef deze gedachte voortleven in organisaties als De Dietsche Bond, het Dietsch Studentenverbond, de Vlaamse Frontpartij, de Vlaamsch-Holandse Verenigingen in het algemeen en in kringen rond het weekblad Vlaanderen.[356] Tijdens het interbellum werd op tal van bijeenkomsten en manifestaties in meer of minder heftige termen over een politiek Groot-Nederland gedebatteerd waar vaak ook de figuur van Borms als ‘de ongekroonde koning van Vlaanderen’ over de lippen ging.[357] Binnen deze Groot-Nederlandse sfeer kwam, dankzij de inzet van uitgeweken activisten en vooral Karel Waternaux, het Vlaamsch-Hollands Comité als onderafdeling van de Bormsfonds vzw tot stand.

 

Op 29 januari 1928 werd een vergadering belegd in Rotterdam in verband met de vorming van een Nederlands comité ter ondersteuning van het Bormsfonds.[358] Onder de genodigden van het Bormsfonds vinden we ondermeer de heren Leo Augusteyns, Lode Van Damme, Jozef Vercalsteren en Hubert Melis terug. Daarnaast verwelkomde het fonds er ook verscheidene gevluchte activisten, die in Nederland een onderkomen gevonden hadden. Onder meer Karel Angermille, Karel Heynderickx, Jan Borms, Jules A. Spincemaille, Robert van Genechten, hoogleraar Telesphorus Vernieuwe, Albert Van den Brande, Jozef Van Wetteren en Karel Waternaux- die de meeting organiseerde- waren aanwezig. Ook enkele Noord-Nederlanders, zoals Willem J.L. van Es, woonden de bijeenkomst bij in lokaal ‘De Cool’-Kruiskade te Rotterdam.

 

Iedereen leek enthousiast over het initiatief om een afdeling in Nederland op te richten, maar er rezen vragen over de praktische kant van de zaak. Advocaat Van Es vond meer inlichtingen noodzakelijk in verband met de juridische toestand van Borms. Het was immers mogelijk dat het gerecht het kapitaal van het fonds in beslag zou nemen, als Borms nog tot een schadevergoeding veroordeeld werd. Rechtskundig adviseur van het fonds Jan Timmermans verklaarde dat dit onmogelijk was zolang het fonds trouw de statuten volgde. Als het kapitaal gestort werd op naam van Borms zelf bestond dit gevaar wel. Om dit risico te minimaliseren besloot de vergadering het kapitaal voor de steunverlening ter plaatse in Nederland vast te leggen. Bovendien gaf Van Damme te kennen dat Borms enkel nog zijn gerechtskosten diende te betalen, van andere schadevergoedingen was zeker geen sprake.

Het Vlaamsch-Hollands Comité vond aansluiting bij het Bormsfonds, maar bleef zelfstandig werken op het vlak van de propaganda.[359] In de beheerraad van het comité besloot het bestuur geen leden van het Bormsfonds op te nemen, maar wel een commissie samen te stellen van de onderafdeling waarbij één lid van het Bormsfonds als verslaggever aan de zittingen deelnam. Voor de Nederlanders regelde het bestuur een voorlopig medetoezicht in de beheerraad van het Bormsfonds en de belofte dat enkelen van hen bij de eerste bestuursherkiezing als beheersleden werden voorgesteld. Karel Waternaux kreeg de opdracht om in gemeen overleg met het secretariaat van het Verbond van Vlaamsch-Hollandsche Vereenigingen, het comité zo spoedig mogelijk samen te stellen. [360] Aan elke tot het Verbond toegetreden vereniging verzocht Waternaux een afgevaardigde aan te stellen en voorstellen te doen inzake Noord-Nederlandse kandidaturen voor het comité. Toch wees Timmermans erop dat er slechts 40% vreemdelingen lid mogen zijn van een vereniging zonder winstoogmerk.[361] Nu men tot een akkoord gekomen was over de werking, wilden de Nederlanders dat het bestuur van het Bormsfonds opnieuw toenadering zocht tot Mevrouw Gillis en Lodewijk Scharpé. Het Bormsfonds onthaalde de eerste vergadering als een succes.

 

Vanaf midden 1928 ging ook het Nederlands comité vergaderen op vaste tijdstippen. De voorlopige lijst van nieuwe leden breidde onder leiding van Waternaux gestaag uit.[362] P.W. de Koning (Amsterdam), L. Simons (Den Haag), J. Leendertse (Breda), D.H. Schaap (Den Briel) als Noord-Nederlanders en verder V. Maes (namens Eigen Leven, Roosendaal), D.M. Minnaert (namens Vl. Hollandse Vereniging, Utrecht), D. J. Spincemaille (namens Hou ende Trou, Den Haag), P.J. Ursi (namens Guido Gezelle, Amsterdam) en K. Waternaux (namens Kring Flandria, Rotterdam) werden als leden opgenomen. Op de eerste of tweede zondag van de maand juli vond dan de stichtingsvergadering van het Vlaamsch-Hollands comité plaats te Rotterdam. Melis, Augusteyns, Van Damme en Vercalsteren vertegenwoordigden er de beheerraad. Terzelfder tijd trad ook de propaganda in werking toen het comité een oproep zond naar alle Noord-Nederlandse kranten. Uiteindelijk zouden een 60-tal Noord-Nederlandse kranten het artikel opnemen in hun editie.

De resultaten van deze eerste actie waren bevredigend, vermits niet minder dan 277, 14 gulden werd bijeengebracht. Kort daarop viel de werking volledig stil. De zomervakantie en het zeer verspreid wonen van de comitéleden maakte het samenroepen voor de vergadering vrij moeilijk, zodat het wachten was tot oktober van dat jaar 1928 vooraleer een tweede vergadering plaatsvond met opnieuw enkele leden van de beheerraad van het Bormsfonds. Op die vergadering stelde Waternaux in overleg met de verscheidene afgevaardigden een bestuur samen met de meest voorname personen.

 

Tabel 5 :Ledenlijst Vlaamsch-Hollands Comité[363]

Naam

Woonplaats

Functie

 

De Koning, Pieter Willem

Amsterdam

ere-voorzitter

 

Eldering, P.

Rotterdam

 

 

Groenewegen-Smeele, A.

Medan

 

 

Leendertse, J.

Breda

 

 

Maes, V.

Roosendaal

 

 

Minnaert, M.

Bilthoven

 

 

Polak, L.

Amsterdam

 

Prins, Anita

Amsterdam

 

 

Roland-Holst, Henriette

Bloemendaal

 

 

Schaap, Henri-Paul

den Briel

penningmeester

 

Simons, Leo

Den Haag

waarnemend voorzitter

 

Spincemaille, Jules

Den Haag

 

 

Ursi, J.

Amsterdam

 

 

den Uyl, W.

Utrecht

 

Verkouteren, H.

Amsterdam

 

Waternaux, Karel

Rotterdam

secretaris

 

Wierdels, F.A.J.M

Amsterdam

 

 

 

Tot erevoorzitter van het Vlaamsch-Hollands comité koos de raad Pieter-Willem de Koning. Hij was in 1917 één van de oprichters geweest van De Dietsche Bond, waar hij vanaf 1921 gedurende tien jaar het voorzitterschap waarnam en hoopte een politiek en cultureel Groot-Nederland te verwezenlijken.[364] Het politieke Groot- Nederland zag hij overigens pas totstandkomen na een overgangsperiode waarin Vlaanderen zich moest los maken van Wallonië en een eigen zelfstandigheid zou nastreven door tot activisme over te gaan. Via het Verbond van Vlaamsch-Hollandsche Vereenigingen heeft hij veel uitgeweken activisten daadwerkelijk gesteund door hen ondermeer in De Bond bestuursfuncties aan te bieden, hetgeen in andere organisaties veel minder gebeurde.[365] Toch bleef zijn bond steeds beperkt tot een selecte kring van intellectuelen. [366]

Leo Simons werd waarnemend voorzitter. Ook hij maakte ook deel uit van De Dietsche Bond en deelde haar Groot-Nederlandse visie. Tijdens de oorlog had hij de Vlaamse activisten ondersteund, ondermeer via Volksopbeuring. Na de oorlog genoot de Frontpartij zijn sympathie en bekleedde hij de functie van directeur bij de Wereldbibliotheek.

Gronings advocaatprocureur Herbert Paul Schaap kreeg de taak van penningmeester. Hij was voorzitter van de studentenafdeling van het Algemeen-Nederlands Verbond (A.N.V) en in 1922 voorzitter van het Dietsch Studentenverbond, dat hij mee had opgericht.[367] Ook in de totstandkoming van het blad Dietsche Gedachte (1926) had hij een werkzaam aandeel. Net als verscheidene andere leden van het bestuur was hij een trouw lezer van het anti-Belgische weekblad Vlaanderen, waar hij af en toe zelfs een artikel in schreef.[368]

Karel Waternaux, de grondlegger van de Nederlandse afdeling, vervolledigde het bestuur als secretaris van de werking.[369] De Merksemse oud-Groeningerwacht week in november 1918 uit naar Nederland en vond werk als administrateur bij de scheepswerf Wilton (later Wilton-Feyenoord) te Rotterdam.[370] De Belgische regering veroordeelde hem bij verstek tot levenslang wegens zijn medewerking aan Het Vlaamsche Nieuws en activistische praktijken tijdens de eerste wereldoorlog bij VES en de Raad van Vlaanderen, waar hij het Jong-Vlaamse standpunt had verdedigd. Vanaf 1932 besloot het Bormsfonds in Vlaanderen trouwens Waternaux op te nemen als lid van de beheerraad, om het bestuur te versterken.

Ook hier moeten we opmerken dat –net als bij het Bormsfonds- de politieke achtergrond van de leden niets ter zake deed bij de organisatie.

 

Nu het bestuur er eindelijk stond, namen de raadsleden meteen maatregelen om het ledenaantal uit te breiden en ontwierpen een geheel nieuw plan voor de geldinzameling. Via de pers verschenen drie mededelingen die vooral door De Tijd (Amsterdam) goed werd opgevolgd. Anderen schoven ze stilzwijgend ter zijde of stelden, zoals De Telegraaf en Het Volk , het comité op de hoogte dat ze geen aanleiding zagen de mededeling te publiceren.[371] In deze fase vinden we ondermeer de namen terug van Anita Prins (Amsterdam), Willem F. J. den Uyl (Utrecht), e.a. De meeste hadden enige verdiensten binnen De Dietsche Bond, het Algemeen- Nederlands Verbond (A.N.V) of sympathiseerden via een organisatie met het Verbond van Vlaamsch-Hollandsche Vereenigingen.

De verschillende Vlaamsch- Hollandse organisaties richtten Bormsavonden in waarvan de netto-opbrengst of de schaalcollecte ten goede kwam aan het fonds. Rotterdam leverde zo 103,75 gulden en Den Haag liefst 350 gulden. Sedert de oprichting was men er in enkele maanden in geslaagd circa 4.250 gulden of omgerekend zo’n 65.000 BEF bijeen te zamelen. Hierbij bleven de sommen buiten beschouwing die rechtstreeks vanuit Nederland aan het Bormsfonds werden overgemaakt. Zo mocht er in die periode ondermeer een grote gift van 1.000 gulden uit Utrecht in de boekhouding worden genoteerd.

 

Frans-Belgisch militair Akkoord

 

Op 7 september 1920 werd er een verdrag getekend tussen Frankrijk en België over wederzijdse samenwerking op gebied van veiligheid. Rond het akkoord heerste echter een kluwen van misverstanden, dat de Vlamingen als een bewijs ”van de verslaving van België aan Frankrijk” zagen.[372] In de Vlaamse pers (vooral De Standaard met Van de Perre, Het Laatste Nieuws, Volksgazet en De Schelde) sprak men zelfs van een manoeuvre tegen de Vlaamse Beweging.[373] Begin 1929 brak er een rel uit toen valse documenten van dit verdrag verschenen in het Utrechts provinciaal en stedelijk dagblad. Door bepaalde Franstalige kranten werd het Bormsfonds met deze zaak in verband gebracht.

In maart 1929 kreeg de Bormsfonds vzw bezoek van het Belgisch gerecht over de zaak met de Utrechtse documenten. Er waren problemen gerezen met de grote gift van 1.000 gulden aan het Bormsfonds vanuit Utrecht (Nederland). Een Franstalig dagblad had weet gekregen van de geldtransfer en deze in verband gebracht met de Brusselse documenten over het Frans-Belgisch militair verdrag die in Utrecht waren verschenen.[374] Volgens L’ Indépendance belge had Ward Hermans dit document gekocht van Albert Franck-Heine, een schimmige avonturier en dubbelagent, en daarna te koop aangeboden aan de hoofdbibliothecaris van Rotterdam in ruil voor 1.000 gulden.[375] Later verscheen in De Schelde een storting van 1.000 gulden aan het Bormsfonds door een zekere W. Een Franstalige journalist was er dan ook van overtuigd dat het Bormsfonds dus ook penningen van het verraad had aangenomen. Uiteindelijk nam het gerecht de stukken die betrekking hadden op de gift in beslag bij het Bormsfonds en deed een huiszoeking bij De Schelde, maar uiteindelijk leverde dit niets op en het gerecht seponeerde de zaak.

 

In werkelijkheid had de Belgisch militaire veiligheid de valse tekst over het Frans-Belgisch militair akkoord opgesteld en samen met enkele andere valse uittreksels van de geheime stafbesprekingen via agent Heine te koop aangeboden aan Ward Hermans, die ze kocht met geld van Rotterdamse zakenkringen uit het Groot-Nederlandse milieu.[376] De Groot-Nederlanders namen contact op met het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken omdat het document een handig instrument was om de waterverdragen te saboteren. Nadat ze in het Utrechts dagblad verschenen waren, brak een diplomatieke rel uit waardoor zelfs de voetbalwedstrijd België-Nederland werd uitgesteld. Hermans had gehoopt een slag te kunnen slaan in de strijd tegen het akkoord, maar moest vluchten naar Nederland toen bleek dat het om een vals stuk ging.

Hoewel Hermans slechts een pion was in een complexe intrige en hij door de Belgische justitie niet eens vervolgd werd, kreeg hij bij zijn volgelingen het imago van een tot alles bereid zijnde idealist. De Vlaams-nationalistische pers stelde de affaire voor als een complot tegen de Frontpartij, die volop in de strijd was voor de nakende verkiezingen.[377] Het motief van de Belgische militaire veiligheid in dit incident blijft tot vandaag zeer vaag. Ofwel meende de Staatsveiligheid dat Hermans een Duitse spion was en wilde men hem uitschakelen, ofwel wilde de Belgische militaire staf van het militaire akkoord afraken en probeerde met de Utrechtse documentenzaak het akkoord in diskrediet te brengen. Dat de Staatsveiligheid via die weg het Vlaams-nationalisme wilde raken, lijkt onwaarschijnlijk.

 

Financieel beleid van het Vlaamsch- Hollands comité

 

We beschikken slechts over korte beschrijvingen van het Vlaamsch-Hollands comité in de verslagen van de Bormsfonds vzw waardoor het moeilijk is de financiële organisatie volledig in kaart te zetten.[378] Wel blijkt uit die verslagen dat de werking in Nederland niet al te professioneel aangevat werd, door vooral Waternaux, hetgeen bovendien wrevel wekte bij de leden van het Bormsfonds.[379] In de brief aan Emmanuel De Bom maakte Leo Simons reeds begin 1928 duidelijk dat men niet enkel moest discussiëren, maar daadwerkelijk iets verwezenlijken. Simons wilde 1928 tot Bormsjaar uitroepen en zich na de internationale amnestie-actie ten volle inzetten voor het Vlaamsch-Hollands comité, zeker nu Borms vijftig werd.[380] “Met al dat gepraat over integraal nationalisme en Groot-Nederlandschap komen we er niet.”

 

Eind 1928 was er op korte tijd nog een kleine som van 5.319 BEF samengebracht. De cijfers van het jaarverslag van 1929 wezen erop dat het comité betere financiële resultaten boekte.[381] 58.221 BEF. kon worden ingezameld en in verhouding tot het bedrag van het stamkapitaal van het Bormsfonds, ondertussen ter waarde van in totaal 180.153,43 BEF, gaf dit cijfer een groeipercentage aan van 32%. Over deze uitslag kon het Bormsfonds dan ook alleen maar tevreden zijn. Daarbij kwam dat de valuta van de Nederlandse gulden in het voordeel werkte door de wisselkoersen. Wel stonden daar tegenover echter enkele factoren die de actie belemmerden. Het was nu éénmaal een feit dat Nederlanders heel wat guller voor de dag kwamen dan Vlamingen, maar de organisatie was nieuw en men wist niet of de toekomst nog dezelfde resultaten kon opleveren. Toen enkele kranten berichtten dat het Vlaamsch-Hollands Comité meer was dan enkel een solidariteitsfonds, leek er toch enige terughoudendheid op te treden. In Nederland was iedere inmenging in wat zij noemen ’een interne Belgische kwestie over de strijd van de Vlamingen‘ uit den boze. Hoe groot de bewondering voor de kranige August Borms dan ook mocht zijn, de Nederlandse voorzichtigheid bleek soms tekenend, niet in het minst voor de inzameling.

Een tweede factor was het gemis aan de continue medewerking van personen. Waar het Bormsfonds in Vlaanderen rekende op de steun van de pers, in het bijzonder De Schelde, stond het Vlaamsch-Hollands Comité alleen. Nadat een eerste mededeling nog door vrij veel Noord-Nederlandse kranten was opgenomen, was het daarna zo goed als uitgesloten nog verdere perscommuniqués geplaatst te krijgen. Men probeerde het even met duur betaalde advertenties op kleine schaal, maar dit leverde niet meteen resultaat waardoor er snel van werd afgezien. Soms verschenen er artikels in de mededelingsbladen van de lokale Vlaamsch-Hollandsche Vereenigingen, zoals in Noord en Zuid van de Amsterdamse vereniging Guido Gezelle.[382] In zo’n extranummer over Borms beschreef Pieter-Willem de Koning Borms’ achtergrond en zijn verkiezingsoverwinning, en sloot hij af met een oproep voor het Vlaamsch- Hollands comité. Een andere niet te onderschatten moeilijkheid was het aanwerven van plaatselijke propagandisten, die met steunlijsten konden rondgaan. Buiten enkele uitzonderingen, die heel wat gepresteerd hadden, bleek ook dit echter geen vruchten op te leveren.

De resultaten over 1930, die het Vlaamsch-Hollands comité voor het Bormsfonds kon boeken, waren nog zeer gering. De belangstelling in Noord-Nederland daalde zienderogen en er schenen ook weinig nieuwe initiatieven op punt te staan. Bovendien waren er ook spanningen te merken tussen de Nederlandse en Vlaamse connecties. Het Vlaamsch-Hollands comité was ervan overtuigd dat zij in verhouding gezien veel meer geld hadden bijééngebracht dan de moederafdeling Bormsfonds vzw in Vlaanderen. Wegens die strubbelingen en laksheid bij het Nederlandse comité onderzocht het bestuur van het Bormsfonds of het niet mogelijk was eventuele giften, niet langer via het Vlaamsch-Hollands comité maar direct naar haar vzw in Vlaanderen te transfereren. Men moest er rekening mee gaan houden dat er vanuit Noord-Nederland dus niet langer belangrijke bedragen zouden toevloeien die het fonds aan het verhoopte half miljoen zou brengen. Voor de organisatie kon het Vlaamsch- Hollands comité, althans zeker tot op het ogenblik het beoogde kapitaal zou worden ingezameld, voorlopig wel blijven bestaan. Waarschijnlijk zal de dood van voorzitter de Koning er ook wel voor gezorgd hebben dat de werking bijna afgelopen was. Twee jaar na de oprichting was het Vlaamsch-Hollands comité in Nederland eerder Goudakaas met veel gaten, een lege doos. Wel zou ter gelegenheid van de Bormshulde 1938 nog éénmaal een grote omhaling gedaan worden, die nog eens 14.000 BEF opleverde, zegge één vierde van het toen ingezamelde bedrag door het huldecomité.

 

 

HOOFDSTUK 4. Jaren van bevestiging (1929-1930)

 

Het eerste jaar had meteen 170.000 BEF opgeleverd, maar het Bormsfonds was er nog lang niet. December 1928 zou de maand van Borms worden toen hij de tussentijdse verkiezingen in Antwerpen won, vanaf dan in de geschiedenisboekjes onder het hoofdstuk Belgische politiek enkel nog bestempeld als de klinkende Bormsoverwinning op het Franstalige bastion.[383] Hierdoor kwam ook zijn invrijheidsstelling in een stroomversnelling en zou de enige en laatste activistische gevangene dat deel van zijn leven achter de tralies kunnen afsluiten. Voorlopig toch…. Voor het Bormsfonds de uitgelezen kans om kapitaal in te zamelen. Het bestuur wist dat als het dat jaar een extra inspanning deed, het daarna hoofdzakelijk kon teren op de rente van het fondsenbezit.

 

 

Tabel 7. Ingezameld Kapitaal door de Bormsfonds vzw (1928-1941)

 

1928

170.000

1933

436.141

1938

441.212,40

1929

350.513

1934

439.124

1939

441.263,40

1930

408.198,00

1935

439.718,20

1940

441.263,40

1931

427.103,00

1936

440.738,67

1941

941.263,40

1932

432.663,85

1937

440.784,70

 

 

 


 

Bormsverkiezing

Op 2 november 1928 was de liberale Antwerpse volksvertegenwoordiger Richard Kreglinger overleden, zonder plaatsvervanger. De verkiezingen kwamen er net na aanslepende parlementsbesprekingen over een taalwet in het leger en over amnestie en daarom vreesde de Franstalige pers dat de Frontpartij wel eens kon winnen, als ze de katholieken op hun hand kregen.[384] Dan zou Borms wel eens vanuit de gevangenis direct in het parlement kunnen belanden.[385]

Affiche Bormsverkiezing. Voor de tussentijdse verkiezingen in Antwerpen verschenen affiches met Borms in zijn cel afgebeeld. Zijn symboolwaarde voor Vlaanderen en de amnestie was belangrijk om een overwinning op het Franstalig bastion te behalen. (AMVC)

 

Voor deze decemberverkiezingen moest Borms niet meer rekenen op zijn bondgenoten rond de groep Vlaanderen en Jacob, die in 1925 nog had geprobeerd Het Vlaamsche Front in meer anti-Belgisch vaarwater te trekken. De Frontpartij waagde de gok eind 1928 wel en keurde de kandidatuur van Borms goed. Het Frontbestuur wist terdege dat men met Borms een belangrijke figuur binnenhaalde. Hij was al jaren het symbool van de amnestieactie, omdat hij als enige overgebleven politieke veroordeelde halsstarrig bleef weigeren een voorwaardelijke invrijheidsstelling te aanvaarden. Om Borms goedkeuring te vragen, ging Herman Vos, de leider van de Vlaams-nationalistische fractie en hoofdredacteur van De Schelde, op zijn maandelijkse bezoek naar de Leuvense gevangenis.[386] Borms ondertekende, op voorwaarde dat alle Vlaams-nationalisten achter hem stonden. “Ik ben de Vlag, om dewelke al de Vlaams-nationalisten zich scharen…”, zei hij.[387]

Tegenover Borms in deze Kamerverkiezingen stond de liberaal Paul Baelde, een notoir franskiljon. In deze zwart-witsituatie speelde de Vlaams-nationalistische partij in De Schelde de symboolwaarde van Borms ten volle uit.[388] De leider van de Vlaams-nationalistische fractie Vos noemde het een verkiezing voor amnestie en Vlaamse solidariteit.[389] “Stemmen voor Borms betekende niet het activisme goedkeuren, maar de anti-Vlaamse repressie veroordelen.”[390] De amnestiebeweging was immers, op de golven van het ongenoegen over België, erg breed geworden en deed mensen naar het Vlaams-nationalisme overgaan.

 

Een week voor de verkiezingen schreef Borms nog een brief aan Leo Augusteyns, lid van de Fronters.[391] Borms scheen gerust te zijn in de uitslag van zondag en wees erop dat het in elk geval voor het Vlaams- nationalisme een morele overwinning zou worden. De Nieuwe Gazet, een Antwerpse liberale krant, viel de Bormslijst aan en vond dat de kandidatuur van Borms een kandidatuur was voor Duitsland. “Ieder die zijn stem aan de man van Berlijn geeft, die spuwt op ’t lijk van een Belg…”[392] Niet de overwinning werd een verrassing, maar wel haar omvang.[393] Uiteindelijk behaalde Borms op 9 december 1928 een monsterscore van 83.058 tegen 44.410 waardoor er op politiek gebied heel wat veranderde. Baelde mocht dan wel naar de Kamer maar voor de regering-Jaspar was dit resultaat een teken aan de wand. De grootste verkiezingsoverwinning uit de geschiedenis gaf de Vlaams-nationalisten vleugels om de amnestiekwestie voorgoed op te lossen. Dagenlang werd in De Schelde over de memorabele dag geschreven “Het volk stemt Borms vrij! Wij hebben er tien jaar voor gewerkt.”[394] “Nu hebben we ze liggen”, blokletterde de krant de volgende dag. Voor De Standaard en De Volksgazet was het een “les voor de regering en een triomf voor de amnestie”. De liberale en Franstalige kranten in Vlaanderen waren door de uitslag het meest verontwaardigd. Het best verwoordde La Gazette de teleurstelling: “ In Antwerpen zijn er 44.000 vaderlanders, 83.000 moffen, 58.000 lafaards”. Volgens historicus Luc Vandeweyer waren er door het verkiezingssucces van Borms ook binnen de Vlaamse kring enorme kopzorgen gerezen.[395] Het enorme aantal voorkeurstemmen dacht een naïeveling als Borms te hebben gekregen van een gewond volk dat Vlaanderen wilde redden van de Belgische Staat. Borms hield echter geen rekening met de stemonthouding van de katholieke partij en de oproep van de meeste katholieke bladen, zoals De Volksgazet, om in de eerste plaats voor amnestie te kiezen en een proteststem uit te brengen. Ook de socialisten kozen de kant van Borms, maar vooral om de liberale regering stokken in de wielen te steken.[396]

 

De verkiezingen waren dan wel overtuigend gewonnen, maar de gehoopte meerinkomsten voor het Bormsfonds bleven uit door omstandigheden. In de nacht van 25 op 26 november 1928 hadden de Scheldedijken in de buurt van Dendermonde het begeven, waardoor een groot deel van de Dendervallei en Grembergen blank was komen te staan.[397] Voor de onmiddellijke steun richtte Het Vlaamse Kruis een hulpfonds op dat ruim 100.000 BEF zou inzamelen.[398] In overleg met Het Vlaamse Kruis had het Bormsfonds besloten geen propaganda te voeren tot Borms’vrijlating.

Eveneens mag niet uit het oog worden verloren dat men op dat moment volop bezig was met de opbouw van de Vlaamse IJzertoren te Diksmuide. Ter nagedachtenis aan de Vlaamse soldaten die sneuvelden aan het IJzerfront tijdens de Eerste Wereldoorlog wilde men een gigantisch monument optrekken op een weide te Diksmuide-Kaaskerke, met bovenop een kruis waarop de letters AVV-VVK pronkten.[399] Het was tijd voor een onvergankelijk kruis dat gefinancierd moest worden met het ingezamelde kapitaal van een steunfonds.

Het Bormsfonds bleef ook in ‘concurrentie’ met het Studiefonds voor kinderen van getroffen Vlamingen van professor Scharpé, dat een 17-tal kinderen op dat moment de kans gaf onderwijs te volgen.[400] Ter vergelijking had het Studiefonds in het boekjaar 15.10.1927-2.8.1928 iets meer dan 75.000 BEF samengebracht, iets minder dan helft van het ingezameld kapitaal door het Bormsfonds, zo’n 170.000 BEF. De verscheidene solidariteitsverenigingen rekenden op de offers van heel wat Vlamingen, en die dienden dan ook voor menig project diep in de geldbeugel te tasten. Als het bestuur van het Bormsfonds haar werking vergeleek met een goed georganiseerde partij als de Belgische Werkliedenpartij, mocht ze niet ontevreden zijn. De socialisten hadden een Wautersfonds opgericht, maar brachten na maanden van intensief inzamelen ‘slechts’ 360.000 BEF bijeen.[401] En daarmee scoorde de Vlaamse afdeling nog beter dan hun Brusselse en Waalse collega’s.

 

Borms vrij! (1929)

 

Na de electorale overwinning van Borms had de regering al snel beslist dat ze afwilde van de Leuvense gevangene. Drie dagen voor de amnestiewet in het Belgisch Staatsblad verscheen, werd August Borms vrijgelaten.[402] De regering vreesde manifestaties en onlusten maar in de Antwerpse Sinjorenstad ontvingen de Vlamingen ‘de Christus van Vlaanderen’ triomfantelijk. Borms ging zichzelf opnieuw beschouwen als één van de belangrijke figuren binnen de beweging, maar was eerder een speelbal geworden tussen de verschillende Vlaamse organisaties. Ondertussen ging het Bormsfonds verder met de inzameling en hoopte in korte tijd een woning voor Borms in zijn geliefde Merksem te kunnen financieren.

 

Op 27 december 1928 had Borms nog een brief geschreven naar Leo Augusteyns, waarin hij als een echte regisseur beschreef hoe de hoofdrolspeler, in casu zichzelf, op zijn aanhangers moest worden losgelaten.[403] Over zijn overtocht bleef alles volgens afgesproken plan, nl. “een dag na de verlossing, treed ik op te Merksem”.[404] “Ik zou gaarne hebben dat ge u in betrekking stelt met de Merxemsche makkers (Ceuppens, Vercalsteren, Roes, enz.) en met hen alles helpt voorbereiden.” Het was zo geregeld dat Borms met de auto te Brussel naar het Antwerpse Middenstation werd gebracht, waarna de menigte gezamenlijk naar Merksem kon trekken. Wel vroeg Borms rekening te houden met een tweede scenario -wegens de doodsbedreigingen aan zijn adres- waarbij hij misschien op een andere plaats dan te Brussel in de auto kon stappen.

Nu hij uit de Leuvense gevangenis ontslagen was, droomde Borms ervan de grote verzoener te worden die alle ruziënde Vlaams-nationale fracties trachtte te herenigen. [405] Zeker sinds zijn triomf van 9 december 1928 achtte hij zichzelf de ideale man. Daarom richtte Borms in 1931 de Derde Raad van Vlaanderen op in samenwerking met o.a. Herman Vos, Roza De Guchtenaere en de latere VNV-leider Staf de Clercq.[406] Deze Raad was al eerder gepropageerd door het weekblad Vlaanderen om ondermeer de invloed van Het Vlaamsche Front terug te dringen. De financiële basis voor de Raad was enkele jaren ervoor gelegd met de oprichting van Offerwilligheid, een bond van ‘vrijwillige belastingsbetalers in Vlaanderen’. Borms kon rekenen op de steun van de militanten, maar hij bleef een gebrekkig tacticus die zich op politiek vlak enkel liet leiden door gevoelsargumenten.

Voor de Vlaamse –nationalistische politieke zwaargewichten was de Raad het perfecte hokje waarin Borms kon worden opgeborgen. Borms bleef immers een potentieel gevaar door de combinatie van politieke onkunde en goedgelovigheid die hem heel manipuleerbaar maakte, maar met een grote symboolwaarde voor de militanten. De Raad werd officieel gesticht op 15 mei 1931 en vergaderde in het Antwerpse fronthuis Malpertuus. Net als in het dertiende-eeuwse dierenepos van Reynaert de Vos, waar het paleis Malpertuus van koning Nobel de leeuw ook de verzamelplaats was van al zijn aanhangers. Bij Borms zou het geen vos, maar wel de groep rond het weekblad Vlaanderen zijn die met sluwe streken trachtte de Raad neer te halen omdat Borms geen gehoor gaf aan de opdrachten van Josué de Decker en Robrecht de Smet, de belangrijke figuren van Vlaanderen.[407] De Fronters hoopten via de Raad samenwerking te vinden met de radicale Groot-Nederlanders en antiparlementairen.

Het zouden uiteindelijk enkel de activisten van Rotterdam zijn, met ondermeer Karel Waternaux, waar het centrum van de Vlaams-Hollandse Verenigingen gevestigd was, die aansluiting vonden bij de Raad. Samen met nog enkele Antwerpse Fronters probeerde ze er iets van te maken, ook al stootte men steeds op verzet en moeilijkheden. In het 11 juli-nummer van De Schelde (11-12 juli 1933) had Borms, in een artikel “ Omme tlant te bescermene” een oproep gedaan aan de het Vlaamse volk om de Raad te erkennen en zo tot politieke eenheid te komen.[408] Uiteindelijk was de raad niet meer dan een praatclub van bekende ex-activisten, een nietszeggend orgaan waar niemand naar luisterde, met August Borms als papieren voorzitter.[409]

Het toont nog maar eens aan hoe klein de rol van Borms nog was na de oorlog op politiek gebied, ook in de historische literatuur.[410] Na zijn verkiezingsoverwinning was Borms niet meer geworden dan een symbool, een belangrijke pion in de propagandamachine van Het Vlaamsche Front, zonder eigen inbreng. Ook in het boek van Borms- hagiograaf Vinks valt op dat slechts tachtig pagina’s van de driehonderd nodig zijn om Borms’ leven tussen 1929 en 1945 te beschrijven. De ongekroonde koning van Vlaanderen was in de politieke wandelgangen een tweederangsfiguur geworden.

 

Postkaart Bormsfonds vzw (1928). Een laatste oproep tot alle Vlamingen.(Postkaart advn)
 

Daags na zijn vrijlating zond het Bormsfonds om en bij de 6.000 omzendbrieven onder de titel ‘Een laatste oproep tot de Vlamingen’ naar de verschillende vertrouwensmensen en verenigingen.[411] Daarnaast werden verscheidene mededelingen naar de pers gestuurd, waarbij vooral De Schelde opnieuw van onschatbare waarde was. In het verleden was gebleken dat die perspropaganda de minste kosten vergde en het meeste resultaat opleverde. Op die manier was men er in geslaagd het kapitaal op te drijven tot 300.000 BEF. De voornaamste bladen die hieraan meewerkten waren hoofdzakelijk organen van Het Vlaamsche Front, met name De Schelde (Antwerpen), De West-Vlaming, De Oost-Vlaming, De Daad, De Werkman (Aalst), De Clauwaert, Dender –en Zennegalm (Brabant), De Nieuwe Kempen, Vlaanderen, Ons Vaderland, De Noorderklok (Antwerpen), De Dageraad (Brussel), ’t Getrouwe Maldeghem, De Vlaamsch Oud-Strijder en ’t En Zal (West-Vlaanderen). Volksvertegenwoordiger Staf De Clercq werd kort daarop persoonlijk gehuldigd omdat hij in zijn streek persoonlijk meer dan 10.000 BEF inzamelde.[412]

 

Van een medelid had het Bormsfonds een gouden leeuwenspeld ontvangen.[413] Het ging om een juweel dat Borms gedragen had en later aan het algemene amnestiecomité overgemaakt was om de actie van het Bormsfonds te financieren. Om toch nog iets te verdienen, had het bestuur een spel uitgedacht. Zo besloot men het juweel te verloten onder de schenkers van minimum 1.000 BEF. Een 26-tal personen, waaronder Leo Meert en fronter Arseen Kennes deden mee aan de trekking waarbij uiteindelijk Pieter W. de Koning, de voorzitter van het Vlaamsch-Hollands comité, als winnaar uit de bus. Belangrijker was dat de tombola 45.000 BEF. opbracht voor het fonds. [414]

Niet iedereen was even gelukkig met de gevoerde propaganda van het fonds in de dagen na de vrijlating. Bij de start van het Bormsfonds had men reeds een Franstalig briefje gekregen met kwalijke inhoud van een rechter of advocaat uit Sint-Truiden. Bij de vrijlating van Borms werd door hetzelfde heerschap een kaartje toegestuurd waarop Borms aan de galg werd afgebeeld. In de enveloppe zat nog 20 cent: ‘Om vergif te kunnen kopen’, aldus nog de onbekende afzender. Deze storting werd bij het kapitaal gevoegd, in het kasboek geschreven en vermeld in De Schelde.

 

Twee maanden later op zondag 3 februari 1929 vond een huldebetoging voor Borms plaats in het Antwerpse Rubenspaleis, die een begin moest zijn van een reeks Bormshuldes en -meetings.[415] Te midden van de bonte mensengroep bevonden zich enkele van de voornaamste leiders van de Vlaamse Beweging, waaronder René De Clercq, Karel Heynderickx, Jozef Van Wetteren, Roza De Guchtenaere, Pieter W. de Koning en vele anderen.[416] In grote drukletters riep het Bormsfonds op dat elke betoger minstens 5 BEF. afdroeg aan de organisatie.[417] Diegenen die belet waren om naar Antwerpen af te zakken vroeg het bestuur het dubbele bedrag te storten. Het Bormsfonds organiseerde de meeting uit enige voorzichtigheid niet, maar zorgde wel mee voor de financiële kant van de zaak. Met het huldecomité kwam Van Damme overeen om de rechten op de uitgave van de brochure Borms vrij! over de huldebetoging, opgeluisterd met verscheidene foto’s van de stoet, af te staan aan het Bormsfonds. [418] Verder zou er een grote oproep van het fonds in de binnenkaft van elke brochure verschijnen en een stortingsbulletin voor de postcheckrekening worden toegevoegd.[419]

 

  

Huldebetoging 3 februari 1929. Te Antwerpen werd Borms gevierd na zijn vrijlating. Over de betoging verscheen een brochure ten voordele van het Bormsfonds: “Borms vrij”. (AMVC)

 

Uiteindelijk waren de uitgaven van deze huldebetoging heel wat hoger dan voorzien, zodat er slechts een goede 500 BEF. netto-opbrengst overbleef.[420] Links en rechts kon het bestuur dit bedrag nog opdrijven door de verkoop van steunkaarten en enkele persoonlijke giften zodat men er toch in slaagde aan Borms een buitengewone toelage van 6.000 BEF. uit te keren. Dit was iets minder dan de eerder gestemde beslissing van de beheerraad in zitting van 10 februari die nog op 10.000 BEF. had gehoopt. De verkoop van de brochures bleef ook na de betoging aanvankelijk verder lopen, maar de aanloop tot de nieuwe verkiezingen stak hier weldra een stokje voor. Het bestuur stelde daarom voor de prijs van de overblijvende voorraad van 3 BEF. op 2 BEF., of zelfs minder te brengen.

 

Op 15 februari 1929 verscheen een nieuw interview in De Schelde onder de titel ‘Constructivisten met de Daad’.[421] Met dit artikel hoopte het bestuur voor eens en altijd aan de lezers duidelijk te maken dat enkel de rente van het ingezamelde kapitaal aangewend werd voor Borms. Slechts op die manier kon het fonds een blijvend bestaan garanderen zonder grote risico’s te lopen. Een maand na de huldebetoging was de organisatie voor het fonds weer enigszins geluwd doordat de leden alle aandacht richtten op de algemene verkiezingen van de maand mei. De oproepen voor kapitaalsinzamelingen werden dan ook gestaakt, enkel de verkoop van de Bormshuldebrochure -waarvan het Bormsfonds het uitgaverecht had verworven- bleef gestaag verder lopen.[422] Toch moest men vaststellen dat ook de verkoop van de brochure, die aanvankelijk nog goed van de hand ging, tegenviel. Zelfs op de meeste verkiezingsbijeenkomsten slaagden de leden er niet in een bevredigend aantal exemplaren aan de man te brengen. Enkel op de meetings waar Borms te gast was, kon men nog een kleine winst boeken. Stilaan werd duidelijk dat het grote werkingsgebied afgeroomd was en de grote inkomsten er niet meer waren.

 

In de maand juli was het opnieuw hoogdag voor de Vlaamsgezinden. Er werd een omzendbrief gezonden met een uittreksel van de halfjaarlijkse balansrekening waarop een tussenresultaat van 318.000 BEF te lezen viel. Deze transparante methode om boekhoudkundige gegevens te vermelden, vonden we ook al terug bij het Steunfonds der Familie Borms en het Martelaarsfonds. Daarmee probeerde de organisatie de mensen aan te zetten nog meer inspanningen te doen. Ook de laatste 150.000 BEF. moest en zou worden ingezameld. Daarom werden 300 verenigingen aangeschreven met de oproep 500 BEF. te storten, maar slechts enkele organisaties gingen daadwerkelijk over tot steun. Er volgde een tweede omzendbrief, waarin het bestuur een groter opgezette actie in het verschiet stelde voor het nieuwe jaar. Op voorhand vroeg het bestuur aan de verenigingen over hoeveel omzendkaarten zij wensten te beschikken. 5.000 Kaarten werden uiteindelijk besteld.

 

Vl.E.K 310

 

Het Bormsfonds sloot het tweede boekjaar af met 350.000 BEF. kapitaal. Stilaan was duidelijk dat er meer gelijkaardige neveninitiatieven moesten georganiseerd worden om de molen draaiende te houden. [423] Eind 1929 besloten enkele vrienden van Borms dan een aanvullende werking op te zetten, waarbij het ingezamelde geld niet bij de rente van het Bormsfonds werd gevoegd, maar rechtstreeks aan Borms uitgekeerd. Het initiatief van Antwerpse oud-strijders De Stormvogels kreeg de naam Vlaamsch Eere Komiteit 310, of kortweg Vl.E.K 310 (het getal verwees naar het nummer van Borms’ gevangeniscel te Leuven).[424] Veel is er niet terug te vinden in de bronnen. Net als bij het Vlaamsch-Hollands Comité moeten we het stellen met de informatie in de verslagen van het Bormsfonds en enkele uitgegeven jaarverslagen.

 

Tabel. 8: Kapitaalvorming bij Vl.E.K 310 (1929-1935)

 

Boekjaar

Opbrengst zegelverkoop (in BEF)

Afdracht aan Mevr.

Borms (in BEF)

1929-1930

24.405,00

18.650,00

1930-1931

27.575,00

25.000,00

1931-1932

20.585,00

21.500,00

1932-1933

20.217,28

18.000,00

1933-1934

11.870,65

14.500,00

1934-1935

5.200,00

6.337,08

Totaalbedrag tot de vereffening (31.12.1934)

109.852,93

103.987,08

 

De nieuwe werking Vl.E.K 310 werkte onafhankelijk en inde maandelijks de sommen geld via de verkoop van zegels, die in het kasboeken werd geschreven. Deze boekhouding stond onder controle van het Bormsfonds en op al het drukwerk uitgaande van Vl.E.K vermeldde het bestuur in de hoofding: ‘Onder financieel toezicht van het Bormsfonds’.[425] Bij deze controle werd telkens een afgevaardigde van de beheerraad van het Bormsfonds uitgenodigd. Daarenboven had om de vier maanden een volledige doorlichting plaats, zowel van de in kas zijnde bedragen als van de nog voorradige zegels. Het cliché waarmee de zegels werden gedrukt, bleef tevens in het bezit van het fonds.

 

Zegelboekje Vl.E.K. Als je lid was van Vl.E.K 310, kon je zegels (5 BEF/zegel) verzamelen ten voordele van het gezin Borms. De zegels werden in een boekje gekleefd en dienden ter controle voor de Bormsfonds vzw. (ADVN)

 

Uit de jaarverslagen valt op te maken dat de vereniging een 600-tal leden telde verspreid over onderafdelingen in Merksem, Brussel, Wingene, Hoogstraten, Beveren, Scherpenheuvel.[426] Maandelijks droeg het bestuur van Vl.E.K 310 hen op een bijdrage van 5 BEF. te doen in ruil voor een zegel. [427] Sinds de maand juli 1929 kon Vl.E.K de rente die aan Borms door het Bormsfonds uitgekeerd werd, maandelijks als volgt aanvullen: 500, 750, 1000, 1200 en 1.700 BEF. Vanaf februari 1930 zorgde het voor de maandelijkse afdracht van 2.000 BEF. Daarna ging de inzameling enkel maar achteruit door de financiële crisis en de opvallende stijging van de beheerskosten waar ook het Bormsfonds mee te kampen had.[428] Bovendien mocht het Vl.E.K, volgens de overeenkomst met het Bormsfonds, geen uitgebreide propaganda voeren waardoor ze steeds genoodzaakt was in contact te treden met dezelfde personen. Vlak voor de vereffening koos Vl.E.K voor een nieuwe aanpak met gewone lidkaarten omdat bij bepaalde leden nalatigheid was te merken bij het innen van de zegels.[429] Uiteindelijk leverde dit ook niets op en eind 1934 ging de vereniging in vereffening.[430] Gedurende de periode 1929­-1934 had de VLEK-organisatie 109.852,93 BEF. ingezameld met de verkoop van zegels, dat bij het kapitaal van het Bormsfonds werd gevoegd.[431] Later werd besloten wegens de goede samenwerking enkele leden van VLEK, de heren A. Soetewey, H. Van Marcke en J. Weber, lid te maken van het Bormsfonds.

 

Huisvesting van Borms

 

Ten tijde van het steunfonds was er reeds sprake geweest om een woning voor het gezin Borms in zijn geliefde gemeente Merksem te zoeken. Het bleef een punt op de agenda en begin 1929 toen de voorzitter mededeelde dat het fonds dan toch wilde beleggen in onroerende goederen, besloot het bestuur tevens voor Borms een woongelegenheid aan te schaffen.[432] Bij de aankoop bracht het fonds meteen ook de maatschappelijke zetel van de vzw daar onder. Tot het begin van de tweede wereldoorlog, toen Borms naar Duitsland vluchtte, zou hij er blijven wonen.

 

Woning August Borms Wuytslei 29. Het Bormsfonds kocht een woning voor Borms in Merksem en bracht er tevens de maatschappelijke zetel van haar vzw in onder. (AMVC)

 

Borms zelf had al op 9 februari 1929 een brief geschreven vanuit zijn voorlopig adres te Merksem aan Karel de Maegd waarin hij de onderwijzer vroeg om een woning te zoeken in de gemeente waar het volk hem op handen droeg.[433] Het Bormsfonds was al lange tijd op zoek, toen de keuze van het beheer viel op een kleine burgerwoning met tuin, gelegen in de Merksemse Wuytslei. Voor de prijs van 150.000 BEF. en 18.000 BEF. aankooprechten werd het huis eigendom van de organisatie. Bouwmeester Wittockx had op vraag van het bestuur een schatting uitgevoerd en het huis op 156.000 BEF. beraamd. Hierna werd door het bestuur, in overleg met de Algemene Vergadering, ingegaan de koop af te sluiten om er tevens de maatschappelijke zetel van het Bormsfonds onder te brengen. Op die manier bleef het fonds tevens verantwoordelijk voor de belastingen en onderhoud die aan het pand verbonden waren. In de statuten stond nog steeds het Vlaams Huis aan de Merksemse Bredabaan 594 als vast vergaderlokaal van de vzw ingeschreven en dat werd nu aangepast.[434]

Vanaf 15 mei 1929 betrok Borms met zijn gezin dan het huis in de Merksemse Wuytslei 29, slechts enkele straten verwijderd van het huis in de Eendrachtsstraat dat hij nog tijdens de eerste wereldoorlog had bewoond voor hij naar Brussel verhuisde. Voorzitter Roosens had op de Algemene vergadering van 9 maart 1930 hierover zijn dank uitgesproken aan alle leden van het fonds. Voor de leden van het oud- Merksems Steunfonds der Familie Borms in het bijzonder was deze aankoop van een woning voor het gezin een zegen. In de loop der jaren tussen 1920-27 hadden ze wel eens durven denken om Borms bij zijn invrijheidsstelling een huurwoning aan te bieden of hem het nodige geld te geven zodat hij misschien zelf in staat was een huis aan te kopen. Maar nu was het Bormsfonds er dus in geslaagd een woning ter beschikking te stellen en kon het ook aan Borms een blijvende, jaarlijkse rente toezeggen.[435]

 

 

HOOFDSTUK 5. De laatste fase tot het half miljoen(1930-1945)

 

Een eerste hoofdstuk van het Bormsfonds leek in 1930 afgesloten. Dankzij de steun van Vl.E.K en het Vlaamsch- Hollands comité was het kapitaal opgeklommen tot boven de 400.000 BEF. en er was de aangekochte woning voor Borms.[436] Vanaf nu hoefde men zich enkel nog bezig te houden met het fondsenbeheer en het uitkeren van de rente. Slechts enkele kleine propaganda- intiatieven zagen het levenslicht, zoals ‘Liefde moet blijvend zijn!’ en ‘De Eerste Vlaamsche Daad voor 1930’, zonder nog de grote sommen op te leveren. Bovendien stond de Bormsfonds vzw opnieuw alleen omdat de organisatie van het Vl.E.K en het Vlaamsch- Hollands comité bijna op hun laatste benen liep.

 

Tabel 9. Fondsenbezit van de Bormsfonds vzw (1928-1941)

 

1928

141.220

1933

237.000

1938

288.812

1929

161.700

1934

221.000

1939

288.800

1930

213.907

1935

248.362

1940

284.800

1931

218.200

1936

248.670

1941

772.400

1932

236.410

1937

247.314

 

 

 

Fondsenbezit

 

Vanaf 1929 was, naast de woning, het grootste deel van het kapitaal belegd in fondsen. Het financiële beheer was steeds in handen geweest van penningmeester Van Damme, die in samenspraak met de financieel adviseur Arthur Van Lierde, later J. Schiltz en G. Van de Steen, hoofdzakelijk inschreef op de staatsfondsen. In 1928 had het Bormsfonds zo belegd in ondermeer Oorlogschade 4%, Belgische Premie 1920 5%, en Kasbons Antwerpen 1932 5% en 6%. Later kwamen daar nog bij: Inschrijvingen op de Young-lening, de Geünificeerde Schuld, Verwoeste Gewesten, Nationale Maatschappij der Buurtspoorwegen en enkele aandelen van De Schelde. Het ging hier nooit om risicovolle beleggingen, maar wel om staatsfondsen met een redelijk rendement. Enkel met de Young-lening traden problemen op. Omdat de koers van de Young-stukken veel te laag genoteerd stond op 40% van hun waarde, zag men in die periode voorlopig af van verkoop. [437] Net voor zijn dood had financieel adviseur Arthur van Lierde hierover aanmerkingen gemaakt, met de wens om bij verdere leningen uit te zien naar het afsluiten van hypotheken op korte termijn.[438]

 

Op de eerste vergadering van het nieuwe jaar 1930 vond de herverkiezing van de beheerraad plaats, zoals voorgeschreven in de statuten.[439] Mevr. De Vroe-Puype, Roosens, Vercalsteren, Augusteyns, Melis, Debeuckelaere, Van Opdenbosch, Finné en De Backer werden aangeduid door loting om af te treden. Allen mochten ze zich wel terug verkiesbaar stellen. Herman Van Puymbrouck stelde op vraag van het dagelijkse bestuur ook zijn kandidatuur. Uiteindelijk zouden Debeuckelaere, Van Opdenbosch en Finné niet herverkozen worden, en trad Van Puymbrouck op als hun vervanger. De overige leden van het dagelijks bestuur bleven het vertrouwen van de Algemene Vergadering genieten.

 

Voor de laatste maal kondigde het Bormsfonds een publieke propaganda-actie aan onder het motto ‘De Eerste Vlaamsche Daad voor 1930’. 5.500 Kaarten met een foto van Borms en een af te scheuren intekenkaart werden verzonden en in de Vlaams- nationalistische pers verscheen heel de week een oproep.[440] Men had gehoopt met deze inzameling het kapitaal op te drijven tot 400.000 BEF., maar moest uiteindelijk tevreden zijn met 360.000 BEF. Het gebrek aan algemene belangstelling van de Vlaamse pers was de belangrijkste oorzaak van de ondermaatse resultaten. Bovendien was het fonds bijna betrokken in een nieuw persschandaal. De titel van de nieuwe campagne ‘De Eerste Vlaamsche Daad voor 1930’ was door een Franstalig dagblad in Antwerpen onterecht in verband gebracht met de laatste anti-Belgische incidenten, uitgelokt van nationalistische en Groot-Nederlandse zijde.[441] Het gerecht vond echter niets verdacht.

 

Praktisch gezien zat het grootste deel van de fondswerking erop. Ongeacht dat er nog een aanzienlijk bedrag om een half miljoen te bereiken ontbrak, was men niet geheel ontevreden. Benoit Ceuppens wilde nog een tombola inrichten, maar volgens Leo Augusteyns was men overeengekomen enkel nog campagne te voeren op kleine schaal. Hubert Melis wilde daarom een sneeuwbalsysteem uitwerken: een persoon doet een storting van 2 of 5 BEF. en door middel van documenten die het fonds hem bezorgde, nodigde hij dan nog een 5-tal kennissen uit hetzelfde te doen. Deze tweede kleine actie werd goedgekeurd en 100 regellijsten, elk van 20 regels aan 5 BEF., werden verspreid op de jaarlijkse Vlaams-nationalistische Landdag te Wemmel, waar talrijke redevoeringen van politieke tenoren gehouden werden.[442] Ook aan verscheidene Vlaamse verenigingen zond het Bormsfonds nog eens 500 lijsten waarbij ze hoopte op redelijke inkomsten.[443]

 

klik op de afbeelding om ze te vergroten

Omzendbrieven. De Bormsfonds vzw liet in 1930 beide brieven “LIEFDE MOET BLIJVEND ZIJN” en “EEN EERSTE VLAAMSCHE DAAD VOOR 1930” drukken om het laatste kapitaal in te zamelen. (ADVN)

 

Voor de maand juli stelde het bestuur een nieuwe omzendbrief op met als motto: ‘Wij herhalen en dringen aan, uw medewerking is nog noodzakelijk. Nevens uw toejuichingen voor Dr. Borms staat de praktische daad!’[444] Gedurende die zomermaanden zette de beheerraad die verklaringen kracht bij door het verspreiden van 800 jaarverslagen van de Bormsfondswerking. Karel Royers uit Merksem wenste rookartikelen te verkopen onder de naam van Borms en een gelijkaardige aanvraag kwam er van de Borgerhoutse chocolatier Bavo Waterschoot voor de verkoop van chocolade.[445] De vergadering gaf zijn fiat, maar besloot op aanraden van juridisch adviseur Timmermans in de toekomst geen gehoor meer te geven aan zulke initiatieven. [446] Het gebruik van de naam Borms voor handelsdoeleinden kon immers tot conflicten leiden met andere Vlaamse handelaars. Wel stond het bestuur toe dat handelaars op hun verpakking enkel de zegels van het Bormsfonds kleefden. De opbrengst van deze zegels voegde Van Damme rechtstreeks bij de rente uit te keren aan Borms. Zo had het Bormsfonds een contract afgesloten met Maurits Schroons die borstbeelden van Borms verkocht.[447] Van elk verkocht beeld ging 1 BEF naar het Bormsfonds.

Tijdens de maanden oktober-november verzond het fonds nog eens 1.000 omzendbrieven verdeeld over meer dan 4.000 adressen, getiteld: ‘Liefde moet blijvend zijn!’ In de oproep greep het Bormsfonds ook de kans om de verenigingen warm te maken om in het najaar een Bormsfeestje te organiseren.[448] Hiervoor had de organisatie een gratis Bormsbord laten vervaardigen dat door de Brusselse Firma Godaert & Kriger verspreid zou worden. Op elk bord van 120 BEF. hoopte het fonds een winst te boeken van 25 BEF.

 

Dankzij deze initiatieven zag het fonds het kapitaal klimmen tot 410.000 BEF. De laatste stap werd gezet naar het half miljoen. Op de algemene vergadering van maart 1931 hadden de leden nog meer reden tot juichen.[449] Niet zo lang geleden hadden Borms en zijn makkers geijverd voor de vernederlandsing van de Gentse Universiteit. Onder de indruk van de Bormsverkiezing van 1929, beïnvloed door het Compromis des Belges en bevreesd voor eventuele rellen tijdens het Belgisch eeuwfeest had de regering eind 1930 besloten de knoop door te hakken en kreeg Vlaanderen in Gent zijn eigen vernederlandste universiteit.[450] Een eeuw na de Belgische omwenteling mocht rector August Vermeylen de academie openen.

 

Financiële malaise

 

Nog steeds leek er geen einde te komen aan de financiële crisis die het land nu al een paar jaar in de ban hield. Vl.E.K had haar inkomsten gevoelig zien dalen en moest in 1931 mededelen dat het de maandelijkse uitkering aan Borms voorlopig met 500 BEF. moest verlagen tot 1.500 BEF.[451] Ook de andere solidariteitsverenigingen, zoals het Studiefonds, hadden het moeilijk. Het Bormsfonds bleef op zoek naar nieuwe initiatieven en ging zelfs bij Borms te rade om eventueel de rente af te bouwen.

 

Tijdens de beheerraad van 3 april 1932 stelde het bestuur voor om een jaarlijkse Bormsmaand in te richten.[452] In de De Schelde verschenen opnieuw oproepen om de verenigingen aan te zetten om herdenkingsfeesten in te richten. Heel de maand organiseerde de vzw geldinzamelingen waarbij de kosten en de mogelijke winst verdeeld werden tussen Bormsfonds en Vl.E.K 310.[453] Op aanraden van Melis koos het bestuur voor de maand december, als aandenken aan de Antwerpse Bormsverkiezingen. En zo was de laatste maand van het jaar tevens de ‘Maand der Bormsglorie’. [454] In september 1933 begon het bestuur met de organisatie van de eerste Bormsmaand.[455] Voor de inrichting zocht het Bormsfonds samenwerking met Vl.E.K 310, het Studiefonds voor kinderen van getroffen Vlamingen, het verder onbekende Helpmekaarfonds en het Steuncomité voor Dienstweigeraars. [456] De heren Augusteyns, Van Damme en Vercalsteren kregen een plaats in het actiecomité voor de inrichting van de Bormsmaand en organiseerden de propaganda. Uiteindelijk bracht de eerste ‘Maand der Bormsglorie’ 1.077,50 BEF op. Ondanks dit bedrag moest Van Damme de rekeningen van 1934 toch nog moest afsluiten met een nettoverlies van 2128, 60 BEF. [457] Dit negatief resultaat was te wijten aan de lopende geruchten van mogelijke muntontwaarding en de zeer slechte situatie waarin de fondsen, vooral de obligaties van de stad Antwerpen, zich bevonden. [458] In de loop der jaren waren ze effectief lager genoteerd dan bij de aankoop, ook al stonden ze in de balansen nog aan pariteit vermeld. Daarnaast werd door de oorlogssituatie ook maar 1/6 van het bedrag der halfjaarlijkse interest van de Young-lening uitbetaald. Op advies van de financiele medewerkers van het fonds de heren Van de Steen en J. Schiltz was daarop beslist de kasbons Gemeentekrediet van België en kasbons Antwerpen, zonder groot verlies, om te zetten in obligaties van de Belgische buitenlandse goudlening 1934, uitgegeven in Frankrijk aan 5,5 %. Op die manier waren de waarde en uitkeringen gewaarborgd door de stabiele goudbasis. Als de staat zijn akkoord inzake deze lening immers niet kon nakomen bij inflatie, kon het fonds niets meer verliezen. Het was de juiste keuze. Een jaar later kon men reeds een winst boeken van circa 25.000 BEF.[459] Daarop werd door de financiële raadgevers aangedrongen de stukken van de Belgische goudlening opnieuw om te zetten in gewone Belgische beleggingen, zoals de fondsen van de stad Antwerpen en van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen.

 

Naast de wissels op de geldmarkt probeerde Van Damme ook in de boekhouding één en ander aan te passen. Op aanraden van Waternaux ging hij in 1939 na of men de minderwaarde van de maatschappelijke zetel niet kon trachten af te schrijven.[460] Dit plan zag het bestuur voorlopig moeilijk realiseerbaar zolang voor Borms nog een rente werd uitgekeerd. Principieel legde het bestuur daarom vast dat zodra de stortingen aan Borms werden stopgezet, men elk jaar de opbrengst van het kapitaal voor de helft kon verdelen over de nodige afschrijvingen van onkosten en de mogelijke minderwaarde van de maatschappelijke zetel. De andere helft gebruikte het bestuur dan voor de doelstellingen zoals in de statuten stond, namelijk de ondersteuning van Vlaamse culturele projecten.

Niet alleen het Bormsfonds kende financiële moeilijkheden. Naast VL.E.K 310 bereikte het fonds ook de geruchten dat het Studiefonds van professor Scharpé wellicht niet meer in staat was om nog langer de studies van de twee zonen van Borms te bekostigen.[461] In haar jaarverslag van 1930-1931 lazen we dat er een grote kans was dat het fonds ermee moest ophouden door de aanhoudende negatieve resultaten.[462] Het bedrag van 3.000 BEF. voor de zonen van Borms was voor het Studiefonds in die dagen nog moeilijk te realiseren. Eén der zonen moest nog één jaar studeren, de andere twee jaar. Het bestuur van het Bormsfonds besloot, indien het Studiefonds in zijn taak zou tekortschieten, zij ging trachten al het mogelijke te doen dat de twee zonen ongehinderd hun studies konden afmaken.

 

Door het stopzetten van de grote acties leek het wel of ook de Algemene Vergadering veel minder belang kreeg. Er kwamen beduidend minder leden opdagen en een aantal punten verdwenen van de agenda -zoals het comité in Nederland, Vl.E.K 310. In 1933 besliste de beheerraad dat de leden die sinds geruime tijd geen teken van leven meer gaven een formulier ter ondertekening werd opgestuurd met het verzoek dit naar het secretariaat terug te zenden, met melding van naam en adres.[463] Het zou wachten zijn tot de Algemene Vergadering van 8 februari 1936 in Malpertuus voor we iets merken van de aanpassingen aan de ledenlijst.[464] Vier leden, waaronder Victor de Jong en Mevrouw Kries, kregen hun ontslag wegens langdurige afwezigheid. Dr. Allaeys (’35), Mter. de Koning (’31), Pol de Mont (’31), Leo Simons (’31), Arthur Van Lierde(’32) en Merksemnaar L. Wuyts waren gedurende de laatste jaren overleden en daarom geschrapt.

 

In 1934 gaf ook Vl.E.K 310 er de brui aan.[465] Het bestuur van deze werking had aan Vercalsteren verklaard dat ze Borms nog een abonnement op De Schelde geschonken had, maar dat nu de moment gekomen was de werking te staken. Ook de 3.000 BEF., het geld dat de leden van Vl.E.K 310 reeds voor 1935 hadden toegezegd, zou niet meer geïnd worden. Het Bormsfonds hoopte dat Vl.E.K 310 nog zou terugkomen op haar plannen zodat ze het geld toch nog kon schenken aan de zonen van Borms. Uiteindelijk stuurde August Borms een brief naar Vl.E.K 310 waarin hij verzocht de reeds toegezegde bijdrage voor 1935 te storten aan het Studiefonds voor kinderen van getroffen Vlamingen, zeer tegen de zin van het Bormsfonds.

 

Tabel 10: Uitgekeerde rente aan Borms door de Bormsfonds vzw(1928-1941)

 

1928

11.000

1933

11.000

1938

13.500

1929

7.800

1934

7.800

1939

12.000

1930

12.000

1935

12.000

1940

12.000

1931

12.000

1936

12.000

1941

4.536

1932

12.000

1937

12.000

 

 

 

Voor het Bormsfonds was het steeds moeilijker geworden om de rente constant te houden. In 1929 bedroeg die maar 7.800 BEF. omdat toen de Merksemse woning was aangekocht en drie jaar later was het Bormsfonds enkel na aanpassing van de boekhouding door Van Damme erin geslaagd de 12.000 BEF. bijeen te krijgen. Na raadpleging van Borms was gebleken dat de volgende twee jaar nog financieel lastig waren voor hem en zijn gezin. Borms wees hierbij op de studiekosten van een zoon aan de universiteit (circa 10.000 BEF.) en een tweede zoon die in de loop van het jaar 1935 het leger moest dienen, waardoor een maandelijks inkomen van 500 BEF. wegviel. Ook had hij om persoonlijke redenen gevraagd deze rente niet meer te vermelden in de jaarlijkse verslagen en drong hij aan op het behoud van de rente van 12.000 BEF. [466] Voor het Bormsfonds mochten dan wel de uitgaven niet vermeerderen omdat ze tevens aan de lopende beheerskosten moesten blijven voldoen.

Een jaar later, op de Algemene Vergadering van 8 februari 1936, werd op voorstel van voorzitter Roosens getracht een kleine som in te zamelen (ongeveer 2.000 BEF.) om Borms de kans te bieden kleding aan te schaffen.[467] Om dit initiatief te volbrengen richtte het Bormsfonds een voorlopig reservefonds op, waarbij enkele gestelde mensen werden aangeschreven. Ondertussen zou de heer Rousseeu aan de Wilrijkse kleermaker Van der Veken vragen om de kleding op maat te maken. Na enkele maanden was ruim 1.000 BEF. bijeengehaald. Daarom besloot het bestuur het reservefonds op grotere schaal aan te vatten waarbij het allang niet meer ging om een stel kleren voor Borms. Na de verkiezingen van mei 1936 werd er een brief rondgezonden gericht aan de Vlaams-nationalistische kamerleden en senatoren met het oog op het spijzen van het hulpfonds.[468]

Het bestuur hoopte dat het reservefonds een oplossing kon bieden om de mindere ontvangsten door de conversie van de staats- en de stadsleningen aan te vullen opdat het fonds de gewone jaarlijkse toelage aan Borms niet diende te verminderen.[469] De respons beantwoordde niet aan de verwachtingen. Alleen de senatoren Edmond van Dieren, Hendrik Picard en advocaat Jozef Lysens, en de kamerleden Hendrik Borgignon, Hendrik Ballet, Jan Seghers, Jeroom Leuridan en ook de Antwerpse bestendig afgevaardigde Arseen Kennes stortten ieder de gevraagde 100 BEF. Uiteindelijk bedroeg het over te dragen saldo van het reservefonds nog een schamele 703 BEF.

 

Bormshulde (1938)

 

Op 14 april 1938 werd Borms 60 jaar. Deze gelegenheid gaf aanleiding tot het inrichten van een hulde en een kapitaalsinzameling door het Bormsfonds.[470] Voor het Bormsfonds de kans om de negatieve resultaten van dat jaar recht te zetten. Bovendien mocht het Bormsfonds zelf ook tien kaarsjes uitblazen en ter gelegenheid van die verjaardag gaf de vzw haar eerste tienjaarlijkse verslag uit, gedrukt op 500 exemplaren.[471]

Bormsfonds. Titelblad van het eerste tienjarig verslag van het Bormsfonds, opgenomen in de Bormsgalerij van Isidoor Verdoodt (1943) en gemaakt door Gust Van Damme. Het getal 310 verwijst naar Borms' celnummer, 83.000 naar Borms' stemmenaantal in 1928. De klok, afgebeeld naast de Vlaamse Leeuw, duidt op de bijnaam van Borms, ‘Klok van Vlaanderen’. (prent uit Bormsgalerij)

 

Te Antwerpen werd een feestcomité samengesteld onder leiding van voorzitter Hendrik Picard. Deze Antwerpse advocaat was tevens parlementariër voor het Vlaams Nationaal Blok, een kartel van Fronters en V.N.V’ers in het arrondissement Antwerpen. [472] Karel Fossey, die het Werk der Boekverspreiding van het Algemeen-Nederlands Verbond leidde, was aangezocht het secretariaat waar te nemen. De rol van het Bormsfonds in de organisatie beperkte zich tot het verzamelen van de nodige fondsen voor de propagandawerking. De hele financiële organisatie gebeurde overigens via het Bormsfonds die hiervoor 3.000 BEF. ter beschikking kreeg gesteld. Over de geldinzameling met intekenlijsten was het Bormsfonds overeengekomen de helft te voegen bij het kapitaal voor de hulde-inrichting, de andere helft ging ze gebruiken om de jaarlijkse rente aan Borms op 12.000 BEF. te houden.[473] Deze financiële injectie kwam goed van pas, want de conversie van de Staats-en Gemeentefondsen hadden de inkomsten verminderd met 1/3 en er was de concurrentie met de inzamelingen voor Grammensfonds[474] en de propagandatocht van de Werfbrigade[475] van het V.N.V naar Edingen.[476]

Men zag af van het inrichten van een plechtige zitting in Antwerpen, waarop alle leiders van het activisme zouden worden uitgenodigd, evenals de personen die na de oorlog een belangrijke rol speelden. Het zou echter teveel werk en reiskosten vergen en bovendien werden er datzelfde jaar 1938 al drie massabijeenkomsten georganiseerd. Men wilde daarom proberen lokale zittingen te organiseren en een album samen te stellen met handtekeningen en een voorwoord van Cyriel Verschaeve, de Vlaamsgezinde priester uit Alveringem.

Uiteindelijk bleef het bij een beperkte bijeenkomst in het Vlaamse Huis te Merksem, waarop de leden van de beheerraad van het Bormsfonds, het voormalig bestuur van Vl.E.K 310 en enkele oud-leden van het Steunfonds der Familie Borms, het hulde-album overhandigden.[477]

De balans van 1938 leert ons dat de opbrengst van de Bormshulde uiteindelijk 44.911,56 BEF. bedroeg, vooral door de grote inkomsten van de geldinzamelingen te Antwerpen (35.958,20 BEF.) en in Noord-Nederland (13.945,05 BEF.), waar het Vlaamsch-Hollands Comité een laatste inspanning had geleverd.[478] Door de beslissing van de Algemene Vergadering van 6 maart 1938 kon dit geld deels worden aangewend om toch nog 12.000 BEF. rente aan Borms over te maken, zowat 4.200 BEF meer dan oorspronkelijk was berekend. Daarbij kwam nog eens 1.500 BEF., die rechtstreeks van het hulde-comité aan Borms kon worden overhandigd.

 

 

HOOFDSTUK 6. Van WOII tot het einde van de vzw: een apart verhaal

 

De oorlog was nauwelijks begonnen of Borms werd al het land uitgezet op bevel van de Belgische Staat. Het Bormsfonds bouwde rustig voort aan haar kapitaaluitbreiding naar het half miljoen, maar kreeg daarbij hulp uit onverwachte hoek, waardoor er een verdubbeling optrad van het kapitaal. Om deze situatie ten volle te begrijpen dienen we in te gaan op de rol van Borms tijdens de oorlog in de Commissie voor Rechtsherstel, de financiële evolutie van het Bormsfonds aan de hand van tabellen en zou ook de Dienst van het Sekwester ten overstaan van de vzw na de oorlog belangrijk zijn.

 

Slotzitting Commissie voor Rechtsherstel. Op de eerste rij (v.l.n.r.) Adelfons Henderickx (?), August Borms (voorzitter), René Lagrou (secretaris) en Hubert Melis (?) (AMVC)

 

Commissie voor Rechtsherstel

 

Tijdens het interbellum had de toenemende internationale verrechtsing ook het Vlaamse politieke landschap niet onberoerd gelaten.[479] Zo dweepte in Vlaanderen de politieke eenheidspartij VNV van Staf De Clercq met de Dietse Volksstaat en kon buigen over een strak geleide militantenbasis. Nog vóór de Duitse inval had Borms al voorgenomen als de kans zich voordeed voor de bezetter te kiezen om zijn doel te bereiken, hij het opnieuw niet zou laten. Tot ergernis van partijleider Staf de Clercq had hij al geprobeerd de Vlaams nationaal-socialisten binnen het VNV te radicaliseren. Ook de vriendschap met Jef van Extergem kende door Borms’ sympathie voor de Duitse nationaal-socialisten een breuk.[480] Deze houding was waarschijnlijk ingegeven door zijn negatieve ervaringen in de Franse militaire gevangenis van Orléans.[481] Op 10 mei 1940, na de Duitse aanval, was Borms immers samen met andere anti-Belgische leiders (Joris Van Severen, René Lagrou, Reimond Tollenaere, …), die ervan verdacht werden een veiligheidsrisico te vormen, aangehouden en op vraag van de Belgische regering met de zogenaamde ‘spooktreinen’ naar interneringskampen in Frankrijk gedeporteerd.[482] Zo was de staatsveiligheid ervan overtuigd dat Borms deel uitmaakte van een vijfde colonne die op het moment van een Duitse inval van binnenuit de aanvaller zou steunen. Door zijn Franse gevangenschap werd het boegbeeld, dat Borms was, nogmaals extra opgepoetst en kende Borms’ antipathie tegenover België een nieuw hoogtepunt.[483] Toen Borms terugkwam, koos hij resoluut voor de kant van het fascistisch Hitlerregime en beschouwde zijn medewerking aan de Duitse diensten als een tweede activisme vergelijkbaar met de eerste wereldoorlog.[484]

Ook voor het Bormsfonds was de oorlog aangebroken. Op 24 juli 1940 kreeg het bestuur van het Bormsfonds een brief van de Kredietbank om zich aan te melden op de zetel in Antwerpen.[485] Een beambte van het Devisenschutzkommando Belgien wilde de safe van het Bormsfonds controleren, zonder enig gevolg.

 

Tijdens de oorlog was Borms ondermeer voorzitter van de Commissie voor rechtsherstel. Deze commissie werd door de Militaire Bevelhebber in België en Noord-Frankrijk opgericht bij verordening van 6 september 1940 te Brussel en werd vaak de Bormscommissie genoemd naar haar voorzitter.[486] Uit de brieven van Reimond Speleers (lid van raad van leiding VNV) valt af te leiden dat hij één van de inspirators moet zijn geweest van de uiteindelijke stichting en formulering van die verordening.[487] De commissie had ten doel schadevergoeding of rechtsherstel toe te kennen aan gewezen Belgische activisten die na de oorlog ter dood waren veroordeeld, gebroodroofd of andere kwellingen hadden doorstaan.[488] Blijkbaar had de Belgische uitdovingswet van 1929 en de amnestie van 1937 voor een groot aantal oud-activisten nog niet de verhoopte reïntegratie in de samenleving en materiële genoegdoening gebracht.

Tot voorzitter van deze commissie, die onafhankelijk van de Belgische overheid opereerde, werd August Borms aangesteld.[489] Leden waren Adelfons Henderickx en Alfons Jonckx en als plaatsvervangers traden Hubert Melis en ‘jong-activist’ A.E. Praet op. Secretaris was René Lagrou en H. Brass werd bij de Commissie aangeduid als de Duitse Gevolmachtigde. [490] Daarnaast was er ook een Waalse subcommissie die de Herstelcommissie moest adviseren over de binnengekomen aanvragen van activisten aan Waalse zijde.[491] De Herstelcommissie ontving 1692 aanvragen.[492] Volgens het antwoord op een vraag in het parlement hebben 937 personen een schadevergoeding ontvangen. Het totale bedrag der uitgekeerde vergoedingen beliep 197.852.736 BEF. De Belgische administratie voerde de genomen beslissingen uit, al kostte dit vaak de nodige moeite.[493]

 

Borms ontving 1 miljoen BEF schadevergoeding en een pensioen van 20.000 BEF (omgerekend bij benadering zo’n 600.000 euro naar hedendaagse maatstaven).[494] Over wat August Borms uiteindelijk met dat vele geld gedaan heeft, vinden we weinig terug in de bronnen en literatuur, ook niet in de biografie van Jos Vinks. Op 9 juni 1941 verzocht Borms een vrij belangrijke vergadering te beleggen ten huize van voorzitter Roosens.[495] Aanwezig waren Borms, voorzitter Roosens, Lode Van Damme, Hubert Melis, Leo Augusteyns en Jozef Vercalsteren. Op de vergadering van het Bormsfonds verklaarde Borms dat hem door de Commissie voor ‘geleden pijn en smart’ een schadevergoeding was toegekend.[496] Na overleg met zijn vrouw had Borms besloten het geld te verdelen onder zijn zes kinderen, 60.000 BEF. per kind. Verder liet hij in zijn woonst, tevens de maatschappelijke zetel van het Bormsfonds, een lang gewenste badkamer inrichten.[497] Nog eens 100.000 BEF. ging als gift naar het Duitse Rode Kruis, voor de gekwetste soldaten van het Rijk, daar het tenslotte door het ingrijpen van de Duitse Wehrmacht was dat, niet alleen Borms’leven, toch ook het leven van de talrijke in gevangenschap meegesleepte Vlamingen, gered was.[498] “Het was een gebaar van diepmenselijke dankbaarheid”, zo vond hij.

 

Het overblijvende half miljoen wenste Borms aan het Bormsfonds te schenken, als blijk van waardering voor wat deze vereniging al die jaren voor hem en zijn familie betekend had.

Wel vroeg Borms om in ruil voor de storting drie voorwaarden in een contract met het Bormsfonds op te nemen. Zo wilde Borms, mocht hij sterven, dat de rente van het door hem gestorte kapitaal uitgekeerd kon worden aan zijn vrouw. Daarnaast moest het fonds aan zijn familie en nakomelingen, indien nodig, financiële hulp verlenen voor studiekosten. Tot slot wenste Borms dat zijn zonen Herman en Wilfried deel mochten uitmaken van de beheerraad van het fonds. De vergadering aanvaardde éénparig de gift, alsmede de daaraan verbonden voorwaarden, temeer omdat het uitkeren van de renten en de studiekosten in overeenstemming was met de statuten van het fonds. Samen met rechtskundig adviseur Jan Timmermans stelde het dagelijks bestuur een tekst op waarin de voorwaarden en het aanvaarden van de gift werden vastgelegd. Schatbewaarder Van Damme en secretaris Vercalsteren wonnen advies in bij financieel raadgever Van de Steen over verdere praktische zaken.

 

Contract Bormsfonds-August Borms: Op 5 juli 1941 werd dit contract opgemaakt waarin drie voorwaarden werden vastgelegd ten overstaan van de Bormsfonds vzw in ruil voor de storting van het half miljoen BEF door Borms (zie titel). Onderaan leest u nog zeer duidelijk de namen van de bestuursleden Bormsfonds (Van Damme, Vercalsteren, Roosens, …), August Borms en diens vrouw Cesarina Smet. (privé-archief Van Damme)

 

Een maand later volgde een nieuwe vergadering waarop Borms’zoon Herman was uitgenodigd.[499] Na overleg met de kinderen Borms en hun vader werd besloten de paragrafen II van de tekst ‘Aanvaarding en voorwaarden’ onder nummer 2 in de statuten als volgt te wijzigen: “Indien één of meer van de zes kinderen van Borms in nood mochten geraken door de omstandigheden onafhankelijk van hun gedragingen zo kon de netto-opbrengst van deze storting aangewend worden tot het verlenen van financiële hulp met dien verstande dat het totale uit te keren bedrag nooit hoger zal zijn dan dat waarover echtgenote Borms kon beschikken”. Van Damme bracht de vergadering ook op de hoogte dat de fiscus op de totale som door de commissie uitgekeerd aan Borms een belasting kon heffen die opliep tot 50% ofwel 500.000 BEF. Daarom besliste de vergadering nog even te wachten met het ondertekenen van het contract tot men meer wist over de belastingkwestie die nog besproken moest worden bij de Commissie voor Rechtsherstel.

 

Op de Algemene Vergadering van 26 oktober 1941 verwelkomden de leden de zonen van Borms.[500] Wilfried verbleef nog in Congo en werd voorlopig vervangen door zijn broer Edmond. Herman Borms dankte de vergadering voor het in hem gestelde vertrouwen en beloofde zijn volledige medewerking aan het fonds. Bovendien hoopte hij dat de organisatie kon blijven uitgroeien tot een belangrijke Vlaams nationale stichting die zijn rol handhaaft in Vlaanderens uitbouw. Voor het Bormsfonds kwam de gift als geroepen na enkele magere jaren door de oorlog en de financiële crisis. Het winstcijfer van 1942 was 50% hoger dan die van het jaar ervoor, zonder nochtans het bedrag van de vooroorlogse periode te bereiken. De fondsenportefeuille was uitgebreid met 496.000 BEF. maar doordat door de oorlog ondermeer de goudlening en het Young-plan, was geblokkeerd bleef de situatie moeilijk. [501]

 

Tabel.11.Fondsenbezit, kapitaalvorming en rente aan Borms door Bormsfonds (1941-1947)

 

Jaar

Fondsen

kapitaal

rente

opmerking

1940

284.800

441.263,40

12.000

 

1941

772.400

941.263,40

4.536

Gift Borms (500.000)

1942

770.000

-

6.345

 

1943

847.860

-

20.000

 

1944

857.760

1.000.000

21.000

 

1945

884.625

-

-

 

1946

906.475

-

-

Terechtstelling Borms

1947

380.000

500.000

-

Restitutie sekwester

 

Bormshulde (1943)

 

Jaarlijks werd elke gelegenheid aangegrepen om August Borms te huldigen.[502] In 1941 was Borms bij de 13de verjaardag van zijn vrijlating uit de gevangenis nog gehuldigd door de Merksemnaren. Toen de oorlog drie jaar bezig was, organiseerde men in Antwerpen een nieuwe Bormshulde naar aanleiding van diens 65ste verjaardag.[503] Ditmaal nam het Bormsfonds opnieuw enkel de financiële zaken waar en wilde Borms enkele cadeaus schenken. Een marmeren buste van Borms werd vervaardigd en het bestuur stelde het album Bormsgalerij, één grote hommage aan Borms, voor.

 

Het Merksemsch Comité van de Groeningerwachten had reeds eerder plannen opgevat om voor Borms’ verjaardag een hulde op te zetten en vroeg het Bormsfonds de toelating om een schilderij in de gang van de maatschappelijke zetel te plaatsen.[504] Op de vergadering van het Bormsfonds was het bestuur tevens van mening dat er iets meer mocht gedaan worden dan enkel een huldebetoging. Men wilde niet alleen zijn verjaardag vieren, maar het was tevens de kans om Borms als voorzitter van de Herstelcommissie in de verf te zetten. Aan beeldhouwer Edward Melis gaf het bestuur de opdracht een marmeren borstbeeld van Borms te vervaardigen als dankbetuiging vanwege diegene die geld hadden ontvangen van de Bormscommissie.[505]

Bormsbuste van Edward Melis (1943): Ter gelegenheid van Borms’ 65ste verjaardag gaf de Bormsfonds vzw de opdracht aan Edward Melis een buste van Borms te vervaardigen. Het beeld is volledig uit wit marmer en bevindt zich vandaag in het ADVN (AMVC)

 

Ook deed het Bormsfonds een oproep aan het volk om geld te storten.[506] Voor de hulde kon men dan eventueel kleinere formaten van het beeld in duurzaam materiaal verkopen. Het Bormsfonds probeerde ook onderhandelingen aan te knopen met dichter en kunstcriticus Isidoor Verdoodt, pseudoniem Van Beugem uit Gent. [507] Men wilde een huldeboek uitbrengen waarbij de NV Volk en Staat als uitgever optrad, onder de auspiciën van het Bormsfonds.[508] Als thema van het werk werd het leven van Borms genomen als spiegel van een halve eeuw strijd, in al zijn schakeringen en evoluties welke de Vlaamse beweging had meegemaakt in het kader van het steeds wisselende leven van de enkeling, het volk en het tijdsgebeuren. Verder maakte het bestuur een schema over aan Van Beugem met de indeling van het verdere album. De inleidende biografie van Borms was van de hand van Antoon Mermans, hoofdredacteur van Volk en Staat en auteur van een boek over zijn deportatie naar Frankrijk met de spooktreinen.[509] Het was één van de talloze odes aan Borms met veel plaats voor ophemeling en afgoderij. Van het album Bormsgalerij werden 1.000 exemplaren gedrukt, en nog 12 presentatie-albums voor het fonds. Op kosten van de uitgeverij ging het Bormsfonds de propaganda steunen met het verzenden van omzendbrieven.[510] Uiteindelijk zouden meer dan 1.200 stuks worden verkocht aan 125 BEF.[511]

Daarnaast werd er een hulde-comité aangesteld, onder voorzitterschap van Adelfons Henderickx en Leo Augusteyns.[512] De arrondissementsleider van het VNV-Antwerpen Piet Wyndaele werd voorzitter van een uitgebreid ere-comité, bijgestaan door de heren Van Damme, Willekens, Vercalsteren en Jan Stalmans. Zij zochten organisaties en persoonlijkheden op die een rol konden spelen om zo, net als bij de vorige vieringen, ook deze hulde een Vlaams-nationaal karakter te geven.[513] Ook de Vlamingen in Nederland kregen een brief om naar de viering te komen, maar zij moesten vriendelijk bedanken omdat ze door de gespannen oorlogssituatie niet in staat waren om naar Antwerpen af te zakken.[514]

 

Op zondag 27 juni 1943 vond de hulde voor Borms, nog herstellende van een verkeersongeval, plaats in een grote zaal van de Antwerpse Zoo.[515] De viering ademde de sfeer uit van die tijd. Zo bracht Borms op het einde van de viering een pleitrede voor de Führer en het Duitse volk. Het was al langer duidelijk dat Borms binnen de VNV-kringen dicht aanleunde bij SS-Vlaanderen, en des te nadrukkelijker het nationaal-socialistische gedachtegoed ging verdedigen.[516] Uiteindelijk had het comité, na de overhandiging van het marmeren borstbeeld, nog 40.044,58 BEF. over die in de kas van het Bormsfonds werden gestort.

 

Bormshulde 27 juni 1943 te Antwerpen. (v.l.n.r) X, Schellang, Borms, Schlindmayer, R. Jungclaus. (ADVN)

 

Bormsfonds naar zijn einde?

 

Het einde van de oorlog was tevens het einde van een generatie Vlamingen en Vlaamse verenigingen. Secretaris Vercalsteren was overleden en met hem vele leden van het fonds. Ook Borms kwam aan zijn einde toen hij de doodstraf kreeg voor zijn aandeel in de collaboratie met de Duitsers. Zijn executie deed heel wat stof opwaaien. Velen zagen in Borms een idealist, die onbaatzuchtig zijn volk wilde dienen. Ook voor het Bormsfonds was de last zwaar om dragen, ook al omdat de werking diende hertekend te worden.

 

Op 1 april 1944 werd een nieuwe vergadering belegd op de zetel van het Vlaams Nationaal Zangverbond te Antwerpen.[517] Bij de opening van de vergadering bracht voorzitter Roosens hulde aan secretaris Jozef Vercalsteren, overleden op 31 januari 1944, die er bij het begin van de oprichting reeds bij was. Zestien jaar lang had hij samen met Lode Van Damme de kar getrokken, ook al ten tijde van het Steunfonds. “Onze betreurde vriend was de geest van onafgebroken werkzaamheid en toegewijde offervaardigheid, die een groot aandeel had in de uitbouw van het fonds. Hopelijk mag zijn voorbeeld ons nog blijven bezielen in de toekomst.” Als vervanger werd Gust Van Damme, zoon van de schatbewaarder, aangesteld. Hij nam de taak van secretaris over en kreeg de nodige volmacht voor de toegang tot de safe in de Kredietbank.

Drieëntwintig jaar na de oprichting van het Steunfonds der Familie Borms en zestien jaar na de omvorming van deze bescheiden organisatie tot het Bormsfonds hadden de stichters eindelijk hun doel bereikt, bleek uit de opgemaakte jaarbalansen. De rente op het kapitaal was voldoende om Borms’ toelage op peil te houden, ook in tijden van crisis of muntontwaarding. Enkele dagen voor zijn dood had ook Vercalsteren op zijn ziekbed nog deze blije boodschap vernomen waaraan hij die lange periode vrijwillig had meegewerkt.

In dezelfde periode van augustus- september 1944 week Borms uit naar Duitsland waar hij de Vlaamsche Landsleiding steunde als lid van een adviescomité en Vlamingen hielp ronselen voor Duitse krijgsdienst met het oog op een herovering van Vlaanderen.[518] Borms die ten gevolge van een verkeersongeval voortdurend verzorging nodig had, verhuisde eind mei naar een kliniek in Berlijn. Daar werd hij in augustus 1945 herkend door een Belgische Rode Kruisverpleegster, waarna hij door de Staatsveiligheid werd opgepakt en naar Belgiê teruggevoerd. Op 15 oktober 1945 veroordeelde de Belgische krijgsraad Borms wegens landverraad ter dood.[519] Borms weigerde gratie te vragen. Volgens het dagboek dat Borms tijdens zijn gevangenschap bijhield, had hij nog contact met Lode Van Damme (afgekort in het dagboek tot V.D.) over het Bormsfonds en over de vernieling van de woonst aan de Wuytslei te Merksem.[520]

In de morgen van 12 april 1946, twee dagen voor zijn verjaardag 68ste verjaardag, liep Borms steunend op twee krukken naar de executiepaal op de binnenkoer van de Etterbeekse kazerne.[521] Borms gaf er zijn kostbaarheden af aan een beambte, maar weigerde de blinddoek. Met een laatste ademstoot slaakte hij de woorden ‘Dietsland Houzee’ waarna hij onder een salvo kogelschoten ter aarde zeeg. In zijn laatste brief aan zijn vrouw had Borms getekend met “Leve Vlaanderen”, hiermee tot het einde van zijn leven, zijn martelaarsrol verdedigend. Niet vrouw en kinderen, wel Vlaanderen stond hem het nauwst aan het hart. [522]

 

Steekkaart van de administratie van de gevangenis te Etterbeek. Franstalig drukwerk en in de Franse taal ingevuld. Men kan duidelijk de naam van August Borms onderscheiden bovenaan, met verder het opschrift ‘Definitif Mort’ en onderaan de datum 12 april 1946. (Privé-archief Van Damme)

 

Deze rotsvaste overtuiging zou hem doen uitgroeien tot één van de grote cultussymbolen die tijdens jaarlijkse manifestaties, als de IJzerbedevaart, herdacht werden. Willem Elsschot zou er een gedicht over schrijven, waarin hij vooral de zinloosheid van de doodstraf probeerde aan te klagen en het onbegrip tegenover de Vlaamse belangen.[523] De literaire wereld zou het hem zeer kwalijk nemen, terwijl anderen het enkel zagen als het opnemen voor de zwakke.

 

Aan Borms[524]

Men kon, of wilde, of durfde u niet verstaan.

Men riep het peloton en ’t peloton trad aan.

Maar dat het salvo, dat is losgebrand,

ons allen trof, begreep heel Vlaanderland.

Al werd uw ouden romp in aller ijl vermoord,

de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord.

….

Oorspronkelijk wilde men Borms begraven op het kerkhof van zijn geboortestad Sint-Niklaas.[525] Daar kreeg de familie echter geen toestemming voor, waarna hij zijn laatste rustplaats te Merksem kreeg. Het Bormsfonds nam zich voor te investeren in het graf van Borms, maar op vraag van de familie Borms werd hierop niet ingegaan.

 

Bormsfonds wiste de vlek van de oorlog uit

 

Vier jaar na de oorlog riep het Bormsfonds een nieuwe vergadering samen waarop beslist werd wat er nu diende te gebeuren. Borms was overleden maar zijn vrouw kon nog jaarlijks rekenen op een uitkering. Stilaan begon het hertekende bestuur werk te maken van de Vlaamse culturele ondersteuning, al had het eerst een ander probleem op te lossen, namelijk de terugvordering van het half miljoen BEF door de Belgische staat.

 

Pas op 2 augustus 1949 riep het bestuur een nieuwe beheerraad samen ten huize Roosens.[526] Deze lange onderbreking was te wijten aan de persoonlijke problemen waarmee de bestuursleden tijdens de oorlog geconfronteerd waren. Roosens had ontslag moeten nemen uit de Merksemse gemeenteraad wegens vermeende collaboratie, maar werd later niet vervolgd.[527] Vercalsteren was overleden, waarmee hij ook zijn oorlogsverleden binnen de V.N.V in zijn graf meenam. Het bestuur vernieuwde de ledenlijst, en schrapte 9 leden die overleden waren en een 20-tal die ontslagen werden wegens niet meer reageren op herhaaldelijke berichten van het bestuur. Alle mandaten van de beheerraad vervielen en de vergadering koos met meerderheid van stemmen de leden Roosens, Ceuppens, Lode en Gust Van Damme voor de nieuwe beheerraad.

 

Na bespreking van de balansen besloot het bestuur aan weduwe Borms onmiddellijk 10.000 BEF. over te maken. De maandelijkse rente van 1.000 BEF. bleef behouden tot 1956.[528] Wegens de ziekte van Mevrouw Borms besloot het fonds toen de rente op te trekken naar 3.000 BEF. per maand waarbij ook eventuele hospitalisatiekosten door het Bormsfonds inbegrepen waren. In 1956 zou Mevrouw Borms overigens overlijden op 78-jarige leeftijd zodat het Bormsfonds een deel van de begrafeniskosten voor haar rekening nam.

 

Tabel. 12: Uitgekeerde rente aan Mevrouw Borms door Bormsfonds vzw-Vl.E.K(1949-1956)

 

1949

10.000

1952

12.000

1955

28.000

1950

12.000

1953

24.000

1956

 36.100

1951

12.000

1954

30.000

 

 

 

Tijdens de vergadering werd ook teruggekeken op de voorbije jaren. Sinds de laatste algemene vergadering van 1 april 1944 was het fonds voor een heel reeks tragische feiten en ingewikkelde procedurekwesties geplaatst. Op 13 oktober 1944 had Commissaris voor Rechterlijke Opdrachten De Caesstaecker alle documenten van de Bormsfonds vzw aangeslagen en dit volgens de besluitwet van 2 juni 1944, die alle personen verplichtte de door de Commissie van Rechtsherstel verleende vergoedingen terug te geven. Een gedetailleerd bewijs van inbeslagname werd gemaakt van ondermeer de ganse boekhouding, kasstukken, aankoopakte van de maatschappelijke zetel, verzekeringspolis, en verder alle fondsstukken.[529] Aan de Antwerpse Kredietbank gaf de Dienst van het Sekwester de fondsen in bewaring, het overige namen ze zelf mee naar Brussel. In juli 1945 benoemde de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de heer Marcel Jacobs tot mandataris met de opdracht tot onderzoek naar verdachte praktijken met de boekhouding. Deze onder sekwester plaatsing van het Bormsfonds in dossier Cx/ 109. 322 -zonder rechterlijk bevel- hoorde strikt genomen niet bij de vermogenssancties die de overheid na de oorlog had afgekondigd, maar was eerder een preventieve maatregel, die de uitvoering van latere sancties moest verzekeren.[530] Zo kreeg de speciaal opgerichte openbare instelling Dienst van het sekwester uitgebreide bevoegdheden om verdachte eigendommen aan te slaan waardoor de eigenaar nog wel rechtsbekwaam was ten opzichte van zijn eigendom, maar elke handelingsbekwaamheid of beschikkingsmacht verloor.[531]

 

Na enige ondervragingen verleenden de gerechtelijke instanties, meer bepaald de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, de leden van het Bormsfonds een buitenvervolgingstelling. In het eerste onderzoeksverslag stonden heel wat fouten te noteren. De Bormsfonds vzw zou opgericht zijn op 9 november 1929 (in werkelijkheid twee jaar eerder) en had als enige doel de collegegelden te betalen voor de kinderen van Borms. Later bleef het fonds voortbestaan om ook de kinderen van minder begoede Vlamingen, van welke politieke overtuiging dan ook, te ondersteunen.[532] Het lijkt duidelijk dat het onderzoekscomité zijn werk niet goed heeft gedaan en het Bormsfonds verwarde met het Studiefonds van Lodewijk Scharpé. Wel was het onderzoekscomité het erover eens dat de beheerraad bestond uit leden die met het VNV niets te maken hadden. De organisatie had zich steeds beperkt tot het innen van coupons en het beheer van de fondsen. Bovendien ging het steeds volgens de statuten om het investeren in staatsfondsen, nooit was er sprake van ‘Vlaamse’ aandelen (zoals bv. NV Gevaert Photo-Producten).[533] Daarnaast keerde ze enkel een rente uit aan Borms en hield ze zich in persoonlijke naam niet bezig met commerciële activiteiten. Voor de oorlog had het dagelijks bestuur, met Van Damme, Vercalsteren en Roosens, onderling besloten zich afzijdig te houden van dubieuze praktijken tijdens de oorlog die de organisatie ook maar enig kwaad konden berokkenen.[534]

Over de activiteiten van de gewone leden, zoals Staf de Clercq e.a., deed het bestuur geen uitspraak. Deze onthouding van politieke activiteiten kon de heer de Raedt alleen maar bevestigen.[535] Over de aanhouding van Lode Van Damme, die opgesloten zat in Sint-Gillis, had men bericht gekregen dat dit hoegenaamd niets te maken had met zijn aandeel in het Bormsfonds.

 

Na onderzoek naar het dossier Bormsfonds vzw eiste de Dienst der Registratie en Domeinen de teruggave van de schenking aan het fonds door August Borms.[536] Dit paste binnen het gerechtelijk onderzoek, ingesteld door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, naar de terugvorderingen van de uitbetaalde vergoedingen door de Commissie voor Rechtsherstel. Op vraag van Robyns schreef het Bormsfonds op 18 december 1947 een bedrag van 500.000 BEF. van zijn rekening bij de Kredietbank over naar een tegoedrekening onder voorbehoud van eventuele terugvordering. Tot dan was nergens in de financiële boeken van de vzw enig tastbaar bewijs gevonden waaruit bleek dat dit bedrag voortkwam uit een vergoeding die door Borms was gestort. Dit was ook niet nodig omdat volgens de heer Robijns van het sekwester ook giften van hand tot hand die konden bewezen worden aan de hand van de uitgaven van het fonds genoeg waren als bewijs van schuld.[537] Volgens de bescheiden kon het niet anders dat in de loop van juni 1941 een bedrag van 500.000 BEF. gestort was aan het Bormsfonds. [538] Eerst dacht het Sekwester dat de storting was gebruikt om de aankoop van de woning aan de Wuytslei mogelijk te maken, maar die aankoop dateerde nog van voor de oorlog.[539] Toch lezen we dat de som uiteindelijk van de tegoedrekening door bemiddeling van mandataris Jacobs met Roosens en Van Damme werd overgeschreven naar het ministerie.[540] In onderling overleg met de heer Jacobs was besloten vier schatkistcertificaten van elk 50.000 BEF. en tien van 25.000 BEF. ten gelde te maken, samen met de 50.000 BEF. opbrengst van enkele andere fondsen.[541] Roosens drong aan op een snelle oplossing, anders was het Bormsfonds niet in staat de woning te verkopen.[542]

 

Na herhaalde ontmoetingen met de Dienst van het sekwester en de heer Robijns van het Ministerie van Financiën, waarbij het Bormsfonds steeds zijn onafhankelijkheid met klem had verdedigd, verklaarde de Dienst van het Sekwester de vereniging ontlast van sekwesterstelling in november 1948. Wel kregen ze het advies van Robijns om een andere naam voor de vereniging te kiezen uit angst voor de publieke opinie.[543] Anders zou er vanuit ministeriële hoek geprobeerd worden de vzw te ontbinden wegens het gevaar voor de openbare orde. Van Damme liet weten dat dit niet kon zonder een publicatie in het Staatsblad, wat juist dient te worden vermeden. Daarnaast had het Bormsfonds geen publieke functie en hield ze zich enkel bezig met het uitbetalen van Mevrouw Borms en het beheer van fondsen en kapitaal.

 

Niet alleen de vereniging zelf kwam gehavend uit de oorlog. De maatschappelijke zetel in de Wuytslei 29 die destijds was aangekocht als woonplaats voor het gezin Borms was zwaar geteisterd door een bominslag. Bovendien had de Merksemse burgemeester Leon Cornette tijdens de oorlog het leegstaande huis ter beschikking gesteld van alles behalve zorgzame behoeftigen, die hiervoor geen vergoeding moesten betalen.[544] Na de oorlog werd op vraag van de Dienst van Sekwester- agentschap Antwerpen een expertise uitgevoerd door J. Jacobs, conducteur der Domeinen, waaruit bleek dat de oorlogsschade circa 40.000 BEF. bedroeg.[545] Het eigendom was eind 1929 aangekocht voor 168.000 BEF. en voor het fonds was de tijd gekomen het pand te verkopen. Om bij de verkoop van het huis geen kopers af te schrikken door de naam Bormsfonds te gebruiken, besloot het bestuur dat het tijd was om nu wel voor een naamsverandering te kiezen. Bij de heren Van de Vloet en Peeters trachtte het bestuur de vrijgave te krijgen van de naam Vl.E.K (Vlaams Erekomiteit). Indien dit niet mocht lukken, zouden de leden Roelandstichting goedkeuren.[546] Uiteindelijk had het bestuur de naam Vl.E.K vrijgekregen omdat de oud-leden van Vl.E.K 310 enkel nog acties opzetten onder de naam “Barmhartige Samaritaan”, een afdeling van Klimop vzw.[547]

 

De verkoop uit de hand gebeurde door notaris Van Tricht die de woning aan de heer Hofkens overliet voor een bedrag van 150.000 BEF. Na de verkoop bracht het Bormsfonds haar maatschappelijke zetel over naar Bredabaan 407, de woning van voorzitter Roosens.[548]Uit de kasboeken leren we dat het fonds dit bedrag in 1951 opnieuw belegde in aandelen en obligaties. Op die manier kon het verlies sinds de restitutie aan het sekwester enigszins worden goedgemaakt. Tegen de dood van Mevrouw Borms was het fondsenbezit al opgeklommen boven de 600.000 BEF.

 

Tabel 13. Fondsenbezit van de Bormsfonds vzw-Vl.E.K (1948-1956)

 

1948

355.362

1951

492.739

1954

618.270

1949

340.362

1952

458.110

1955

608.270

1950

343.437

1953

507.045

1956

608.270

 

Vl.E.K: een nieuwe naam, een nieuw doel (1951-1990)

 

Na de dood van Mevrouw Borms was de tijd gekomen om met het kapitaal Vlaamse projecten te ondersteunen. Vanaf eind jaren ’50 trok vooral Rousseeu het laken naar zich toe als de figuur die nieuwe leden aanbracht en advies gaf bij het uitkiezen van de Vlaamse organisaties die steun mochten genieten. [549] Toen het Helpmekaarfonds ermee ophield, zou Rousseeu ijveren dat Bormsfonds de vereniging en het kapitaal overnam.[550] Dit bleef zonder gevolg.

Langzaamaan liep de vzw naar haar einde. Borms en zijn vrouw waren overleden, net als de initiatiefnemers van het Bormsfonds en eerder het Steunfonds, Louis Roosens en Lode Van Damme, die wegvielen als de steunpilaren van de organisatie. Tot de vereffening in 1986 vinden we jaarlijks uitkeringen van het nieuwe Vl.E.K terug aan verscheidene organisaties en privé-personen in heel Vlaanderen, zoals de statuten het hadden voorgeschreven.

 

Nadat het bestuur de ledenlijst had geactualiseerd, stelde Cyriel Rousseeu in 1951 voor om Godelieve Goemans als oud-lid van het Studiefonds op te nemen in Vl.E.K.[551] Later kwamen daar de heren Piet Van den Bossche en Robert Van de Steen bij. Op die manier kon het fonds opnieuw rekenen op een voltallige beheerraad en Algemene Vergadering, ook al door het wegvallen van Louis Roosens (1962) en Lode Van Damme (1962). In de plaats trad Rousseeu als de nieuwe voorzitter en Van den Bossche als penningmeester.[552] Rousseeu nam die taak gedurende zes jaar tot zijn dood zeer serieus op. Dat bewijst de enorme correspondentie met secretaris Gust Van Damme over de uiteindelijke verdeling van het kapitaal over de verscheidene organisaties en de Bormsviering die hij ieder jaar organiseerde. In een interview met Rousseeu in De Standaard op 14 juni 1965 komt de Vlaming uit Watou duidelijk naar voren als een figuur die dezelfde naïviteit deelde als zijn intieme vriend Borms.[553] Voor Rousseeu was Borms steeds als een God geweest, de martelaar die Vlaanderen kon redden. Na Borms’dood schreef hij een zestiental schrijfboeken of meer dan duizend pagina’s vol over zijn talloze ontmoetingen met Borms. Drie jaar voor zijn dood droomde Rousseeu nog een film te maken over het leven van Borms waarin diens figuur en daden aan de huidige generatie werden voorgesteld.

 

Tabel. 14. Fondsenbezit en uitkeringen van het Vl.E.K (1957-1991)[554]

 

Jaar

Fondsenbezit

volgens jaarbalans

Uitgekeerde bedragen

Uitkeringen

1957

565.302

18.000

-De Pallieters 1.000

-Meisjesgroep ‘Beatrijs’ 2.000

-Tijdschrift Natuurwereld 5.000

-Studiekosten 5.000

-Boekenfonds 5.000

1958

645.635

 

 

1959

645.635

45.000

-Meisjesgroep ‘Ik Dien’ 5.000

-Meisjesgroep ‘Beatrijs’ 5.000

-Studiekosten 5.000

-Boekenfonds 10.000

-Vereniging voor wetenschap 15.000

-BAND Tijdschrift voor Wallonië 5.000

1960

655.115

26.000

-Kultuurdagen Waregem 2.000

-Meisjesgroep ‘Beatrijs’ 5.000

-BAND Tijdschrift voor Wallonië 2.000

-Tijdschrift Natuurwereld 2.000

-Algemeen Nederlands Zangverbond-

Antwerpen 2.000

-Groep ‘Ontmoeting’ 3.000

-Boekenfonds 10.000

1961

770.115

21.000

-BAND Tijdschrift voor Wallonië 4.000

-Wetenschappelijke Tijdingen 5.000

-Kultuurdagen Waregem 4.000

-Ons Erfdeel 1.000

-Meisjesgroep ‘Beatrijs’ 4.000

-Groep ‘Ontmoeting’ 3.000

1962

781.180

30.760

-BAND Tijdschrift voor Wallonië 5.000

-H. Elias 10.000.

-De Pallieters 5.000

-Bormsviering Merksem 1.760

-Kultuurdagen Waregem 4.000

-Wetenschappelijke Tijdingen 5.000

1963

771.180

5.000

-Bormsviering Merksem 5.000

1964

771.180

42.500

-BAND Tijdschrift voor Wallonië 5.000

-Ons Erfdeel 5.000

-Bond Vlamingen Oost-België 5.000

-Komitee voor Frans-Vlaanderen 12.500

-H. Elias 10.000

-Bormsviering Merksem 5.000

1965

806.700

 

 

1966

806.700

60.000

-BAND Tijdschrift voor Wallonië 10.000

-Ons Erfdeel 15.000

-Doorbraak 10.000

-Komitee voor Frans-Vlaanderen 15.000

-Bormsmis Merksem10.000

-…

1967

790.000

16.359

-Notre Flandre 5.000

-Komitee voor Frans-Vlaanderen 7.500

-…

1968

790.000

 

 

1969

790.000

 

 

1970

791.000

 

 

1971

890.000

 

 

1972

997.000

 

 

1973

997.000

 

 

1974

1.085.500

 

 

1975

1.126.850

 

 

1976

1.126.850

 

 

1977

1.345.200

 

 

1978

1.345.200

20.000

-Sint-Pietersbanden 20.000

1979

1.345.200

 

 

1980

1.177.700

 

Bormsbeeld

1981

1.233.600

 

 

1982

 

 

 

1983

 

 

 

1984

 

 

 

1985

 

 

 

1986

 

 

 

1987

 

1.500.000

-IJzerbedevaart 500.000

-Komitee voor Frans-Vlaanderen 500.000

-Broederband 500.000

1988

 

500.000

- Borms Documentatie- en Actiecentrum 500.000

1989

 

 

 

1990

 

 

 

1991

 

109.300

-Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme 109.300

 

Wanneer we de grafiek overlopen van de uitgekeerde stortingen, bemerken we een variëteit aan organisaties en verenigingen die elk op hun manier het Vlaamse gedachtegoed in zich dragen. Vl.E.K steunde in de eerste plaats de Vlaamse jeugd via de katholieke Vlaamse meisjesbewegingen Ik Dien en Beatrijs.

Voor Borms en Rousseeu was het ondersteunen van de Vlaamse taal in Frans-Vlaanderen voor de eerste wereldoorlog steeds prioriteit geweest via Pro Westlandia. Tot 1962 steunde Vl.E.K de Kultuurdagen te Waregem, een culturele taalpolitieke manifestatie die sinds 1948 werd georganiseerd. Talrijke kunstenaars, wetenschapsmensen en politici gaven er lezingen over de Frans-Vlaamse problematiek voor een uitgebreid publiek. Ook Cyriel Rousseeu zou er tweemaal als spreker optreden.[555] Het Komitee voor Frans-Vlaanderen (KFV) hielp deze cultuurdagen mee inrichten en wenste de interesse voor dat stukje Vlaanderen op te wekken.[556] De vereniging Band probeerde sinds 1958 hetzelfde doel te verwezenlijken en pleitte in hun tijdschrift voor de erkenning van de taal en cultuur van de Vlaamse inwijkelingen in Wallonië.[557] Hetzelfde gebeurde binnen de ‘Bond der Vlamingen van Oost-België’ die met haar tijdschrift Overmaas' Volksblad de Nederlandstaligen in het oosten van het land steunde.[558]

 

Met het socio-culturele Reisgezelschap De Pallieters en het Bormsherdenkingskomitee richtte Rousseeu jaarlijks de Bormsherdenking in en rekende daarbij op de steun van het fonds. [559] Pas in de jaren ’70 na de dood van Rousseeu zou het Borms Documentatie- en Actiecentrum (BDAC) deze taak overnemen, hetgeen ze tot vandaag nog steeds doet. Vaak stuurden de organisaties nadat ze een eerste maal steun hadden gekregen zelf een brief naar Vl.E.K voor de nodige ondersteuning. In 1962 ontving de historicus Hendrik J. Elias 10.000BEF. voor zijn ‘Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte’, een ideeëngeschiedenis over de Vlaamse Beweging van 1780 tot 1914.[560] In 1965 schreef Elias een nieuwe brief waarin hij verklaarde dat hij hoopte op drie stortingen van 10.000 BEF. voor zijn nieuwe vierdelige werk ‘Vijfentwintig jaar Vlaamse Beweging 1914-1939’. [561]

 

In 1972 wilde Vl.E.K een eigen Bormsbiografie uitbrengen. Met haar financiële steun hoopte het fonds een vooraanstaand professor aan het werk te zetten voor een biografie van Borms.[562] Het bleef zonder resultaat. Tussen 1968 en 1977 werden er geen gelden uitgekeerd omdat Vl.E.K in het ongewisse bleef over de bestemming van het graf van Borms.[563] Er waren immers plannen om het graf te verhuizen en Vl.E.K wilde hiervoor het nodige geld opzij zetten. In 1980 was er geld voorzien voor het verwaarloosde Bormsbeeld, dat vervaardigd was door Edward Melis in 1943. Het had na de Bormshulde in het huis aan de Wuytslei gestaan, maar toen in 1944 de bevrijding nabij was had Rousseeu met de hulp van derden het in de kelder verstopt en nadien in het bezit gegeven aan Edward Van Gompel, Merksems schepen van openbare werken, die het meer dan 34 jaar bewaarde.[564] Nadien had Borms’ schoonzoon Gernaey met Jan Van Hoogten van het BDAC afgesproken om het borstbeeld van Borms aan het Bedevaartcomité te bezorgen.[565] Vl.E.K stond in voor de vervoerskosten en zou ook de eventuele restauratiekosten betalen.

 

Op 22 maart 1986 werd VL.E.K, voorheen Bormsfonds vzw (opgericht op 2 oktober 1927), bij éénparige beslissing der algemene vergadering bij aanwezigheid van Van Damme, Van de Steen en Van Den Bossche, ontbonden. Per 11 december 1989 werd de vereffening afgesloten overeenkomstig artikel 28 der statuten en de vereniging ontbonden.[566] Al de fondsen werden door bedrijfsrevisor en oud-voorzitter Gust Van Damme ten gelde gemaakt. [567]

500.000 BEF werd geschonken aan het IJzerbedevaartcomité, Broederband en het Komitee voor Frans-Vlaanderen. Een jaar later kreeg BDAC hetzelfde bedrag voor de herinrichting van het Bormshuis in de Antwerpse Volkstraat, waar het tentoonstellingen en publicaties uitgeeft over Borms en zijn Vlaamse tijdgenoten.[568] Tot slot van de vereffening werd het saldo van 109.300 BEF overgemaakt aan het ADVN, het archief dat zich in het bijzonder bezighield met de Vlaamse beweging en perfect paste binnen het kader van de uitkeringen van Vl.E.K. Het Bormsfonds kende zijn einde, maar dankzij de verscheidene archieven en verenigingen zou de figuur Borms nooit ophouden te bestaan.

 

Tabel 15. Evolutie Financieel Beleid: Schematische samenvatting in afgeronde bedragen

 

Bef.

 

jaar

 

 

 

 

1927

 

oprichting v.z.w

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

+500.000

 

 

 

Moeizame vorming Eigen vermogen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1940

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

+500.000

 

1941

 

uitzonderlijke gift van A. Borms

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1944

 

onder sekwester

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1946

 

Terechtstelling Borms te Etterbeek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1948

 

Vrijgave sekwester

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-500.000

 

1949

 

Terugname door Belgische Staat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1927

 

oprichting Bormsfonds

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

124.000

 

 

 

1928-1941

Uitkeringen aan het gezin Borms omgerekend vandaag: 2.604.000[569]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

47.000

 

 

 

1942-1946

Uitkeringen aan het gezin Borms omgerekend vandaag: 470.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

164.000

 

 

 

1949-1956

Uitkeringen aan Mevrouw Borms omgerekend vandaag: 908.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1956

 

overlijden Mevrouw Borms

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1957

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-285.000

 

 

 

Diverse toekenningen overeenkomstig statutair doel door Vl.E.K

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1967

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1986

 

 

 

 

 

 

+668.000

 

 

 

Aangroei Eigen Vermogen na rentetoevoeging

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1987

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-2.000.000

 

 

 

diverse toeëigeningen bij vereffening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1989

 

ontbinding v.z.w.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-110.000

 

1991

 

Uitkering via toekenning saldo vereffening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[288] Bormsfonds vzw Eerste tienjaarlijksch verslag 1927/1938, Antwerpen, 1938, p. 5.

[289] -Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Brief Bormsfonds aan M. Gillis, 7 oktober 1927.

 -Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Brief Bormsfonds aan L. Scharpé, 4 juli 1927 en 7 oktober 1927.

 -AMVC, B 7459, Bormsfonds-documenten, Brief Bormsfonds aan L. Scharpé, 11 juli 1927.

[290] Men spreekt in de verslagen over Scharpé en het Komiteit der Kinderen Borms. Deze naam was echter in 1924 veranderd in Studiefonds voor de kinderen van getroffen Vlamingen toen de werking uitbreidde. (supra)

[291] Merksem, Verslagboek Steunfonds, 1 mei 1927.

[292] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 maart 1929.

[293] Merksem, Verslagboek Steunfonds, 24 juli 1927.

[294] AMVC, B745, Archief August Borms, Brief A. Borms aan C. Rousseeu, 15 maart 1928.

[295] AMVC, B745, Archief August Borms, Brief A. Borms aan C. Rousseeu, 26 maart 1928.

[296]- Merksem, Verslagboek Steunfonds, 18 september 1927.

 -Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 2 oktober 1927.

[297] Bijlage tot het Belgisch Staatsblad- Annexe au Moniteur Belge, 9 novembre 1927, nr. 691.

[298] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 maart 1929.

[299] De Schelde, 27 november 1927.

[300] L. J. MICHIELSEN en L. VAN SOOM, Zo was Merksem, (Merksemse Kring voor Heemkunde), Merksem, 1983, p. 64-68.

[301] L.J., VAN DE VLOED, o.c., p. 362.

[302]-Reimond Tollenaere-stichting: Reimond Tollenaere (1909-1942) was propagandaleider binnen de meest radicale VNV-vleugel en na de Duitse inval was hij overtuigd voorstander van een nationaal-socialistische Germaanse Statenbond. In 1942 sneuvelde hij, kort nadat hij benoemd was tot commandant-generaal van de Dietsche Militie-Zwarte Brigade, als vrijwilliger aan het oostfront. Na zijn dood werd door Staf de Clercq, die Tollenaere steeds als zijn opvolger beschouwde, de Reimond Tollenaere-stichting opgericht ter ondersteuning van diens kinderen en ook van de Vlaamse gesneuvelden.

-P.J. VERSTRAETE, Reimond Tollenaere: biografie, Kortrijk, 1996, p. 421.

-Volk en Staat, 1 februari 1944.

[303] Het V.N.Z. was in 1933 opgericht door Willem De Meyer met als doel een gemeenschappelijk nationaal liedrepertorium te ontwikkelen en de bevordering van de culturele ontwikkeling van het Vlaamse volk. Jaarlijks organiseerde de vereniging onder andere een zangfeest, dat in het begin vrij amateuristisch geleid werd. Pas nadat ondermeer Van Damme en Vercalsteren het voortouw namen omtrent de financiering van de zangviering kon er met een merkelijk batig saldo gewerkt worden. Door de repressie en het naoorlogse klimaat in het algemeen zag het bestuur af van de verdere werking, maar in 1947 nam het Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ) de taak van het VNZ over.

-Interview met Gust Van Damme door Hans Vandenhouten,19 maart 2004.

- Vlaamsch Nationaal Zangverbond (VNZ) in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[304] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 29 januari 1928(ingestoken verslag).

[305] -Augusteyns, Leo, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

 - A.W. WILLEMSEN, o.c., p. 329.

[306] W. DE MEULDER, o.c., p. 5.

[307] Merksem, Verslagboek Steunfonds, 8 januari 1928.

[308] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 februari 1928 (ingestoken verslag).

[309] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 februari 1928.

[310] L. J. MICHIELSEN en L. VAN SOOM, Zo was Merksem, (Merksemse Kring voor Heemkunde), Merksem, 1983, p. 71.

[311] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 februari 1928 (ingestoken verslag).

[312] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 juni 1928.

[313] Mont, Pol de, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[314] Fossey Karel, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[315] Mortelmans, Anna, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[316] De ledenlijst is samengesteld aan de hand van de aanwezigheidsnoteringen bij de jaarlijkse vergaderingen. Sommige leden verdwenen soms zonder reden uit de verslagen. Bij hen plaatsen we een (*) en geven we als einddatum van hun lidmaatschap één van de twee eindperiodes (1951 of 1964) aan, toen het Bormsfonds de ledenlijst zelf aanpaste. Bij die leden kan het wel zijn dat ze eerder dan de opgegeven datum overleden waren. Vaak werd in de verslagen bij de voornaam enkel de eerste letter genoteerd, waardoor we in de literatuur op zoek dienden te gaan voor een volledige identificatie. Bij enkele namen bleek dit onmogelijk en plaatsen we enkel de eerste letter of een (?).

[317] Interview met Gust Van Damme door Hans Vandenhouten, 22 november 2003.

[318] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 7 oktober 1928 (ingestoken verslag).

[319] De Gentse, vrijzinnige Roza De Guchtenaere (1875-1942) was tijdens de eerste wereldoorlog een der boegbeelden van de radicale vleugel van het Vlaams-nationalisme onder leiding van Domela Nieuwenhuis. Na haar vrijlating in 1921 trad ze toe tot de groepering rond Boudewijn Maes, waarmee ze koos voor de Groot-Nederlandse strekking. Verder schreef ze regelmatig in De Voorpost en later De Dietsche Voorpost

-Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 29 januari 1928 (ingestoken verslag).

-Guchtenaere, Roza de, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[320] Remy De Man (1894-onbekend) was tot drie jaar veroordeeld voor de moord op stadsbediende Clement Maquet, secretaris van de Franstalige fascistische kring Le Faisceau belge, tijdens een optocht van de Vlaamse Harmonie aan het Brusselse Beursgebouw. Tijdens de ganse duur van zijn proces mocht De Man rekenen op de steun van de Vlaamse pers (De Schelde en Pallieter) die steunlijsten publiceerden wat meer dan 125.000 BEF. opbracht.

-Man, Remy de in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[321] De Voorpost, 4 december 1927.

[322] De Voorpost, 26 februari 1928.

[323] -De Voorpost, 18 december 1927.

[324] Het Vlaamsche Front was kort na de oorlog in februari 1919 opgericht en wilde toezeggingen aan Vlaanderen op het gebied van bestuur, gerecht, onderwijs en leger. Ze had een heterogene aanhang die bestond uit vrijzinnige elementen in de grootsteden, oud-soldaten over heel het land verspreid, christen-democraten in West-Vlaanderen en de katholieke aanhang in de plattelandsstreken.

-A.W. WILLEMSEN, o.c., p. 121 ev.

[325] L. J. MICHIELSEN en L. VAN SOOM, Zo was Merksem, ( Merksemse Kring voor Heemkunde), 1983, p. 68.

[326] Deze beoordelingen bundelde het Bormsfonds samen met de statuten in een folder die in het hele Vlaamse land verspreid werd.

- Merksem, Blauwe kaft Bormsfonds Schimpen, statuten, s.d.

[327] Ook na de tweede wereldoorlog zouden Van Damme en Roosens voor het sekwester bevestigen dat er geen politieke bindingen waren met welke partij dan ook. (infra)

[328] Merksem, Blauwe kaft Bormsfonds Schimpen, Brief A. Borms aan L. Roosens, 26 januari 1928.

[329] Deze afwijking had een dubbele oorzaak. De op de Algemene Vergadering voorgestelde tegemoetkomingen betroffen steeds de toewijzing vanuit het resultaat van een vorig jaar. Het gebeurde echter wel eens dat, omwille van dringende redenen, zich een andere prioriteit aandiende. Wat ook voorkwam was het uitstellen tot latere datum, omwille van omstandigheden, van wat op een Algemene Vergadering was overeengekomen. Dit alles behoorde steeds tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur.

-Interview met Gust Van Damme door Hans Vandenhouten, 9 maart 2004.

[330] De Voorpost, 8 januari 1928.

[331] De Schelde, 8 februari 1928.

[332] De Schelde, 8 februari 1928.

[333] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 maart 1929.

[334] Soms waren de stortingen voorzien van een kleine ondertitel, al dan niet met vreemde inhoud. Zo lezen we in één van de rubrieken ‘één uurloon van Sinn Fein’ of ‘Waarom geen VOS in het Bormsfonds’.

-De Schelde, 9 en 11 februari 1928.

[335] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 februari 1928.

[336] Op de binnenkaft van het boek staat een oproep voor het Bormsfonds.

M.J. LEENDERTSE, Een volk in nood: pleitrede voor Vlaanderens recht op Dr Borms' vijftigsten verjaardag, Amsterdam, 1928.

[337] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 februari 1928 (ingestoken verslag).

[338] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 7 oktober 1928 (ingestoken verslag).

[339] De Nieuwe Kempen, 18 december 1927.

[340] Ons Vaderland, 28 januari 1928.

[341] De Schelde, 15 februari 1928.

[342] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Brief F. Mortier aan Bormsfonds, 14 februari 1928.

[343] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 juni 1928.

[344]- Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 7 oktober 1928 (ingestoken verslag).

 -AMVC, B 7459, Bormsfonds-documenten, Oproep voor sporenviering, s.d.

[345] De Schelde, 8 februari 1928.

 -AMVC, B 7459, Bormsfonds-documenten, Brief Bormsfonds aan de hoofdopsteller, 11 en 16 juni 1928.

[346] AMVC, B 7459, Bormsfonds-documenten, Eene Stem uit Nederland, s.d.

[347] De Schelde, 3 september 1928.

[348] -Dender –en Zenneglam, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

 -De Nieuwe Kempen, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[349] -Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 februari 1928.

 -Ons Vaderland, 28 januari 1928.

[350] Glossarium banktermen, http://www.bia.lu/nl/gloss_pqr.html#pre

[351] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Brief De Noordstar aan A. Henderickx, 17 november 1928.

[352] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 juni 1928.

[353] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 7 oktober 1928.

[354] L.WILS, Vlaanderen, België, Groot-Nederland: mythe en geschiedenis, Leuven, 1994, p. 336.

[355] IDEM, p. 287.

[356] Groot-Nederland, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[357] L. VANDEWEYER, De politiek rol van August Borms..., p. 116.

[358] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, ingestoken verslag van vergadering 29 januari 1928.

[359] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 maart 1929.

[360] Dit Verbond van Vlaamsch-Hollandsche Vereenigingen was een samenwerking tussen verschillende organisaties waar uitgeweken Vlaamse activisten en Noord-Nederlanders deel van uitmaakten. Ze wezen in het algemeen de Belgische staat af en propageerden een politiek Groot-Nederland. Het Verbond onderhield regelmatig contact met de Vlaams-nationalistische politici en leden van de Frontpartij. De verenigingen concentreerden zich vooral te Amsterdam (Vlaamsch-Hollandsche Vereeniging Guido Gezelle, 1926), Den Haag (Vereeniging voor Vrij Vlaanderen, vanaf 1923 genaamd Hou en Trou), Rotterdam (Flandria, Jan Wannyn) en Utrecht (Vlaamsch-Hollandsche Vereeniging, later vervangen door een plaatselijke afdeling van de Stichting Noord-Nederland-Vlaanderen).

-Verbond van Vlaamsch-Hollandsche Vereenigingen, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[361] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 februari 1928.

[362] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 juni 1928.

[363]De ledenlijst is samengesteld aan de hand van de aanwezigheidsnoteringen bij de jaarlijkse vergaderingen. Vaak werd in de verslagen bij de voornaam enkel de eerste letter genoteerd, waardoor we in de literatuur op zoek dienden te gaan voor een volledige identificatie. Bij enkele namen bleek dit onmogelijk en plaatsen we enkel de eerste letter.

 

[364] A.W. WILLEMSEN, o.c., p. 47.

[365] Vlaanderen, 19 september 1931.

[366] A.W. WILLEMSEN, o.c., p. 294.

[367] Schaap, Herbert P., in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[368] In een korte nota in het boek Trouw Totterdood schreef Schaap dat hij in den Briel zelf het nodige geld persoonlijk inzamelde voor het Bormsfonds. Toen hij op advies van Waternaux het geld moest storten naar een bank in Roosendaal, verdween het geld aldaar toen deze bank failliet ging. Hierover is echter niets terug te vinden in de archiefstukken van het Bormsfonds.

-P. VAN GROENINGHE, Bij het overlijden van Herbert Paul Schaap, in: Dietsland Europa, (4/1983), p.17.

-A. BOGAERT, e.a., Trouw Totterdood. Borms 1878-1978. Een Huldeboek., Antwerpen, 1978, p. 89-90.

[369] AMVC, R777/H, Gedenkschriften Cyriel Rousseeu, Begrafenisrede voor K. Waternaux, 30 april 1963.

[370] Waternaux, Karel, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[371] De Tijd, 14 april 1928.

[372] Frankrijk-Vlaanderen, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[373] Pers, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[374] De Schelde, 7 maart 1929.

[375] Meer hierover vinden we in het werk van Guido Provoost. Albert Franck-Heine was een tijdlang redacteur van De Schelde geweest onder de schuilnaam Diplomaticus. Hoofdredacteur Herman Vos zette hem aan de deur waarna hij samen met Ward Hermans aan het tijdschrift Le Nouveau Jour werkte. Heine was ook spion voor de Duitse inlichtingendienst maar omdat hij geen belangrijke informatie opleverde, legden de Duitsers hem op de rooster en eiste het Frans-Belgisch militair akkoord. Heine stapte daarop naar de Belgische Staatsveiligheid die een vals diplomatiek akkoord opstelde. Volgens Heine had Hermans het document zien liggen op diens bureau en willen overschrijven. Hermans stelde voor het document te kopen voor een bepaalde prijs. Wat hij niet wist, was dat Heine daarop twee nieuwe valse documenten redigeerde die Hermans kocht en waarmee hij naar Nederland trok.

-G. PROVOOST, Vlaanderen en het militair –politiek beleid in België tussen de twee wereldoorlogen, deel 1, Leuven, 1976-1977, p. 327-349.

[376] B. DE WEVER, o.c., p. 61.

[377] De Schelde, 7 maart 1929.

[378] Enkel in de eerste jaarverslagen van 1928 en 1929 lezen we bij de inkomsten ook de bijdragen van het Vlaamsch-Hollands Comité, respectievelijk 5.319 BEF. en 58.221 BEF. In latere verslagen vinden we geen inkomsten meer terug onder die balansrubriek.

[379] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Brief aan het Bormsfonds door K. Waternaux, 3 februari 1929.

[380] W. VAN DE STEENE, Oog voor Vlaanderen: Leo Simons (1862-1932) en de Vlaamse ontvoogdingsstrijd, (Studies op het gebied van de cultuur in de Nederlanden 5), Gent, 2001, p. 183.

[381] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 maart 1930.

[382] Noord en Zuid. Mededeelingsblad der Vlaamsch-Hollandsche Vereeniging “Guido Gezelle”, jaar 1929.

[383] L.WILS, Vlaanderen, België, Groot-Nederland…, p. 321.

 

[384] B. DE WEVER, o.c., p. 64.

[385] L.WILS, Vlaanderen, België, Groot-Nederland…, p. 321.

[386] J. VINKS, o.c., p. 203.

[387] L. VANDEWEYER, De politiek rol van August Borms…, p. 95.

[388] Borms, August, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[389] Bormsverkiezing, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[390] L.WILS, Vlaanderen, België, Groot-Nederland…, p. 341.

[391] AMVC, B745, Archief August Borms, Brief A. Borms aan L. Augusteyns, 3 december 1928.

[392] De Nieuwe Gazet, 30 november 1928.

[393]Op voorhand had men gedacht dat Borms een 50.000 à 55.000 stemmen zou halen en de liberale kandidaat 10.000 à 15.000 minder.

-L.WILS, Vlaanderen, België, Groot-Nederland: …, Leuven, 1994, p. 344.

[394] B. VAN CAUSENBROECK, Herman Vos. Van Vlaams-nationalisme naar socialisme, Antwerpen-Gent, 1997, p. 161.

[395] L. VANDEWEYER, De politieke rol van August Borms…, p. 96.

[396] B. DE WEVER, o.c., p. 65.

[397] F. SEBERECHTS, Niets dan het welzijn van ons volk. Het Vlaamse Kruis 1927-1997, Gent - Antwerpen, 1997, p. 28.

[398] Het Vlaamse Kruis, opgericht in 1927, wilde de sociale, geneeskundige, hygiënische en zedelijke belangen van het Vlaamse volk behartigen. Dat gebeurde onder andere door de organisatie van cursussen, het opzetten van eerstehulpposten, en de uitgave van brochures en lesmateriaal. Op die manier probeerde de organisatie de monopoliepositie van het verfranste Belgische Rode Kruis in Vlaanderen te ondergraven.

-Vlaamse Kruis, Het, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[399] IJzertoren, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[400] Ondermeer de kinderen van August Borms, Staf De Clercq, Ward Hermans en Jozef Van Extergem vinden we terug bij de steunontvangers.

- AMVC, S 255, Lodewijk Scharpé-documenten, Verslag Studiefonds ten behoeve van kinderen van getroffen Vlamingen, s.d.

[401] Dit Wautersfonds was opgericht ter nagedachtenis van de socialistische politicus Jozef Wauters –gestorven op 28/9/1928- en richtte zich naar het volk via de pers met als leuze ‘Opdat het volk leze’.

J. DHONDT, Geschiedenis van de socialistische arbeidersbeweging in België, Antwerpen, 1960, p. 554.

[402] J. VINKS, o.c., p. 205.

[403] B. RZOSKA, o.c., p. 53.

[404] AMVC, B745, Archief August Borms, Brief A. Borms aan L. Augusteyns, 27 december 1928.

[405] L. VANDEWEYER, De politieke rol van August Borms…, p. 105-108.

[406] J. VINKS, o.c., p. 209.

[407] L. VANDEWEYER, De politieke rol van August Borms…, , p. 109.

[408] De Schelde, 11 en 12 juli 1933.

[409] -Raad van Vlaanderen (1931), in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

 -L. VANDEWEYER, De politieke rol van August Borms…,, p. 112.

[410] B. RZOSKA, o.c., p. 54.

[411] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 maart 1930.

[412] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 maart 1929.

[413] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 maart 1929.

[414] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Mededeling voor De Schelde: Prijskamp Gouden Leeuwspeld, s.d.

[415] J. VINKS, o.c., p. 205.

[416] De Schelde, 4 februari 1929.

[417] De Schelde, 2 februari 1929.

[418] Borms vrij! 17 januari 1929: Huldebetooging 3 februari 1929 Antwerpen, Borgerhout, 1929.

[419] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 maart 1929.

[420] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 maart 1930.

[421] De Schelde, 15 februari 1929.

[422] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 maart 1930.

[423] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 maart 1930.

[424] Bormsfonds vzw Eerste tienjaarlijksch verslag 1927/1938, Antwerpen, 1938, p. 10.

[425] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Overeenkomst tussen Vl.E.K 310 en Bormsfonds, 2 augustus 1929.

[426] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Jaarverslag Vl.E.K 310 (1930-1931), s.d.

[427]Dat alle leden daadwerkelijk 5 BEF. maandelijks stortten, valt uit te sluiten. Anders zou er veel meer geld jaarlijks bijeengebracht zijn. Ook kan het aantal leden zwaar over roepen zijn.

-Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Jaarverslag Vl.E.K 310 (1929-1930), s.d.

[428] Sinds februari 1930 doken de eerste moeilijkheden op in het bankwezen. Het was het gevolg van de algemene economische depressie en de crisis waaronder de financiële instellingen, vooral de banken, te lijden hadden. Midden de ongunstige internationale verhoudingen gleed de Belgische economie verder af in een recessie en werd de situatie alleen maar erger. Het land ging gedurende de eerste helft van de jaren ’30 voortdurend onder deze benarde financiële crisis gebukt. Daarna klaarde de hemel enigszins op.

-V. JANSSENS, De Belgische Frank. Anderhalve eeuw geldgeschiedenis, Brussel, 1976, p. 239-277

[429] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Jaarverslag Vl.E.K 310 (1929-1930), s.d.

[430] Volgens het tienjaarlijks verslag zou Borms hebben aangedrongen op de beëindiging van Vl.E.K. 310.

-Bormsfonds vzw Eerste tienjaarlijksch verslag 1927/1938, Antwerpen, 1938, p. 10.

[431] De Schelde, 22 februari 1935.

[432] Het kapitaal bedroeg op het einde van dat jaar 350.000 BEF waarvan er 161.700 BEF belegd werden in fondsen. Het jaar ervoor was dat nog een verhouding van 170.000 BEF kapitaal tegenover 141.220 BEF fondsenbezit. In de jaarverslagen van 1929 vinden we onder de rubriek beleggingen ondermeer de gebouwen ingeschreven voor 168.000 BEF. Op die manier was al het beschikbare kapitaal belegd.

- Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, jaarverslag 1929, s.d

-Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 maart 1929.

[433] AMVC, B745, Archief August Borms, Brief A. Borms aan Karel de Maegd, 9 februari 1929.

[434] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 30 november 1929.

[435] De Schelde, 22 juni 1929.

[436] Zie Tabel 7. Ingezameld Kapitaal door de Bormsfonds vzw (1928-1941) op p.80 (supra).

[437] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 september 1932.

[438] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 april 1932.

[439] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 maart 1930.

[440] De Schelde, 6 februari 1930.

[441]L. WILS, Honderd jaar Vlaamse Beweging-II…, p. 291.

[442] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 14 september 1930.

[443] In de brief werd verwezen naar de grote giften van ondermeer: Staf Declercq (12.000 BEF); Butaye (2.000 BEF); Frontersafdelingen Merksem, Borgerhout en Sint-Niklaas ( paar 1.000 BEF); Moerman (5.000 BEF);…

-AMVC, B 7459, Bormsfonds-documenten, Brief Bormsfonds aan de Vlaamse Vereenigingen, 1 mei 1930.

[444] AMVC, B 7459, Bormsfonds-documenten, Brief Bormsfonds aan de Vlaamse Vereenigingen, julimaand 1930.

[445]- Merksem, Blauwe kaft Bormsfonds Schimpen, contract Royers-Bormsfonds, 7 april 1929.

-Merksem, Blauwe kaft Bormsfonds Schimpen, contract Waterschoot-Bormsfonds, 9 maart 1930.

[446] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Brief J. Timmermans aan J. Vercalsteren, 16 februari 1930.

[447] Merksem, Blauwe kaft Bormsfonds Schimpen, contract Schroons-Bormsfonds, 11 december 1931.

[448]AMVC, B 7459, Bormsfonds-documenten, Liefde moet blijvend zijn, oktober 1930.

[449] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 1 maart 1931.

[450] Over het tot stand komen van de taalwetten, valt meer te lezen in: WILS, L., Bormsverkiezing en ‘compromis des Belges . Het aandeel van regerings- en oppositiepartijen in de taalwetgeving tussen beide wereldoorlogen, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 4(1973), 3-4, p. 265-330.

[451] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 april 1932.

[452] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 september 1932.

[453] De Schelde, 24 november 1933.

[454] AMVC, B 7459, Bormsfonds-documenten, De Maand van de Bormsglorie, s.d.

[455] De Schelde, 26 november 1933.

[456] -Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 30 september 1933.

 -De Schelde, 5 maart 1933.

Van het Steuncomité voor Dienstweigeraars was Borms ook lid. In de bijlage van de Bormsbiografie, geschreven door auteur Jos Vinks, vinden we verscheidene foto’s terug van Borms naast dienstweigeraars, ondermeer Jan Tielemans en Berten Fermont, die hij een hart onder de riem wilde steken. Het is opvallend dat Borms, die tijdens de oorlog binnen de Raad van Vlaanderen nog minister van defensie was, nu zich gewillig laat fotograferen naast de dienstweigeraars. Het comité zamelde op meetings en via Vlaams-nationalistische publicaties kapitaal in voor steun aan en propaganda-acties voor dienstweigeraars. Toen het Verbond der Vlaamse Oud-strijders (VOS) eiste dat ook antimilitaristische en pacifistische dienstweigeraars gesteund werden, had Borms in 1932 Nestor Gerard verzocht het comité over te nemen.

-Dienstweigeraars-Steuncomités, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

-J. VINKS, o.c., bijlagen.

[457] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 23 februari 1935.

[458] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 23 februari 1935.

[459] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 27 april 1935.

[460] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 30 april 1933.

[461] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 december 1933.

[462] AMVC, S 255, Lodewijk Scharpé-documenten, Verslag Studiefonds ten behoeve van kinderen van getroffen Vlamingen, s.d.

[463] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 30 april 1933.

[464] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 8 februari 1936.

[465] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 10 november 1934.

[466] Op het einde van elk boekjaar x werd het resultaat overgedragen naar het volgend boekjaar. Bij de algemene vergadering in dat volgende boekjaar x+1 keurden de leden de balans goed en werd tevens “onder voorbehoud van wijziging door dringende redenen” dit bedrag ter beschikking gehouden van ondermeer de rente-uitkering aan Borms. We werken met een voorbeeld om het duidelijk te stellen: Stel in 1930 vermelden we op de balans een boni van 20.000 BEF. In de jaarbalans van het jaar nadien 1931 vinden we bij het overgedragen boni 1930 slechts 5.000 BEF (i.p.v. 20.000 BEF) terug. De overige 15.000 BEF is dan met goedkeuring van de Algemene Vergadering aan A. Borms uitgekeerd. Op geen enkel gepubliceerde balans of bijhorende details kan een buitenstaander aldus de genoten rente aan Borms aflezen.Vandaag de dag wordt deze werkwijze niet meer aanvaard. Bij de vermelding van de overgedragen resultaten dient de vereniging steeds de continuïteit te eerbiedigen.

-Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 3 april

[467] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 8 februari 1936.

[468] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 27 februari 1937.

[469]Een heel belangrijke stap in de daling van de overheidsuitgaven vormde de grootscheepse conversie van de overheidsrenten onder premier Van Zeeland in 1935. Alle intresten van in omloop zijnde binnenlandse overheidsleningen die boven de 4% uitstegen werden naar 4% gebracht. Daartegenover werden wel bepaalde andere voordelen geplaatst. In theorie gebeurde deze conversie op vrijwillige basis - weigeren was dus mogelijk - maar door enkele handige zetten van de regering was een weigering in de praktijk vrijwel niet denkbaar. In december 1935 volgde een tweede conversie volgens hetzelfde principe, ditmaal van een aantal leningen van de Kolonie.

-V. JANSSENS, o.c., p. 262.

-Federale overheidsdienst Financiën, http://www.treasury.fgov.be/interdette/nl_produits_perpetuels_textes.htm

[470] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 23 oktober 1937

[471] -Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 10 december 1938.

 - Bormsfonds vzw Eerste tienjaarlijksch verslag 1927/1938, Antwerpen, 1938.

[472] Picard, Hendrik, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[473] Volk en Staat, 6 april 1938.

[474] Het Grammensfonds was opgericht in 1937 voor verscheidene acties ter vernederlandsing. Het was gegroeid uit het Financieel Comité der Taalgrensactie (1930) dat echter uitbreidde in 2 afdelingen: in Vlaanderen was er het Grammensfonds (voorzitter: Edgard Muylle, Deurne) en in Nederland de Grammensstichting (voorzitter: Hendrik Burger, Amsterdam). Na de oorlog in de jaren ’50 kende ze een wederoprichting.

-Grammensfonds, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[475] Militantenorganisatie (1937-1940) die door Staf De Clercq de politieke soldaten en de elite van het VNV genoemd werd. Op 6 maart 1938 marcheerde de Werfbrigade op zijn bevel op een soldateske manier door Edingen om er de macht van het VNV te etaleren. Daarnaast was het een interne ordedienst op manifestaties, als bijvoorbeeld de IJzerbedevaart. In 1939 werd de Werfbrigade onder het bevel van Reimond Tollenaere geplaatst, terwijl Van Ooteghem stafoverste werd. In juli 1940 werd de brigade omgevormd tot de Zwarte Brigade.

-Werfbrigade, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[476] -Volk en Staat, 18 februari 1938.

 -Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Comité Bormshulde 1938.

[477] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 10 december 1938.

[478]- Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 11 maart 1939.

 - Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Afrekening Bormshulde 1938, 17 oktober 1938

[479] B. DE WEVER, o.c., p. 88-90.

[480] B. RZOSKA, o.c., p. 55.

[481] Borms, August, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[482] B. RZOSKA, o.c., p. 55.

[483] L. VANDEWEYER, De politieke rol van August Borms…, p. 117.

[484] B. RZOSKA, o.c., p. 56.

[485] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Brief aan Bormsfonds door Kredietbank N.V., 24 juli 1940.

[486] De variante benamingen zaaien vaak de nodige twijfel. Zo vinden we in pers van die dagen en hedendaagse literatuur zelfs de naam Bormsfonds terug als aanduiding van de Commissie voor Rechtsherstel. Waarschijnlijk om de term voor Belgische geesten minder beladen te maken.

-Bormshuis-Broederband, januari-februari 2003.

-De Nieuwe Gazet, 1 en 2 april 1950.

-De Antwerpse Gids, 1 april 1950

-Het Handelsblad, 15 december 1953.

-Bormscommissie, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[487] J. DEDEURWAERDER, Professor Speleers. Een biografie, Antwerpen, 2002, p. 624.

[488]- De Dag, 10 september 1940.

 -H. BRASS, Rechtsherstel in België, Brugge, 1942, p. 37..

[489]-J. VINKS, o.c., p. 249.

 -H. BRASS, o.c., p. 52.

[490] De Dag, 27 oktober 1942.

[491] H. BRASS, o.c., p. 40 en 53-54.

[492] IDEM, p. 73.

[493] De Dag, 5 april 1941.

[494] Zelf heb ik onderzoek gedaan aan de hand van indexcijfers van de consumptieprijzen, berekend door de Nationale Bank van België- Departement Algemene Statistiek. Aangezien er geen cijfers waren voor de onstabiele oorlogsjaren berekenen we met het indexcijfer- jaargemiddelde van 1939. Op die manier kwam ik aan een bedrag van 24 miljoen BEF of omgerekend vandaag zo’n 600.000 euro. Volgens Bruno de Wever gebeurde de betalingen door de Herstelcommissie op een behoorlijke manier. “De 500.000 euro -waarover De Wever spreekt in een interview- aan Borms lijken veel, maar voor iemand die 10 jaar van zijn leven heeft doorgebracht in de cel, is dat niet zo veel”, dixit nog De Wever.

-A. Borms(1878-1946), televisieprogramma: Boulevard, Brussel, BRTN- Belgische Radio en Televisie Nederlands, 16 oktober 1996, 30min)

-Consumptieprijzen en indexcijfers (historisch overzicht)

http://www.nbb.be/belgostat/DataAccesLinker?Lang=N&Dom=2127&Table=10&Order=ASC

-Indexcijfers van de consumptieprijzen-historisch overzicht, in: Nationale Bank van België. Departement Algemene Statistiek, CD-Rom, Brussel, 2002.

[495] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 juni 1941.

[496] Brussel, Dienst van het Sekwester, Brief heer Dachy aan Directeur-Generaal, 8 oktober 1947.

[497] Interview met Gust Van Damme door Hans Vandenhouten, 22 november 2003.

[498] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 9 juni 1941.

[499] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 juli 1941.

[500] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 26 oktober 1941.

[501] C.P. KINDLEBERGER, The world in depression 1929-1939, (History of the world economy in the twentieth century 4), Londen, 1973, p. 78-79.

[502] Volk en Staat, 10 juli 1941.

[503] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 5 april 1941.

[504] Merksem, Kaft Bormsfonds 1927, Brief aan C. Grignard door Bormsfonds, 24 juli 1943.

[505] Nadat het beeld na de oorlog jaren opgeborgen werd in een houtkelder kwam het terecht in het Museum van de IJzertoren. Momenteel bevindt het zich in het Antwerpse ADVN.

-ADVN, VBBY-1, Bormsbuste door Edward Melis, 1943.

Meer informatie over de auteur vindt men in:

- I. VAN BEUGEM en A. MERMANS, Bormsgalerij, Antwerpen, 1943, p.80-81.

[506] Merksem, blauwe kaft Bormsfonds Schimpen, Huldeblijk van Dr. Borms. Voorzitter der herstelcommissie, 1

 november 1942.

[507] In 1930 verloor de ooit als jonge belofte beschouwde dichter gedeeltelijk de spraak, later werd hij volledig stom. Zich verzettend tegen zijn ziekte trachtte hij zich verdienstelijk te maken met geschriften over Vlaamse artiesten, vooral beeldende kunstenaars.

-Verdoodt, Isidoor, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[508] I. VAN BEUGEM en A. MERMANS, o.c, 1943.

[509] -A. MERMANS, De parachutisten van Orléans: het verhaal der Vlaamsche weggevoerden 1940, Antwerpen,

 1940.

 -Vooruit, 29 juni 1943.

[510] -AMVC, S255/B, doos 9, Archief Lodewijk Scharpé, Brief Bormsfonds aan Lode Baekelmans, 15 april

 1943.

 - AMVC, B7459, Bormsfonds-documenten, Bormsgalerij Huldeboek, 27 maart 1943.

[511] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 1 april 1944.

[512] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 28 maart 1943.

[513] Volk en Staat, 14 april 1943.

[514] Merksem, Privé-archief Lode Van Damme, persoonlijke briefwisseling, Brief L. Van Damme aan de heer Hugo Van den Broeck, 21 december 1942.

[515] Volk en Staat, 28 juni 1943.

[516] Borms, August, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[517] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 1 april 1944.

[518] Borms, August, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[519] A. Borms(1878-1946), televisieprogramma: Boulevard, Brussel, BRTN- Belgische Radio en Televisie Nederlands, 16 oktober 1996, 30min.

[520] M. R. WIJTENS, Borms: een leven van liefde en trouw, (Den vaederlandt getrouwe 1), Brussel, 1951, p.167 en 179.

[521] J. VINKS, o.c., p. 282.

[522] B. RZOSKA, o.c., p. 57.

[523] -J. SURMONT, Willem Elsschot. Tussen droom en daad, Den Haag, 1994, p. 215-217.

[524] Kort stuk uit de eerste versie die in Rommelpot verscheen op 9 april 1949.

 -J. SURMONT, o.c., p. 218.

[525] AMVC, R777/H, Gedenkschriften Cyriel Rousseeu, deel XIV, p. 1041.

[526] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 2 augustus 1949.

[527] L. J. MICHIELSEN en L. VAN SOOM, Zo was Merksem, ( Merksemse Kring voor Heemkunde), Merksem, 1983, p. 79.

[528] Als we 1.000 BEF. vermenigvuldigen met het aantal maanden, levert dit 12.000 BEF. op. In tabel 12 op p. 118 bemerken we veel hogere bedragen. Dit is het gevolg van aanvullende stortingen bij meeropbrengsten en voor de aanvullende ziekenzorg van Mevrouw Borms.

[529] Brussel, Dienst van het Sekwester, Verslag over de opdracht inzake het Bormsfonds vzw, s.d.

[530] P. DEPUYDT, Repressie en epuratie in België na WO II, 1984 (Katholieke Universiteit Leuven. Universiteit Leuven. Faculteit sociale wetenschappen. Departement politieke wetenschappen, onuitgegeven licentiaatsverhandeling), p. 194.

[531] G. MARECHAL, o.c., p. 59.

[532] Brussel, Dienst van het Sekwester, Verslag aan substituut De Raedt, 9 maart 1946.

[533] De Schelde, 15 februari 1928.

[534] Interview met Gust Van Damme door Hans Vandenhouten, 22 november 2003.

[535] Brussel, Dienst van het Sekwester, Onderhoud met substituut de Raedt, 9 maart 1946

[536] Brussel, Dienst van het Sekwester, Brief Ministerie van Financiën aan Bormsfonds, 11 december 1947.

[537] Brussel, Dienst van het Sekwester, Brief Ministerie van Financiën aan Bormsfonds, 12 november 1947 en 13 januari 1948.

[538] Brussel, Dienst van het Sekwester, Brief Dienst van het Sekwester aan Directeur-Generaal, 8 oktober 1947.

[539] Brussel, Dienst van het Sekwester, Brief Dienst van het Sekwester aan Bormsfonds, 16 november 1946.

[540] Brussel, Dienst van het Sekwester, Brief Dienst van het Sekwester aan Directeur-Generaal, 30 juli 1947 en 22 november 1948.

[541] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 2 augustus 1949.

[542] Merksem, Kaft Vl.E.K1948-1957, Brief Bormsfonds aan Jacobs, 11 februari 1948.

[543] Brussel, Dienst van het Sekwester, onderhoud met de heer Van Damme, 24 september 1948.

[544] Brussel, Dienst van het Sekwester, Brief Merksemse burgemeester Leon Cornette aan Dienst van het Sekwester, 26 februari 1948.

[545]- Merksem, Kaft Vl.E.K1948-1957, Aangifte van Oorlogschade-Deskundig Verslag, 7 juni 1949.

 - Merksem, Kaft Vl.E.K1948-1957, Brief Dienst voor Oorlogschade der provincie Antwerpen aan

 Bormsfonds, 12 september 1949.

[546] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 14 april 1951.

[547] Merksem, blauwe kaft Bormsfonds Schimpen, Brief Van de Vloet en Peeters aan Bormsfonds, 27 april 1951.

[548] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 14 april 1951.

[549] -Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief Koen Baert aan G. Van Damme, 9 januari 1987.

 -Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief C. Rousseeu aan Vl.E.K, 31 januari 1966.

 - Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief C. Rousseeu aan G. Van Damme,18 september 1967.

[550] Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief C. Rousseeu aan G. Van Damme, 18 september 1967.

[551] Merksem, Kaft Vl.E.K1948-1957, Brief C. Rousseeu aan Bormsfonds, 8 april 1958.

[552] Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 8 december 1962.

[553] De Standaard, 14 juni 1965.

[554] We merken op dat er ook hier tussen de cijfers van het kasboek en de verslagboek van de Bormsfonds vzw verschillen te bespeuren zijn. Deze afwijking had zoals eerder gezegd een dubbele oorzaak. De op de Algemene Vergadering voorgestelde tegemoetkomingen betreffen steeds de toewijzing vanuit het resultaat van een vorig jaar. Het gebeurde echter wel eens dat omwille van dringende redenen zich een andere prioriteit aandiende. Wat ook voorkwam was het uitstellen tot latere datum, omwille van omstandigheden, van wat op een Algemene Vergadering was overeengekomen.

Bovendien werden niet alle verenigingen en personen waaraan Vl.E.K geld uitkeerde in deze tabel vernoemd omwille van de privacy. De juiste uitgekeerde bedragen (kolom 3) komen hierdoor niet altijd overeen met de uitkeringen van de aangepaste 4de kolom.

-Interview met Gust Van Damme door Hans Vandenhouten,19 maart 2004.

 

[555] Rousseeu, Cyriel, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[556] Komitee voor Frans-Vlaanderen, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[557] Band, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[558] Bond der Vlamingen van Oost-België, in: NEVB, CD-ROM, Tielt, 1998.

[559] Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief H. Baekelmans aan Vl.E.K, 11 december 1963.

[560] Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief H.J. Elias aan Vl.E.K, 23 december 1962.

[561] Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief H.J. Elias aan Vl.E.K, 1 april 1965.

[562] Omwille van de privacy werd de naam van de gecontacteerde historicus weggelaten.

-Merksem, Verslagboek Bormsfonds, 28 oktober 1972.

[563] Interview met Gust Van Damme door Hans Vandenhouten, 19 april 2004.

[564] Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief aan Jan van Hoogten van E. Borms, 15 december 1978.

[565] Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief G. Van Damme aan R. De Gheyn, 2 mei 1980.

[566]Officieel houdt de vereniging op te bestaan op 19 april 1990 omdat toen de vereffening per 11 december 1989 verscheen in het Belgisch Staatsblad. Dit volgens de wet van 2 juni 1921 gewijzigd door de wet van 2 mei 2002 betreffende de rechtspersoonlijkheid van vzw, art 26 novies: “…De akten, de stukken en de beslissingen die krachtens deze titel moeten worden neergelegd, kunnen aan derden slechts worden tegengeworpen vanaf de dag van neerlegging ervan of, indien zij naar luid van deze titel ook moeten worden bekendgemaakt, vanaf de dag van bekendmaking ervan in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, behalve indien de vereniging aantoont dat die derden reeds kennis ervan hadden…”

-juridisch statuut vzw, http://www.vsdc.be/content/algemeen/vzwwet.htm

- Bijlage tot het Belgisch Staatsblad- Annexe au Moniteur Belge, 19 avril 1990, nr 6858

[567] Merksem, Kaft Vl.E.K, Volmacht tot vereffening Gust Van Damme, 27 maart 1987.

[568] Merksem, Kaft Vl.E.K, Brief J. Verdoodt aan W. Van Onckelen, 6 april 1988.

[569] Aan de hand van gemiddeldeberekening van de indexcijfers van de verschillende periodes hebben we getracht bij benadering een beeld te scheppen hoeveel de uitgekeerde bedragen vandaag zouden zijn.

-Indexcijfers van de consumptieprijzen-historisch overzicht, in: Nationale Bank van België. Departement Algemene Statistiek, CD-Rom, Brussel, 2002.