De wereld op een boekenplank. De aandacht voor de buiten-Europese wereld op basis van particuliere boekveilingcatalogi in de Zuidelijke Nederlanden (1750-1840).(Christophe Tuerlinckx)

 

home lijst scripties inhoud  

 

Dankwoord

 

Graag had ik hier mijn uitdrukkelijke dank uitgesproken voor zij die met mij de realisatie van deze verhandeling mogelijk maakten. In de eerste plaats mijn promotor Eddy Stols met zijn bewonderenswaardige eruditie, die dit onderzoek begeleidde en steeds bleef steunen. Bart De Prins die op het laatste ogenblik nog bereidt was een deel van de verhandeling na te lezen en enkele interessante suggesties te geven. En ook het ijverige personeel van de Universiteitsbibliotheken van Leuven en de Koninklijke Bibliotheek van Brussel dienen absoluut een bedankje.

Algemeen bedank ik mijn ouders die me nooit iets in de weg legden om mijn studies te voltooien en mijn vriendin en vrienden uit Leuven op wiens steun ik steeds onvoorwaardelijk kon rekenen, ook als het moeilijk werd.

 

Inleiding

 

Op het einde van de achttiende eeuw is de verkenning van de wereld nog niet beëindigd. De aard ervan verandert echter grondig in deze periode: ze krijgt een meer wetenschappelijke dimensie. Voor de wetenschappers komt het eigen empirisch veldonderzoek in de plaats van de subjectieve verslaggeving van anderen. Steeds systematischer worden de nog onbekende kusten verkend, door steeds meer wetenschappelijk uitgeruste expedities. De Royal Society promootte Cooks eerste reis naar de Stille Zuidzee en ook de Franse wetenschappers Bougainville en La Pérouse trokken erop uit om de natuur de bestuderen. Rond de eeuwwisseling wordt een hoogtepunt bereikt door de natuurvorsingen van Von Humboldt in Zuid-Amerika. Zo wordt stilaan een logistieke kennis van de wereld opgebouwd.

Anderzijds verzwakt de koloniale Europese macht over de wereld. De Engelse kolonies van Noord-Amerika willen op eigen benen staan en verklaren in 1776 de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika. En in het begin van de negentiende eeuw volgen de Iberische Zuid-Amerikaanse kolonies hetzelfde voorbeeld. Op het einde van de achttiende eeuw komt de Verenigde Oost-Indische Compagnie, na bijna 200 jaar een succesnummer geweest te zijn, aan haar einde. Het rendement was gedaald en discussies rezen over de rol en het nut van kolonies, over de slavernij, … De Romantiek toont een nieuwe visie op de exotische mens, die nu een nobele, onbedorven natuurmens wordt. De idee van de kolonie zou echter opnieuw veld winnen en vanaf 1841 roept Leopold I een ‘Compagnie Belge des Colonisations’ in het leven om de Belgische belangen in de wereld te vergroten.

Hier kan de vraag gesteld worden naar de mate waarin de buiten-Europese wereld hen interesseerde en ze de gebeurtenissen opvolgden. Dit kan gemeten worden aan de boeken die men erover bezat. Voortdurend kwamen er boeken op de markt die over de wereld rapporteerden. Er waren landbeschrijvingen, reisverhalen, verslagen van de nieuwe gebeurtenissen, van de nieuwe ontdekkingsreizen, … Hieruit maakte men een selectie, één die duidt op persoonlijke interesses. Wanneer deze selectie van boeken, die zich uitte in een boekenverzameling of bibliotheek, kan teruggevonden worden, kan zo nagegaan worden, waarvoor die persoon de meeste aandacht had. Wanneer zo een hele groep bibliotheken bekeken wordt, vervaagt het individuele aspect en kunnen de interessepunten van een bepaald deel van de bevolking aan het licht komen. En zo kan een beeld geschetst worden van de interessepunten van de Zuid-Nederlandse, en later Belgische bevolking. In deze studie zal specifiek de aandacht voor de wereld buiten Europa onder de loupe genomen worden.

Welke gebieden stonden het meest in de belangstelling en van welke aard was die belangstelling? Welke werken had men in bezit om zich daarover te documenteren? Volgde men de nieuwste gebeurtenissen op en had men ook de oudere, klassieke werken? Lechner wees er, in verband met de aanwezigheid van klassieke werken over Zuid-Amerika, nog op dat de boekerijen van de Zuidelijke Nederlanden nog niet grondig bestudeerd zijn.[1]

Er bestaan repertoria over de boeken die in die periode in de Zuidelijke Nederlanden gepubliceerd zijn, maar daarmee kunnen de ingevoerde, buitenlandse boeken nog niet opgespoord worden. Verder staan hier eveneens enkel de boeken in die nieuw verschijnen of uitgegeven worden. De oudere boeken, die circuleerden op de tweedehandsmarkt zoals openbare veilingen, kunnen hierin niet opgespoord worden. Ook bestaan er repertoria die de boeken weergeven die bestaan over de gebieden buiten Europa, maar hieruit kan niet afgeleid worden welke boeken men in bezit had in de Zuidelijke Nederlanden in de achttiende eeuw tot 1840. Om het eigenlijk boekenbezit te bestuderen rond het thema van de buiten-Europese wereld, zal gebruik gemaakt worden van boekveilingcatalogi.

Boekveilingcatalogi zijn de catalogi die opgesteld zijn voor de openbare verkoop van één of meerdere bibliotheken, meestal omdat de eigenaar ervan overleden was, maar ook een faillissement kon een reden zijn om een boekenverzameling te veilen. Zowel private als institutionele bibliotheken konden geveild worden. De veilingen van de boekencollecties van de orde der jezuïeten, omwille van de afschaffing van de orde in 1773, zijn een prachtig voorbeeld van de tweede groep. Voor deze studie zullen echter alleen particuliere bibliotheken bestudeerd worden. Deze zijn immers een momentopname en zijn niet opgebouwd over een zeer lange tijd, zoals dat bij instellingen dikwijls het geval is. De catalogi zijn opgesteld na het overlijden van de eigenaar en geven dus een beeld van toestand van de bibliotheek op het einde van zijn leven. Maar deze bibliotheek is langzaam opgebouwd op het ogenblik dat de persoon leefde en dus een weerspiegeling van de hele levensperiode van die persoon. De periode waartoe dit onderzoek betrekking heeft komt dus niet overeen met de periode waaruit de veilingcatalogi dateren. Terwijl de oudste veilingcatalogus dateert van 1752, waren sommige mensen al in leven op het einde van de zeventiende eeuw, en wordt in de bibliotheek dus een beeld gegeven van de eerste helft van de achttiende eeuw toen die boekenverzameling tot stand kwam. Bijgevolg komen de interesses aan het licht van de hele achttiende eeuw tot het ogenblik dat de laatste persoon, in dit geval de heer Lambin, overlijdt in januari 1841.

Vooraleer echter een verkoop georganiseerd wordt voor het boekenbezit van slechts één persoon, moet er toch al een relatief groot aantal boeken bij betrokken zijn. En vermits boeken in de achttiende eeuw nog relatief dure luxe-producten waren, hadden de gewone mensen zoveel boeken niet. Deze studie is dan ook toegespitst op de hogere sociale en intellectuele klasse: een klasse van professoren, geneeskundigen, clerici, juristen, magistraten, … Het boekenbezit van andere lagen van de bevolking zou kunnen opgespoord worden aan de hand van boedelinventarissen, maar zulk een onderzoek zou echter een zeer uitgebreid archiefonderzoek vereisen voor een, waarschijnlijk, pover resultaat, vermits er in die boedelinventarissen slechts bitter weinig sporen zijn van boeken, en nog veel minder van de titel of de inhoud van die boeken. Daardoor zou er geen antwoord kunnen gegeven worden op de hierboven gestelde vragen in verband met de interesse in de wereld. Meer informatie wordt dus aangereikt in de veilingcatalogi, waarbij dan weer het probleem rijst van een overaanbod aan informatie. Het grote aantal bewaarde catalogi kan onmogelijk binnen het tijdsbestek van een tweejarige studie verwerkt worden. Daarom is een steekproef noodzakelijk.

Aangezien slechts enkele catalogi kunnen bestudeerd worden is het van groot belang om representatieve exemplaren uit te kiezen. Er wordt gepoogd om een zo gedifferentieerd mogelijk publiek samen te stellen wat betreft beroep, geografie en tijd. Om eventuele evoluties doorheen de tijd aan het licht te brengen zal de bestudeerde periode worden onderverdeeld in drie periodes, die dan onderling kunnen vergeleken worden. Een eerste periode omvat de catalogi die zijn uitgegeven tussen 1750 en 1776, het jaar waarin de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog uitbreekt. De tweede periode reikt vanaf dan tot het Verdrag van Wenen in 1814, een jaar waarin de rust in Europa wederkeert en een aantal grenzen binnen en buiten Europa worden hertekend. Zo worden de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik bij de Verenigde Provinciën gevoegd om een barrière te vormen tegen Frankrijk. De laatste periode, die de oprichting van België, maar vooral ook de onafhankelijkheidsverklaringen van de Iberische Zuid-Amerikaanse kolonies omvat, eindigt in 1840, waarna een vernieuwde aandacht voor koloniseren zich in de Zuidelijke Nederlanden opdringt onder leiding van de Compagnie Belge des Colonisations. De totale bestudeerde periode komt overeen met de overgang van de Verlichting naar de Romantiek.

Voorzichtigheid bij het gebruik van veilingcatalogi als bronnen is geboden. Enerzijds omdat zij dikwijls niet de volledige boekencollectie van iemand omvatten, doordat de erfgenamen enkele boeken voor eigen gebruik behielden. Volgens Van Selm betrof het dan vaak leerboeken of praktische handboekjes in de landstaal[2]. Anderzijds omgekeerd, doordat er boeken zijn aan toegevoegd voor de verkoop. De veilinghouder voegde dan enkele boeken, die hij in stock had, toe om ze te verkopen onder de naam van de overleden persoon. Zo konden de boeken bovendien nog meer geld opbrengen[3]. De dagelijkse praktijk van deze zogenaamde ‘ondergeschoven’ boeken werd aangetoond door Pierre Delsaerdt[4] in zijn Suam quisque bibliothecam. Om iemands ware bibliotheek te reconstrueren, zou het onderzoek moeten gepaard gaan met een gedetailleerd archiefonderzoek. Vanysacker heeft daar reeds op gewezen[5]. Echter is dit voor deze studie van minder belang, aangezien niet de individuele bibliotheken van belang zijn, maar het totaalbeeld dat er uit naar voor komt. Daarom zal meer rekening gehouden worden met relatieve dan met absolute cijfers. Slechts in één catalogus, deze van de heer Wins, is letterlijk vermeld dat het zou gaan om de volledige bibliotheek, zonder dat er boeken zijn toegevoegd of verwijderd. In de ‘avis’ is te lezen dat: “Aucun livre n’a été distrait des siens, ni ajouté à ceux qu’il possedait”.

Een verkoopscatalogus is gebruiksdrukwerk en éénmaal de verkoop erop zat, verloor deze dan ook zijn functie. Het grote merendeel van de catalogi is dan ook verloren gegaan. Dat een aantal dan toch bewaard zijn, is dankzij hun bibliografisch nut. Er bestonden immers nog geen zoeksystemen zoals de fiches in de bibliotheek, of laat staan de hulp van de computer. Deze leemte werd opgevangen door de veilingcatalogi die konden gebruikt worden als bibliografische repertoria om op te zoeken welke boeken over een bepaald thema bestonden. Dit werd mede vergemakkelijkt door het systeem van ordening dat gehanteerd werd. Hoewel sommige catalogi volgens formaat, of zelfs gewoon alfabetisch zijn geordend, zijn de meeste volgens het Système des libraires de Paris geordend, zoals het werd vastgelegd door Jacques-Charles Brunet in zijn Manuel du libraire et de l’amateur de livres (Parijs, 1865 [5de uitgave], xxvii-lxii)[6]. Voor deze vaste, thematische structuur worden vijf categorieën gehanteerd. Steeds wordt begonnen met Theologie, dat opgevolgd wordt door Rechten, Wetenschappen en Kunsten, Taal- en Letterkunde, en uiteindelijk Geschiedenis. Al deze domeinen werden dan nog verder onderverdeeld.

De meeste werken, die deze studie aangaan, betreffen de aardrijkskunde of geschiedenis van bepaalde gebieden en dit zijn twee domeinen die zijn samengebracht onder de laatste categorie, namelijk die van geschiedenis. Geografie werd immers gezien als een ‘matière historique’, omdat het een ordeningsprincipe aanreikte voor de geschiedenis. Elk spreken over geschiedenis ordent de gegevens namelijk op een geografische (of chronologische) manier, waarom de geografie een belangrijke hulpwetenschap is voor de geschiedenis[7]. De geografie vormde het eerste grote onderdeel van de categorie ‘Geschiedenis’, en was verder onverdeeld per gebied, en ook de eigenlijke geschiedenis had onderverdelingen per periode en gebied. Soms waren de boeken over de wereld buiten Europa samengebracht onder één hoofding als ‘histoire des pays hors d’Europe’. Hoe meer gedetailleerd de onderverdeling, hoe sneller de boeken over een bepaald thema konden worden teruggevonden worden. De boeken in verband met verschillende kennisdomeinen stonden dus gegroepeerd en dat maakte van de catalogi van de grote boekenverzamelingen ware bibliografische naslagwerken. Een groot deel van de hier bestudeerde veilingcatalogi is op die manier bewaard gebleven in de verzameling van Van Hulthem, de bibliofiel wiens collectie mede aan de basis ligt van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel.

Terwijl ze vroeger als bibliografische naslagwerken werden gebruikt, bewijzen zij nu hun nut als historische bronnen, en vooral de laatste jaren is men deze als dusdanig gaan ontdekken voor de boek-en cultuurgeschiedenis. Lang zijn deze bronnen stiefmoederlijk behandeld en als minderwaardig beschouwd, waardoor ze lang ontoegankelijk bleven. De laatste jaren is echter veel moeite gedaan om de veilingcatalogi te inventariseren en aldus toegankelijk te maken voor het historisch onderzoek. Onder leiding van Van Selm werd in Nederland de Book Sales Catalogues of the Dutch Republic, 1599-1800 op touw gezet; dit is een grootschalig project waarbij een groot deel van de catalogi op micro-fiche zijn gezet. De catalogi die zich bevinden in de universiteitsbibliotheek van Gent werden in kaart gebracht door Vandenhole[8]. In verband met Antwerpen is er een project van Vanysacker en Delsaerdt, die het hele boekveilingwezen trachten te reconstrueren, en daarvoor ook de veilingen opsporen waarvoor geen catalogus is bewaard. Delsaerdt heeft in zijn Suam quisque Bibliothecam ook een deel van de Leuvense boekhandel gereconstrueerd. In verband met het particulier boekenbezit in Leuven is er de verhandeling van Vanderlinden, die peilde naar de taalverhoudingen in enkele bibliotheken. Hodeige en Droixhe bestudeerden enkele Luikse bibliotheken. Over verscheidene individuele bibliotheken werd gepubliceerd in bijdragen in het tijdschrift Etudes sur les XVIIIe siècle. Schampeleire gebruikte veilingcatalogi voor een onderzoek met een thematische invalshoek: namelijk de aanwezigheid van de Verlichting in de Zuidelijke Nederlanden. Daarvoor vergeleek hij de top tien van Verlichte werken uit Parijse bibliotheken met hun aanwezigheid in Antwerpse bibliotheken. Ernst Van den Boogaart had specifiek aandacht voor de aanwezigheid van boeken over Zwart-Afrika in enkele bibliotheken van de Noordelijke Nederlanden.[9] Ook voor deze studie, hier in handen, staat de geografie centraal als thema, maar hier betreft het de Zuidelijke Nederlanden en wordt het thema uitgebreid tot heel de buiten-Europese wereld.

Terecht kan men beweren dat de doelstellingen van dit thema nogal groots zijn opgevat en niet in hun totaliteit kunnen bestudeerd worden. Daarom moet deze studie misschien eerder als een terreinverkenning gezien worden, die de horizon voor anderen kan opentrekken om een zicht te krijgen op de achttiende- en begin negentiende-eeuwse belangstelling voor de wijde wereld. Er zal een beeld geschetst worden van wat er zoal in die Zuid-Nederlandse bibliotheken zat over de niet-Europese wereld.

Om de uitgekozen catalogi te verwerken worden de boeken over de buiten-Europese wereld bijeengebracht in een database, die enige gelijkenis vertoont, maar dan vereenvoudigd, met diegene die Delsaerdt opstelde voor De Gulde Lampe in een Nieuw Licht. Wanneer de bibliotheken van één periode dan gegroepeerd worden, kunnen per periode gerichte vragen gesteld worden.

In een eerste hoofdstuk zal een beeld geschetst worden van de voornaamste thema’s en werken in verband met de niet-Europese wereld die we op basis van de literatuur verwachten terug te vinden in die bibliotheken. Welke waren de klassieke werken? Welk waren de voornaamste gebeurtenissen in die periode? In de drie volgende hoofdstukken (hoofdstuk 2-3-4) zal de eigenlijke inhoud van de verschillende bibliotheken individueel geschetst worden. In elk hoofdstuk zal dan één van de drie genoemde periodes aan bod komen, waarbij de catalogi chronologisch geordend zijn. De eerste twee periodes, van 1750 tot 1775 en van 1776 tot 1814, tellen elk negen catalogi, en voor de laatste periode tot 1841 werden twaalf catalogi doorgenomen. Uiteindelijk, in het vijfde hoofdstuk, kunnen dan enkele algemene lijnen gedestilleerd worden uit dit overzicht. Zo komt aan het licht welke gebieden de meeste aandacht kregen, en welke hiervoor telkens de voornaamste werken geweest zijn. En bij dit alles kan nagegaan worden of er een eventuele evolutie merkbaar is doorheen de bestudeerde periode.

 

 

Hoofdstuk 1: De wereld in boeken

 

De achttiende eeuw was de eeuw van de Verlichting. Deze streefde naar de verbreiding van kennis, en vond haar uiting in de Encyclopédie. De feiten worden verzameld, om ze vervolgens in een encyclopedische volgorde te rangschikken[10]. En zo werd ook de eigen bibliotheek encyclopedisch opgevat[11]. Hierin vormde ook de geografie een onderdeel en zij die niet wilden of konden overgaan tot de aankoop van afzonderlijke landbeschrijvingen van alle delen van de wereld, konden zich behelpen met een reisverzameling, waarin al de geografische informatie gebundeld was. Dit genre van reisverzamelingen bestond reeds vroeger: al in de zestiende eeuw verschenen de verzamelingen van Ramusio[12], Hakluyt[13], De Bry[14] (Grands Voyages over Amerika en Petits Voyages over Azië) en Levinus Hulsius[15] (1598). In de zeventiende eeuw werden nog de Engelse verzameling van Purchas[16], de Franse van Thevenot[17] en de Nederlandse Begin ende Voortgangh van Isaac Commelin[18] gepubliceerd. In het begin van de achttiende eeuw verscheen de verzameling van Pieter van der Aa[19] en de kers op de taart was de Histoire générale des voyages (1746-) van abbé Prévost[20].

Over de buiten-Europese wereld ontstonden in de achttiende eeuw ook thematische overzichtswerken. Er is het geografisch woordenboek van Echard. En er waren thematische overzichtswerken, zoals het overzicht en de geschiedenis van de kolonisaties van Raynal of het werk over de volken van de wereld met prachtige illustraties van Picard[21]. Deze werken zijn encyclopedisch opgevat omdat ze de informatie over een thema willen bijeenbrengen en ordenen.

De achttiende eeuw was eveneens dé periode van het imaginaire reisverhaal[22]. Zij verhalen een reis die niet werkelijk heeft plaats gehad. De fictie is echter niet volledig te scheiden van de werkelijkheid, omdat zij een waarheidsgetrouwe indruk proberen te maken[23] en het genre vloeit dan ook ongemerkt over in de echte reisverhalen en omgekeerd[24]. Zeer gekend is The life and strange surprizing adventures of Robinson Crusoe, of York, mariner van Daniel Defoe die voor voor het eerst verscheen in 1719[25], en die gebaseerd zou zijn op de ware avonturen van Alexander Selkirk die op het eiland Juan Fernandez werd achtergelaten[26]. Het motief van het onbewoond eiland dat hierbij centraal staat, komt regelmatig terug in de achttiende-eeuwse literatuur. Deze werken worden de ‘robinsonaden’ genoemd[27]. Typisch voor de imaginaire reisverhalen is ook dat ze een vorm van maatschappij- en tijdskritiek uitdrukten. Het satirisch-allegorisch reisverhaal zoals de Gullivers Travels (1726) van Jonathan Swift is een beroemd voorbeeld[28].

Op het einde van de achttiende eeuw komt ook de Romantiek op, met haar aandacht voor de natuur en het vreemde. Het exotisme dat bij Rousseau op de achtergrond aanwezig was, komt bij Bernardin de Saint-Pierre naar de voorgrond. Bij Chateaubriand krijgt het exotische de status van een onderwerp dat voor zichzelf spreekt. [29] Zo vereert hij de wilde in Atala en Renée en de zuivere natuurtoestand van de mens werd door Bernardin de St-Pierre verheerlijkt op het île de France met zijn Paul et Virginie. In de negentiende eeuw werd de mystiek van de Oriënt beschreven in Les Orientales van Victor Hugo.

 

 

De Oriënt

 

De bronnen over de Levant werden samengebracht in de bibliografie van Hage Chahine en Neveu.[30] Ook de oudere bibliografie van Ternaux-Complans[31] over Azië en Afrika brengt heel wat werken in verband met de Oriënt samen, weliswaar slechts de boeken die uitgegeven zijn vóór 1700. Daarnaast vermeldt eveneens de Bibliotheca Asiatica van Maggs Bros[32] heel wat werken in verband met de Arabische wereld. Tot slot biedt de seminarieoefening van Ivan Vander biesen[33] heel wat rijkdom over de Publikaties over Afrika en Arabië in de 18e-eeuwse Nederlanden.

De Oriënt is moeilijk af te bakenen. Volgens Thornton[34], die publiceerde over het Oriëntalisme in de schilderkunst, is dit Noord-Afrika, de Levant, Palestina, Arabië. Juillard[35], die de literatuur van het Oriëntalisme bestudeerde, spreekt van minstens twee oriënten: een Turkse en een Arabische. In deze laatste is er dan nog het onderscheid tussen Egypte de meer westelijke Magreb.

Als geheel is geen volledig nieuw te ontdekken gebied, en de publicaties slaan dan ook niet die toon aan. Toch beweren heel wat reizigers nieuwe gegevens en inzichten aan te brengen, zoals Paul Lucas[36], Thomas Shaw[37] en anderen. Op het einde van de achttiende eeuw was het verslag van Volney[38], die door Syrië en Egypte reisde, zeer succesvol.

Perzië komt aan bod bij Engelbert Kaempfer[39], die vooral bekendheid verwierf voor zijn Japan-boek, en bij Cornelis De Bruijn[40] rond de eeuwwisseling. Nog altijd bleven bedevaarders naar Jeruzalem trekken, meer dan ooit het centrum van de Islamitische wereld. Voorbeelden zijn de Hierusalemsche Reyse van Gonsales (1673) en Het Bereysde Oosten van Stochove (1681) uit de zeventiende eeuw, en Trinitate[41] en Rotthier[42] uit de achttiende eeuw. De klassieke, epische verhalen over de Kruistochten zoals Gerusalmne Liberata (1575) van Torquato Tasso, en het historische overzicht van Maimbourg[43] werden daarom niet vergeten. De Islam zelf kende ook enige belangstelling in Europa. Dit blijkt uit uitgaven van de Koran, waarvan die van Savary[44] de bekendste is. En ook de Arabische taal en literatuur worden bestudeerd, een interesse die haar wortels vond in de bijbelstudie, waarvoor de kennis van het Hebreeuws en het Aramees centraal stonden[45]. Specialisten zijn Thomas Erpenius, Albert en Hendrik Albert Schultens, Adrien Reland, Jean Gagnier en Henri de St.-Laire.[46] Tussen 1704-1717 werden de duizend-en-één-nacht met veel succes in Frankrijk vertaald en uitgegeven door Galland.

Naast hedendaagse landbeschrijvingen zoals die van Carsten Niebuhr[47] over Arabië, John Morgen[48] en Laugier de Tassy[49] over Algerije en die van Le Mascrier[50] over Egypte werd er ook over de oude Oriënt gepubliceerd. Een grote naam hier is Rollin[51], die publiceerde over de Carthagers en Egyptenaren. De Egyptische Oudheid sprak tot de verbeelding en al in de zeventiende en achttiende eeuw werd druk gespeculeerd over het nog niet ontcijferde hiërogliefenschrift. De Guignes[52] lanceerde in zijn Mémoire dans lequel on prouve que les Chinois sont une colonie égyptienne de idee dat de Chinezen oorspronkelijk een Egyptische kolonie waren. Amiot[53] publiceerde in zijn Lettre de Pékin over gelijkenissen tussen het hiërogliefenschrift en het Chinese schrift. Uiteindelijk zou het hiërogliefenschrift in 1822 ontcijferd worden door Champollion. De interesse in de Egyptische Oudheid had dan een enorme vlucht gekend sinds de expeditie van Napoleon in 1798, die een ware Egyptomanie ontketende in Europa[54]. Met die veldtocht wilde Bonaparte de Engelsen in Egypte een hak zetten, maar de slag bij Trafalgar zou echter anders beslissen. Op die expeditie werd hij vergezeld door tal van wetenschappers, waarvan een eerste verslag verscheen in 1802 van de hand van Dominique-Vivant Denon. Zijn Voyage dans la Basse et la Haute-Égypte pendant les campagnes du général Bonaparte werd zeker 40 keer herdrukt in de negentiende eeuw[55]. En in 1809 verscheen de groots opgezette Description de l’Égypte ou Recueil des observations et des recherches qui ont été faites en Égypte pendant l’expédition de l’armée française, publié par les ordres de Sa Majesté l’Empereur Napoléon le Grand. Door die expeditie kwam het Oosten in de aandacht van het publiek en mede door Denon werden de fundamenten van de Oriëntalistische beweging gelegd[56]. De Eurocentrische kolonialistische aard van deze beweging heeft Edward Saïd aan het licht gebracht in zijn Orientalism[57].

 

 

Afrika

 

Hoewel Afrika behoorde tot de oude wereld, bleef het toch lange tijd buiten de aandacht van de Europeanen. Dat geldt minder voor het noordelijke, Arabische, deel dat via de Middellandse zee bereikt wordt en dat reeds samen met de Oriënt behandeld werd, maar vooral voor het deel ten zuiden van de Sahara dat de Europeanen via de oceaan aandeden. Het was een van de eerste gebieden die, vanaf de vijftiende eeuw, door de Portugezen verkend werden om de route naar het rijke Azië te vinden. Toen de Portugezen eenmaal de route naar Azië gevonden hadden, en de mythe van het rijk van Priester Jan zijn nut verloor, verminderden hun intellectuele inspanningen voor Afrika echter, en kwam het volgens Hair slechts op de derde plaats, na Azië en Brazilië. Eenzelfde relatief gebrek aan intellectuele interesse zou ook van toepassing zijn op hun opvolgers de Nederlanders, Engelsen en Fransen, maar misschien in mindere mate[58]. Voor de slavenhandel was alleen een minimale kennis van de kust vereist. Het binnenland bleef daardoor nog tot laat in de negentiende eeuw onbekend gebied.

Niettemin werden enkele pogingen ondernomen om bibliografieën samen te stellen met de werken over Afrika. Uit het begin van de negentiende eeuw dateren de pionierswerken van Ternaux-Complans en Paulitsche[59], terwijl in de twintigste eeuw eveneens enkele, meer krititische, pogingen ondernomen werden door Cox[60], Mauny[61] en Hess[62] . Een laatste is die van Fage[63]. Uit dergelijke bibliografieën is het, zoals reeds opgemerkt, quasi onmogelijk om de voornaamste boeken eruit te halen. Een hulpmiddel in deze zoektocht bieden een bijdrage van Ernst Van den Boogaart[64] en opnieuw de seminarieoefening van Ivan Van der biesen.

In Afrika ten zuiden van de Sahara kunnen drie aandachtszones onderscheiden worden. Ten eerste was de Goudkust en Congo-Angola van belang voor de slavenhandel naar Amerika, en paste dit gebied in de route van de driehoekshandel. Ten tweede en van groot belang was Zuid-Afrika, met de Kaapkolonie, een belangrijke tussenstop en bevoorradingsplaats op de route naar Azië. En ten derde werd reeds van oudsher gestudeerd rond de oude Christelijke godsdienst van Ethiopië.

In de zestiende eeuw werden in de Nederlanden vooral Italiaanse en Iberische verslagen over Afrika ten zuiden van de Sahara uitgegeven. Zo verschenen in Antwerpen de werken van Johannes Leo Africanus, Cadamosto (beschrijving van Senegal), Jan van Doesborch (Portugese zeeroute naar Azië die onderweg over Guinea en het land van priester Jan handelde) en vooral Francisco Alvares.[65] Paludanus voegde een beschrijving van West-Afrika toe aan Linschotens Itinerario. Ook Pigafetta’s verslag over de Congo verscheen in 1596, maar João de Barros en andere Portugese kronieken verschenen pas later.[66] Voor de Westkust in de zeventiende eeuw reikt Law als voornaamste Nederlandse auteurs De Marees, Ruiters, Ulsheimer en De Lange aan[67]. Zij steunen op de vroegere Portugese bronnen, maar geven ook nieuwe informatie. Van den Boogaart voegt daar nog Van den Broecke, Dapper en Bosman aan toe[68]. Op twee Franse reisverslagen van 1692 en 1698 na, verscheen er voor 1700 verder zo goed als niet meer over deze gebieden. In het begin van de achttiende eeuw vulde Pieter van der Aa deze lacune op met zijn Zee-en Landreysen, met vertalingen van J. de Barros, A. Batell, R. Jobson en O. von der Goeben. Wat later verschenen er in de Nederlanden vier Franse werken van F. Froger[69], J.-B. Labat[70], N. Gueudeville en A.E. Pruneau de Pommegorge, evenals een Franse vertaling van W. Snelgraeve en een Nederlandse vertaling van P.E. Isert.[71]

Zoals West-Afrika van belang was voor de West-Indische Compagnie (WIC) en de (slaven)handel naar Amerika, was Zuid-Afrika belangrijk voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de handel tussen Europa en Azië. De Kaap de Goede Hoop functioneerde daarin in de eerste plaats als bevoorradingsplaats. Slechts weinig Hollanders schreven hierover. Volgens Van den Boogaart is er slechts een pamflet uit 1652 en een hoofdstuk in Valentijns[72] Oud en Nieuw Oost-Indië (1724-1726).[73] Biewenga[74] noemt daarbij nog Abraham Bogaert. De latere beschrijvingen zijn vertalingen of compilaties van vreemde auteurs zoals Kolbe[75] (1727) en enkele werken rond 1780, waaronder een vertaling van Sparman (1787)[76]. Op het einde van de achttiende eeuw woeden de Kafferoorlogen (1779), in 1795-1803 bezetten de Engelsen de Kaap en in 1814 (Verdrag van Wenen) wordt de Kaap een Engelse kroonkolonie. In Ethiopië stond het oude Christelijke Keizerrijk centraal, waarover de lezer kennis kon opdoen door werken van Damião de Goes[77], J. Moquet (1656) en J. Ludolp[78] (1687) en A. Sandoval[79]. Deze studies werden aangewend in de godsdienstoorlogen, waar men op zoek ging naar de oude, zuivere leer, die men bij die Ethiopische Christenen dacht terug te vinden. In de 18e eeuw vulde Pieter Van der Aa dit corpus aan met vertalingen van Telles / Almeida en F. Lobo[80] (1707; en een andere vertaling in 1728); ook verscheen het werk van P.W. Godignus[81]. Van groot belang was de reis die Charles Jacques Poncet rond 1700 deed omdat zijn reisverslag het eerste is sinds het vertrek van de jezuïeten uit dat land in 1634. Het bleef ook het enige beschikbare verslag tot James Bruce in Abyssinië verbleef van 1769 tot 1772. In deze tussenperiode van 130 jaar (1634-1769) is het verslag van Poncet dus ongeveer de enige getuigenis van een vreemdeling die bewaard is gebleven.

De boekproductie over Afrika kan dus ingedeeld worden in twee verschillende werelden: enerzijds de Arabische wereld, een wereld die vooral door de erudieten werd beschreven, en anderzijds het gebied van Afrika ten zuiden van de Sahara. Reizigers die dit gebied beschreven, beperkten zich tot de kust van Guinea en Kaap de Goede Hoop. De aandacht voor het zuidelijke deel van Afrika hangt dus vooral samen met de plaatsen die de twee Nederlandse Compagnieën, respectievelijk de WIC en de VOC, aandoen; en stond min of meer in functie van de continenten Azië en Amerika; toch wat betreft de profane wereld. Uit religieus oogpunt komt Ethiopië op de eerste plaats. De oude vorm van het Christendom dat daar te vinden was, werd door de Europese geleerden druk bespeculeerd en aangewend in de godsdienstpolemieken. Het centrale binnenland van Afrika rond de grote meren en de Congostroom zou echter pas laat in de negentiende eeuw, o.a. door Stanley, voor Europa geopend worden.

 

 

Azië

 

Als bibliografie vermelden we ook hier de Bibliothèque asiatique et africaine van Ternaux-Complans. Het referentiewerk hier is Asia in the making of Europe van Daniel Lach en Edwin Van Kley. Deze bespreekt, eveneens echter slechts tot 1700, zeer uitgebreid de Europese werken in verband met Azië inzake hun inhoud en historische situering. De bronnen over India zijn bijeengebracht in het werk van Guy Deleury, deze over China door Ninette Boothroyd en Muriel Détrie en ook in de China Illustrata van Yves Walravens[82].

Voor de achttiende eeuw waren vooral de kustgebieden van Azië goed verkend en daar was toen rijkelijk over gepubliceerd in talrijke reis- en landbeschrijvingen. De Europese Compagnieën nestelden zich tussen de andere grote spelers van de Aziatische handel en bouwden er hun eigen handelsnetwerken uit[83]. Naarmate de achttiende eeuw vorderde breidden de Engelsen in Azië steeds meer hun macht uit ten nadele van de Nederlanders. Ondertussen bleef vooral het binnenland van het massieve Aziatische continent nog maar slecht gekend met Tibet, Siberië, … Als doorgangsgebied kwam Centraal-Azië wel aan bod bij de reeds vermelde Cornelis de Bruijn[84], wiens reisverslag de hele achttiende eeuw bleef succes hebben[85]. Ook het binnenland van de grotere eilanden zoals Sumatra en Borneo waren dan nog niet volledig gekend.

India werd in de eerste helft van de zeventiende eeuw beschreven door Bernier[86] en Baldaeus[87]. De Fransman Gabriel Dellon[88] verhaalde over zijn conflict met het Portugese gezag en de Inquisitie in zijn Histoire de l’inquisition de Goa. Na de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) in de achttiende eeuw beperkte de Franse invloedssfeer in India zich grotendeels tot Pondichéry. Later kwamen ook de Nederlanders in confrontatie met de Engelsen.

De Oostendse Compagnie deed in de eerste helft van de achttiende eeuw pogingen om in Banquibazar in Bengalen voet aan de grond te krijgen[89]. Zij werden echter al snel opgedoekt onder druk van de grotere buitenlandse compagnieën. Vooral de Engelsen breidden hun gezag uit in de achttiende eeuw, hoofdzakelijk ten nadele van de Hollanders, zodat de VOC op het einde van de eeuw zelfs wordt opgedoekt. Bombay bijvoorbeeld ging naar de Engelsen. Toch vertrok in 1786 Jacob Haafner[90] nog naar Choromandel, Bengalen en Ceylon; zijn verhalen worden echter pas gepubliceerd tussen 1806-1822.

De publicaties over India waren hoofdzakelijk landbeschrijvingen. Enerzijds handelden zij over het rijk dat de Mogols in continentaal India hadden uitgebouwd[91], zoals beschrijvingen van Dapper[92] en Baldaeus[93], en anderzijds over de kustgebieden waar de Europeanen zich gevestigd hadden. In de achttiende eeuw bleven die van Schouten[94] en Struys[95], beide uit 1676, zeer populair.[96] Verschillende publicaties verschenen ook over de rijkdom van de flora van die kustgebieden van India. De botanica bleek alsmaar belangrijker uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid, maar ook voor de handel, en omdat men op zoek ging naar exotische equivalenten van Europese geneeskundige kruiden om de import uit Europa te beperken. De planten van de Malabarkust werden bestudeerd in de plantenverzameling van Van Rheede tot Drakenstein[97], die beschreven werd door Caesarius[98]. In diezelfde trend kan meteen ook verwezen worden naar Rumphius’[99] plantenboek over Ambon, dat van Kaempfer[100] over Japan en dat van Herman[101] over Ceylon. De lokale religie, hier meer bepaald het hindoeïsme werd bestudeerd in het werk van Abraham Roger[102], dat lange tijd een ongeëvenaard werk blijft. In 1808 publiceerde Solvyns[103] over Les Hindous een prachtig geïllustreerd werk.

Tussen 1640 en 1658 verdreven de Nederlanders de Portugezen ook uit het kaneeleiland Ceylon, zodat ze er het monopolie bekwamen. Na de verovering van Colombo werd het bestuurscentrum van Galle naar daar overgebracht (1659), maar Galle bleef een belangrijke retourhaven naast Batavia[104]. De beste landbeschrijvingen dateerden uit deze periode en waren van de Portugees Ribeiro en de Engelsman Knox[105]. Rond 1800 veroverden de Engelsen op hun beurt dit eiland op de Nederlanders.

Dat gold ook voor de Indonesische archipel waar de Nederlanders nochtans vanuit Batavia hun Aziatische ondernemingen organiseerden. Rumphius en Bontius[106] publiceerden respectievelijk over de flora van Ambon en de tropische geneeskunde. In 1811 veroveren de Engelsen Java, waarna het onder leiding komt van Raffles[107].

In Siam deden de Fransen tijdelijk verwoed inspanningen om relaties aan te knopen met de lokale vorst. Als klassieker gold het werk van Guy Tachard[108] over het gezantschap van ridder Alexandre de Chaumont die vanwege de Franse koning banden probeerde aan te knopen met de Siamese vorst. Claude de l’Isle[109] compileerde in 1684 een Relation historique du Royaume de Siam ter gelegenheid van een omgekeerde Siamese delegatie naar Frankrijk. De grootste bijdrage tot de Europese kennis van Siam kwam echter van Simon de La Loubière[110] die er tussen 1687 en 1688 was geweest. Daarna lijken er geen belangrijke publicaties meer over Siam verschenen te zijn.

De twee grootste en machtigste rijken van het Verre Oosten, China en Japan, waren minder toegankelijk voor de Europese machten. In China konden ze niet zomaar hun handel ontplooien, en de contacten verliepen vooral vanuit Macao, vlakbij het huidige Hong Kong, en later vanuit Kanton en Formosa, het huidige Taiwan. Hierover was er werk van Candidius[111] en de imaginaire beschrijving van Psalmanazar.[112] In de zeventiende eeuw waren de jezuïeten, mede door hun wetenschappelijke kennis, erin geslaagd zich aan het Chinese hof te vestigen; Ferdinand Verbiest bracht het zelfs tot mandarijn. Het merendeel van de publicaties waren dan ook van de hand van jezuïeten. Er zijn publicaties van de reiziger Pinto en van Martini. Deze laatste beschrijft de oudheid[113] en de invallen van de manchu in China[114]. Er waren landbeschrijvingen[115], zoals deze van Kircher, Le Comte en Du Halde, en gezantschapsreizen[116] zoals deze van Nieuhof, Dapper, Ides en Macartney. Verder speculeerden Kircher[117], Amiot en De Pauw[118] respectievelijk over hun oorsprong, schrift en ideeëngoed. In de achttiende eeuw werd Tibet geopend door de publicatie van de Nouvel atlas de la Chine, de la Tartarie chinoise, et du Thibet van Anville[119].

Over Korea publiceerde Haemel[120] in zijn reisverhaal, nadat hij er gevangen was na een schipbreuk. Dit land bleef misschien wel het meest geïsoleerd. Vooral Japan[121] sloot zich na 1640 van de buitenwereld af: de missionarissen werden aan de deur gezet en felle christenvervolgingen volgden. Ze produceerden heel wat literatuur o.a. van Montanus[122]. De Europese contacten met Japan waren vanaf dan uitsluitend nog voorbehouden aan de Hollanders vanop Deshima. Jaarlijks brachten de Hollanders eerbetoon aan de Keizer van Japan, waarvoor zij een reis naar de hoofdstad ondernamen. Slechts in die paar weken kregen enkele Europeanen de gelegenheid het binnenland van Japan te aanschouwen en te beschrijven. De landbeschrijvingen van Japan na 1640 zijn dus hoofdzakelijk gezantschapsreizen; populair zijn de werken van de Brusselaar in Hollandse dienst Caron[123], Nieuhof en de jezuïet Charlevoix. Algemeen beschouwd als het beste werk over Japan was de beschrijving van Engelbert Kaempfer[124], in 1727 postuum uitgegeven. Reeds in 1712 had Kaempfer zijn Amoenitates exoticae gepubliceerd, een beschrijving van al de gebieden die hij bezocht. Op het einde van de achttiende eeuw werd het werk van de natuurkundige en Japanreiziger Thunberg[125](1795) uitgegeven en in de negentiende eeuw zou Von Siebold[126] (1796-1866) de grote Japankenner worden.

 

 

Oceanië

 

Een gebied dat rond het midden van de achttiende eeuw nog vrijwel onbekend was, was het gebied dat pas later als het vijfde werelddeel Oceanië gekend werd. De grondige verkenning ervan gedurende de tweede helft van de achttiende eeuw was het gevolg van de mode van de wetenschappelijke expedities. Een standaardwerk over de studie van de verkenning van de Stille Oceaan is European Vision and the South Pacific van Smith[127]. Hier worden ook bibliografieën zoals die van Beaglehole[128], Barringer[129] en de Cambridge History of the British Empire[130] voor de verkenning van de Stille Oceaan aangereikt. Voor de Stille Oceaan in het algemeen worden de bibliografieën van Taylor[131] en Leeson[132] opgegeven. Specifiek voor Australië is er de Bibliography of Australia van Ferguson[133] voor de periode 1784-1900.[134] Recenter zijn de anthologieën uitgegeven door Scemla[135] en door Lamb, Smith en Thomas[136].

De verkenning van het zuiden van Oceanië viel samen met de zoektocht naar het Australisch continent, het Zuidland. De geografen waren ervan overtuigd dat er op het zuidelijk halfrond een continent moest bestaan; de massa daarvan was noodzakelijk om de wereld ten opzichte van het noordelijk halfrond in evenwicht de houden. Voorlopig doopten zij dit, nog onbekende, continent Terra australis incognita. Het avontuur van Paulmier de Gonneville (1503-1505) moedigde de vermoedens van de geografen nog aan. Hij zou in het Zuidland geweest zijn en beschreef het als de wachtkamer van het Paradijs, het Paradijs op Aarde. Probleem was dat men dit continent niet kon situeren, en de droom om het land terug te vinden duurde nog steeds in de tweede helft van de achttiende eeuw. In de eerste helft van de achttiende eeuw zocht men het in het zuiden van de Atlantische Oceaan, en later zou men opeenvolgend zoeken in het zuiden van de Indische en Stille Oceaan.

Het huidige Australië, toen Nieuw-Holland genoemd, werd verkend door enkele Hollanders, zoals Van Rechteren, Pelsaert en Hertogszon, maar zij troffen er slechts een dor gebied aan; en Abel Tasman (1642) toonde aan dat dit slechts een eiland was en dus niet het Terra australis incognita dat de Zuidpool moest vormen. Een laatste poging in de verkenning van dit continent werd door de VOC ondernomen in 1701 door een expeditie onder leiding van Witsen en De Vlaming, waarover Nikolaas de Graaf[137] publiceerde. Zijn weinig succesvolle relaas werd slechts éénmaal uitgegeven, en dan nog als appendix bij de veel succesvollere, maar deels fictieve Histoire des Sevarambes[138]. Daarna verdween het uit de belangstelling van de Hollanders, die de veel aangenamere oostkust niet verkenden. De Engelsen deden dat wel, en stichtten er vanaf 1788 een strafkolonie.

De eerste die de ijsbergen durfde tegemoet varen, op zoek naar het Australisch continent, was Jean-Baptiste Charles Bouvet de Lozier, die het zocht ten zuiden van de as tussen Kaap Hoorn en Kaap de Goede Hoop (1738). Hij vond echter niets dan een dichte mist, ijs en pinguins, in plaats van het gematigde klimaat waaraan men zich had verwacht. Jean-Baptiste d’Après de Mannevillette[139] en de president van de Franse Academie van de marine, De Brosses speelden een belangrijke rol in de theorievorming over het zuidland[140]. In 1756 publiceerde De Brosses zijn zeer invloedrijke Histoire des navigations aux terres australes en niet veel later publiceerde de Engelsman Alexander Dalrymple zijn Collection historique des divers voyages et découvertes dans l’océan Pacifique Sud.[141] Het werk van De Brosses steunde op de werken van de encyclopedisten, specifiek Diderot en Buffon, en was een autoriteit tot de theorie omvergeworpen werd door de tweede reis van Cook. De Brosses geloofde in het statisch evenwicht van de wereldbol, en was er daarom van overtuigd dat er in het zuidelijk halfrond een continent, of toch minstens een aantal eilanden bestond. Deze konden als tegengewicht dienen voor de landmassa van het noordelijk halfrond, waarvan in die periode de omvang min of meer gekend was. Hij was overtuigd van het bestaan van het land van Gonneville, en situeerde dit ten zuiden van de Molukken in een regio die hij Australasia noemde. In Frankrijk inspireerde hij rechtstreeks de reizen van Bougainville, Surville, Marion-Dufresne en Kerguelen. Door zijn vriendschap met Dalrymple had hij ook invloed in de Royal Society, en dus op de ondernemingen van Wallis, Carteret en Cook. Yves-Joseph de Kerguelen de Trémarec (1770), de ontdekker van de archipel die zijn naam draagt, en Marion-Dufresne zochten in het zuiden van Indische oceaan.

In diezelfde periode (1769) kreeg James Cook de leiding over een wetenschappelijke expeditie die de zonsverduistering door Venus moest gaan observeren in de buurt van Tahiti, een expeditie die tegelijk werd gekaderd in een verdere verkenning van de Stille Oceaan. Door zijn omvaart om Nieuw-Zeeland schoof de grens van het terra australis incognita nog een stuk naar het zuiden, en tijdens zijn tweede reis zocht hij nog meer zuidelijk, tot aan de grenzen van het ondoordringbare ijs. Dit zou het einde betekenen van de zoektocht naar het terra australis incognita.

Die zoektocht was nauw gepaard gegaan met de verkenning van de Stille Oceaan. Terwijl de zeeën na het Verdrag van Parijs in 1763 werden overheerst door de Engelse ontdekkingsreizigers, en Bougainville slechts een Frans lichtpunt was in de schaduw van de Engelsman Cook, werden de rollen na 1783 omgedraaid. De Engelse marine was in de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd overtroffen door de Franse. Om zich verder te onderscheiden vertrok een grootse Franse wetenschappelijke expeditie onder leiding van La Pérouse. Ondanks haar verdwijning in 1788 was het louter wetenschappelijke karakter van deze expeditie echt niet. La Pérouse weigerde immers de nieuw ontdekte gebieden in bezit te nemen in naam van Frankrijk. In 1791 vertrok een eerste expeditie op zoek naar La Pérouse onder leiding van Antoine de Bruni d’Entrecasteaux. Verschillende zouden nog volgen, zoals de Engelsman Peter Dillon en, in 1826, Jules-Sébastien César Dumont d’Urville. Regelmatig keerde men terug naar Vanikoro, één van de Santa-Cruz-eilanden, waar de laatste sporen van La Pérouse bijster waren geraakt. Pas in de twintigste eeuw werden de resten van het schip gevonden dat schipbreuk had geleden[142].

De Napoleontische periode werd gemarkeerd door drie grote wetenschappelijke expedities, die nog steeds werden gekleurd door de mercantiele doeleinden van de achttiende eeuw. De Fransman Baudin (1800-1804) en Flinders (1801-1803) verkenden de Australische kusten, terwijl de Rus Krusenstern (1803-1806) tijdens zijn wereldomvaart vele eilanden van de Stille Oceaan bezocht. De Russen waren voortaan dus ook op de boot van de ontdekkingen gesprongen. Door de nieuwe aanslepende oorlogen in Europa verschoven de wetenschappelijke bezigheden vervolgens naar de achtergrond, maar na het Verdrag van Wenen in 1814 rustten de Europese gezaghebbers nieuwe expedities uit. De Russen zochten onder leiding van Kotzebue (1815-1818) naar de noordwestdoorgang, terwijl de Fransen meer op Oceanië georiënteerd waren. De expeditie van Freycinet (1817-1820) was een groot succes voor de experimenten met de pendule en het magnetisme. Duperrey (1822-1825) vaarde met zijn wetenschappelijk team rond Australië, bezocht Nieuw-Zeeland, de Gilbert-eilanden en de Caroline-eilanden. Dumont d’Urville uiteindelijk beperkt zich tot Nieuw-Guinea, de Salomons-eilanden, Nieuw-Zeeland en Australië. Buiten zijn officiële documenten publiceerde hij bij zijn terugkeer een Voyage pittoresque autour du monde[143]. Zijn tweede campagne (1837-1840) was toegespitst op Antartica. Na de onafhankelijkheid van de Spaanse Amerikaanse kolonies werd de Atlantische wereld gedestabiliseerd, en vanaf dan passen de expedities meer in de oceanische strategie, namelijk het zoeken en bezetten van mogelijke steunbasissen voor de schepen. Laplace moest zich informeren over de Britse vestigingen in Tasmanië en Sydney, in 1836-1837 bezocht Vaillant de havens van de westkust van Zuid-Amerika en in 1836-1839 deed Dupetit-Thouars nog de strategisch belangrijke plaatsen van de Stille Oceaan. De Engelsen verwerkten in deze periode hun enorme gebiedsuitbreiding en reorganiseerden het: ze overheersten nu volledig India, wilden de Chinese markt veroveren, en Australië en de grote en kleine archipels van de Stille Oceaan in hun Rijk integreren[144]. Vanaf 1793 kwamen de eerste vrije kolonisten aan in de in 1788 opgerichte strafkolonie. Zij bevonden zichop de zuidoostkust van Australië, rond Port Jackson. Van hieruit drongen ze het binnenland in dat nog moest verkend worden. Deze verkenningen vonden plaats diep in de negentiende eeuw, net als in Afrika, zodat er hier geen verdere aandacht aan zal geschonken worden. De grote spelers zijn in deze expedities dus vooral de Engelsen en de Fransen. De Hollanders zijn de grote afwezigen, wiens laatste grote ontdekkingsreiziger waarschijnlijk Jacob Roggeveen was, die in 1722 nog Paaseiland ontdekte.

 

 

Amerika

 

Dit werelddeel laat, door de geografische en chronologische afbakening, meer dan de andere continenten toe om een overzicht samen te stellen van de werken die erover verschenen zijn. De Amerikanen kunnen hun verwantschap met Europa niet ontkennen en verschillende repertoria zijn dan ook opgesteld met werken die in Europa zijn verschenen over Amerika. Niet zelden beperken zij zich tot de collectie in één bepaald thema of één bepaalde bibliotheek, maar er bestaan ook grootschaligere projecten. In de eerste plaats dienen de bibliografieën van Sabin en Landis vermeld te worden. De Dictionary of Books relating to America, from its discovery to the present time van Sabin[145] is de meest volledige en noteert ook de boeken over Amerika die in Amerika zelf gedrukt zijn. Dit in tegenstelling tot de European America van Landis[146], die enkel de werken over Amerika die in Europa gedrukt zijn, verzamelt. Het laatste deel – dat voor de periode 1751-1776 -, het interessantste voor deze studie, is echter nog niet afgewerkt en gepubliceerd. De Incunabula and Americana van Stillwell[147] is eveneens een handig werkinstrument, enerzijds omdat het een historiografisch overzicht biedt van de Amerikaanse geschiedenis, en anderzijds omdat hierin een groot aantal bibliografieën over Amerika wordt vermeld. Als pionier uit de negentiende eeuw duikt ook hier Ternaux-Complans[148] op, en ook deze catalogus heeft hij beëindigd in het jaar 1700. Ditmaal geeft hij daarvoor zijn redenen op: «J’ai terminé ce catalogue à l’an 1700, car la plupart de ceux qui ont été publiés sur cette matière dans le cours du XVIIIe siècle offrent bien peu d’intérêt. Pendant cette période toute la partie de l’Amérique possédée par les Espagnols et les Portugais resta entièrement stationnaire, et ce que l’on a écrit sur les Etats-Unis à l’époque de la guerre de l’indépendance, est plutôt relatif à la science du droit public qu’à celle de l’ethnographie.»[149] en over zijn eigen tijd: «Une foule d’écrits, à la tête desquels le suffrage universel du monde savant s’accorde à placer ceux de l’illustre baron de Humboldt, nous ont fait connaître ces belles et riches contrées si long-temps fermées aux étrangers. Chaque année voit éclore un grand nombre de publications, parmi lesquelles on en compte malheureusement bien peu qui méritent d’être lues avec confiance […]»[150]. Deze uitspraak geeft reeds aan dat, volgens hem, de interessantste werken niet in de achttiende eeuw gepubliceerd werden. Verder zijn er een reeks bibliografieën die de collectie americana van een bepaalde bibliotheek[151] weergeven of die de boeken over een bepaalde regio[152] of periode, zoals de onafhankelijkheidsstrijd, van de Engelse koloniën verzamelen.

 

Iberisch Amerika

 

Over Iberisch Amerika zijn er de bibliografieën van Duviols[153], Borba de Moraes[154] en Delgado-Gomez[155] en het historiografisch overzicht van Stillwell.

De oudste periode over Amerika, in verband met de Europese geschiedenis, is deze van de ontdekking en verovering van Amerika door de Spaanse conquistadores. De klassiekers uit de zestiende eeuw werden regelmatig heruitgegeven, ook in de Nederlanden. Als belangrijkste werken, die in de Nederlanden zijn uitgegeven, noemt Lechner het verslag van Cortés, de Historia general de las Indias van Francisco López de Gómara, de Crónica del Perú van Cieza de León, de Historia del descubrimiento y conquista del Perú van Zárate en La Araucana van Alonso de Ercilla[156]. Ook verschenen er werken die de Spaanse onderdrukking van de indianen aanklaagden zoals de zeer polemische en succesrijke Brevissima relación de la destruccion de las Indias van Bartolomé de las Casas. Een meer wetenschappelijke studie was de Historia natural y moral de las Indias van de jezuïet José de Acosta. Verder verschenen er eveneens werken die meer persoonlijke avonturen behandelden, zoals het verslag van Hans Staden[157] bij de Tupí-Guaraní-Indianen. Van meer etnografische aard is zijn het werk van André Thevet[158] en Jean de Léry[159] bij de Tupinambá-Indianen. Uiteindelijk vermelden we nog de twee historici Girolamo Benzoni[160] en Antonio de Herrera y Tordessilas[161]. De Grands Voyages van De Bry[162] brengen de belangrijkste reisverhalen van de zestiende eeuw bijeen. Deze werken blijven regelmatig uitgegeven worden; zo vinden we bijvoorbeeld nog in 1728 een heruitgave terug van het werk van Herrera y Tordessilas in Antwerpen.[163]

In de zeventiende eeuw vestigden de Nederlanders zich in de Antillen en in Brazilië (1624 en 1630), maar de Portugezen slaagden er na een kwarteeuw in hen terug uit Brazilië te verjagen (1654). Toch werden in deze context enkele publicaties gerealiseerd over deze kolonie. Johannes De Laet, die reeds in 1625[164] een belangrijke geografische en economische beschrijving van Amerika gaf, verzorgde in 1648 de publicatie van het werk van Piso over de tropische geneeskunde (De Medicina Brasiliensi) en Markgraf over de fauna en flora van Zuid-Amerika (Historia Rerum Naturalium Brasiliae) onder de gezamelijke titel Historia Naturalis Brasiliae. Over Suriname, dat de Hollanders in 1667 op de Engelsen veroverden, en waar ze compensatie zochten voor de geleden verliezen in Brazilië, werden eveneens werken gepubliceerd, met vooral natuurkundige inslag: zo bijvoorbeeld de beroemde schetsen van Maria Sybille Merian in haar Metamorphosis insectorum Surinamensis. Ook Seba beschreef vele diersoorten uit Suriname en Brazilië. Nog in de achttiende eeuw waren de natuurkundige thema’s over Zuid-Amerika populair. In 1756 publiceerde Gronovius een beschrijving van zijn kabinet, waarin veel Surinaamse dieren voorkwamen. Tussen 1775 en 1779 publiceerde P. Cramer een boek over uitheemse vlinders, waarin nogal wat Surinaamse soorten beschreven werden uit zijn eigen collectie, maar ook uit die van anderen (het project werd na Cramers dood in 1779 voortgezet door C. Stoll tot 1791)[165]. Vanaf 1791 tot aan het begin van de 20e eeuw werden er door de Nederlanders weinig overzichtswerken over de fauna van Suriname meer geschreven.[166] In 1839 publiceerde de Belg Pierre-J. Benoît nog een origineel geïllustreerde Voyage à Suriname[167].

Zoals Ternaux-Complans reeds vaststelde zou de kennis van Iberisch Amerika in de zeventiende en achttiende eeuw redelijk stabiel blijven ten gevolge van het Spaans-Portugees condominium, in vergelijking met bijvoorbeeld Noord-Amerika, waar voortdurend verschuivingen aan de gang waren. Eenmaal de Spanjaarden en de Portugezen hun macht gevestigd hadden stagneerde de orde grotendeels tot de onafhankelijkheidsverklaringen in de negentiende eeuw. In de achttiende eeuw kwam het gezag van de jezuïeten over Paraguay wel in opspraak. De missies bij de Guarani-indianen hadden ze uitgebouwd in een eigen maar toch koloniale stijl. Zo hadden ze een theocratische staat opgericht, waarin de staatsorde en samenleving tot in de puntjes door de ordeoverste geregeld werd. Onder de beschuldiging dat ze ideeën verspreidden die tegen het keizerlijk en kerkelijk recht ingingen en de handel tegen werkten, verbande Karel III, de verlichte vorst, de jezuïeten in 1766 uit zijn rijk. Hij wierp zich op als de bevrijder van de indianen. Charlevoix publiceerde een Histoire du Paraguay in 1756, die in 1779 werd heruitgegeven en aangevuld met de geschiedenis tot 1767.

De achttiende eeuw is, net als in Oceanië, ook in Zuid-Amerika de periode van de wetenschappelijke expedities. In 1735 vertrok een Franse expeditie naar Zuid-Amerika om de precieze vorm van de Aarde te bepalen. Vanuit Quito werd de expeditie in drie verdeeld: Charles de La Condamine[168] trok dwars door het continent om de Amazonerivier te bereiken en af te dalen, Louis Godin doorkruiste het continent ter hoogte van Paraguay en Pierre Bouguern trok noordwaarts naar Carthagena. Rond de eeuwwisseling was de natuurvorser Alexander Von Humboldt werkzaam in Zuid-Amerika (1799-1804). Hij legde de basis van de geofysica en formuleerde de wetten van de verschillende klimaattypes. Van 1827 tot 1832 werden Chili en Peru door Poppig bezocht, die de Huellaga afdaalde en de oostelijke bergketens kon overwinnen om het bekken van de Amazone te bereiken. Tussen 1825 en 1831 vervolledigde Boussingault de verkenningen van Humboldt in Venezuela, Colombië en Peru. De Zweed Gosselmann verkende de nog onbekende gebieden van Colombia. De expeditie van Fitzroy en King (1823-1830) onthulde een tipje van de sluier van de hardnekkige mythe over de gewelddadige reuzen die in Patagonië zouden leven, en waar Thomas Falkner[169] reeds over publiceerde in 1774. Dankzij Auguste Guinnard (jaren 1860’) kregen we een betere kennis van Patagonië en haar bewoners. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw trokken meer natuurvorsers naar Zuid-Amerika.

Intussen was Latijns-Amerika politiek volledig gewijzigd. De Spaanse kolonies hadden, onder invloed van Verlichting en Romantiek en in navolging van de Verenigde Staten van Amerika, een onafhankelijkheidsoorlog gevoerd onder leiding van Miranda, Bolivar en San Martin. In het verleden werden al door Raynals Histoire philosophique et politique[170] en Robertsons History of America anti-Spaanse en anti-koloniale ideeën verspreid. Mexico probeerde in 1810 onder leiding van Hidalgo de onafhankelijkheid te halen. In de vice-koninkrijken van La Plata en Peru, behalve in Argentinië, werd het gezag echter even hersteld in 1815, maar in 1817 bevrijdde San Martin Chili en Peru en in 1819 veroverde Bolivar, als president van Venezuela, Nieuw-Granada om samen Groot-Colombië te vormen. En in 1822 scheidde ook Brazilië zich af van Portugal. Het Iberische koloniale rijk was gedesintegreerd en Spanje rest nog slechts de grote Antillen met Cuba. In 1825 moest ook Frankrijk de onafhankelijkheid van St-Domingo erkennen. De enige Latijns-Amerikaanse gebieden die in Europese handen bleven, waren de Guyanen en het Britse Honduras. De Europeanen ondernamen nog niettemin nieuwe pogingen voor het oprichten van de kolonies. Zo poogden de Belgen met hun, in 1841 opgerichte, ‘Compagnie de Colonisation’ nog tevergeefs een kolonie in Guatemala op te richten[171].

 

Noord-Amerika

 

Vanaf de zestiende eeuw poogden de verschillende Europese machten zich te vestigen in Noord-Amerika. Aan de Delaware werden de Zweden al snel verdreven door de Hollanders, die op hun beurt door de Engelsen verdreven werden. Terwijl de Engelsen hun kolonies uitbouwden langs de Oostkust van New Hampshire tot Virginia, verkenden de Fransen het meer noordelijke gebied rond de St-Laurent. Ook zij waren, net als vele anderen, nog steeds op zoek naar een noordwestelijke doorgang om Azië te bereiken. In de zeventiende eeuw verkenden La Salle en Hennepin de Mississipi, waar vervolgens ook een Franse kolonie, Louisiana, gesticht werden. Regelmatig werd in Europa een verslag uitgebracht over die ontdekkingsreizen en de Indiaanse bevolking van die gebieden. De bekendste waren de verslagen van Jacques Cartier[172], Samuel de Champlain[173], Charlevoix, Hennepin, La Salle, Lahontan[174](1703). Met deze laatste, die een pionier was voor de etnografie van de Noord-Amerikaanse indianen zijn we reeds in de achttiende eeuw beland.

In de achttiende eeuw kende Noord-Amerika een meer bewogen geschiedenis dan Zuid-Amerika. De Fransen en de Engelsen bleven strijden om gebied. Na de Zevenjarige Oorlog (1763) verloren de Fransen Louisiana aan de Spanjaarden die het kregen in ruil voor Florida dat in Engelse handen kwam, net als Canada. De Fransen, als verliezers, kregen de Domincaanse Republiek. De Franse bevolking was hier echter tevreden mee. Nu moesten zij immers geen geld meer investeren in de verdediging van die gebieden, waarvan het rendement toch niet hoog genoeg lag om de kosten te dekken. De Dominicaanse Republiek was daarentegen een bron van rijkdom die kon geëxploiteerd worden door de opbouw van suikerplantages, waardoor het een suikereiland werd. De kolonie werd rendabel en bracht zelfs rijkdom naar Frankrijk. Hetzelfde deden de Fransen met het île Bourbon (Réunion) en het île de France (Mauritius). Deze gebieden zouden een enorme bijdrage leveren voor het exotisme rond de eeuwwisseling. Paul et Virginie van Bernardin de St-Pierre speelde zich immers af op het île de France.

Na 1783 waren echter ook de Engelsen definitief hun kolonies in Noord-Amerika kwijt en moesten ze de onafhankelijkheid erkennen. Daarna stortten ze zich op andere gebieden. Ze bouwden Australië uit tot een strafkolonie, en breidden hun macht in India uit om er uiteindelijk een kroonkolonie van te maken. In Azië zetten ze hun strijd voort, waarbij ze eiland per eiland veroverden op de andere Europese machten, waar de Hollanders de grootste verliezers waren o.a. in de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784). Diep in de negentiende eeuw namen ze gretig deel aan de kolonisatie van Afrika.

Die onafhankelijkheidsstrijd van de Engelse kolonies in Amerika (1776-1783) ging gepaard met een pamflettenstrijd[175], die, zoals we Ternaux-Complans reeds citeerden, vooral draait om juridische kwesties. Bernard Faÿ[176] stelde een kritische bibliografie samen over de revolutionaire periode in Noord-Amerika. Hieruit blijkt het belang van Raynal’s Histoire politique et philosophique…in de anti-koloniale beweging. De laatste jaren zijn veel studies verschenen waaruit het belang van dit verlicht werk is gebleken.[177]

Aan de andere kant van het continent hadden de Engelsen, door de derde expeditie van Cook naar de Beringstraat, ondertussen ontdekt dat de Russen zich in Alaska gevestigd hadden en er een winstgevende pelshandel met China op na hielden. Door de reizen van Bering (1733-1741) en Tchirikov hadden de Russen de eerste stappen gezet in de penetratie van het noorden van de Stille Oceaan. De pelsjagers, die op de zeeotters jaagden, schoven steeds verder op en staken uiteindelijk over naar Alaska. Vanaf 1784 vestigde de ‘Russisch-Amerikaanse Compagnie (°1782) zich permanent in Kodiak. Van daaruit bouwde Alexander Baranov vanaf 1790 een stevig rijk uit, met posten tot in Californië. Krusenstern (1803-1806) verkende de Stille Oceaan, net als Glovnine (1807-1813) die een verbinding wilde tot stand brengen met het Europese deel van Rusland. De Spanjaarden zonden tussen 1774 en 1779 al enkele expedities uit tot aan de zuidelijke kusten van Alaska met Perez, Juan de la Bodega y Quadra, Heceta en Arteaga om de druk naar het noorden te verhogen. En in 1786 en 1787 verkenden Portlock en Dixon, vergezeld van wetenschappers en geografen, de zuidelijke kusten van Alaska voor de Engelse natie. Ook zij namen er deel aan de winstgevende pelshandel. Op het einde van de achttiende eeuw geloofde men ook nog steeds in het bestaan van een noordwestelijke doorgang om Europa met Azië te verbinden en Alejandro Malaspina zocht er tijdens zijn wereldomvaart tussen 1789 en 1794 nog tevergeefs naar. Meares en Gray lieten uitschijnen dat ze misschien de doorgang gevonden hadden en tussen 1791 en 1795 zocht Vancouver eveneens tevergeefs naar de Grote Doorgang. Zo maakte hij een einde aan de mythe van de Grote Doorgang van de Atlantische naar de Stille Oceaan.

 

In de achttiende eeuw gebeurden de ontdekkingen niet meer louter voor de verspreiding van het Christendom en de handel, maar gingen ze steeds meer in naam van de wetenschap gebeuren. Wetenschappelijke expedities werden uitgerust met steeds meer gespecialiseerde natuurwetenschappers en La Pérouse was de eerste die niet meer overging tot de inbezitname van de ontdekte gebieden. De achttiende eeuw was een periode van vooruitgang en ontnuchtering. De theorieën over bepaalde gebieden van de aarde moesten worden verlaten. Zo kwam er een einde aan de mythes van het terra australis incognita en van de noordwestelijke doorgang naar Azië. De Europeanen waren aanwezig in bijna al de kustgebieden van de wereld, maar de binnenlanden bleven te ontdekken in de negentiende eeuw.

 

 

Hoofdstuk 2: Periode 1750-1775

 

De oudste bestudeerde catalogus is deze van Charles-François Custis[178] (1704-1752). Hij bereikte met zijn opleiding tot doctor in de rechten de positie van schepen in de magistratuur van Brugge. Over deze stad publiceerde hij ook historisch werk, waarvoor hij nu meer gekend is. Daarvan zijn in zijn bibliotheek sporen terug te vinden: minstens 400 van de 968 loten zijn in verband te brengen met geschiedenis, vooral lokale geschiedenis. In die bibliotheekcollectie kunnen 78 werken worden in verband gebracht met de wereld buiten Europa. Een aantal daarvan handelen over de geografie in het algemeen zoals Langlet de Fresnoy[179], Hubner[180] en Bruzen la Martinière[181] en de atlas van Peeters[182]. Daarnaast zijn er de naslagwerken die heel de wereld omvatten vanuit een bepaald thema, zoals de handel in Savary’s[183] werk en de volkeren in de werken van abbé Lambert[184] en van abbé Bannier en abbé Mascrier[185] met commentaar bij de tekeningen van Bernard Picard. Onder de encyclopedieën rekende men ook de verzameling van reisverhalen van abbé Prévost[186].

Dan zijn er nog de talrijke boeken over de specifieke gebieden. Vier werken handelden over het Turkse of Ottomaanse Rijk[187], waaronder twee werken van Sagredo[188] en Cantemir[189], terwijl de oudere geschiedenis van het Byzantijnse Rijk uit het werk van Cousin[190] naar voor kwam. De oudste geschiedenis was door Rollin[191] beschreven, en Mascrier[192] en Kircher[193] hadden specifiek over de Egyptenaren geschreven. Kircher, een groot geleerde, was betrokken in de discussies in verband met de band tussen de Egyptenaren en de Chinezen. Daarover bevindt zich nog een ander werk van Waburton[194] in de catalogus van Custis. Over Noord-Afrika zijn er verder nog een Etat des Royaumes de Barbarie, Tripoli, Tunis, Alger[195] en een geschiedenis van Algerije van De Tassy[196]. Nog in het huidige Algerije moeten we het rijk van ‘Cherifs’[197] situeren, waarover Custis twee werken had. Onder de reisverhalen vinden we het reisverhaal van Wheler[198] naar de Levant.

Over India had hij de beschrijving van Catrou[199] en over Ceylon die van Ribeyro[200] in vertaling van l’Abbé Le Grand. Oost-Indië werd beschreven door Valentijn[201], die predikant was op Ambon; de natuur werd er beschreven door Rumphius[202] en Ruysch[203]. Over Siam had Custis twee werken: dat van De La Loubere[204] en één over de revoluties van 1688[205] in Siam. China kende blijkbaar zeer veel interesse door de werken van Kircher[206], Salmon, Le Comte, Palafox, Du Halde[207], d’Anville[208]. Deze laatste publiceerde een atlas van China, met Tibet. Over Japan had hij het werk van Charlevoix[209].

In verband met Zwart Afrika had Custis drie werken van Labat[210] over West-Afrika en Ethiopië. Over Kaap de Goede Hoop had hij het werk van Kolbe[211]. Over Iberisch Amerika had hij de klassiekers van Zarate[212], Cortez[213] en Vega[214]. Over de Antillen was er een geschiedenis van Du Tertre[215] en Charlevoix[216]. Over het noorden van de Nieuwe Wereld had hij het etnografisch werk van Lafitau[217], een reis naar Louisiana[218], een geschiedenis van Virginia[219], en een geschiedenis van Charlevoix[220] en een van De Bacqueville de la Potherie[221]. Tot slot had hij één geschiedenis over het Britse Amerika, in het Nederlands[222].

Arnoldi Briers (1752) was licentiaat in theologie en beide rechten. Hij was aartspriester en dus een geestelijke. De catalogus van zijn collectie bevat vooral theologische werken en is hoofdzakelijk Latijnstalig. Frans en Nederlands komen slechts beperkt voor. Uit deze bibliotheek werden slechts negen boeken genoteerd. Het merendeel hiervan is Latijnstalig. Naast één Franstalig en één Nederlandstalig boek, is de rest Latijnstalig. Vier werken spitsen zich toe op de Levant[223], waaronder het reisverhaal van Gonzales. Daarnaast handelt ook telkens één werk over Zwart Afrika[224], China[225], Japan[226], en de Azoren[227]. Uiteindelijk is er nog het algemene geografisch werk van Sanson[228]. Opvallend is het grote aantal van deze boeken die in Antwerpen gedrukt zijn: minstens vijf van de negen boeken zijn daar uitgegeven. Ook zijn ze bijna allemaal in verband te brengen met religieuze interesses.

Fernandi Ambrosii De Waepenaert (1753)was eveneens een hoge geestelijke. Ook zijn collectie is hoofdzakelijk religieus en juridisch georiënteerd. Slechts 7 van de 844 boeken konden in deze bibliotheek van De Waepenaert met de buiten-Europese wereld in verband gebracht worden. Vier van hen zijn kerkelijk geïnspireerd: Em. Ecclesia Africana sub Primate Carthaginensi[229], Theatrum Terrae Sanctae van Adrichomii[230], Geographia Sacra per Carolum a s. Paulo cum notis Lucae Holstenii cum Tabulis Geogr.[231] en Aub De statu religionis Christianae per totem orbem[232]. Verder vinden we nog een Nieuwen Athlas geillumineert[233], de reis van Bernier naar India[234] en de wereldreis van De la Barbinais[235].

Guilielm.[us] Ant.[onius] Van Dieven (1755) was licentiaat in de beide rechten en secretaris van de stad Leuven[236]. Zijn bibliotheek, die voor het grootste deel Latijnstalig is, bevat hoofdzakelijk werken over recht en lokale geschiedenis. Als algemene geografische werken zijn er de Beschryvinge der Ryken en Staten des gantschen Aerdbodems[237], het werk van Sanson[238] en het geografisch woordenboek van Vosgien[239]. De eerste editie van 1747 van deze Dictionnaire géographique portatif van Vosgien, wat een pseudoniem is van Jean Baptiste Ladvocat, is gebaseerd op de dertiende editie van Echards The Gazeteer’s, or Newsman Interpreter (Londen, 1731), die in 1692 in Londen voor het eerst werd uitgegeven[240] .

Zijn boeken in verband met de Levant kunnen in twee groepen onderverdeeld worden: enerzijds de Turcica en anderzijds die met religieuze interesse. Onder de Turcica vallen Baudier[241] en Stochhove[242], en een werk over Mehmed II[243]. De Navigations de Nicolai[244] is heel waarschijnlijk de Navigations et pérégrinations orientales van Nicolas de Nicolay met eerste uitgave in 1568[245]. Dit werk schetste een beeld van het leven in het Ottomaanse Rijk. De religieuze invalshoek komt aan bod met Etat present des nations & Eglises Grecque, Armenienne & Maronite[246] en Voyage de Jerusalem van Zuallart[247] en ook zelfs de Jerusalem delivrée van Torquato Tasso[248], die de bevrijding van Jeruzalem tijdens de eerste Kruistocht bezong in de zestiende eeuw. Uiteindelijk rest hier nog de reis van Stochove[249] te vermelden.

Over Azië zijn er de Histoire des Elephans van Priezac[250] en de Histoire des anciens Empires de l’Asie van Plumyoen[251]. De boeken over India spitsen zich toe op het Mogol-rijk: Histoire de Timur-Bec grand Tamerlan[252] en Beschryvinge van het Ryk des grooten Mogols &c. van O. Dapper[253]. Over het Verre Oosten had hij een Journal d’un voyage fait aux Indes Orientales[254] Zijn enig boek over China is het Tonneel van China door Athan. Kircherius[255]. Siam en Japan zijn afwezig. Afrika is beschreven in Leo Africanus’[256] Beschryvinge van Africa en in Hannemans Scrutinium nigredinis Aethiopum[257]. Opmerkelijk is dat geen enkel boek uit deze collectie handelt over de Nieuwe Wereld. Over Australië had hij de fictieve Historie der Sevarambes[258]. Dit imaginaire verhaal van de hand van Denis Vairasse handelt over een groep schipbreukelingen onder leiding van Kapitein Siden, die bij de Sevarambes terecht komen. In deze utopie uit 1671 wordt door de Sevarambes zelfs een logisch-geconstrueerde taal gesproken[259].

Charles-Henri-Joseph Boot (1764) was heer van Veltem, La Motte, enz. Zijn bibliotheek was zeer gedifferentieerd en gaf blijk van uiteenlopende interesses, met een zeer groot percentage geografische werken en reisverhalen (137 loten, wat overeenkomt met ongeveer 19% van de totale collectie). Daaronder bevond zich een groot aantal algemene geografische werken[260], waaronder de atlas van Peeters[261] en de geografische woordenboeken van Vosgien[262], Buffier[263], Sanson[264] er slechts enkele zijn. En eveneens een reeks reisverhalen[265], waaronder de wereldreizen van Dampier[266], Anson[267], Tavernier[268] en de verzamelingen van Thevenot[269] en l’Abbé Prévost[270]. Nog werken over heel de wereld zijn van De Hooghe[271] en l’Abbé Lambert[272]. Hier is ook het half-imaginaire reisverhaal van Leguat[273] aanwezig. Dit werk uit 1708 wordt, hoewel het ouder is als het genre zelf, als een robinsonade beschouwd, omdat ook hier het onbewoonde-eiland motief aan bod komt. Vanuit die mode van de robinsonades wordt François Leguat nog in de achttiende eeuw de Franse Robinson genoemd[274].

Over de Levant werd bericht in het reisverhaal van Pitton de Tournefort[275]. De la Roque[276] reisde naar Syrië, waarover ook Dapper had gepubliceerd, en ook Paul Lucas[277] reisde door het Turkse Rijk. Over dat Rijk werd verder nog bericht door Vanel[278] en Knolles[279]. Boot bezat twee Jeruzalemreizen[280], waaronder die van Gonzales[281]. Hij had één reis naar Arabië[282]. Net als Custis had ook Boot de werken van Rollin[283] en Mascrier[284] om zich uit te documenteren over de oudheid.

Bij de reizen door Centraal-Azië zijn die van Freyer[285] en Olearius en Mandeslo[286] aanwezig en opnieuw ook De Bruijn[287] en Struys[288]. Bij de boeken over India is opnieuw de reisbeschrijving van het Mogol-Rijk door Bernier[289] aanwezig, net als de Beschryvinge van Malabar en Choromandel van Baldaeus[290]. Voor Ceylon zijn is er het werk van Robert Knox[291], en dat van l’Abbé le Grand[292]. Deze laatste is de vertaling van het werk van Ribeyro. De geschiedenis van de Molukken wordt geschetst in de Histoire de la conquête des Isles Moluques par les Espagnols, Portugais & par les Hollandois[293] Siam werd beschreven door De la Loubere[294]. Een grote interesse moet Boot gehad hebben in China, met werken van Nieuhof[295], Kircher[296], Dapper[297] en Isbrant[298] en een conquête de la Chine[299]., Hetzelfde geldt voor Japan, waarvan hij werken had van Kaempfer[300], Montanus[301] en Charlevoix[302]. Over beide landen handelt een vervolg op het werk van Rollin[303]. Uiteindelijk zijn er nog de reizen van Boogaerts[304] en Bergeron[305] naar Azië, evenals de Beschryvinge van Dapper[306].

Over Afrika had Boot heel wat minder werken. Over Guinea had hij werk van De la Croix[307], Snelgraeve[308], Dapper[309] en Labat[310]. Van deze laatste had hij ook een geschiedenis van Ethiopië[311]. Over andere gebieden in Afrika, zoals Zuid-Afrika, had hij geen enkel werk.

Voor Iberisch Amerika had hij de oude werken van Cortez[312] en Vega[313]. Recenter zijn de Reyse door de Spaensche West-Indien van Thomas Gage[314] en de Histoire des Yncas Rois de Perou par Jean Boudoin[315]. Actueel is een Histoire des Tremblemens arrivés à Lima[316] over de hevige aardbeving die Lima in deze periode getroffen heeft. Van Lafitau[317] en Glaezemaeker[318] had Boot werken over het Portugese deel van Amerika. Labat[319] komt ook hier nog eens terug met een werk over de Antillen. Over Noord-Amerika had hij een Histoire de la conquête de la Floride[320] en werken van Lafitau[321] en de Baron de la Hontan[322]. Uiteindelijk rest nog een gedicht: La Colombiade ou la Foy portée au nouveau Monde, Poëme par Madame de Boccage[323].

Ludov.[icus] Bosch (1765) was pastoor in Temse, en hoofd van het klooster van de Oratorianen. Zijn boekencollectie was zeer uitgebreid met meer dan 2500 boeken. Omwille van het groot aantal boeken over geografie worden hier enkel de voornaamste weergegeven.

Onder de algemene geografie is er een cosmografie van Belle-forest[324] in een uitgave uit de zestiende eeuw. Verder zijn er geografiën van Cluvier[325], De la Croix[326], Duval[327], Sanson[328] en Vosgien[329]. Hij had atlassen van Ptolemaeus[330], Ortelius[331], Mercator[332] en Blaeu[333] – de eerste drie in zestiende-eeuwse edities. En ook in deze verzameling bevindt zich een atlas van Peeters[334].

De Orient is rijkelijk aanwezig in de bibliotheek van Bosch. De kern van de Islamitische leer, was aanwezig in de Koran[335], waarvan Bosch twee uitgaven bezat: een ervan was door Du Ryer[336] verzorgd. Minstens 20 Turcica zijn aanwezig in de catalogus van Bosch. Daaronder is er werk van Busbecq[337], Vanel, Ricaut en Briot. En ook Cousins[338] geschiedenis van Constantinopel is hier terug te vinden. De periode van de Kruistochten werd door Maimbourg[339] beschreven. Over Syrie en Palestina compileerde Dapper[340] een werk. Barbarije was aanwezig met de Etat des Royaumes de Barbarie, Tripoli, Tunis & Alger[341]. Onder de reisverhalen naar de Levant waren er Stochove[342], Wheler[343] en Zuallart[344]. Van Cornelis de Bruijn[345] had hij de reisverslagen naar de Levant, evenals die naar Centraal-Azië, waar ook Struys[346] en Tavernier[347] doorreisden.

In verband met India ontbreekt hier ook het werk van Dellon[348], Baldaeus[349] en Bernier[350] niet. Linschotens en Pinto’s werk over Azië zijn eveneens in de catalogus terug te vinden. Van Siam had hij een verslag van de ambassade van De Chaumont[351]. Uit dezelfde periode dateren ook de verslagen van de L’Isle[352] en Tachard[353]. Over Japan had Bosch slechts het werk van Caron[354] en Litterae Japonicae[355]. Maar over China bezat hij talrijke boeken, waaronder Martini[356], Le Comte[357], Kircher[358], Nieuhof[359] en Dapper[360] de gekendsten zijn.

Van Dapper had hij overigens ook het werk over Guinea in Afrika. Nog over Afrika had hij de beschrijving van Leo Africanus[361], en het werk van Lobo[362] over Ethiopië.

Over Zuid-Amerika had hij de oude werken van Cortez[363], Zárate[364] en uit de zeventiende eeuw het werk van De Laet[365]. In verband met de achttiende-eeuwse discussie rond de jezuïetenstaat in Paraguay had Bosch reeds voor de afschaffing van de orde in 1766 een Recueil des pieces concernant la conduite des Jesuites dans le Paraguai &c[366] uit 1760. Hij was dus zeer geactualiseerd in zijn werken. Over Noord-Amerika had hij verslagen van de ontdekkingsreizen van Cartier[367] en Hennepin[368] en een Histoire de la Virginie[369]. Uiteindelijk resten nog de Avantures de Robinson Crusoe[370] te vermelden in deze bibliotheek waarvan de buiten-Europese inhoud vooral is toegespitst op de Orient en China.

Henrici Theodori Joannis Jacobs (1768) was werkzaam als procureur-generaal in de Grote Raad van Mechelen. Als jurist bezat hij een vakbibliotheek met hoofdzakelijk juridische werken maar ook een aantal in verband met de handel, zoals Theorie & Pratique du Commerce & de la Marine[371], Traité sur le Commerce[372], Essai sur la Marine & Commerce[373] en Octroy de Sa Maj. Pour la Compagnie des Indes & Placarts sur le Commerce[374]. Over Amerika is er een Roman Politique sur l’Etat des affaires de l’Amérique & liberté du Commerce[375]. Als algemene geografische werken zijn er Clergets Géographie pour les jeunes Gens[376], Vosgiens Dictionnaire Géographique portatif[377] en een Klynen Athlas van Ortelius[378].

Net als Bosch had Jacobs een werk over de jezuïeten in Paraguay, maar dan van het eerste grote incident tussen Keizer, Kerk en jezuïeten: Mémorial présenté au Roy d’Espagne, par Bernard de Cardenas Evêque du Paraguay dans les Indes (1662)[379]. In deze bibliotheek vinden we eveneens het werk van Bauduin[380] over de Inca’s. Een ouder werk over Zuid-Amerika is de Beschryvinge van West-Indien van Herrera[381]. Recent is Lettre d’une Peruvienne[382]. Hij had ook Lettres d’un Chinois sur l’Education[383]. Uiteindelijk bezat Jacobs nog enkele reisverhalen: Histoire des Voyages van Bellegarde[384], Stockhoves Voyage du Levant[385] en Van Linschoten Schipvaert naer Indien[386]. Verder had hij nog Mémoires pour servir à l’histoire de Perse[387] en Russia, Tartaria[388].

In 1768 werden ook de collecties van Karel (Caroli) Deschamps, vice-pastoor en Albert Ignatius De Grass, heer van Morzeele, geveild. Hun bibliotheken werden gezamenlijk geveild en in één catalogus samengebracht. Daarin staan twee atlassen van Sanson[389] en Ortelius[390] en ook de verzameling reisverhalen van Thevenot[391]. En ook op deze veiling duikt het avontuurlijk reisverhaal van Leguat[392] op. Verder is een zeer groot deel van de buiten-Europese werken in verband te brengen met de Orient. Er zijn Maimbourgs[393] geschiedenis van de kruistochten en Cousins[394] geschiedenis van Constantinopel. Verder nog een Révolutions de l’Empire du Maroc[395], een Tableau de l’Empire Ottoman[396], en uiteindelijk de Turksche Slavernye van Aranda[397].Onder de reisverhalen hier naartoe noemen we Cornelis De Bruijn[398] en Paul Lucas[399].

Doorheen Azië zijn opnieuw de reizen van De Bruijn[400], Tavernier[401] en Struys[402] aanwezig. Over India is er een beschrijving van de bevolkingsgroep der ‘Bramines’ van La Grue[403]. Over het verre Japanse Rijk is er de beschrijving van Kaempfer[404] en die van Caron[405]. Over China vinden we twee werken: Lettres d’un philosophe Chinois[406] en La Balance Chinoise ou Lettres d’un chinois[407]. Mogelijk is dit hetzelfde als Lettres d’un Chinois sur l’Education in de bibliotheek van Jacobs[408]. Over Amerika is er enkel Zarates[409] werk.

Henri, graaf van Calenberg[410] (1685-1772) was van Poolse afkomst en vervulde verscheidene militaire functies in dienst van het Oostenrijkse gezag om in 1727 zelfs tot generaal-majoor benoemd te worden. Hij investeerde een deel van zijn fortuin in de Oostendse Compagnie (1722-1734) waarvan hij ook rekenauditeur was was. Zijn militaire carrière had hij hiervoor opzij laten staan, maar na de afschaffing van de Compagnie nam hij het terug op en in 1754 werd hij ‘feldzeugmeister’. In dat jaar werd hij ook benoemd tot kamerheer van Maria-Theresia. Tijdens het bestaan van de Oostendse Compagnie verwierf hij rijke inkomsten, waardoor hij zich een dure levensstijl kon permitteren. Deze levensstijl bleef hij na de afschaffing van de Compagnie aanhouden met als gevolg dat hij bij zijn overlijden diep in de schulden zat en zijn erfgenamen gedwongen waren zijn bezittingen, waaronder zijn kostbare boekenverzameling, te verkopen.

Volgens Smeyers was zijn boekencollectie vooral afgestemd op wat uit Frankrijk kwam. Zo berekende hij dat slechts 65 boeken op de meer dan 2000 boeken Nederlandstalig zijn; de meeste daarvan zijn uit het noorden afkomstig. Al de rest, op enkele Latijnse, Engelse en Duitse na, is Frans[411]. Gezien de levenswandel van de graaf van Calenberg, zal het niet verwonderen dat in zijn veilingcatalogus zeer veel boeken zijn terug te vinden in verband met de buiten-Europese wereld. Over de overzeese handel had hij het geschrift van Pattyn[412], dat geschreven was om de Keizer te overtuigen de Compagnie toch niet af te schaffen. Zelf had hij ook zo’n dissertatie geschreven, waarin een volledige discussie en analyse van het zee-en handelsrecht wordt uiteengezet[413]. Ze zouden echter tevergeefs zijn, want in 1727 gaf de Keizer toe aan de buitenlandse druk door de Oostendse Compagnie voor zeven jaar af te schaffen[414]. De graaf had nog verschillende andere werken over de overzeese handel.

Deze handelden over de Hollanders[415] en de Engelsen[416], en over de handel met Amerika[417]. Naast een groot aantal kaarten en enkele atlassen, had hij verscheidene werken over algemene geografie, zoals die van De la Martinière[418], Hübners[419], Sanson[420], Busching[421]. Hij bezat enkele wereldreizen, zoals die van Barbinais[422], Dampier[423] en Anson[424]. De volkeren van de wereld werden beschreven in het rijkelijk geïllustreerde werk van Bernard Picard[425]. Onder de literatuur zijn er opnieuw de avonturen van Robinson Crusoë[426] en het imaginair reisverhaal van Leguat: Voyages & Avantures de F. Le Guat en 2. Isles desertes[427].

De Orient en vooral het Turkse rijk zijn zeer goed vertegenwoordigd in de bibliotheekcollectie. Onder de talrijke turcica[428] bevond zich onder andere een reeks van 65 koperplaten[429] over het Turkse hof. Ook in deze bibliotheek bevinden zich de geschriften van de zeventiende-eeuwse ambassadeur Busbecq[430].De werken over deze regio beperken zich niet tot het Ottomaanse rijk, maar ook de Byzantijnse periode komt aan bod, bijvoorbeeld in de geschiedenis van Burigny[431]. Over de Levant in het algemeen zijn er reisverhalen van De Tournefort[432], De Bruijn[433], Wheler[434], Lucas[435] en Shaw[436]. De oudheid wordt geschetst in het werk van Rollin[437]. Over Arabië had hij een Frans[438] en een Engels[439] reisverhaal. De geschiedenis van de Arabische volken werd verteld via het werk van l’Abbé de Marigny[440]. Barbarije komt aan bod door Morgan[441] en opnieuw door de Etat des Royaumes de Barbarie, Tripoli, Tunis & Alger[442]. Egypte wordt beschreven door l’Abbé Mascrier[443].

Ook in deze collectie zijn de reizen van Cornelis de Bruijn[444] en Struys[445] door Azië aanwezig. Nog over Perzië is er de Voyages du Chev. Chardin en Perse & autres lieux d’Orient &c.[446] Over India is er het werk van Bernier[447] over Mogol-Indië, en van Dellon[448], Visscher[449], Velse[450] en Biervillas[451] over de zuidelijke kustgebieden van Malabar en Choromandel. Velse publiceerde over de vestiging van het Christendom in deze gebieden. Opmerkelijk is de vertaling uit het Perzisch van Chereferddin[452] over de Mogols. Dellon had in zijn werk ook Ceylon beschreven; Knox[453] en Ribeyro[454] beschreven eveneens dit eiland. Over Oost-Indië, in feite heel maritiem Azië, zijn er ook de werken van Van Linschoten[455], Valentijn[456] en Schouten[457]. Over Siam is er het werk van Guy Tachard[458] en De la Loubere[459] en een anonieme Reize nach Siam[460]. China wordt vooral in beeld gebracht door de gezantschapsreizen van Nieuhoff[461], De Palafox[462], Le Comte[463], Du Halde[464], Everard Ysbrand Ides[465] en diens metgezel Adam Brand[466]. Ook Calenberg had La Balance Chinoise sur l’éducation[467]. Over Japan zijn er werken van Kaempfer[468], Charlevoix[469] en het meer literaire van Crebillon[470].

West-Afrika was beschreven door Bosman[471], Dapper[472] en Labat[473]. Deze laatste verzorgde verder nog een vertaling van Cavazzi’s[474] werk over Ethiopië, waarover ook Lobo[475] had gepubliceerd. Over Zuid-Afrika is er het verslag van Kolbe[476]. Over Iberisch Amerika bezat hij oude werken als Cortez[477], Zarate[478], Herrera[479] en De Laets[480] beschrijving van West-Indië, maar ook verslagen van de nieuwe ontdekkingsreizen, zoals die van La Condamine[481] en een Histoire naturelle de l’Orenoque door Gumilla[482]. Over de Amerikaanse eilanden zijn er de beschrijvingen van Labat[483] en een Histoire de la Jamaïque[484]. De natuur wordt er beschreven in een Voyage à la Martinique contenant des Observations sur la Physique, l’Histoire naturelle &c. de cette Isle[485] uit 1763. Ook had hij de landbeschrijving van Californië van Venegas[486]. Over Noord-Amerika had hij Lahontan[487] en Lafitau[488], hoewel dit werk in de catalogus vermeld staat bij de werken over Zuid-Amerika. Hij had verder, over Noord-Amerika, nog beschrijvingen van Louisiana[489] en Pennsylvania[490], van de rivieren St-Laurent[491] en St-Louis[492], en een Beschryving der Engelsche Colonie in Westindien[493].

De graaf van Calenberg bezat werken over heel de, toenmalig, gekende wereld en volgde ook de nieuwste ontdekkingen op, waardoor zijn bibliotheek voor de ontdekkingsreizen zeer actueel was. Zo had hij verschillende werken over de zoektocht naar de ‘terres australes’, waaronder de Histoire des navigations aux terres australes[494] uit 1756 in Parijs; de auteur is niet vermeld, maar waarschijnlijk is dit het werk van De Brosses, die zeer veel invloed had in die zoektocht naar het australische continent. Ook had hij een reisverslag van de expeditie van Kerguelen de Tremarec[495] naar het noorden; in 1770 zou deze op zoek gaan naar het australisch continent. Verder is er de reis van Robertson[496] naar de ‘terres australes’ en een Histoire de l’expedition de trois Vaisseaux aux terres Australes[497], uit 1739, door een zekere M. de B. Zou het hier gaan om het verslag van de expeditie van ‘monsieur de Bouvet de Lozier’ uit 1738? Uiteindelijk had hij nog een anonieme Rélation d’un Voyage du Pole arctique au Pole Antarctique[498]. In het noorden volgde hij blijkbaar ook de ontdekkingen van de Russen op. Zo had hij verslagen van de reizen van Gmelin[499] door Siberien naar Kamtsjatka en Glantzby[500] in de zeeën ten oosten van Tartarije.. Ook had hij een Beschryving van Kamschatka en de Eilanden met een gedeelte der kust van America[501].

 

 

Hoofdstuk 3: Periode 1776-1814

 

Jean Baptiste van Parys[502] (+ 1787) behaalde de graad van licentiaat in de rechten en werd kanunnik van de zevende prebende in de collegiale kerk van St-Jacob te Antwerpen. De catalogus van zijn boekenverzameling is wellicht typografisch de meest verzorgde catalogus die tijdens dit onderzoek in handen is gekomen.

Zijn bibliotheek omvat verschillende geografische dictionnaires zoals die van Boudrand[503], Echard[504], Vosgien[505] en de abregé géographique van Hubert[506]. Vosgiens Dictionnaire géographique portatif was in feite een aangevulde en verbeterde editie van die van Echard. Naast de geografische woordenboeken was er ook één over de handel[507].

Religieuze interesse in de wereld blijkt uit Concordia Nationum Christianarum per Asiam, Africam & Europam[508] en L’Histoire des Religions de tous les Royaumes du Monde, par Jovet[509]. Jean Jovet was een kanunnik uit Laon, die in dit werk een overzicht gaf van al de godsdiensten van de wereld. Na in de eerste 4 van 6 delen eerst Europa en de Middellandse Zee-wereld beschreven te hebben, komt hij vervolgens bij Azië, Afrika en Amerika, waar een anti-Spaanse inslag te merken is[510]. Bij elke streek bespreekt hij daar overheersende geloof gevolgd op de eventuele aanwezigheid van het Christelijke geloof. Dat hij de actuele jezuïetenproblematiek in Paraguay opvolgde, blijkt uit titels als Recueil des Decrets Apostoliques & des Ordonnances du Roi de Portugal, concernant la conduite des Jésuites dans le Paraguay[511] en Denonciation des Crimes & Attentats des soi-disans Jesuites dans toutes les parties du Monde[512]. Nog in verband met Amerika is er het oude werk van De Las Casas[513] en de reis van Kalm[514] door Noord-Amerika.

Hij bezat eveneens de verzameling van reisverhalen van abbé Prévost[515] in 76 delen, en een 49-delige verzameling Respublicae variae Elzeviriana.[516] Deze omvat verscheidene beschrijvingen van gebieden uit Azië en Afrika uitgegeven bij Elzevir, die bekend stond bekend om zijn mooie, verzorgde, en dure uitgaven. De interesse voor Azië komt verder tot uiting in de beschrijving van het keizerbezoek aan Japan door Montanus[517] en in de beschrijving van India en Ceylon door Baldaeus[518]. Dichterbij is de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk door Cousin[519]. Uiteindelijk rest nog natuurkundig werk te melden van Bauhin: Histoire des plantes de l’Europe & des plus Usirées, qui viennent d’Asie, d’Afrique & d’Amérique, par J. Bauhin[520].

 

Jean Desroches[521] (1735-1787) was taalkundige en uitgever van schoolboeken. Als historicus bestudeerde hij vooral oude, nationale geschiedenis. In 1773 werd hij lid van de, door Maria-Theresia opgerichte, Keizerlijke en Koninklijke Academie van Wetenschappen en Letterkunde. In 1777 werd hij griffier van de koninklijke commissie van studies en als secretaris van die commissie nam hij actief deel aan de hervorming van het onderwijs. In 1787 was hij algemeen inspecteur van de scholen.

In deze catalogus bevonden zich opvallend veel lexicologische werken. Deze behandelen vooral de oude talen van de Middellandse Zee-wereld. Het meest in de aandacht staat het Hebreeuws[522], maar ook Chaldisch, Syrisch en Arabisch komen erbij[523]. De oude volkeren zelf komen aan bod in werk van Jamblichus[524] en Rollin[525], een atlas over de wereld van de klassieke oudheid is er van Danville[526]. De volkeren van de Levant komen nog aan bod in een geschiedenis van De Moni[527]. Ook is er een geschiedenis van het Perzische Rijk sinds de verspreiding van de Islamitische godsdienst[528]. Onder de reisverhalen zijn de namen van Tournefort[529] en Busbcq[530] opnieuw terug te vinden. In verband met de Kruistochten is er nog een uitgave getiteld Gesta Dei per Francos, sive Orientalium Expeditionum & Regni Francorum Hierosolimitanti Historia[531]. Dit is misschien een uitgave van het middeleeuws werk van Guibert de Nogent[532] (1053?-ca. 1121) over de Eerste Kruistocht.

Wat Azië betreft zijn er twee werken over China, beide van de hand van de jezuïet Martini[533]: enerzijds is er de atlas van China die bij Blaeu verscheen, en anderzijds het werk over de Tartaarse oorlogen, waarin de invallen worden beschreven van de Mandjoe’s, die een nieuwe dynastie installeerden, en die Martini van zeer nabij had meegemaakt. Daarnaast was er nog een Bibliothèque Orientale[534], die misschien kan toegeschreven worden aan d’Herbelot.

Over Afrika zijn er de beschrijvingen van Lobo[535] en Damiani à Goes[536] over Ethiopië. Over Amerika had Desroches, naast een collectie kaarten[537], slechts twee werken: een Histoire du Perou[538], welke misschien een vertaling van Zarates werk zou kunnen zijn, en Les Incas ou la Desctruction de l’Empire du Perou[539], een titel overeenkomtig het werk van Marmontel.

Onder de algemene werken[540] over geografie zijn er de werken van Bruzen de la Martinière[541], Robert[542], Gordon[543]. Onder de atlassen bevindt zich zelfs een vroeg zeventiende-eeuwse uitgave van de atlas van Ptolemaeus[544]. Van Raynal[545] is er de geschiedenis van de kolonisatie. In de literatuur is het oeuvre van Jonathan Swift[546] aanwezig.

 

De volgende veilingcatalogus omvat twee boekenverzamelingen, namelijk deze van Eloy en Migeot. Nicolas-François-Joseph Eloy[547] (1714-1788) haalde aan de universiteit van Leuven de graad van doctor in de geneeskunde. Hij publiceerde enkele werken in verband met thee en koffie en hun geneeskrachtige bruikbaarheid. In zijn Réflexions sur l’usage du thé (Mons, 1750) ontkracht hij het misverstand dat rond de thee bestaat. Dit geschrift werd aangevallen door een anonieme Apologie du thé (1750), waarop Eloy dan weer antwoordde met Réflexions sur une brochure intitulée Apologie du thé (Mons, 1751). Daarop antwoordde de tegenstander dan weer met een Supplément à l’Apologie du thé, waarmee een einde werd gesteld aan het einde van het dispuut. In diezelfde lijn, maar dan over koffie, publiceerde hij onder andere nog Si l’usage du café est avantageux à la santé et s’il se peut concilier avec le bien de l’Etat dans les provinces belgiques. (Mons, 1781). De Dictionnaire historique de la médecine ancienne et moderne van Eloy bracht hem de titel op van corresponderend lid van de Koninklijke Academie van geneeskunde van Parijs. Hij wilde duiden op de gevaren van de geest van systematiseren en de manie van te veralgemenen, die typisch waren voor zijn tijd. Migeot was, na zijn studies tot licentiaat in de rechten, als advocaat werkzaam in Henegouwen. Aangezien de catalogus zeer veel boeken in verband met recht bevat, is waarschijnlijk het grootste deel van de boeken afkomstig uit zijn verzameling.

In deze catalogus is een geschiedenis van de buiten-Europese wereld terug te vinden onder de titel Histoire générale de l’Asie, de l’Afrique & de l’Amérique[548]. Een specifieke geschiedenis van de Europese kolonisatie in de wereld is opnieuw terug te vinden in de Histoire philosophique et politique van Raynal[549]. Van Poyvre[550] zijn er Voyages d’un Philosophe, ou observation sur les Moeurs & les Arts de l’Afrique, de l’Asie & de l’Amérique. Als geografisch woordenboek is Vosgiens[551] werk aanwezig. Een van de eigenaars had de verzameling reisverhalen van de la Harpe[552]. Als literair werk ontbreekt ook hier het verhaal van Robinson Crusoë[553] niet.

De Islamitische wereld is meer vertegenwoordigd dan de andere delen van de wereld. Van Cardonne[554] is er de geschiedenis van de Arabische overheersing in Noord-Afrika en op het Iberische schierleiland. Over de Arabieren is er nog de Histoire des Revolutions de l’Empire des Arabes[555] van Marigny en de Histoire des Arabes sous le gouvernement des Califes[556] van dezelfde auteur. Van Ville-Hardouin[557] was er een Histoire de l’Empire de Constantinople, sous les Empereurs François, hetzij een uitgave van de middeleeuwse La Conquete de Constantinople van Geoffrey de Villehardouin (vóór 1150-ca. 1212)[558] over de verovering van Constantinopel tijdens de Vierde Kruistocht. Een werk over Jeruzalem is er van Beauvoisis[559]. Over de periode van het Ottomaanse Rijk hadden ze Mignots[560] Histoire de l’Empire Ottoman. Over Egypte is er Lebeau’s[561] Histoire de Bas Empire en Marins[562] Histoire de Saladin, Sulthan de l’Egypte. Er waren twee brieven van Bailly[563] aan Voltaire gericht: één over de oude geschiedenis van Azië en één over de wetenschap bij de Aziatische volkeren. In verband met Amerika is er de Histoire de l’Amérique van Robertson[564] en Les Incas van Marmontel[565], beide dus over Zuid-Amerika.

 

De Loose, Van Damme en Duermael waren alle drie advocaten van de Raad van Vlaanderen.

Opmerkelijk in deze catalogus is dat vele boeken meermaals voorkomen, soms meer dan driemaal: misschien zijn er enkele boeken ondergeschoven voor de verkoop.

Als algemene geografische boeken zijn er verscheidene atlassen[566], waaronder exemplaren van Ortelius[567], Blaeu[568], de Wit[569], Sanson[570] en de l’Isle[571] en daarnaast ook jeugdatlassen[572]. Een inleiding in de geografie krijg je van Cluveri[573] en geografische woordenboeken zijn eveneens aanwezig, zoals die van l’abbé Expilly[574], Maty[575], en vier exemplaren van Vosgiens[576] dictionnaire. En ook in deze catalogus is het werk van Daniel Defoe[577] aanwezig.

Aandacht voor de godsdiensten blijkt uit Ross’[578] boek over de godsdiensten van de wereld en Heydensche Afgoden, Beelden, Tempels en Offeranden[579]. Interesse in de fauna en flora komt algemeen aan bod in een Beredeneerde Catalogus van inlandsche en uytlandtsche Vogelen, Dieren, &c[580]. Over de handel is het werk van Savary[581] aanwezig. Onder de reisverhalen bevindt zich een verzameling, Zee-en Land Reysen[582] genaamd, waarmee waarschijnlijk het werk van Pieter van de Aa uit het begin van de achttiende eeuw aangeduid wordt. Van De Vries[583] zijn er Curieuse aenmerkingen der byzonderste Oost-en West-Indische verwonderenswaerdige dingen.

Ter aanvulling van het werk van Rollin over de klassieke oudheid is er de historische atlas van d’Anville. De middeleeuwse geschiedenis van Byzantium is door Du Cange[584] geschreven. Over het Ottomaanse Rijk zijn er een Histoire des trois derniers Empereurs Turcs[585], Histoire des Turcs[586], Mémoires Turcs[587], en Lespion Turc dans les Cours des Princes[588]. De Levant is beschreven door reizigers zoals Paul Lucas[589], Cornelis de Bruijn[590] en ook Tavernier[591]. Naast de gewone reizigers zijn er diegenen die specifiek naar het Heilige Land reisden, zoals Michiel[592], Zuallart[593] en de reiziger van Voyage nouveau de la Terre Sainte[594]. In die lijn was er ook een geografisch woordenboek van Halma[595] over het land Kanaän, en de bevrijding van Jeruzalem door de Kruisvaarders in het gedicht van Torquato Tasso[596]. Van Olfert Dapper zijn vele werken aanwezig, waaronder de twee over deze regio: naukeurige beschryvinge van geheel Syrien en Palestinen[597] en Beschryvinge van Arabien, Mesopotamie, Babylonie, Assyrie, Anatolie[598]. Van Reland[599] is er een verhandeling over de Islam en haar krijgsrecht tegenover de Christenen, een ook een beschrijving van het Heilige Land[600].

Over Noord-Afrika is er een Histoire des Révolutions de l'Empire de Maroc[601] en ook in deze boekencatalogus bevindt zich de Etat des Royaumes de Tripoli, Tunis, & Alger[602]. Egypte komt slechts voor in werk van Sethos[603]. De geschiedenis van de Arabieren wordt geschreven door Marigny[604] en hun literatuur gelezen in de duizend-en-één-nacht[605]. De Islamitische godsdienst wordt bestudeerd door de uitgaven van de Koran van Du Ryer[606].

Over India betrof het Aenmerkelyk historisch Verhael van de Inquisitie der Portugeesen te Goa[607] waarschijnlijk een vertaling van Dellon. Van Baldaeus[608] is er de beschryvinge van Malabar, Coromandel, Ceylon. De flora van Malabar was beschreven door Casaerius[609]. En ook Bengalen wordt geschetst in een Etat politique & commerçant du Bengale[610]. Hier is ook Dappers Beschryving van Asia[611] te vermelden: dit is een beschrijving van het Mogol-rijk. Plumyoen[612] had een historisch werk geschreven over de oude rijken van Azië. Over Oost-Indie had één van de eigenaren de reisverzameling van De Bry[613]. Van Rumphius[614] is er het natuurkundige werk over Ambon: D’Amboinsche Raryteit-kamer. Er is een reisverslag van de jezuïeten[615] vanuit Siam naar India en China. En ook Gentil[616] reisde tijdens zijn wereldreis door China. Andere beschrijvingen van China zijn van de specialist Athanasius Kircher[617], evenals van Dapper[618] en Nieuhof[619]. Nog over China is er L’espion Chinois, ou l’Envoyé secret de la Cour de Pekin[620]. De literatuur komt in de lijn van de duizend-en-één-nacht aan bod in de Tartarische vertellingen[621]. Japan wordt beschreven door de verslagen van de gezantschapsreizen[622], met namen als Montanus[623], Caron[624] en Kaempfer[625]

Over het Australië, dat in de zeventiende eeuw door de Nederlanders was verkend, was er de fictieve Histoire de Sevarambes[626]. Uit het begin van de achttiende eeuw dateerde de wereldreis van Dampier[627], maar ook de nieuwere ontwikkelingen op het gebied van de ontdekkingsreizen worden gevolgd. Zo is er een verslag[628] van de expeditie die er in 1721 was op uit gestuurd om de ‘terra australis’ te zoeken, en het recentere verslag van de reis van Robertson[629] naar de ‘terres australes’. Ook hadden ze reeds het verslag van de reizen van Byron, Wallis en Carteret[630] en van de wereldreis van Pages[631]. Actueel is het verslag van de derde reis van Cook[632] naar de Stille Oceaan.

Afrika is minder rijkelijk vertegenwoordigd. Naast een reis onder leiding van kapitein Hop[633] naar het binnenland van Afrika, hadden ze de beschrijvingen van de Westkust van Dapper[634] en Labat[635] en een Beschryvinge van de Goud-kust Guinea[636]. Over Ethiopië is er het werk van Ludolf[637].

Over Amerika handelt de in Antwerpen uitgegeven Historie van Peru[638] uit 1564, waarschijnlijk een vertaling van de Historia del descubrimiento y conquista del Perú van Augustín de Zárate, die volgens Lechner[639] in 1564 te Antwerpen verscheen in het Nederlands. Uit dezelfde eeuw dateert het klassieke boek van De Bry[640]. Een meer recentere geschiedenis van Iberisch Amerika is er van Robertson[641]. Verder wordt Amerika nog beschreven door Montanus[642] en Brazilië meer bepaald door Nieuhof[643]. Van Barrere[644] en van Biet[645] is er de beschrijving van Guiana en Cayenne, en één van de advocaten had het prachtige werk van Sybille Merian[646]. De Amerikaanse eilanden op hun beurt zijn beschreven door Rochefort[647] en Labat[648]. Actueler is het verslag over de kolonie van St-Domingue[649], die sinds de Zevenjarige Oorlog nog meer Frans is geworden. De ontdekkingsreizen komen ook hier aan bod in de Relation du Voyage du Mer du Sud, aux côtes du Chili, du Pérou & du Brésil[650]. Voor Noord-Amerika is de verkenning van Californië actueel, waarvan er een beschrijving van Eidous[651] is. Aan de andere zijde van het Amerikaanse continent vormden de revoluties de actualiteit. In deze lijn kunnen de Mémoires d’un Américain[652] van Darnaut genoemd worden, en Le Spectateur Américain van Mandrillon[653]. . Van Raynal is er de Révolution de l’Amérique[654] en ook zijn Histoire philosphique et politique des Etablissemens & du Commerce des Européens dans les deux Indes[655]. Andere beschrijvingen van Amerika zijn de Etat présent de la Pensilvanie[656] en de Histoire de la Virginie[657]. De indianencultuur is beschreven door Lafitau[658].

 

Somers was een geneeskundige. Verschillende boeken uit zijn verzameling kunnen hier dan ook mee in verband gebracht worden. En er zijn werken van Alpini[659] over de natuurlijke geschiedenis en geneeskunde van Egypte, en van Bontius[660] over de geneeskunde van de Indiërs. Van Casaerius[661] is er het Malabars Kruyd-hof, en van Velschius[662] is er een werk over de tropische geneeskunde. Onder de algemene geografie is hier de Dictionnaire géographique van Vosgien aanwezig en een atlas van Frédéric de Wit[663]. Heel de buiten-Europese wereld lag vervat in een algemene geschiedenis[664] van Azië, Afrika en Amerika. De geschiedenis van de Europese macht in die wereld is ook hier aanwezig in het werk van Raynal[665]. Onder de literatuur ontbreken ook hier de avonturen van Robinson Crusoë[666] niet. Hij had een verzameling van reisverhalen[667] in Nederlandse vertaling uit het Engels.

Naar de Levant had hij het reisverslag van Pitton de Tournefort[668] en een reize naar Palestina van Fred. Hasselquit[669]. Van Barbarije is er de beschrijving van Morgan[670], en een beschrijving van Turkije had hij van de baron de Tott[671]. Daarover had hij ook nog Mémoires Turcs[672] en Le cousin de Mahomet[673]. Van Russel[674] is de beschrijving van de stad Aleppo. Over Perzië had hij Mémoires secrets pour servir à l’histoire de Perse[675], met een brief hierover, die in hetzelfde lot geveild werd. Van Engelbert Kaempfer zijn er de Amoenitas exoticae[676] en zijn postume Beschryving van Japan[677]. Over Siberië dient ook hier, net als bij Calenberg, het reisverhaal van Gmelin[678] ter informatie. Over Amerika had hij slechts twee werken: één van Hennepin en een werk over de onafhankelijkheid van Amerikaanse kolonies.

 

Ook Coppens[679] (1756-1801) was een geneeskundige en daarnaast schrijver. Vele boeken uit deze vakbibliotheek tonen een bijzondere aandacht voor de fauna en flora in de wereld. Zeventiende-eeuwse klassieke werken zijn het Malabaars Kruidhof van Van Rheede tot Drakenstein[680] en Casaerius en de Herbarium amboinense van Rumphius[681]. De Noord-Afrikaanse flora was beschreven door Desfontaines[682]. Nog over Afrika had hij werk van Joannis Burmanni[683]; bij één van de uitgaven van deze laatste was de plantencatalogus van Herman[684] toegevoegd. Over Kaap de Goede Hoop was er werk van Thunberg[685]. Van deze laatste had hij ook de beschrijving van de flora van Japan[686]. Nog planten van Azië waren verzameld door Petrus en Förskal en beschreven door Martinus Vahl[687]. Boeken over de Amerikaanse flora had hij eveneens: Frans-Guyana werd beschreven door Aublet[688]. De Linnaeus-ordening en systematisering geraakt stilaan meer verspreid en ook de Amerikaanse planten worden in het systeem ingepast: zo had Coppens een werk[689] met 300 uitgekozen planten die volgens dit systeem waren geordend. Nog volgens dit systeem van ordening had hij de Peruviaanse en Chileense flora van Hyppolytus Ruiz[690] en Jos. Pavon. Van André Michaux[691] had hij uiteindelijk nog een werk over de Amerikaanse eik. Over de vreemde dierenwereld had hij eveneens verschillende werken zoals dat van Jauffret[692] en Audebert[693]. De Afrikaanse vogels werden door Levaillant[694]beschreven en de vogels in het algemeen door Audebert[695]. En de dieren van Azie werden beschreven in een Essais philosophiques sur les moeurs de divers Animaux étrangers, ou extraits des voyages de M. … en Asie[696]. Ook Rumphius’ D’Amboinsche rariteyt-kamer[697], een dierkundig werk over de schaaldieren van Ambon is terug te vinden in de catalogus. Busching[698] schreef een stukje over de Tarantula en een Guinees ‘Lepade’ werd beschreven door Beeldemaker[699]. Uiteindelijk had hij nog een werk over de meest voorkomende ziektes in Suriname, geschreven door Fermin[700].

Zoals steeds bevinden zich ook in deze collectie een aantal algemene werken over geografie zoals deze van Büsching[701] en Vosgien[702], en een wereldkaart van de l’Isle[703]. Hij had ook een documentatieblad over de verschillende betaalmiddelen van de wereld[704]. Daarnaast bezat hij een aantal werken over de Indische Compagnie[705] en over het ontstaan van een nieuwe Indische Compagnie[706].

Over Turkije had hij een beschrijving van Sanson[707]. Er waren reisverhalen van Sonnini[708] naar Egypte, Lempriere[709] naar Marokko en De Tournefort[710] naar de Levant. Hanway[711] was naar Perzië gereisd. Over Azië had hij het recente reisverhaal van de botanist Thunberg[712]. Onder de ontdekkingsreizigers bevond zich Pallas[713] met een beschrijving van zijn reis naar het noorden van Azië. Actueel is de wereldreis van Etienne Marchand[714] in 1790-1792 met een kritische beschouwing van de ontdekkingsreizen van Roggeween. Levaillant[715] was naar Afrika gereisd. Van Grasset St-Sauveur[716] had hij een encyclopedie van de reizen met informatie over alle volkeren. Nog een encyclopedie is de histoire philosphique et politique van Raynal[717]. Aanwezig zijn ook de onderzoekingen van de Hollandse erudiet Cornelius de Pauw[718] in verband met de Chinezen en de Egyptenaren en de Amerikanen. Zijn bekendste werk, over de Amerikanen, lokte heel wat controverse uit in Europa[719]. Tenslotte ontbreekt ook in deze bibliotheek geen uitgave van de avonturen van Roninson Crusoë[720].

 

Joseph-François-Philippe Vanderstegen[721] de Putte (1754-1799) was magistraat. Hij was burgemeester van de stad Brussel en hield zich veel bezig met studie van de natuurwetenschappen, waarvoor hij een mooi kabinet van natuurlijke historie uitgebouwd had. Zoals steeds bevonden zich in deze collectie een aantal algemene geografische werken[722], waaronder één van Corneille[723]. Als reisverzameling had hij een Abrégé de l’histoire générale des voyages, geschreven door de la Harpe[724]. Van Raynal[725] was er de geschiedenis van de kolonisatie. Onder de literaire werken bevond zich opnieuw het werk van Defoe[726].

Over Jeruzalem handelt het episch gedicht van Tasso[727]. De oudheid van de volkeren van de Levant was beschreven door Rollin[728]. Naar die Levant had hij reisverhalen[729], onder andere van Tournefort[730]. Tavernier[731] was naar Azië gereisd, Gentil[732] naar de Indische Oceaan en CHina. Van Robertson[733] had hij nog historisch werk over de Indiën. China had hij in beschrijving van Du Halde[734], Pere de Mailla[735], Abbé Grosier[736] en in een Gesandschap na het keyserryck van China[737]. Oost-Afrika was beschreven door Bruce[738], Kaap de Goede Hoop door Sparrman[739] en het binnenland was verkend door Houghton[740]. Van Montanus[741] had hij een beschrijving en van Robertson[742] een geschiedenis van Amerika. De Antillen waren beschreven door Rochefort[743]. Naar Noord-Amerika reisden Bartram[744] en Bayard[745].

Zijn natuurkundige interesses worden weerspiegeld in Merians[746] werk over de insecten van Suriname, door een natuurlijke geschiedenis van Senegal van Adanson[747] en door het werk van Rumphius[748] over Ambon. Hij had verslagen van de nieuwe wetenschappelijke ontdekkingsreizen van Dixon[749], Cook[750], Bougainville[751], Verdun de la Crenne[752] en Tench[753]. Deze reisden naar het gebied dat tegenwoordig overeenkomt met Oceanië en de Stille Oceaan. De laatste verkende de Botany Bay aan de zuidkust van Australië. Pallas[754] reisde door het Euraziatische continent naar het noorden van Azië. Tenslotte had Vanderstegen de Putte nog een werk getiteld histoire et découvertes faites en Russie & en Perse[755].

 

Adrien-Charles-Joseph Van Rossum[756] (1706-1789) was geneeskundige en professor anatomie aan de universiteit. Belangrijk is dat hier slechts een eerste deel van de veilingcatalogus beschikbaar was; het tweede volume is van latere datum. De boeken uit deze catalogus, die in verband konden gebracht worden met het exotische, zijn ongeveer allemaal plantenboeken, en dus geneeskundige boeken. Vooral Peru en China komen regelmatig aan bod in deze context. Opvallend zijn enkele werkjes over koffie, thee en chocolade.[757] Een van de werkjes over thee is geschreven door Eloy, die reeds besproken is en in wiens context dit werk reeds vermeld is, net als de Apologie du thé die daarop een antwoord was. Van Rossum had oude klassiekers zoals Vessalii radicis Chinae usus van Vessalius[758], maar ook nieuwe boeken bezat hij zoals de Catalogue alphab. Des arbres et arbrisseaux qui croissent natur. Dans les états de l’Amérique Septentr[759]., die pas in 1788 was uitgegeven. Verder is er nog plantkundig werk van Kaempfer[760], Alpinus[761] en Plumier[762].

 

Jean-Antoine Stichelbaut[763] (1746-1814) was bestuursambtenaar van de armen van de stad Gent, poëet en kunstliefhebber. Van de poëzie zijn veel sporen terug te vinden in zijn boekenverzameling.

Uit zijn bibliotheek werden enkele algemene geografische werken[764] genoteerd, waaronder dat van Vosgien. Daarnaast is er de studie van de oudheid van Rollin[765]. En uiteindelijk nog poëtisch werk in verband met Jerusalem. Daarover waren er gedichten van Stichelbaut[766] zelf, van Willem-Hendrik Sels[767] en natuurlijk mag ook Tasso’s[768] heldendicht niet ontbreken.

 

 

Hoofdstuk 4: Periode 1815-1840

 

Charles-Philippe-François de Potter[769] (1760-1824) was heer van ten Broecke en stamde uit een machtige adellijke familie. Zijn zoon Louis de Potter (1786-1859) zou een belangrijke rol spelen in de staatsvorming van België.

In zijn boekencollectie bevonden zich de geografische werken van Buffier[770], Vosgien[771] en Robert[772]. Nog ter kennis over de hele wereld was er Le voyageur français van Abbé de la Porte[773]. Van Lucas de Heere[774] en Constant Dorville[775] was er een beschrijving van de volkeren van de wereld. Kapitein Robert Lade[776] had over de hele wereld gereisd. De oudheid, met het oude Egypte, komt aan bod in het werk van de Comte de Caylus[777], en over de middeleeuwse bevrijding van Jeruzalem handelt het gedicht van Torquato Tasso[778]. Over de Arabische wereld had hij de Histoire des Arabes sous le gouvernement des Califes, par M. l’abbé de Marigny[779]. Oost-Indië werd rijkelijk geïllustreerd en beschreven door Valentyn[780]. Iberisch Amerika kwam aan bod door de geschiedenis van Robertson[781] en over Noord-Amerika waren er Lettres d’un cultivateur américain, traduit de l’anglais[782]. Literair zijn er uiteindelijk nog de reizen van Gulliver van Jonathan Swift[783].

 

Cogels had geen enorme massa boeken, maar onder de 29 in folio’s die deze man rijk was, bevonden zich verschillende topstukken, waardoor hij als een bibliofiel kan bestempeld worden. De eerste drie stukken van de catalogus zijn reeds een indicatie: ten eerste de ENCYCLOPEDIE, ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, par une société de gens de lettres, mis en ordre par Diderot, et quant à la partie mathématique, par d’Alembert. (Paris, 1751-1780, 35 vol.), ten tweede de HISTOIRE naturelle des oiseaux par Buffon, de Montbeillard (et l’abbé Bexon). (Paris,1770, 10 vol. avec 1008 planch.) en ten derde van Blaeu: Le grand Atlas, ou Cosmographie blaviane. (Amsterdam, 1667, 12 vol.)

Die atlas van Blaeu[784] en het geografisch woordenboek van Vosgien[785] zijn te noemen als algemene geografische werken. Over de wereld buiten Europa had hij een geschiedenis van Abbé Roubaud[786]. En van Bernard Picart was er de Cérémonies et coutumes religieuses de tous les peuples du monde, représentées par des figures dessinées par B. Picart[787]. Van Jonathan Swift is er de Engelstalige Travels into several remote Nations of the world, by Lemuel Gulliver[788]. Net als De Potter had Cogels ook het werk van de Comte de Caylus[789] over de oudheid. En ook hier mocht de Gerusalemme liberata van Torquato Tasso[790] niet ontbreken, deze keer in de originele Italiaanse taal. De Koran was aanwezig in de Franse vertaling van Savary[791]. Verscheidene werken had hij in verband met China. Andreas Everard van Braam Houckgeest had in de jaren 1794-1795 een gezantschapsreis ondernomen naar de Chinese Keizer; hierover had Moreau de St-Méry[792] gepubliceerd. Daarnaast waren er nog Lettres chinoises[793] van een chinees reiziger in Parijs, die zijn visie weergeeft op de Europese wereld. Uiteindelijk was er nog een Traité des édifices, meubles, habits, machines et ustensiles des Chinois van Chambres[794]. Zuid-Amerika kwam ter sprake in het werk van Marmontel[795], en de actualiteit van de onafhankelijkheidsverklaringen werd door De Pradt[796] op de voet gevolgd. De onafhankelijkheidsstrijd van Noord-Amerika werd geschetst door Raynal[797].

 

Jean-Hubert Hubin[798] (1764-1833) was poëet en musicus; om rond te komen was hij ambtenaar . Toen hij in dienst was van één van de sollicitatie-agentschappen van de Geheime Raad, werd hij ook secretaris van de Orde van Malta. De hoofdaandacht in zijn boekenverzameling gaat uit naar de letteren, en dan vooral de antieke letteren.

Algemeen is er La Géographie ancienne, moderne et historique van Audiffret[799] en de Voyages pittoresques dans les quatre parties du monde, 3e édition de l’Encyclopedie des voyages van Grasset de Saint-Sauveur[800]. Veel literatuur is terug te vinden, waaronder het oeuvre van Bernardin de St-Pierre[801]. In verband met de Orient zijn er Les Mille et une nuit, contes arabes in de uitgave van Galland[802]. Aanwezig is eveneens Le Coran, traduit de l’arabe, précédé d’un abrégé de la vie de Mahomet[803], waarschijnlijk uitgegeven door Savary. Van die Savary[804] zijn er ook Lettres sur l’Egypte. Dan zijn er nog de Voyages d’Antenor en Grèce et en Asie[805] en het dichtwerk van Tasso[806]. De titel, Les Merveilles du Monde[807], komt overeen met de Franse vertaling van het boek van de middeleeuwse reiziger Marco Polo. Over Amerika zijn er Lettres Américaines, par M. Le Comte J.R. Carli[808] en Le Spectateur Américain van M. Jh. Mondrillon[809]. Over het zuiden is er de Lettere d’une Peruviana die kan toegeschreven worden aan Madame de Graffigny[810].

 

Philippe-François-Joseph Doncker[811] (1773-1834) was advocaat en publicist. Hij was één van de stichters van het politiek-literair tijdschrift L’Observateur, dat een oppositie vormde tegen de politieke tendensen van de Nederlandse gezaghebbers. Tijdens de vorming van het nieuwe koninkrijk werd hij algemeen secretaris van het departement van binnenlandse zaken. In zijn bibliotheek bevonden zich een groot aantal boeken in verband met de niet-Europese wereld. Naast een geografisch woordenboek van Ehrman[812], in het Duits, had hij verscheidene atlassen[813], waaronder deze van Dulaure[814], d’Anville[815], Lerouge[816]. Van Renard[817] had hij er één over de zeevaart en koophandel. Van Vanderburch[818] was er een wereldgeschiedenis en van Dupuis[819] de Abrégé de l’origine de tous les cultes. Arnaud[820] had een werk geschreven over de moraal van de jezuïeten in de zeventiende-eeuwse wereld. De Histoire philosophique van Raynal[821] is aanwezig met een Determinatio sacrae facultatis parisiensis[822], en met een bijhorende atlas[823]. De Verenigde Provinciën worden samen geschetst met de evolutie van hun compagnieën[824].

De Levant was in de zestiende eeuw beschreven door Belon Dumans[825]. Toen had Tasso[826] de Christelijke periode van Jeruzalem beschreven en ook Michaud[827] had, later, de geschiedenis van de Kruistochten besproken. De periode van de Arabische overheersing op het Iberische schierleiland werd door De Marlis[828] beschreven op basis van een geschiedenis die uit het arabisch was vertaald. Naar Marokko reisde Lemprière[829]. Over de oudheid is ook hier het werk van Rollin[830] opgenomen. De Egyptische oudheid, reeds beschreven door Sethos[831], was in bijzondere belangstelling gekomen sinds de expeditie van Napoleon van 1798. Van die expedities werden in 1800 Mémoires[832] gepubliceerd, en ook de Comte de Ségur[833] had hierover geschreven. Een geschiedenis van Egypte had hij eveneens van Rey-Dussueil[834]. Naar Egypte en Syrie was er het reisverslag van Volney[835], die het Ottomaanse Rijk verkende op het einde van de achttiende eeuw. Het Ottomaanse Rijk was nog aanwezig in uitgaven van Elzevir[836] en in werk van Guylii[837] en Genoude[838] en in de Mémoires van de Baron de Tott[839]. Reizen naar het Ottomaanse Rijk en Arabië waren er van Griffiths[840] en de graaf van Ferrières-Sauveboeuf[841]. Over Arabië was er nog een zeventiende-eeuwse beschrijving[842]. Ook Doncker bezat een uitgave van de Koran van Savary[843] en van de duizend-en-één-nacht van Galland[844]. Daarenboven had nog de avonturen van Sinbad de zeeman, uitgegeven door Langlés[845]. Merkwaardig is de vertaling uit het arabisch van Les amours de Zeokinizal, roi des Kofirans[846], waarmee Lodewijk XIV, Koning der Fransen bedoeld wordt. Van De Pauw[847] waren de recherches philosophiques sur les Egyptiens et les Chinois aanwezig. Hij onderzocht deze twee volkeren en kwam tot de vaststelling dat er tussen hen geen gelijkenissen waren. Zo ontkrachtte hij de theorie van De Guignes dat er een verwantschap tussen beide zou zijn.

Perzië kwam aan bod in een geschiedenis van Raffenel[848], en in een Elzevir-uitgave[849]. Uitgegeven bij Elzevir was ook een compilatiewerk over Mogol-Indië[850]. Over India was er nog een opvoedkundig werk, dat vertaald was uit een oud Indisch manuscript[851].Oost-Indië was bereisd door Grose[852] en Merault[853] had een geschiedenis geschreven van de Europese vestigingen in Oost-Indië. Van China was er geen landbeschrijving aanwezig: wel een geschiedenis[854] en de leer van Confucius[855]. L’espion Chinois[856] geeft een visie van de Europeanen over China, en is uit het Chinees vertaald; zo is er ook de correspondentie van een Chinees reiziger[857] in Parijs. Boulanger[858] deed een onderzoek naar het Oosters despotisme. Bailly[859] schreef brieven aan Voltaire over de oorsprong van de wetenschappen en deze van de Aziatische volkeren; een vervolg[860] hierop waren een reeks brieven over Atlantis van Plato en de oude geschiedenis van Azië.

De werken die Doncker had over de Afrikanen kunnen in verband gebracht worden met het abolitionisme. Zo waren er aanklachten van Clarkson[861] en van Grégoire[862] tegen de Afrikaanse slavenhandel. Grégoire[863] onderzocht daarvoor onder andere de literatuur van de negers om hun intellectuele mogelijkheden na te gaan. Dat probleem van slavernij stelde zich echter vooral in Amerika, waarmee de zojuist genoemde werken meer verband hadden. Grégoire[864] schreef in deze context ook over Haïti, terwijl Isambert[865] schreef over de gedeporteerden van Martinique. De onafhankelijkheid van St-Domingue was actueel en aanwezig in de werken van Mazois[866], Salvandry[867] en Dagneau[868]. Doncker volgde ook de onafhankelijkheidsoorlogen in Iberisch Amerika via het werk van De Pradt[869], die ook publiceerde over de houding van de rest van Europa ten opzichte hiervan. De Pradt[870] publiceerde eveneens over de Franse kolonies, net als De Jouy[871] en de graaf de Hogendorp[872]. In feite worden alle kolonies in vraag gesteld[873]. Ook in deze bibliotheek bevond zich het gedicht, La Colombiade ou la foi portée au nouveau monde, van Madame Du Boccage[874]. Het lot van de indianen werd reeds in de zestiende eeuw door De Las Casas[875] aangeklaagd, en ook Marmontel[876] wijdde een werk aan de Inca’s. Over Noord-Amerika had Doncker verschillende werken in verband met de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika. Zo had hij, van Price[877], een document uit 1776 over de oorlog met Amerika, en over hun aard van burgerlijke vrijheid en regeringsprincipes. Van Raynal[878] was er het werk over de Amerikaanse revoluties. Ook had hij een manifest[879] van de Amerikaanse regering, gedrukt te Washington, over de oorzaken van de laatste oorlog met Engeland. Van de nieuw gevormde staat had hij dan een exemplaar van de grondwet[880], gedrukt in 1783 te Philadelphia. De vorming van de nieuwe staten uit de oude kolonies wordt dus op de voet gevolgd. Een geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika was er nog van Barbaroux[881]. Als literair werk was er uiteindelijk nog de Voyage du capitaine Gulliver van Jonathan Swift[882] en La cabana indiana van Bernardin de St-Pierre[883].

 

Nog uit 1834 dateert de catalogus van Van Aerschodt en Lyon. François-Guillaume Van Aerschodt[884] (1797-1833) werd priester na zijn studies in het aartsbisschoppelijk seminarie in Mechelen. In Rome verdiepte hij zich in de studie van de Oosterse talen, en bij zijn terugkeer werd hij vicaris van de kerk van St-Goedele te Brussel. Bij de oprichting van het Klein-Seminarie kreeg hij de leerstoel van gewijde welsprekendheid en hebreeuwse literatuur. In 1832 werd hij honorair kanunnik van de aartsbisschoppelijke kerk. Van de heer Lyon is slechts geweten dat hij priester was in Leuven.

De catalogus omvat 1058 nummers en een appendix van 453 nummers. Misschien komt deze appendix overeen met de boekenverzameling van één van de twee personen wier collectie is opgenomen in de catalogus. Waarschijnlijk zal dat dan deze van Lyon zijn, aangezien de inhoud van de eigenlijke catalogus min of meer overeenkomt met de activiteiten van Van Aerschodt. In deze catalogus zijn immers een groot aantal boeken terug te vinden in verband met de studie van de Hebreeuwse taal. Ook is er een Grammatica arabica[885]: de studie van deze taal kwam meestal voort uit de overeenkomsten die men zag met het Hebreeuws, waarvan de studie nodig was voor een kritisch begrip van de Bijbel[886]. Het Heilige land, het land van de Bijbel kwam regelmatig aan bod. Zo was er La terre sainte, ou de la Palestine[887] en een werk van Reland[888] over de antieke overblijfselen van Palestina. Meer literair waren het gedicht van Tasso[889] over de bevrijding van Jeruzalem en de Jeruzalemreis van Chateaubriand[890]. Nog op religieus vlak waren er de jezuïetenbrieven[891] en een geschiedenis van het Christendom in Japan van Charlevoix[892]. Over de Nieuwe Wereld handelde het dichtwerk van Madame Du Boccage[893] en de comedie, getiteld L’habitant de Guadeloupe, van Mercier[894].

In deze veilingcatalogus zijn zeer veel boeken terug te vinden over de geografie in het algemeen met namen als Delemarche[895], Pluche[896], De Feller[897], De la Croix[898] (Twee exemplaren), Crozet[899], Bossan[900], De Smet[901], Vosgien[902], Expilly[903], Arnaud[904], Gaultier[905], Prinssen[906] en Masselin[907]. Daarnaast zijn er nog twee jeugdatlassen[908] en een atlas van de comte de Ségur[909]. De geografie van het Koninkrijk der Nederlanden en haar kolonies werd beschreven door De Cloet[910].

 

Jean-Joseph Raepsaet[911] (1750-1832) was een Brugse oudheidkundige en politicus. Na rechten gestudeerd te hebben werd hij advocaat en later griffier in de Raad van Vlaanderen. Hij speelde een belangrijke rol in de Brabantse Omwenteling door zijn verzet tegen Jozef II. Hij steunde het consulaat en werd verkozen tot voorzitter van de provincieraad. Hij werd zelfs gedeputeerde van de wetgevend macht en conservatief als hij was, wenste hij steeds een terugkeer naar de instellingen van het Ancien Regime. Als lid van de Belgisch-Hollandse Commissie werd hij belast met het project van grondwetgeving. Later werd hij nog lid van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal en van de Staten van Vlaanderen. Hij publiceerde ook historische werk over de Zuidelijke Nederlanden, vooral over de vroege middeleeuwen.

In zijn bibliotheekcatalogus zijn verschillende werken terug te vinden over de algemene geografie, zoals La Croix[912], Buffier[913], Malte-Brun[914], Vosgien[915] en een werk over geografie voor de jeugd[916]. Over de handel in de wereld is er het boek van Savary[917], en ook hier is de geschiedenis van de kolonisatie van Raynal[918] aanwezig. Van De Guignes[919], die overtuigd was van de historische banden tussen de Egyptenaren en de Chinezen, had Raepsaet de Histoire générale des Huns, des Turcs, des Mogols et autres tartares occidentaux. Over India had hij een Histoire du grand Tamerlan van St. Yon[920] en een Histoire du Bengale[921]. Van de Nederlandse bezittingen in Oost-Indië werd een overzicht gegeven door Daendels[922], en Dubus de Ghiessignies[923] beschreef specifiek de landbouwsituatie in Nederlands Indië. Van Nahuys[924] waren er brieven over Sumatra. In 1776 was er een Engelse ambassade naar het rijk van de Birmanen gestuurd, waarover Symes[925] berichtte. Over Amerika is er de Beschryving van Louisiana van Hennepin[926]. Uit 1721 dateerde een beschrijving van de Engelse koloniën[927] in Amerika. Hun onafhankelijkheidsoorlog wordt uit de doeken gedaan door Soules[928] en Des Meceniers[929], en net als Doncker had ook Raepsaet een exemplaar van de Amerikaanse grondwet[930].

 

Paul-Antoine-Hermand Wins (1760-1834) studeerde theologie aan de Leuvense universiteit. De Nélis, bisschop van Antwerpen, benoemde hem tot secretaris en belastte hem, bibliografisch goed onderbouwd, met de vorming van zijn bibliotheek. Wins maakte snel fortuin, maar moest emigreren tijdens de Franse Revolutie. Na zijn terugkeer hield hij zich bezig met studie en werd hij in 1826 benoemd tot het decanaat van St-Elisabeth. Net voor zijn dood werd hij bedeelt met een prebende van kanunnik in de kathedraal van Doornik.

Wins had redelijk veel geografische werken, waaronder de oude cosmografie van Sébastien van Munster[931] en deze van Vosgien[932], De Fer[933], Expilly[934], Goigoux[935], Gordon[936], Lacroix[937], Letellier[938], Baudrand[939], Pluche[940] en Wodward[941]. Naast een jeugdatlas van Saintin[942] had ook de atlas van Ortelius[943]. Hij had een werk van Dumarsais[944] over de tropen en van Baudelot de Dairval[945] was er Utilité des voyages. Van Cellarius[946] was er een werk over Afrika en Azië en van De Surgy[947] waren er Mélanges curieux sur l’Asie, l’Afrique et l’Amérique. Van Mac-Carty[948] had Wins de Voyages naar Amerika, Azië en Afrika en van Montemont[949] de reizen naar de vijf werelddelen. Over de godsdienst had hij uitgaven van de jezuïetenbrieven[950] en deze orde komt nog aan bod in de Histoire des differends des jésuits sur l’idolâtrie[951]. Lacard[952] publiceerde nog een werk over de vestiging van het Christendom in de beide Indiën.

Over het Turkse Rijk had hij het reisverhaal van Collier[953] en de turcica imperii status[954] uit de zeventiende eeuw; uit de achttiende eeuw had hij werk van Porter[955] en Tott[956]. Over Jeruzalem was er het dichtwerk van Tasso[957] en de reis van Zuallart[958], en ook van Chateaubriand[959] was er de Itinéraire de Paris à Jeruzalem et de Jérusalem à Paris. Er waren nog de reizen van Antenor in Griekenland en Klein-Azië[960]. Gleichius[961] en Renaudotius[962] publiceerden over de Oosterse liturgie. Over de goden van de Syriërs, Arabieren, Egyptenaren, Perzen, enz. was er een werk van Seldenus[963], en specifiek over de riten van de oude Egyptenaren van Casalius[964]. Ook van De Pauw[965] waren er de Recherches sur les Egyptiens. Wicquefort[966] reisde naar Moskovie, Tartarije en Perzië. Deze laatste werd ook beschreven in Persia seu regni Persici status[967].

Wins had een oude geschiedenis van India van De Marlès[968] en een beschrijving van het Mogol-Rijk[969]. Ceylon was aanwezig in de klassieke beschrijving van Ribeyro[970], en van D’Orléans[971] was er een Histoire de Constance, ministère du roi de Siam. Over China had hij het verslag van de gezantschapsreis van Nieuhof[972] en de klassieke China Illustrata van Athanasius Kircher[973]. Tenslotte was er nog een werk over de dodencultus van de Chinezen[974].

Over Afrika had hij de beschrijving door Marmol[975] en meer bepaald over Guinea het werk van Labat[976]. Van Godigni[977] had hij een werk over Ethiopië. In verband met Amerika was de Lettre d’une Peruvienne van Graffigny[978] en van Muratori[979] was er Missions du Paraguai. Van Madame Prince de Beaumont[980] was er Les Américains ou la preuve de la réligion chrétienne. Verder waren er nog enkele stukken in verband met de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten[981].

Hij had nog L’habitant de la Guadeloupe, een drama van Mercier[982]. Nog in de literatuur waren er de Voyages de Gulliver[983] en Robinson Crusoë[984], dat ook zelfs in een Latijnse vertaling van Goffaux aanwezig was.

 

Louis-Dieudonné-Joseph Dewez[985] (1760-1838) was professor van welsprekendheid in het college van Nijvel, commissaris van de uitvoerende macht bij het tribunaal van dezelfde stad, plaatsvervanger van de commissaris van de uitvoerende macht bij de burgerlijke en criminele rechtbanken van Samber-en-Maas, en onder-prefect van het arrondissement van Saint-Hubert. Tevens was hij inspecteur van de atheneums en colleges, een functie die hij na de revolutie van 1830 zou blijven behouden. Hij werd nauw betrokken bij de heroprichting van de Académie der Wetenschappen en Letteren te Brussel en in 1821 werd hij hierin benoemd tot permanent secretaris. Zijn erudiete werken behandelen vooral de vragen in verband met de nationale geschiedenis en het publiek recht van de oude provincies.

In zijn veilingcatalogus is geografisch werk terug te vinden van Maltebrun[986]. Van Brué[987] is er een thematische atlas over allerlei domeinen. Onder de reisverhalen is er een verzameling van Laharpe[988], die min of meer wordt opgevolgd door de Abrégé des voyages modernes, depuis 1780 jusqu’à nos jours van Eyriès[989]. En ook de Histoire philosophique van Raynal[990] ontbreekt hier niet. In deze bibliotheek bevindt zich veel literatuur. De werken van Defoe[991] en Swift[992] zijn aanwezig, en van Châteaubriand[993], De La Martine[994] en Hugo[995] (Les Orientales[996]) is het hele oeuvre aanwezig. Van Bernardin de St-Pierre[997] zijn er Paul et Virginie, La Chaumière indienne, le Café de Surate,…Van Georges Sand[998] is er Indiana, van De France[999] Les prisonniers d’Ab-El Kader en van Henri Cornille[1000] Souvenirs d’Orient.

Poujoulat is de auteur van La Bédouine[1001]. En samen met Michaud is er van hem Correspondance d’Orient, 1830-1831[1002]. Van die Michaud is er dan weer een geschiedenis van de Kruistochten[1003]. En over dat thema is er ook het gedicht van Torquato Tasso[1004]. Over het Heilige Land, Syrie en Klein-Azië had Dewez een reeks tekeningen van Bartlett en Purser[1005]. Kolonel Rottiers[1006] berichtte over een reis van Tiflis naar Constantinopel, en Volney[1007] en Breton[1008] beschreven Syrie en Egypte. Over de expeditie van Napoleon in Egypte had Barthélemi et Méry[1009] een gedicht geschreven. De geschiedenis van de Arabische overheersing op het Iberisch schiereiland is verteld door De Marlès[1010]. De Arabische literatuur is opnieuw vertegenwoordigd door de duizend-en-één-nacht, in de uitgave van Galland[1011]. Maar in deze lijn zijn er nog andere reeksen van vreemde literatuur uitgegeven, zoals de Mille et un Jours, oosterse vertellingen van Pétis de La Croix[1012]. Van Robertson[1013] was er historisch werk over de oude geschiedenis van India. Nog over India is er L’Hindoustan, ou religion, moeurs, usages, arts et métiers des Hindous[1014] uit 1816. Waarschijnlijk is dit het werk van Solvyns. De Aziatische kolonies van het Koninkrijk der Nederlanden zijn beschreven in een geografie[1015]. China en Japan zijn respectievelijk beschreven door Davis[1016] en Breton[1017]. Van Eugène Sue is er La vigie de Koat-ven[1018]. Over India, China en de Rode Zee is er nog een reeks tekeningen[1019]. Er was een verslag over de nieuwe ontdekkingsreizen van Freycinet[1020] naar de ‘terres australes’ in 1800-1804.

Afrika komt aan bod in de geschiedenis van Johnson[1021] over Rasselas, prins van Abyssinië. Van René Caillé[1022] is er een verslag van een reis door Centraal-Afrika. Het leven en werk van Colombus is door Irving[1023] verteld, en Brazilië is beschreven door Taunay en Denis[1024]. Van Robertson[1025] is er de geschiedenis van Amerika en van Madame de Graffigny[1026] is de Lettre d’une Péruvienne.

 

Nicolas-Jean Rouppe[1027] (1769-1838) was burgemeester van Brussel. Na de clerus verlaten te hebben, vervulde hij meer dan ambtenarenfuncties en werd hij in 1800 burgemeester van Brussel. Deze functie verloor hij door zijn houding tegen het regime. In het Empire bekleedde hij slechts tweederangs ambten tot hij, in 1807, benoemd werd tot algemeen inspecteur van de gevangenis van Vilvoorde, waarvan hij een model maakte op vlak van discipline en hygiëne. Onder het Hollands regime voegde hij zich bij de oppositie en in 1830, bij het ontstaan van de nieuwe Belgische staat, werd Rouppe opnieuw verkozen tot burgemeester van Brussel. In 1832 moest hij in die functie radicale maatregelen treffen om een felle cholera-epidemie te onderdrukken.

Slechts weinig boeken uit zijn bibliotheek kunnen in verband worden gebracht met de niet-Europese wereld. Rouppe bezat de Dictionnaire géographique van Vosgien[1028] en de Voyage au Chili, au Pérou et au Mexique, en 1820, 1821 et 1822, par le Capitaine Basil Hall[1029]. Daarnaast bezat hij twee werken over de werken over de cholera[1030]. De cholera asiatica is een bacterie die sinds mensenheugenis heerst in het deltagebied van de Ganges en Brahmaputra, waar ze jaarlijks vele slachtoffers maakt en van waaruit ze naar andere delen van de wereld werd overgebracht[1031]. Rouppe zal deze werken doorgenomen hebben om de ziekte in zijn stad te kunnen bestrijden. Deze geneeskundige werken zullen waarschijnlijk meer te maken hebben gehad met geneeskunde dan met India.

 

De heer Simon was bewaarder van het zegel. Hij had werken over de algemene geografie van Vosgien[1032], Malte-Brun[1033] en Guthrie[1034]. Atlassen zijn er van Denos[1035] en Danas[1036]. De kolonies worden geschetst: Raynal[1037] en Heeren[1038] schetsen de geschiedenis van de Europese staten, de baron van Roujoux[1039] alleen Engeland en haar kolonies. Van Buret de Lonchamps[1040] is er een werk over de op-en neergang van al de volkeren en van Dupuis[1041] is er de Abrégé de l’origine de tous les cultes. Van Cornelis De Pauw zijn de Recherches philosophiques aanwezig over de Amerikanen[1042] en over de Egyptenaren en de Chinezen[1043].

Over de Orient zijn er de reizen van Antenor[1044] en het werk van Tasso[1045]. Uit de romantiek is er het oeuvre van Chateaubriand[1046], met zijn Jeruzalemreis[1047] of van Victor Hugo[1048] Les Orientales. En van de Franse romantische dichter Alphonse de Lamartine[1049] waren er Souvenirs, impressions, pensées et paysages, pendant un voyage en Orient, 1823-1833. Michaud[1050] publiceerde zijn Correspondance d’Orient. Van Urquehart[1051] was er een beschrijving van Turkije. De Arabische literatuur ontbreekt ook hier niet in de uitgave van Galland[1052], en Hammer[1053] voegde er nog enkele verhalen aan toe. In diezelfde lijn gaf Rémusat[1054] Contes chinois uit. Over het oude India had Simon het werk van De Marlès[1055] en Robertson[1056]. Van Eugène Sue was er literair werk: La vigie de Koat-ven[1057] en La Coucaratcha[1058]. Over Amerika zijn er romans van James Fenimore Cooper[1059]. Van Basil Hall zijn er de reizen naar de Verenigde Staten van Amerika en Canada[1060] en Zuid-Amerika[1061]. Over de Verenigde Staten publiceerden had Simon nog twee werken van Achille Murat[1062] en Michel Chevalier[1063]. Over Zuid-Amerika had hij het werk van Marmontel[1064] over de Inca’s en de geschiedenis van Robertson[1065]. Door De Jouy[1066] werden de gedragingen van de Fransen in Guyana bekeken en Bertrand[1067] publiceerde Lettres sur les révolutions du globe. Uiteindelijk zijn ook hier de werken van Defoe[1068] en Swift[1069] te vermelden.

 

Erasmus-Louis, baron Surlet de Chokier[1070] (1769-1839) stamde af van een zeer oude adellijke familie. Tijdens de opstand van 1789 stond hij aan de kant van de patriotten en in 1790 werd hij luitenant in het 11e regiment van de infanterie. Na de restauratie vluchtte hij even naar Holland en tijdens het Directoire werd hij lid van de Raad van het departement van de Beneden-Maas. In 1815 werd hij door Willem I benoemd tot vertegenwoordiger van de provincie Limburg, en al snel werd hij lid van het syndicaat van de Nederlanden. Vanaf 1828 zetelde hij in de Tweede Kamer van de Staten-Generaal en in 1830 sprak hij zich uit voor de administratieve scheiding van de twee delen van het koninkrijk. Surlet de Chokier werd verkozen tot president van de Assemblé, en was aanwezig bij al de constitutionele gebeurtenissen van de nieuwe Belgische staat. In 1831 werd hij verkozen tot regent van België tot de verkiezing van prins Léopold van Saxen-Coburg, waarna hij zich terugtrok in zijn kasteel te Gingelom.

De veilingcatalogus van zijn boekenverzameling bevatte zoals steeds enkele geografische werken zoals Maltebrun[1071], Robert[1072], Vosgien[1073], Busching[1074], en atlassen van Le Rouge[1075] en d’Anville[1076]. Van Huerne de Pom[1077] had hij een document over de voordelen van de landbouwkolonies. Uit de vroege achttiende eeuw waren er opnieuw de Aventure de Robinson Crusoë[1078]. Over de Orient waren er de impressies van De Lamartine[1079], de Correspondance d’Orient van Michot en Poujolat[1080], en La Bédouine[1081] van dezelfde auteur. Van Turkije was had hij ook de beschrijving van Urquhart[1082] en van Tasso La Jérusalem delivrée[1083]. En ook hier was een gedicht[1084] aanwezig over Napoleon in Egypte. In verband met Amerika was er het klassieke werk van De Las Casas[1085], terwijl de actualiteit van de onafhankelijkheidsstrijd van de Zuid-Amerikaanse staten werd gevolgd door het werk van De Pradt[1086]. Naar de Verenigde Staten van Amerika was er een reis van Miss. Wright[1087]. Het abolitionisme kwam aan bod in La cause des esclaves nègres van Frossart[1088].

 

Jean-Jacques Lambin[1089] (1765-1841) haalde de eerste prijs van architectuur in 1788. Voor zijn mooi geschrift nam de rijke onderhandelaar, M. Malou, hem in dienst. En in 1797 kwam hij terecht in het bureau van registratie der domeinen in Kortrijk. In 1808 werd hij benoemd tot ontvanger van de ‘hospices’ en archivaris van deze administratie. Hij werd er bureauchef, en later secretaris (1816), een ambt die bleef uitoefenen tot zijn dood. In 1819 werd hij ook aan het hoofd geplaatst van het depot van archieven van Ieper. En tegelijk gebruikte hij zijn vrije tijd voor het schrijven van historische notities en voor het kopiëren van waardevolle historische stukken. Zijn manuscripten (50 volumes dik) handelen bijna allen over dit thema en willen de annalen van het land verduidelijken.

Werken over algemene geografie had hij van Abbé Gaultier[1090], Abbé Nicolle[1091] en Vosgien[1092]. Als atlassan had hij Le Théâtre du monde, ou nouvel Atlas van Willem en Jan Blaeu[1093] en het Theatrum orbis terrarum van Abraham Ortelius in Latijn[1094] en Frans[1095]. Hij de Histoire générale des Voyages van Abbé Prévost[1096]. Over de Levant had Lambin de Histoire des Croisades van Michaud[1097], en nog over het Heilige Land had hij een Pélérinage à Jerusalem et au mont Sinaï van R.P. Marie Géramb[1098]. Over de Orient had hij nog reisverhalen zoals de Reyze door Kleyn Azia van Chandler[1099] en de klassieke reisverhalen van de zeventiende eeuw van Tavernier[1100], die verder doorreisde naar Azië, en De Bruijn met zijn Reyzen van C. de Bruyn, door kleyn Azia, Egypten, Syrien en Palestina[1101]. Van deze laatste auteur waren eveneens zijn Voyages de Corneille le Brun,par la Moscovie, en Persie et aux Indes Orientales[1102] aanwezig. Uiteindelijk was er nog de Mémoire du baron de Tott, sur les Turcs et les Tartares[1103]. In de literatuur zijn er Arabische[1104], Perzische[1105], Mogol[1106] en Tartarische[1107] vertellingen. Het enige andere werk over Azië is Noord-en Oost Tartarien van Nicolaes Witsen[1108]. Over de Nieuwe Wereld waren er het werk over de Inca’s van Marmontel[1109], en Annales statistiques des Etats-Unis van Adam Seybert[1110]. Uiteindelijk ontbreekt ook hier La vie et les aventures de Robinson Crusoë[1111] niet.

 

 

Hoofdstuk 5 : Algemene bevindingen

 

Uit al deze bibliotheken samen kunnen nu enkele algemene lijnen gedestilleerd worden. Welke gebieden krijgen de meeste aandacht in elke periode en welke thema’s en boeken zijn steeds opnieuw aanwezig in de bibliotheken?

Algemeen wordt vastgesteld dat het aandeel van de boeken over de buiten-Europese wereld bijna steeds onder de 9% ligt. Bij Rouppe (4 van 215 boeken) en de Waepenaert (7 van 844 boeken) was het aandeel van de boeken over buiten-Europa zelfs minder dan 1%. Enkel in de catalogus van de graaf van Calenberg (269 van de 2048 boeken) handelen ongeveer 13% van boeken daarover. Het feit dat hij nauw betrokken was in de Oostendse Compagnie verklaart hierover veel. Doorheen de bestudeerde periode is het aandeel van deze boeken in de bibliotheken constant.

 

 

 

Onderlinge verschuivingen kunnen wel vastgesteld worden binnen deze groep van boeken over de niet-Europese wereld. De boeken over de wereld buiten Europa handelen in de bibliotheken van de eerste periode voor het grootste deel over Azië (24%) en de Oriënt (23%), die elk bijna een kwart van de boeken vertegenwoordigen; minstens 16% van boeken handelt over Amerika en slechts 4% over Afrika. Een groot aantal boeken wordt gevormd door de atlassen en de algemene werken over geografie (11%), en ook door de boeken die een thema behandelen dat de hele wereld (8%) omvat. In de tweede periode verdubbelen deze bijna hun aandeel (13%), en ook de algemene geografische werken vergroten hun aandeel tot 13%, terwijl de werken over Amerika en Afrika ongeveer dezelfde verhoudingen behouden. De Oriënt vermindert zeer lichtjes, maar vooral Azië (18,5)% verliest een groot aandeel. In de boekenverzameling van de laatste bestudeerde periode zet deze tendens zich door en is Azië nog maar goed voor 14% van de boeken die men bezat, net als Amerika (14%). Afrika vermindert eveneens en haalt nog amper een aandeel van 1,5%. Een grote vooruitgang werd geboekt door de romanliteratuur die nu bijna 9% haalt en ook de werken over de algemene geografie zetten hun tendens voort en komen nu bij 18%. Algemeen weet de Oriënt (21%) steeds haar grote aandeel boven de 20% te houden en, aangezien de meeste literaire werken hier kunnen aan toegevoegd worden, is dit aandeel eigenlijk nog groter. Oceanië staat al die tijd onderaan op het trapje: amper één procent van de werken handelt hierover.

 

Welk waren nu voor elk van deze gebieden de voornaamste werken? Vooraleer te komen tot de individuele gebieden, heeft men steeds nood aan enkele overzichten van de wereld, zoals men die vindt in atlassen of geografische woordenboeken. Onder die atlassen zijn er oude namen als Ortelius en Blaeu, respectievelijk uit de zestiende en zeventiende eeuw, die doorheen de hele bestudeerde periode regelmatig opduiken. Moderner is de atlas van Peeters die typisch is voor de eerste periode. Die van de l’Isle komt tweemaal terug in bibliotheken van de tweede periode en in de laatste bestudeerde periode was de atlas van d’Anville het meest vertegenwoordigd.

Naast die atlassen had men vooral veel werken ter inleiding van de geografie en geografische woordenboeken. Vooral de toename van deze werken is te merken naar het einde van de achttiende eeuw. In de periode tot 1775 is het geografisch werk, waaronder ook atlassen, van Sanson aanwezig in zes van de negen bibliotheken. De belangrijkste is ongetwijfeld de Dictionnaire géographique portatif van Vosgien, die doorheen de bestudeerde periode in minstens 20 van de 30 veilingcatalogi is terug te vinden. Dit werk is eigenlijk een steeds verbeterde en aangevulde editie van de oorspronkelijke Engelse woordenboek van Echard. Het genre kende vooral succes in de tweede helft van de achttiende eeuw met namen als Ehrman, Expilly en De Feller. Algemeen aanwezig zijn de Géographie universelle van Buffier, de Geographical Grammar van Gordon, het Duitse werk van Büsching en het zeventiende-eeuwse werk van Cluveri.

Onder de boeken over de hele wereld zijn er ook die één bepaald thema behandelen, zoals de handel, de zeden en gebruiken van de volkeren, de verspreiding van het Christendom in de wereld, … Over de handel is er de Dictionnaire de Commerce van Savary, die in de bibliotheken van alle periodes terug te vinden is. Aanleunend bij de handel, zijn er voortdurend werken aanwezig in verband met de Compagniën; Coppens had er meer dan de anderen. Velen van deze boeken zijn anoniem, maar als namen zijn er Morellet, Pattyn en Renart. Men stelt steeds meer vragen rond de noodzaak en het nut van zulke compagnieën, en tegelijk ook van de kolonies. Als overzicht van de kolonies is het verlichte werk van Raynal te noemen: Histoire politique et philosophique des etablissements des Européens dans les deux Indes… Deze encyclopedie, één van de bestsellers van de Verlichting, is vanaf haar uitgave in 1770 aanwezig in tien bibliotheken, vooral uit de negentiende eeuw. De grote aanwezigheid van dit werk is reeds door Schampeleire en Vanysacker aangetoond voor de Antwerpse bibliotheken[1112]. De vreemde volkeren zelf werden in beeld gebracht in het werk van Bernard Picart, die een reeks prenten vervaardigde, die vervolgens van commentaar werden voorzien. Het werk kon in feite bijna als een prentenboek gelezen worden. Nog ter beschrijving van de volkeren is de Histoire générale, civile, naturelle, politique & religieuse de tous les peuples du Monde van abbé Lambert te noemen voor de eerste periode, terwijl Dupuis deze rol in de negentiende eeuw overneemt met zijn Abrégé de l’origine de tous les cultes. Een overzicht van de vestiging van het Christendom in de wereld werd gegeven door Jovet en Ross. Regelmatig komt dit thema terug in verband met specifieke gebieden, waarover dan dikwijls een Choix de lettres édifiantes, écrites des missions wordt gepubliceerd, meestal door de jezuïeten. De werken over de godsdienst zijn uiteraard het meest terug te vinden in de bibliotheken van de geestelijken. In de negentiende eeuw komt het abolitionisme ook op, vooral in verband met de negerslaven in Amerika. Doncker is echter de enige die hierover werken had, met name van Clarkson en Grégoire.

Om de hele wereld binnen handbereik te hebben zonder al de afzonderlijke boeken te moeten kopen, kon men een verzameling van reisverhalen kopen, die in feite een encyclopedie van de wereld vormde. In de achttiende eeuw, in de context van de Verlichting, is de Histoire générale des voyages van Abbé Prévost de bekendste. Deze was aanwezig in drie achttiende-eeuwse bibliotheken en in deze van Lambin. Het was een zeer kostbaar werk, mede omwille van de omvang ervan: het exemplaar van Van Parijs uit 1749 was opgebouwd uit niet minder dan 76 volumes. Een Abrégé de l’histoire générale des voyages is gepubliceerd door De la Harpe, die in een iets latere periode meer succes heeft bij Eloy, Vanderstegen de Putte en Dewez. Uit het begin van de achttiende eeuw dateert de Merkwaardige Zee-en Landreysen, waarvan de auteur niet vermeld wordt, maar die, volgens de datum en de titel, waarschijnlijk dient toegeschreven te worden aan Pieter Van der Aa. Deze verzameling is niet meer terug te vinden in de collecties die in de negentiende eeuw geveild worden. Ouder is de verzameling van Thevenot uit de zeventiende eeuw, die slechts voorkomt in twee bibliotheken die verkocht werden in de jaren 1760’. De zestiende-eeuwse verzameling van De Bry is terug te vinden in de catalogus van de advocaten van de Raad van Vlaanderen: De Loose, Vandamme en Duermael. Deze verzameling, die vooral bekend staat omwille van de gravures die de tekst illustreren, was opgebouwd uit twee grote delen: enerzijds het grootste deel over Amerika en anderzijds een kleiner deel over Azië, respectievelijk de Grands Voyages en de Petits Voyages, maar onder deze titel zijn ze niet vermeld in de catalogus.

Soms komt de hele wereld ook aan bod in één enkele reis: een wereldreis. Uit het begin van de achttiende eeuw is de reis van Dampier aanwezig in de achttiende-eeuwse verzamelingen. In de catalogi van Boot en de graaf van Calenberg is de wereldreis van Anson terug te vinden, die op dat ogenblik nog actueel was (1749). Coppens (+1802) had een verslag van de wereldreis van Etienne Marchand uit 1797. In de tweede helft van de achttiende eeuw worden de expedities wetenschappelijker. Zij verkenden systematisch de kusten van de tot dan toe onbekende gebieden en dit deden zij niet meer louter om economische redenen, maar voor wetenschappelijke doeleinden, vooral in het domein van de natuurwetenschappen. Het merendeel van deze reizen, die de wereldomvaart realiseerden, concentreerden hun activiteiten op de Stille Oceaan en Oceanië. Van dit alles zijn relatief weinig sporen terug te vinden in de boekenverzamelingen van de Zuidelijke Nederlanden. Enkel de graaf van Calenberg, De Loose, Vandamme en Duermael en Vanderstegen de Putte volgden de expedities op met de laatste verslagen. Calenberg had verslagen van de reizen van Glantzby in het noordwesten van de Stille Oceaan. Uit 1739 had hij een verslag van een expeditie die op zoek ging naar het australisch continent, waarover hij waarschijnlijk ook het leidinggevende werk van De Brosses had uit 1756. Zeer actueel voor hem, aangezien hij in 1772 overleed, was het verslag van de expeditie van Robertson naar het Zuidland uit 1767 en de expeditie van Kerguelen naar het noorden, waarvan het verslag pas dateerde uit 1772. Actueel was ook de boekenverzameling van De Loose, Vandamme en Duermael: naast een verslag van de expedities van Robertson (1767) en Byron, Wallis en Carteret uit 1774, hadden zij een verslag uit 1785 van de derde reis van Cook. Vanderstegen de Putte volgde de ontdekkingsreizen het meest intensief op en daarvoor bezat hij de reisverslagen van Cook, Bougainville, Dixon, Tench en Verdun de la Crenne. Uiteindelijk bezat Dewez sporadisch een verslag van de expeditie van 1800-1804 van Freycinet.

 

Het gebied waarover men doorgaans de meeste boeken had, was de Oriënt. Wanneer de onderlinge verhoudingen van de boeken over de Oriënt vergeleken worden, blijkt dat de boeken over het Heilige Land (van 17% naar 23,5%) en Egypte (van 7% naar 13%) in aandeel winnen doorheen de bestudeerde periode. De rest van Noord-Afrika, dat niet tot het Ottomaanse Rijk behoort, gaat er in de laatste periode fel op achteruit (van 8% naar 1%). Het aantal boeken dat men had over Arabië is zeer klein, maar stijgt fors in de laatste periode (van 4% naar 10%). Dit wordt veroorzaakt door het succes van de duizend-en-één-nacht, uitgegeven door Galland.

De meeste werken over de Oriënt zijn doorgaans in verband te brengen met het Ottomaanse Rijk; redelijk logisch aangezien dit Rijk het grootste deel van de Oriënt besloeg. Vele werken hierover zijn echter maar éénmaal aanwezig in de bestudeerde bibliotheken, en dikwijls is er geen auteur bij vermeld.

Vooral in de eerste periode zijn er vele reisverhalen aanwezig. Zo komen de reizen van De Bruijn, Stochove, Wheler en Lucas bijna uitsluitend voor in de bibliotheken van de eerste bestudeerde periode. De reizen van Tournefort zijn vooral aanwezig in de tweede periode, en de Voyages d’Antenor in de derde periode. Over de oudheid blijft het werk van Rollin vertegenwoordigd doorheen de hele bestudeerde periode. De periode van het Byzantijnse Rijk is geschetst door Cousin en aanwezig in de bibliotheken van de achttiende eeuw. En de Turcica imperii status en het werk van de heer Busbecq, beide uit de zeventiende eeuw, zijn eveneens regelmatig terug te vinden in de collecties. Van het einde van de achttiende eeuw dateert de Mémoires sur les Turcs et les Tartares van de Baron de Tott; zijn werk is reeds aanwezig in de bibliotheek van Somers, maar is vooral aanwezig in de collecties van de laatste periode. In de negentiende eeuw is ook de beschrijving van Urquehart over het Turkse Rijk aanwezig in twee bibliotheken.

Enkele specifieke gebieden, zoals het Heilige Land en Egypte, krijgen bijzondere aandacht. Naar het Heilige Land zijn de Jeruzalemreizen vooral in de eerste periode aanwezig, met namen als Gonzales en Zuallart. Een constante is de De Gerusalemme Liberata van Torquato Tasso over de Eerste Kruistocht, die in 14 bibliotheken aanwezig is, en in driekwart van de bibliotheken van de laatste periode. De Kruistochten zijn ook beschreven door Maimbourg, wiens werk in de eerste periode voorkomt, en door Michaud, die in de negentiende eeuw schreef. Het Heilige Land is verder nog beschreven door het zeventiende-eeuwse werk van Dapper en de Reland, van wie het werk in de laatste periode aanwezig is.

Voor Egypte documenteert men zich in de eerste periode vooral uit werk van Abbé Masrier. De Comte de Caylus, wiens werk al dateert uit 1752, was meer aanwezig in de bibliotheken van de laatste periode. Rond de eeuwwisseling was de expeditie van Napoleon één van de grote impulsen die de interesse voor Egypte opwekken. Een verslag van die expeditie is terug te vinden in de bibliotheek van Doncker en Lambin, en een gedicht erover in die van Surlet de Chokier en Dewez. De Recherches philosophiques sur les Egyptiens et les Chinois (1773) van Cornelius De Pauw zijn aanwezig in de bibliotheken van Simon, Doncker, Coppens en Wins, die allen in de negentiende eeuw zijn geveild.

Buiten het Ottomaanse Rijk is de Etat des Royaumes de Barbarie, Tripoli, Tunis & Alger uit het begin van de achttiende eeuw frequent aanwezig in de collecties van de eerste periode. Een ander gebied dat niet tot het Ottomaanse Rijk behoort, is Arabië. De Marlès publiceerde een werk over de periode dat de Arabieren het Iberische schiereiland overheersten. Beschrijvingen over Arabië zelf zijn o.a. aanwezig in drie bibliotheken van de eerste periode, en bij Doncker. Verder is er ook van Dapper een zeventiende-eeuwse beschrijving van Arabië en het gebied van Tigris en Eufraat, die in de achttiende-eeuwse collecties is terug te vinden. Het werk van Marigny over de Arabische volkeren is in alle periodes terug te vinden. Het grootste succes kende de Arabische literatuur, die uitgegeven wordt door Galland in mille-et-une-nuits, contes arabes, een verzameling die in de helft van de bibliotheken van de laatste periode aanwezig is. Hammer vult het werk nog aan, en in dezelfde lijn ontstaan Perzische, Turkse, Chinese, … vertellingen. Interesse voor de Islamitische godsdienst blijkt uit uitgaves van de Koran, die voortdurend aanwezig zijn. Vanaf de jaren 1780’ vervangt de uitgave van Savary die van Du Ryer.

In de negentiende eeuw is de Oriënt een geliefd thema van de literatoren, die hun bijdrage leveren tot het Oriëntalisme. Van Victor Hugo heeft men dan Les Orientales, van Poujoulat La Bédouine, en samen met Michaud publiceert deze laatste een Correspondance de l’Orient 1830-1831. Van Alphonse de Lamartine zijn er Souvenirs, impressions, pensées et paysages, pendant un voyage en Orient, 1832-1833, die een verandering van de sfeer illustreren: de zuivere beschrijving van het land heeft plaatsgemaakt voor sensaties en gevoeligheid van de Romantiek; de zinnen worden extra geprikkeld door het vreemde en onbekende. Chateaubriand schreef ook een Itinéraire de Paris à Jérusalem et de Jérusalem à Paris. Deze literaire werken zijn redelijk snel na hun publicatie reeds terug te vinden in verscheidene bibliotheken; waaronder vooral deze van Simon veel literair werk bevat.

 

In die negentiende eeuw is de aandacht voor Azië fors geminderd tegenover 70 jaar voordien, toen ze nog de grootste groep boeken omvatte. Binnen Azië is het grootste deel, ongeveer een kwart van de boeken, gewijd aan China. India komt op de tweede plaats en kent in de laatste periode (21%) plots een groter succes dan voordien (13%). Eenzelfde beeld toont zich in Perzië dat van 4% naar 10% stijgt in de laatste periode. Siam verdwijnt langzaam uit de belangstelling. Japan kent in de tweede periode een uitzonderlijk grote aandacht (14%), tegenover de andere periodes.

 

Azië

1750-1775

1776-1814

1815-1840

Niet gespecifieerd

24,55%

27,94%

23,33%

Ceylon

2,99%

0,00%

3,33%

China

25,75%

27,94%

23,33%

Formosa

1,20%

0,00%

0,00%

India

13,17%

13,24%

21,67%

Japan

7,78%

14,71%

3,33%

Oost-Indië

11,38%

7,35%

13,33%

Perzië

4,79%

4,41%

10,00%

Siam

5,39%

2,94%

1,67%

Siberië

2,99%

1,47%

0,00%

 

Door Perzië en de rest van het Aziatische continent zijn de reizen van Struys en De Bruijn aanwezig in de helft van de collecties van de eerste periode. Tavernier is ook in andere periode aanwezig. In de achttiende eeuw bezit men over Perzië Mémoires secrets pour servir à l’histoire de Perse en een werk uit 1728 over de revoluties van Perzië. Persia seu magni Persici status is een werk uit de zeventiende eeuw dat aanwezig was in de bibliotheken van Doncker en Wins, in de negentiende eeuw dus. Doncker had uiteindelijk de geschiedenis van Perzië, geschreven door Raffenel en Lambin had Perzische vertellingen in de lijn van de Arabische vertellingen. Uit 1712 dateert Kaempfers Amoenitates exoticae politico-physico-medicae over Perzië en de rest van Azië waar deze geleerde doorreisde. Dit werk is terug te vinden bij twee geneeskundigen van rond de eeuwwisseling en in Custis’ catalogus van 1752.

In India kunnen enerzijds de kustgebieden onderscheiden worden, zoals Malabar en Choromandel kust, en anderzijds het continentale Mogol-Rijk. In de kustgebieden hebben de Europese machten zich met hun compagnieën gevestigd en hierover heeft men in het midden van de achttiende eeuw vooral zeventiende-eeuwse werken zoals de beschrijvingen van Baldaeus, Visscher en Dellon. Naar het einde van de eeuw toe had men meer het Malabars Kruyd-Hof van Van Rheede tot Drakenstein en Casaerius, eveneens een werk uit de zeventiende eeuw, maar plantkundig. Deze aanwezigheid kan verklaard worden door de concentratie aan geneeskundige bibliotheken in deze periode. Ook over het Mogol-Rijk zijn de werken grotendeels zeventiende-eeuws. In de bibliotheken van de eerste periode zijn de werken terug te vinden van Dapper en Bernier en de Histoire de Timur-Bec grand Tamerlan. In de collecties van Bosch en Raepsaet bevindt zich de Histoire du Grand Tamerlan. Een ander zeventiende-eeuws werk dat in de derde periode is terug te vinden is De imperio magni Mogolis. Naast de Contes Mogols die Lambin bezit, zijn er ook actuelere werken, vooral over het kustgebied Bengalen. Daarvan heeft De Loose een Etat politique et commerçant du Bengale uit 1778 en Raepsaet had een Histoire du Bengale. In de negentiende eeuw publiceert Solvyns een werk over L’Hindoustan, dat waarschijnlijk in het bezit is geweest van Dewez. In deze periode heeft men ook meer aandacht voor de oude geschiedenis van India dan voor de beschrijvingen van het land. Dit blijkt uit de aanwezigheid van de historische werken van Robertson en De Marlès, die algemeen aanwezig zijn.

Ten zuiden van India bevindt zich Ceylon, dat beschreven werd door een India-reiziger als Baldaeus, maar ook door Knox en Ribeyro. Het werk van Ribeyro is steeds terug te vinden in de vertaling van Abbé le Grand onder de titel Histoire de l’Isle de Ceylan. Deze zeventiende-eeuwse werken komen, op Wins na, uitsluitend voor in de bibliotheken van de eerste bestudeerde periode.

Naar de Oost-Indiën in het algemeen zijn er vele zeventiende-eeuwse reisverhalen, waaronder deze van De Graef, Schouten en De Vries, die hoofdzakelijk in de verzamelingen van de eerste periode zijn terug te vinden, net als die van Grosen uit de achttiende eeuw. Befaamd is de beschrijving van Oud-en Nieuw Oost-Indiën van François Valentijn, een predikant op Ambon, die terug te vinden is in de collecties van de eerste periode en in deze van De Potter. Over de Molukken dient de geschiedenis van de veroveringen vermeld te worden van Argensola, die aanwezig is in éénderde van de bibliotheken van de eerste periode. D’Amboinese rariteyt-Kamer van Rumphius, een zeventiende-eeuws natuurkundig werk, is vooral terug te vinden in de collecties van de tweede periode, en niet alleen bij de geneeskundigen, maar ook in de boekerij van De Loose, Vandamme en Duermael.

Meer naar het noorden ligt het Rijk van Siam, waarmee de Fransen rond de jaren 1680’ banden poogden aan te knopen, en daarvan zijn nog sporen te zien. Al de werken over Siam dateren immers uit deze periode. De werken zijn ook bijna allen gevonden in de oudste verzamelingen; één bevond zich nog in de collectie van De Loose, en één in die van Wins. Er zjin de werken van De l’Isle, Tachard en De la Loubere. Deze laatste is het meest frequent aanwezig.

Vlak voor China ligt het eiland Formosa, tegenwoordig Taiwan genaamd. Hierover heeft Psalmanaasar een beschrijving geschreven die terug te vinden is in een paar verzamelingen van de eerste periode. Over China zelf handelt een kwart van de boeken die men over Azië heeft. Er zijn landbeschrijvingen in de vorm van gezantschapsreizen, historische werken en werken die meer betrekking hadden op het gedachtengoed van de Chinezen.

Tot de eerste categorie behoren de gezantschapsreizen van Ysbrant, Le Comte en Du Halde die zijn terug te vinden in de eerste bestudeerde periode; deze van Nieuhof is algemeen aanwezig. Uit de zeventiende eeuw is er ook hier een compilatie van Olfert Dapper te melden, die in de collecties van de achttiende eeuw is terug te vinden. De atlas van China van d’Anville brengt de ongekende gebieden van Tibet en Korea in kaart. Uit de negentiende eeuw is de beschrijving van China van Davis aanwezig, net als zijn uitgave van Contes chinoises. Over de Chinese geschiedenis zijn er werken van Rougemont en Palafox. Klassiekers zijn De bello tartarico van Martinus Martini en China monumentis van Athanasius Kircher. De Recherches philosophiques sur les Egyptiens et les Chinois van De Pauw, uit 1773, kan vernoemd worden met het werk van De Guignes. Een opvoedkundig werk is terug te vinden in de verzamelingen van de jaren 1760’ en 1770’ onder de titel La Balance chinoise sur l’éducation, en Doncker had een werk over de leer van Confucius. De visie van de Chinezen op de Europese maatschappij is te vinden in L’espion chinois, ou envoyé secret de la cour de Pékin, pour examiner l’état présent de l’Europe, traduit du chinois en een vorm van maatschappeijkritiek in Lettres chinoises, ou correspondance philosophique, historique et critique entre un chinois voyageur à Paris et ses correspondans van de Marquis d’Argens.

Werken over Japan zijn in hoofdzaak terug te vinden in de boekerijen van het einde van de achttiende eeuw. Die plotse stijging is te verklaren doordat een groot aantal boeken van Japan in verband kunnen worden gebracht met de plantkunde: Kaempfer en Thunberg waren immers natuurkundigen en de bestudeerde collecties van rond de eeuwwisseling behoorden meer dan de rest toe aan geneeskundigen, die hiervoor een uitgelezen interesse voor de dag legden. De voornaamste manier om het land te beschrijven is ook hier de gezantschapsreis naar de keizer. Er zijn zo beschrijvingen van Caron en Montanus. Geschiedenissen zijn er van Charlevoix en van Crebillon. De Beschryving van Japan van Engelbert Kaempfer is het belangrijkste werk dat in de achttiende eeuw is verschenen over Japan. Het werd postuum uitgegeven in 1727.

Over het meest noordelijke gebied van Azië, namelijk Siberië, had vooral de graaf van Calenberg enkele werken. Zo heeft hij een Beschrijving van Kamtschatka, een atlas van Abbé Chappe en het reisverslag van 1761 van Abbé Auteroche van 1761, uitgegeven in 1768. Uiteindelijk heeft hij nog het relaas van de reis van Gmelin van 1733 tot 1743, die ook in de bibliotheek van Somers is terug te vinden. De expeditie van Pallas is terug te vinden in de bibliotheken van Coppens en Vanderstegen de Putte, die in het algemeen goed op de hoogte is van de laatste ontdekkingsreizen.

De werken in verband met Oceanië zijn reeds vermeld in de context van de wetenschappelijke ontdekkingsreizen. Het enige wat hier nog aan toegevoegd kan worden is de Histoire des Sevarambes. Deze totaal fictieve beschrijving van het Zuidland is geschreven door Denis Vairasse en in het Nederlands uitgegeven als Historie des Sevarambes, volkeren die een gedeelte van het derde vast-land bewoonen, gemeenlyk Zuid-Land genaamd… (Amsterdam, 1701)[1113]. Het aandeel van dit continent, net als dat van Afrika, is minimaal ten opzichte van het totale aantal boeken die men bezit over de wereld.

In Afrika ten zuiden van Sahara worden Guinea en Congo, Zuid-Afrika en Ethiopië onderscheiden. Algemene beschrijvingen van Afrika zijn er van Leo Africanus en Marmol. Over Guinea, of West-Afrika, staat nogmaals het werk van Dapper in de belangstelling, en over dit gebied publiceerden ook Bosman en Labat. Van hem is er de Voyage du Chevalier du Marchais en Guinée, een werk dat zeer dikwijls aanwezig is en dat, net als de andere genoemden, vooral in de eerste bestudeerde periode aanwezig is. Over Zuid-Afrika zijn het werk te noemen van Kolbe, en de recentere werken van Levaillant, Sparrman en Thunberg, die in de bibliotheken van rond de eeuwwisseling terug te vinden zijn. In de laatste bestudeerde periode zijn geen werken over Zuid-Afrika aanwezig. Over Ethiopië zijn er de werken van Godigni en Ludolf uit de zeventiende, van Lobo en Bruce uit de achttiende en van Johnson uit de negentiende eeuw. Van Cavazzi is er nog een beschrijving van West-Ethiopië, waarmee Angola en Kongo bedoeld worden.

In verband met Zuid-Amerika zijn de klassiekers vooral aanwezig in de bibliotheken die geveild werden tot 1788. Het werk van Zarate was aanwezig in zes bibliotheken, hoofdzakelijk uit de oudste periode en Cortez is alleen in die periode terug te vinden. Verder zijn er nog de werken van Herrera en Vega. De aanklacht van Las Casas is bij Doncker terug te vinden. Van De Laet was er eveneens werk terug te vinden in de oudste veilingcatalogi. Zeer succesvol was de Histoire de l’Amérique van Robertson, die vanaf haar uitgave in 1777 zeer frequent aanwezig is. Een werk met een gelijkaardig succes is Les Incas, ou la destruction de l’Empire du Perou van Marmontel, dat in de tweede en vooral de derde periode het meest aanwezig is. In dit werk werden de beschuldigingen van Las Casas hernomen, maar in een sterke anti-katholieke en anti-Spaanse context[1114]. Voordien informeerde men zich voor de Inca’s uit het werk van Baudouin, getiteld Histoire des Incas Rois du Perou. Een groot succes kende ook de Lettre d’une Péruvienne van Madame de Graffigny. De ideaalstaat van de jezuïeten in Paraguay kwam aan bod in de bibliotheken van Bosch, Jacobs, Van Parijs en Wins, dus vooral in de tijd dat de problemen rond de afschaffing van de orde aan de orde zijn. De Heer Bosch had een Receuil des pièces concernant la conduite des jésuites dans le Paraguai uit 1760, en ook Van Parijs had dit werk. In de catalogus van Jacobs bevindt zich een zeventiende-eeuws Mémorial van Cardenas, bisschop van Paraguay.

Reizen naar Zuid-Amerika zijn minder talrijk dan die naar de andere gebieden van de wereld. In de lijn van de wetenschappelijke expedities zijn er de Rélation du Voyage de la Mer du Sud van Frezier, en de reis van Pernety aux Isles Malovines 1763-64 & au détroit de Magellan. In de eerste helft van de achttiende eeuw doorkruiste Condamine het continent, en een verslag daarvan is aanwezig in de verzameling van Calenberg, die ook van de andere wereldexpedities goed op de hoogte is. Van de expeditie van Von Humboldt is in geen enkele bibliotheek iets terug te vinden, maar natuurkundig zijn er wel nog enkele andere werken over het noorden van Zuid-Amerika, zoals een Histoire des plantes de la Guiane française. Coppens had hierover relatief veel werken. Over Guyane zijn er nog de werken van Barrere, Jouy en Prefontaine en Brazilië is beschreven door Nieuhof en Lafitau. Van de Amerikaanse eilanden zijn de beschrijvingen van Rochefort uit de zeventiende eeuw en die van Labat het meest aanwezig. Saint-Domingue werd in de eerste helft van de achttiende eeuw beschreven door Charlevoix en in 1824 door Mazois. In de negentiende eeuw vormen de onafhankelijkheidsverklaringen van de Amerikaanse kolonies de actualiteit. Deze worden op de voet gevolgd door de Fransman Dominique de Pradt, wiens werk terug te vinden is in de boekenverzamelingen van Cogels, Doncker en Surlet de Chokier. Doncker had van de Pradt een zeer groot aantal werken, ook over de houding die de rest van Europa moest innemen ten opzichte van die gebeurtenissen.

In verband met Noord-Amerika bevonden zich in de bibliotheken van de eerste periode vooral oudere, klassieke werken, zoals de werken van Hennepin, De la Hontan en Charlevoix, waarin vooral het Franse deel van Amerika aan bod komt. Van Le Pratz is er een Description de la Louisiane. Het Engelse deel was beschreven in een Histoire de la Virginie en in een Etat présent de la Pensilvanie. Van Lafitau, een van de grondleggers van de etnografie, zijn De Zeden der Wilden van Amerika… aanwezig in drie achttiende-eeuwse bibliotheken; daarna verdwijnt het werk.

Ook de onafhankelijkheidsoorlog in Noord-Amerika vormde een aandachtspunt in de laatste periode. Wins, Simon, Doncker en Raepsaet hadden er werken over. De laatste twee hadden een exemplaar van de grondwet van de Verenigde Staten van Amerika uit 1783 en dat van Doncker was zelfs gedrukt te Philadelphia. En ook Somers had een bespreking van de grondwet van de hand van Démeunier. In de bibliotheek van De Loose, Van Damme en Duermael zijn verschillende exemplaren te vinden van de Spectateur Américain van Mandrillon en Raynals Révolution de l’Amérique is in meerdere bibliotheken aanwezig.

 

De laatste periode wordt eveneens gekenmerkt door de opkomst van de literatuur, waarvan een groot deel reeds vermeld is in verband met de Oriënt. Daarnaast waren er nog romans over Amerika van James Fenimore Cooper en zijn er La coucaratcha en la vigie de Koat-ven van Eugnène Sue. Van Bernardin de St-Pierre had Hubin het oeuvre en Doncker had slechts La cabana indiana van hem. Maar ook in de eerste periode waren reeds enkele romans, aanwezig. Voortdurend en massaal zijn Aventures de Robinson Crusoë van William Defoe aanwezig. Dit werk, waarvan Schampheleire reeds de grote aanwezigheid aantoonde[1115], kwam in de twee laatste periodes telkens in vijf bibliotheken terug, tegen slechts tweemaal in de eerste periode. In die periode kenden de avonturen van Leguat, van de hand van Misson een groter succes. Een ander imaginair reisverhaal uit het begin van de achttiende eeuw, de Gullivers Travels kent haar grootste succes in de laatste periode, waar ze in de helft van de bibliotheken aanwezig waren, tegen telkens één maal in de andere twee periodes.

 

 

Besluit

 

Waren de mensen in eerste instantie wel geïnteresseerd in de wereld.

Welke gebieden stonden in de aandacht en welke thema’s? welke werken komen steeds opnieuw terug?

Welke boeken ontbreken uit onze verwachtingen?

Zijn de boeken actueel of eerder verouderd en zijn er verschillen naargelang de gebieden.

Zijn er evoluties? Is er een soort boeken dat verdwijnt of erbij komt?

 

Rollin als werk over de oudheid, werd ook vermeld door Verschaffel (p. 130)

 

In elke bibliotheek is wel iets terug te vinden over de buiten-Europese wereld, maar soms is de aandacht hiervoor toch minimaal, bv. Rouppe en Stichelbaut.

 

Doorheen de periode is een evolutie waar te nemen van landbeschrijvingen naar meer literaire werken.

De geografie in het algemeen kent een enorme opgang.

 

De achttiende eeuw is de eeuw van de encyclopedie en dat is te merken. Ter aanvulling op de grote encyclopedie bestaan er allerlei kleinere thematische encyclopedieën.

 

De achttiende eeuw is ook de periode van de opkomst van de roman: een nieuw genre waarin de ideeën van de Romantiek kunnen uitgedrukt worden met haar gevoeligheid. De exotische mens wordt een ideaal natuurbeeld van de zuivere, onbedorven mens, die nog niet is aangetast door de beschaving.

De mystiek kent belangstelling omwille van de rituelen die verwijzen naar het oude, het onrationele.

De godsdienstige liturgie prikkelt eveneens de zinnen door haar grootsheid en onrationele. De Christelijke godsdienst herleeft opnieuw.

 

Men wilde de wereld systematiseren en zo in kaart brengen.

 

De bibliotheek moest, encyclopedisch opgevat, de hele wereld omvatten. Alles werd stilaan op systematische wijze geordend in lacunes werden aangevuld.

Zo ging het met de ontdekkingsreizen, die de nog ontbrekende delen van de wereld in kaart poogden de brengen. Deze werden echter slechts beperkt opgevolgd. Slechts in weinige bibliotheken werden de nieuwe ontwikkelingen opgevolgd.

De oude waarden bleven talrijk aanwezig. Vooral in de eerste periode had men veel oude boeken; en naargelang de tijd vordert verjongen ook de boeken.

 

Over de hele lijn staat de Oriënt het meest in de belangstelling, en naargelang de tijd vordert. Azië stond in de eerste periode nog het meest in de belangstelling, maar op het einde is deze gedaald zodat ze gelijk kwam met de aandacht voor Amerika. Amerika staat de hele tijd maar matig in de belangstelling.

 

Over Noord-Amerika zijn er de beschrijvingen van de ontdekkingen en dan enkele beschrijvingen van enkele gebieden, en vooral, vanaf 1776 de werken in verband met de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog.

 

De plaats van uitgave in de achttiende en zeker negentiende eeuw is Parijs. In de zeventiende eeuw was dit Amsterdam, dat lang een succesvolle locatie was in de uitgave van geografische werken waar het bekend om stond. Het grote aantal geografische werken die in de Noordelijke Nederlanden werden gedrukt, blijft invloed hebben in latere perioden door de grote aanwezigheid op in de bibliotheken.

 

Schampeleire wees reeds op de grote aanwezigheid van het werk van Raynal en dit wordt hier bevestigd.

Voor Lechner kan geantwoord worden dat in de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw het werk van Cortez en Zarata aanwezig was. Dit geldt vooral voor de eerste helft van de achttiende eeuw.

 

Vreemde godsdiensten in encyclopedies (Jovet) en in eigen documenten (Koran), maar vooral de eigen Christelijke godsdienst.

 

De taal waarin de boeken zijn uitgegeven is hoofdzakelijk het Frans. Het Nederlands was in enige mate succesvol in de periode dat de Noordelijke Nederlanden nog veel succes hadden. Toch waren ook toen al meer boeken in het Frans gedrukt. De Latijnse werken verdwijnen stilaan uit de bibliotheken.

 

De dictionnaire is een blijvende waarde. Ook in de negentiende, wanneer de Romantiek haar grote succes kent, blijft men wel degelijk de nood bewaren aan referentiewerken die het geheel ordenen en informeren.

 

Op alle continent proberen de reizigers te verstaan waarin de andere volkeren op ons lijken en van ons verschillen. Hiervoor hebben ze de hulp van de filosofische theorieën van de Verlichting.

 

Dit is de periode van de mythische wilde. Nooit had men zoveel respect voor de inboorlingen. De erkenning van de biologische identiteit is gemeenschappelijk voor alle rasse.

 

De grote namen zijn Vosgien. Uit de Verlichting zijn er nog Raynal en Savary, beide encyclopedieën.

 

Oude werken zijn vooral reisverhalen. Zeventiende-eeuws over Azië en Oriënt.

 

Over Zuid-Amerika: Graffigny en Marmontel.

 

Uit de Romantiek het oeuvre van Chateaubriand en ouder het werk van Tasso.

 

Zeer aanwezig zijn de avonturen van Robinson Crusoë, en in de negentiende eeuw: Swift, de satirische reis door de wereld waarin alles tegenovergesteld is aan de werkelijke wereld.

In de achttiende eeuw zijn de avonturen van Leguat eveneens in trek. Deze wordt de Franse Robinson genoemd.

= imaginair reisverhaal

 

Plaats van uitgave.

In de zestiende eeuw waren Antwerpen en Keulen belangrijke centra van uitgevers over geografie. In de zeventiende eeuw is Amsterdam het belangrijkste centrum, maar doorheen de hele geschiedenis kan een constante groei van het belang van Parijs waargenomen worden ten opzichte van de andere steden. In de periode 1774-1814 zijn meer dan de helft van boeken die over geografie uitkwamen en in het bezit waren mensen in de Zuidelijke Nederlanden in Parijs uitgegeven. In de laatste periode zou zelfs meer dan 60% van boeken in Parijs uitgegeven zijn. Slechts een halve percent van boeken worden dan nog in Amsterdam uitgegeven. Dat er toch nog zoveel boeken uit Amsterdam zijn terug te vinden (Amsterdam is in de laatste periode nog steeds goed voor bijna 7% van de boeken) is doordat de oude boeken, die reeds vroeger waren uitgegeven, bleven circuleren op de tweedehandsmarkt en zo aanwezig bleven in de collecties van de boekenverzamelaars. Londen is steeds lichtjes aanwezig. Voor deze grafiek zijn de ontbrekende gegevens buiten beschouwing gelaten en er niet in opgenomen (als in de ontbrekende gegevens, (waar de datum of de plaats niet was aangegeven) dezelfde verhoudingen blijven gelden, verandert dit niets aan de cijfers. ) hiermee wordt de traditionele boekgeschiedenis bevestigd.

 

Taal van de boeken

De taal waarin de boeken zijn uitgegeven evolueert. Doorheen de tijd is de neergang van het Latijn te merken: van de boeken die in de zestiende eeuw zijn uitgegeven is 70% nog Latijnstalig. In de zestiende eeuw heeft het Latijn nog een aandeel van 25% en in de eerste helft van de achttiende eeuw is haar aandeel gedaald tot minder dan 8%, en in de tweede helft van de eeuw nog maar 5%, om in de negentiende eeuw helemaal te verdwijnen naar 1,4%. Het Nederlands kende een hoogtepunt in de zeventiende eeuw (27,5%), op het hoogtepunt dat de boekdrukkunst in de Noordelijke Nederlanden haar hoogtepunt bereikte; een ogenblik dat eveneens samenvalt met het Nederlands hoogtepunt van de wereldhandel. Daarna daalt het belang van de Nederlandstalige producties aanzienlijk. Het Frans daarentegen had reeds in de zeventiende eeuw het grootste aandeel van de boeken met 45% en neemt voortdurend in belang toe. Van de boeken die in de negentiende eeuw zijn uitgegeven is meer dan 90% Franstalig (92,5%). Dit komt overeen met de bevindingen van Verschaffel die meldde dat de ‘Vreemde’ geschiedenissen vooral in Franse en in het Frans vertaalde werken werden gelezen[1116].

 

Ouderdom van de boeken.

Aantal van vindplaats

vindplaats3

 

 

 

datum2

Periode 1

Periode 2

Periode 3

Eindtotaal

 

10,76%

9,16%

7,43%

9,41%

1718

0,14%

0,00%

0,00%

0,06%

16e eeuw

4,41%

3,14%

1,13%

3,16%

17e eeuw

30,07%

21,47%

9,01%

21,92%

1701-1749

40,14%

23,04%

8,56%

26,89%

1750-1775

14,48%

16,23%

10,36%

13,73%

1776-1814

0,00%

26,96%

22,52%

13,09%

1815-1840

0,00%

0,00%

40,99%

11,73%

Eindtotaal

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

In de eerste tabel zien we voor elke periode hoe oud de boeken waren die men toen had. Zo had men bijvoorbeeld in de eerste periode nog 218 boeken uit de zeventiende eeuw en dus meer dan 50 jaar waren. 105 boeken zijn van recente datum. In de laatste periode had men een groot deel in de laatste 25 jaar aangeschaft en waren 282 jonger dan 50 jaar; slechts een dikke 100 waren ouder. Dezelfde tabel vinden hieronder met de aantallen uitgedrukt in procenten. Duidelijk is dat men, vooral in de laatste periode, meer nieuwe boeken had dan in de eerste periode. Uit de periode net voor hun periode stammen 40% van de boeken in de eerste periode, tegenover 22% in de laatste periode. We moeten er wel rekening mee houden dat de bibliotheken uit de eerste periode vooral dateren uit het begin van die periode en dus de eigenlijke periode niet volwaardig kan meegeteld worden: de bibliotheken zijn volledig opgebouwd in de voorafgaande periode (eerste helft van de achttiende eeuw). Voor de laatste periode geldt dit niet. Dan is de bibliotheek wel opgebouwd in de eigen periode, want zij bevinden zich op het einde van de periode. Misschien moeten we een meer genuanceerd beeld geven waarin de periode worden onderverdeeld in schijven van tien jaar. en dan voor elke bibliotheek apart een aantal schijven van 10 jaar teruggaan om te zien hoe actueel ze waren.

Uiteindelijk wordt vastgesteld dat hoe meer de tijd vordert, hoe jonger de boeken zijn die men bezit. In de eerste periode is immers nog

 

home lijst scripties inhoud  

 

[1] LECHNER. “Vroege Nederlandse drukken”. 95.

[2] VAN SELM. Een menighte treffelijcke boeken. 97.

[3] Idem. 95.

[4] DELSAERDT. Suam Quiqsue Bibliothecam. 58, noot 52 & p. 198, 221en 297.

[5] VANYSACKER. “Tussen traditie en vernieuwing”. 215.

[6] VANYSACKER. Particulier boekenbezit in Antwerpen. 282.

DELSAERDT. Suam Quisque Bibliothecam. 29.

[7] VERSCHAFFEL De hoed en de hond. 136 & 176.

[8] VANDENHOLE, F. Inventaris van Veilingcatalogi 1615-1914 met topografische, alfabetische en inhoudsindexen. Deel 1: 1615-1897. (Rijksuniversiteit te Gent. Centrale bibliotheek. Bijdragen tot de Bibliotheekwetenschap, V, Inventaris van veilingcatalogi), Gent, 1987.

[9] Al deze werken zijn achteraan opgenomen in de bibliografie.

[10] HAZARD. Het Europese denken in de achttiende eeuw. 195.

[11] DE BACKER. Le comte Henri de Calenberg. 57.

[12] Summario (1534) & Delle Navigatioi et Viaggi. Venetië, 1550.

[13] HAKLUYT, RICHARD. Divers Voyages touching the Discoveries of America. Londen, 1582.

IDEM. The Principall Navigations, Voiages, and Discoveries of the English Nation. Londen, 1589.

[14] Voor het eerst uitgegeven in Frankfurt tussen 1590 en 1634. (cfr.. DUVIOLS. L’Amérique espagnole vue et rêvée. 377-378.)

[15] DUVIOLS. L’Amérique espagnole vue et rêvée. 381.

[16] PURCHAS, SAMUEL. Purchas his Pilgrimages. Or Relations of the World and the Religions observed in all Ages and Places discovered, from the Creation into this present. 1613.

[17] THEVENOT, MELCHIZEDEC. Relations de divers voyages curieux, qui n’ont point ésté publiées, ou qui ont ésté traduites d’Hacluyt, de Purchas & d’autres Voyageurs François, Espagnols, Allemands, Portugais, Anglois, Hollandois, Persans, Arabes & autres Orientaux. 1663

[18] LACH. A Century of Advance. 461.

[19] VAN DEN BOOGAART. “Dutch publications”. 116.

[20] LEMAY, EDNA HINDIE. “Histoire générale des voyages’’. 347.

[21] PICARD, BERNARD. Cérémonies, moeurs et coutumes religieuses de tous les peuples du monde. Représentées en 243. Figures dessinées de la main de Bernard Picard avec des Explications Historiques, & curieuses; par l’abbé le Mascrier. 7 dln., Amsterdam, 1763.

1e ed.: Parijs, 1741. (cfr. VANDER BIESEN. Publicaties over Afrika en Arabië. 51.)

[22] BUIJNSTERS. Imaginaire reisverhalen. 4.

[23] Idem. 3.

[24] Idem. 4-5.

[25] BLAIM. The English robinsonade. 9.

[26] Idem. 11.

[27] BUIJNSTERS. Imaginaire reisverhalen. 7.

[28] Idem. 6.

[29] MAUTNER WASSERMAN. Exotic Nations.121.

[30] HAGE CHAHINE, M. & C. & NEVEU BRUNO. Guide du Livre Orientaliste. Levant. Eléments pour une bibliographie. Parijs, 1996.

[31] TERNAUX-COMPLANS. Bibliothèque asiatique et africaine ou Catalogue des ouvrages relatifs à l’Asie et à L’Afrique qui ont paru depuis la découverte de l’imprimerie jusqu’en 1700. Parijs, 1841.

[32] MAGGS, BROS. Bibliotheca Asiatica. Londen, 1924.

[33] VANDER BIESEN, IVAN. Publicaties over Afrika en Arabië in de 18e eeuwse Nederlanden. (onuitgegeven Seminarieoefening aan KULeuven, fac. Letteren, Dep. Geschiedenis) Leuven, 1994-1995.

[34] THORNTON. Les Orientalistes. 13.

[35] JUILLIARD, Imaginaire et Orient, 6.

[36] LUCAS, PAUL . Voyage au Levant. 2 dln, Parijs, 1704.

LUCAS, PAUL. Voyage [deuxième] dans la Grèce, l’Asie mineure, l’Afrique 1710. Parijs, 1712.

LUCAS, PAUL. Voyage [troisième] dans la Turquie, La Syrie, la Palestine, La Haute et Basse Egypte, etc. 3dln, Parijs, 1719.

[37] SHAW, THOMAS. Travels, or observations relating to several parts of Barbary and the Levant. 2 dln, Oxford, 1738-1746.

[38] VOLNEY. Voyage en Syrie et Égypte. Parijs, 1793.

[39] KAEMPFER, ENGELBERT. Exoticae Amoenitae…

[40] DE BRUIJN, CORNELIS. Reizen van Cornelis de Bruijn door de vermaardste deelen van Klein Asia, de eylanden Scio, Rhodus, Cyprus, Metelino, Stanchio, etc. mitsgaders de voornaamste steden van Aegypten, Syrien en Palestina, verrijkt met meer als 200 kopere konstplaaten, vertoonende de beroemdste Landschappen, Steden, etc, alles door den auteur selfs na het leven afgetekend. Delft, 1698.

[41] MICHAEL a S.S. TRINITATE. Jeruzalemsche Reyze, gedaen en beschreven door Pater Michaël a S.S. Trinitate. 2 dln, Dendermonde, 1780.

[42] ROTTHIER, J.A.J. Reyse naer het H. Land, Gedarn in de Jaeren 1776 en 1777. Hier is nog bij gevoegt de pelgrimagie naer Loretten… Antwerpen, 1782.

[43] MAIMBOURG, LOUIS. Histoire des Croisades pour la delivrance de la Terre Sainte. Parijs, 1675.

[44] Le Coran. SAVARY (ed.), 2dln., Amsterdam-Leiden-Utrecht-Rotterdam, 1786.

[45] VANDER BIESEN. Publikaties over Afrika en Arabië.16.

[46] Idem. 16.

[47] NIEBUHR, CARSTEN. Description de l’Arabie. Amsterdam, 1774. (1e editie: Kopenhagen, 1773).

[48] MORGEN, JOHN. History of Algiers. Londen, 1728.

[49] LAUGIER DE TASSY, N. Histoire du royaume d’Alger. Amsterdam, 1724.

[50] LE MASCRIER. Déscription de l’Egypte, contenant plusieurs remarques curieuses sur la géographie ancienne et moderne de ce pays, sur les monumens anciens, sur les mœurs, les coutumes et la religion des habitans, etc. composée sur les mémoires de Benoit de Maillet, consul au Caire, en 1692. 2 dln., Parijs, 1735.

[51] ROLLIN, CHARLES. Histoire ancienne des Egyptiens, des Carthaginois, …14 dln., Parijs, 1730.

[52] DE GUIGNES, JOSEPH. Mémoire dans lequel an prouve que les Chinois sont une colonie égyptienne. Parijs, 1769.

[53] AMIOT. Lettre de Pékin …leur écriture (chinoise) symbolique comparée à celle des anciens Egyptiens. Brussel, 1773.

[54] Hierover werd in 1994-1995 in Parijs, Ottawa en Wenen een grote tentoonstelling georganiseerd onder de naam: Egyptomania. L’Égypte dans l’art occidental. 1730-1930.

[55] SOLÉ. L’Égypte. 51.

[56] THORNTON. Les Orientalistes. 14-15.

[57] SAÏD, EDWARD. Orientalism. Harmondsworth, 1985.

[58] HAIR. “The task ahead”. 30.

[59] PAULITSCHKE, PHILIP. Die Afrika-Literatuur in der Zeit von 1500 bis 1750. Wenen, 1882.

[60] COX, EDWARD GODFREY. A reference guide to the literature of travel, including voyages, geographical descriptions, adventures, shipwrecks and expeditions. 3 vol., Seattle, 1935.

[61] MAUNY, RAYMOND. “Contribution à la bibliothèque de l’histoire de l’Afrique noire des origines à 1850” in Bulletin de l’Institut Fondamental d’Afrique Noire, ser. B, 28:927-65.

[62] HESS, ROBERT L. & DALVAN M. COGER. Semper ex Africa; a bibliography of primary sources for nineteenth-century tropical Africa as recorded by explorers, missionaries, traders, travellers, administrators, military men, adventurers and others. Stanford, 1972.

[63] Hierover verstrekt Fage meer uitleg in zijn artikel (“Compiling a guide…”) waarvan de referenties in de bibliografie zijn opgenomen.

[64] VAN DEN BOOGAART, ERNST. “Books on Black Africa. The Dutch publications and their owners in the seventeenth and eighteenth centuries.” In: Paideuma. Mitteilungen zur Kulturkunde. 33 (1987). European Sources for Sub-Saharan Africa before 1900: use and abuse. Stuttgart, 1987, 115-127.

[65] VAN DEN BOOGAART. “Books on Black Africa”. 116.

[66] VAN DEN BOOGAART. “Books on Black Africa”. 116.

[67] LAW. “Problems of plagiarism”. 341.

[68] VAN DEN BOOGAART. “Books on Black Africa”. 116.

[69] FROGER, FRANCOIS. Relation d’un voyage fait en 1695, 1696 et 1697 aux côtes d’Afrique, etc. par une escedre commendée par M. de Gennes. Amsterdam, 1702.

[70] Voyage du Chevalier Des Marchais.

[71] VAN DEN BOOGAART. “Books on Black Africa”. 116-117.

[72] VALENTIJN, FRANCOIS. Oud en Nieuw Oost-Indien, vervattende een naukeurige en uitvoerige Verhandelinge van Nederlands mogentheyd in die gewesten, benevens eene wijdluftige beschrijvinge der Moluccos, Amboina, Banda, enz. 5dln., Dordrecht-Amsterdam, 1724-1726.

[73] VAN DEN BOOGAART. “Books on Black Africa”. 117.

[74] BIEWENGA, AD. De Kaap de Goede Hoop. Een Nederlandse vestigingskolonie, 1680-1730. Amsterdam, 1999.

Cfr. BOGAERT, A. Historische reizen door d’Oostersche deelen van Asia. Amsterdam, 1711.

[75] KOLBE, PETER. Nauukeurige en uitvoerige Beschryving van de Kaap de Goede Hoop enz… Waarby een Beschryving van den Oorsprong der Hottentotten…derzelver tale, godsdienst, levenswyze, zeldzame overleveringen, enz. beschreven door Peter Kolbe. 2 dln., Amsterdam, 1727.

1e ed.: KOLBE, PETER. Vollständige Beschriebung der Afrikanischen Vorgebirges der Guten Hoffnung. 2dln., Nuremberg, s.d.

Franse vertaling: KOLBE, PIERRE. Description du Cap de Bonne-Espérance, où l’on trouve tout ce qui concerne l’histoire naturelle du pays, la religion, les moeurs, les usages des Hottentots et l’établissement des Hollandais, tirré des Mémoires de P. Kolbe. 3 dln., Amsterdam, 1741.

(cfr. VANDER BIESEN. Publikaties over Afrika en Arabië.70)

[76] VANDER BIESEN. Publikaties over Afrika en Arabië.70.

[77] Fides Ethiopum. Antwerpen, 1535.

[78] Historia Aethiopica.

[79] De Instauranda Aethiopum Salute.

[80] LOBO, JER.. Relation historique d’Abyssinie. Parijs & Den Haag, 1728.

1e ed.: Coïmbre, 1659

Nederlandse vertaling: LOBO, HIERONYMUS. Gedenkwaardige aanteekeningen op sijn voyagie, gedaan in het jaar 1636 aangaande het Rijk der Abyssinen: de oorsprongen des Nijls: de oorsprongen van den tijtel van Priester Jan. Waar by gevoegt zijn, de aanmerkingen op dese aanteekeningen door den Heer Thevenot. Pieter van der Aa (ed.), Leiden, 1707.

(cfr. VANDER BIESEN. Publikaties over Afrika en Arabië…. 67)

[81] De Abassinorum Religio.

[82] Al deze werken zijn opgenomen in de bibliografie achteraan.

[83] DE JONG. De waaier van het fortuin. 87 & 90.

[84] DE BRUIJN, CORNELIS. Reizen over Moskovie, door Perzie en Indie, 1711.

Vanwege het groot succes werd het herdrukt in 1714. In 1718 verscheen een Franse vertaling in Amsterdam en in 1720 verscheen een Engelse vertaling: Travels into Muscovy, Persia and part of the East-Indies, Containing an accurate description of whatever is most remarkable in those countries. And embellished with above 320 copper plates, representing the finest prospects, and most considerable cities in those parts; the different habits of people; the singular and extraordinary birds, fishes and plants which are to be found: as likewise the antiquities of those countries, and particularly the noble ruins of the famous palaca of Persepolis, called Chelminar by the Persians. The whole being delineated on the spot, from the respective objects.

[85] DRIJVERS. “Persepolis as Perceived by Engelbert Kaempfer and Cornelis de Bruijn”. 88-89.

[86] LACH. A Century of Advance. 414.

[87] LACH. A Century of Advance. 415.

[88] LACH, A Century of Advance. 421.

[89] PARMENTIER. Oostende & Co. 79-87.

[90] Lotgevallen op eene reize van Madras over Tranquebar naar het eiland Ceilon. 1806

Reizen in eenen Palanquin of Lotgevallen en merkwaardige aanteekeningen op eene reize langs de kusten Orixa en Choromandel. 1808

Reize te voet door het eiland Ceilon. 1810.

Reize naar Bengalen en terugreize naar Europa. 1822.

[91] LACH. A Century of Advance. 451.

[92] LACH. A Century of Advance. 493.

[93] LACH. A Century of Advance. 493.

[94] SCHOUTEN, WOUTER. Oost-Indische voyagie, vervattende veel voorname voorvallen en ongeneeme vreemde geschiedenissen, bloedige zee- en landt-gevechten…Amsterdam, 1676.

[95] STRUYS, JAN JANSZOON. Drie aanmerkelijke en seer rampspoedige reysen…Amsterdam, 1676.

[96] LACH. A Century of Advance. 496-497.

[97] VAN RHEEDE TOT DRAKENSTEIN, HENDRIK ADRIAAN & CAESARIUS, JOANNES. Hortus indicus malabaricus… . Amsterdam, 1678-1703, 12 dln.

[98] DE JONG. De waaier van het fortuin. 118.

[99] WERGER-KLEIN. “Engelbert Kaempfer”. 42 & 45.

MUNTSCHICK. “Engelbert Kaempfer als Erforscher”. 222.

[100] WERGER-KLEIN. “Engelbert Kaempfer”. 39-59.

[101] WERGER-KLEIN. “Engelbert Kaempfer”. 42.

MUNTSCHICK. “Engelbert Kaempfer als Erforscher”. 222.

[102] LACH. A Century of Advance. 478 & 1029-1056.

[103] DANCKAERT. Belgica in Orbe. 30-33.

Hierover is er ook: LEMMERS, ALAN. Frans Balthazar Solvyns (1760-1824) en het Indiabeeld. (licentiaatsverhandeling, Faculteit Letteren, KULeuven), Leuven, 1981.

[104] JACOBS. Koopman in Azië. 39.

WAGENAAR. Galle. 7 & 10 & 14.

[105] LACH. A Century of Advance. 419.

[106] LACH. A Century of Advance. 457.

[107] DANCKAERT. Belgica in Orbe. 35.

[108] TACHARD, GUY. Reis na Siam, Gedaan door den Ridder de Chaumont, Gezant van zyn Allerchristelykste Majesteit aan den Koning van Siam in’t Frans bescreeven door den vader Guy Tachard en uit die Taal in’t Nederduitsch gebracht door G.V. Broekhuizen; Verhaal van het Gezantschap Des Ridders de Chaumont aan het Hof des Konings van Siam. Met het gedenkwaardigste ’t geen ‘er geduurende zijn Reis voorgevallen is. Amsterdam, 1687.

Ook de originele Franse uitgave verscheen in 1687 in Amsterdam.

[109] DE L’ISLE, CLAUDE. Relation historique du Royaume de Siam. Parijs, 1684.

[110] DE LA LOUBIÈRE, SIMON. Du royaume de Siam. 2 dln., Parijs, 1691.

[111] LACH. A Century of Advance. 454.

Zijn ‘Discours ende cort verhael van’t eylant Formosa’ was waarschijnlijk het meest gekende en gedetailleerde verslag over Formosa uit de zeventiende eeuw. Het werd gepubliceerd in de Begin ende Voortgangh van Commelin en in Valentijns Oud en nieuw Oost-Indien.

[112] PSALMANAZAR, GEORGE. Description de l’ile Formosa en Asie. Du gouvernement, des lois, des moeurs & de la religion de habitans: dressée sur les mémoires du Sieur George Psalmanaazaar, natif de cette ile: Avec une ample & exacte relation des ses voiages dans plusieurs endroits de l’Europe, de la persécution qu’il a soufferte, de la part des Jesuites d’Avignon, & des raisons qui l’ont porté à abjurer le paganisme, & à embrasser la religion chrétienne reformée. Par le Sieur N.F.D.B.R. Enrichie de cartes & de figures. Amsterdam, 1744.

(Cfr. WALRAVENS. China illustrata. 273.)

[113] MARTINI, MARTIN. Martini Martinii, Tridentini, e Societate Iesu, Sinicae historiae decas prima, res à gentis origine ad Christum natum in extrema Asia, sive magno Sinarum imperio gestas complexa. Amsterdam, 1659.

[114] MARTINI, MARTIN. De bello tartarico historia; in qua, quo pacto Tartari hac nostra aetate sinicum imperium inuaserint, ac fere totum occuparint, narratur; eorumque mores breuiter describuntur. Auctore R.P. Martino Martinio, Tridentino, ex Provincia sinensi Societas Iesu in urbem misso procuratore. Antwerpen, 1654.

[115] WALRAVENS. China illustrata. 81-111.

[116] WALRAVENS. China illustrata. 142-165.

[117] LACH. A Century of Advance. 485.

WALRAVENS. China illustrata. 96 & 222.

[118] WALRAVENS, China illustrata. 210.

[119] ANVILLE, JEAN BAPTISTE BOURGOUIGNON D’. Nouvel atlas de la Chine, de la Tartarie chinoise, et du Thibet: contenant les cartes générales & particulières de ces pays, ainsi que la carte du royaume de Corée. La plupart levées sur les lieux par ordre de l’empereur Cang-Hi avec toute l’exactitude imaginable, soit par les PP. Jésuites Missionnaires à la Chine, soit par des Tartares du Tribunal des Mathématiques, & toutes révues par les mêmes Pères. Rédigées par Mr. D’Anville, géographe ordinaire de Sa Majesté très-chrétienne. Précédé d’une description de la Boucharie, par un officier suedois qui a fait quelque sejour dans ce pays. Den Haag, 1737.

[120] LACH. A Century of Advance. 486.

[121] LACH. A Century of Advance. 478.

[122] LACH. A Century of Advance. 488.

[123] LACH. A Century of Advance. 458.

[124] LACH. A Century of Advance. 460.

WERGER-KLEIN. “Engelbert Kaempfer” 39.

[125] MUNTSCHICK. “Engelbert Kaempfer als Erforscher” 226.

[126] MUNTSCHICK. “Engelbert Kaempfer als Erforscher” 226.

[127] SMITH, BERNARD. European Vision and the South Pacific. New Haven & Londen, 1985.

[128] BEAGLEHOLE, J.C. The Exploration of the Pacific. Londen, 1947.

[129] BARRINGER, GERGE A. Catalogue de l’histoire de l’Océanie. Parijs, 1912.

[130] The Cambridge History of the British Empire, Vol. VII, dl. 1, Hoofdstuk XII.

[131] TAYLOR, C.R.H. A Pacific Bibliography. Wellington, 1951.

[132] LEESON, I. A Bibliography of Bibliographies of the South-Pacific. 1954.

[133] FERGUSON, J.A. Bibliography of Australia. 7 dln, Sydney, 1941-1955.

[134] SMITH. European vision and the Pacific. 354.

[135] Zie bibliografie.

[136] Exploration & Exchange. A South Seas anthology. 1680-1900. LAMB, JONATHAN & SMITH, VANESSA & THOMAS, NICHOLAS (ed.). Chicago & Londen, 2000.

[137] DE GRAAF, NIKOLAAS. Reisen van Nicolaus de Graaf na de vier gedeeltens des werelds, als Asia, Africa, America en Europa. Hoorn, 1701.

[138] VAIRASSE, DENIS. Historie der Sevarambes, volkeren die een gedeelte van de derde vast-land bewoonen, gemeenlyk Zuid-land genaamd…vertaald door Gotfried Broekhuysen. Amsterdam, 1701.

(cfr. LACH. A Century of Advance. 505.)

SMITH. European Vision and the Pacific. ????.

[139] Routier des côtes des Indes Orientales et de la Chine. Par M. d’Après de Mannevillette, Lieutenant des Vaisseaux de la Compagnie des Indes, & Correspondant de l’Académie Royale des Sciences. Parijs, 1745.

[140] BOMBARD. Découvreurs & Conquérants. 1366.

[141] Deel 1 ‘Spaanse reizen’ verscheen in 1770; deel 2 ‘Hollandse reizen verscheen in 1771.

[142] DUNMORE. La Pérouse. 287-288.

[143] BOMBARD. Découvreurs & Conquérants. 1854.

[144] Idem. 1843.

[145] SABIN, JOSEPH & EAMES, WILBERFORCE & VAIL, R.W.G. Dictionary of Books relating to America, from its discovery to the present time. 29 dln, New York & Amsterdam, 1868-1962.

[146] The John Carter Brown Library. European Americana: A Chronological Guide to Works Printed in Europe Relating to the Americas, 1493-1776.

ALDEN, JOHN & LANDIS, DENNIS C.

Volume I: 1493-1600 New York, 1980.

Volume II: 1601-1650 New York, 1982.

LANDIS, DENNIS CHANNING & BARRY, ANN PHELPS & TOBIAS, LESLIE.

Volume III: 1651-1675 New Canaan, 1996.

Volume IV: 1676-1700 New Canaan, 1997.

LANDIS, DENNIS CHANNING & TOBIAS, LESLIE & BROWN, MARK N. & NEWBURY, SUSAN L.

 Volume V: 1701-1725 New Canaan, 1987.

 Volume VI: 1726-1750 New Canaan, 1988.

 Volume VII: 1751-1776 is nog niet gepubliceerd.

[147] STILLWELL, MARGARET BINGHAM. Incunabula and Americana. 1450-1800. A key to bibliographical study. New York, 1961.

[148] TERNAUX. H. Bibliothèque américaine ou catalogue des ouvrages relatifs à l’Amérique qui ont paru depuis sa découverte jusqu’à l’an 1700. Amsterdam, 1968.

[149] TERNAUX. Bibliothèque américaine. Voorwoord p. vij.

[150] TERNAUX. Bibliothèque américaine. Voorwoord p. v.

[151]

· Adventures in Americana. 1492-1897. The Romance of Voyage and Discovery from Spain to the Indies, the Spanish Main, and North America; inland to the Ohio Country; on toward the Mississippi; through to California; over Chilkoot Pass to the Gold Field of Alaska. Being a Selection of Books from the Library of Herschel V. Jones, Minneapolis, Minnesota. With a Preface by Dr. Wilberforce Eames. New York, 1964, 2 dln.

· Americana Collection of Herschel V. Jones. A Check-list [1473-1926] compiled by Wilberforce Eames. New York, 1964.

· ARBOR, ANN. The William L. Clements library of Americana at the university of Michigan. Cambridge, 1923.

· Bibliotheca Americana. Catalogue of the John Carter Brown Library in Brown University Providence, Rhode Island. Providence, 1919-1931, 3 dln. (Part I: 1436-1569; Part II: 1570-1599; Part III: 1659-1674)

· Bibliotheca Americana. Catalogue of the John Carter Brown Library in Brown University. Books printed 1675-1700. Providence, 1973.

· COLE, GEORGE WATSON. A catalogue of books relating to the discovery and early history of North and South America forming a part of the library of E. D. Church. New York, 1951. ( Volume I: 1482-1590; Volume II: 1590-1625; Volume III: 1626-1676; Volume IV: 1677-1752; Volume V: 1753-1884 & Index).

· LECLERC, CH. Bibliotheca Americana. Histoire, Géographie, Voyages, Archéologie et Linguistique des deux Amériques. Supplément N° 1. Novembre 1881. Parijs, 1881.

· LECLERC, CH. Bibliotheca Americana. Histoire, Géographie, Voyages, Archéologie et Linguistique des deux Amériques. Supplément N° 2. Parijs, 1887.

· NICHOLSON, MARGARET GALE. Catalogue of Pre-1900 Imprints Relating to America in the Royal Library Brussels. Londen, New York & Schaan, 1983, 3 dln.

· ECHEVERRIA, DURAND & WILKIE JR., EVERETT, C. The French image of America. A chronological and subject bibliography of French books printed before 1816 relating to the british north American colonies and the united states. Metuchen, New York & Londen, 1994, 2 dln. (Volume I: 1658-1790; Volume II: 1791-1815 )

[152] RAINES, C.W. A bibliography of Texas: being a descriptive list of books , pamphlets, and documents relating to Texas in print and manuscript since 1536, including a complete collation of the laws; with an introductory essay on the materials lf early Texan history. Austin, 1896.

FARIBAULT, G.B. Catalogue d’ouvrages sur l’histoire de l’Amérique et en particulier sur celle du Canada, de la Louisiane, de l’Acadie, et autres lieux, ci-devant connus sous le nom de Nouvelle-France; avec des notes bibliographiques, critiques, et littéraires. En trois parties. Québec, 1837.

[153] DUVIOLS, JEAN-PAUL. L’Amérique espagnole vue et rêvée. Les livres de voyages de Christophe Colomb à Bougainville. Parijs, 1985.

[154] BORBA DE MORAES, RUBENS. Bibliographia Brasiliana. Rare books about Brazil published from 1504 to 1900 and works by Brazilian authors of the Colonial period. Revised and enlarged edition. California & Rio de Janeiro, 1983, 2 dln.

[155] DELGADO-GOMEZ, ANGEL. Spanish Historical writing about the New World. 1493-1700. By Angel Delgado-Gomez university of Notre Dame with a Bibliographical Supplement by Susan L. Newbury Including a List of Editions & Translations Published beforen 1801. Providence, 1992.

[156] LECHNER. “Vroege Nederlandse drukken”. 80-94.

[157] STADEN, HANS. Warhaftige Historia und Beschreibung eyner Landtschafft der Wilden, Nacketen, Grimmigen Menschfresser Leuthen in der Newenwelt America gelegen, vor und nach Christi geburt im Land zu Hessen unbekannt, bis uff dise ij. nechts vergangene jar, Da sie Hans Staden von Homburg aus Hessen durch sein eygne erfarun erkant und yetzo durch den truck an tag gibt… Marburg, 1557.

[158] THEVET, ANDRE. Les singularités de la France antarctique. Parijs, 1557.

[159] DE LÉRY, JEAN. Histoire d’un voyage fait en la terre du Brésil, autrement dit Amérique. La Rochelle, 1578.

[160] BENZONI, GIROLAMO. La historia del Mondo Nuovo. Venetië, 1565.

[161] DE HERRERA Y TORDESSILAS, ANTOINO. Descripcíon geográfica de las Indias Occidentales. Madrid, 1601.

Vertalingen verschenen in Amsterdam: Niwe Werelt ghenaempt West-Indien, Amsterdam, 1622.

Novus Orbis sive Descriptio Indiae Occidentalis. Amsterdam, 1662.

(cfr. LECHNER. “Vroege Nederlandse drukken”. 94.)

[162] zie voetnoot 14.

[163] LANDIS. European Americana. Deel VI, 464. verwijst naar:

HERRERA Y TORDESILLAS, ANTONIO DE. Descripcion de las islas, y tierra firme del mar oceano, que llaman Indias Occidentales. Antwerpen, 1728, 4 dln.

[164] DE LAET, JOANNES. Nieuwe Wereldt ofte Beschrijvinghe van West-Indien. Leiden, 1625.

[165] HOOGMOED. “Het Nederlands aandeel in het zoölogisch onderzoek”. 170

[166] idem. 170.

[167] BENOIT, PIERRE-J. Voyage à Suriname… Cent dessins pris sur nature par l’auteur et lithographiés par Madou et Lauters. Brussel, 1839.

(cfr. DANCKAERT. Belgica in Orbe. 70.)

[168] DE LA CONDAMINE. Relation abrégée d’un Voyage fait dans l’Intérieur de l’Amérique Méridionale. Parijs, 1745.

[169] FALKNER, THOMAS. Description of Patagonia. 1774.

[170] RAYNAL, L’ABBE. Histoire Philosophique et politique, des Etablissemens & du Commerce des Européens dans les deux Indes. Genève, 1775, 3 dln. (1e ed. was in 1770).

[171] DANCKAERT. Belgica in Orbe. 63.

[172] ARBOR, 50

[173] ARBOR, 52.

[174] ARBOR, 88-91

[175] Sommigen hebben hierover een bibliografie samengesteld:

· 1776 Independence. Die Amerikanische Revolution im Spiegel zeitgenössischer Druckwerke. Ausstellung der Niedersächsischen Staats- und Universitätsbibliothek Göttingen. (Arbeiten aus der Niedersächsischen Staats- und Universitätsbibliothek Göttingen, Band 14) Göttingen, 1976.

· ADAMS, THOMAS R. The American Controversy. A Bibliographical Study of the British Pamphlets About the American Disputes, 1764-1783. Providence & New York, 1980, 2 dln.

(Volume I: 1764-1777; Volume II: 1778-1783)

· GEPHART, RONALD M. Revolutionary America. 1763-1789. A Bibliography. Washington, 1984, 2 dln.

[176] FAY, BERNARD. Bibliographie critique…

[177] Vooral in de reeks: Studies on Voltaire and the eighteenth century.

[178] VANDER MEERSCH, AUG. “Custis” in Biographie Nationale publiée par l’Académie Royale des Sciences, des Lettres & des Beaux-Arts de Belgique. Brussel, 1873, IV, 592-596.

[179] Custis 52: 414: L’ABBE LANGLET DE FRESNOY. Methode pour étudier la Géographie, avec un catalogue des Cartes Géographiques, relations, etc. troisième edition. Parijs, 1742, 8 dln.

Custis 52: 415: L’ ABBE LANGLET DE FRESNOY. Tablettes Chronologiques de l'Histoire universelle Sacrée & Profane, Ecclésiastique & Civile, depuis la création du monde jusqu'à l'an 1743. Den Haag, 1745, 2 dln.

[180] Custis 52: 413: HUBNER. Abregé de la vielle & nouvelle Géographie, continué jusqu'au tems où nous sommes, & augmentée avec des Cartes Géographiques. Amsterdam, 1735, 2 dln.

[181] Custis 34: 271: BRUZEN LA MARTINIÈRE. Le grand Dictionnaire Géographique & critique. Den Haag, 1726, 9 dln.

[182] Custis 52: 412: PEETERS. L'Atlas en abregé ou nouvelle description du Monde. Amsterdam, 1692.

[183] Custis 34: 281: Dictionaire universel de Commerce, d'Histoire naturelle, des Arts & Métiers, contenant tout ce qui concerne le Commerce qui se fait dans le quatre parties du Monde, etc. par Jacques Savary, & continué sur les memoires de l'Auteur, & donné au Public par Philemont Louis Savary, Chanoine de l'Eglise Roïale de S. Maur des Fossés, son frère, dixième édition, exactement revûe, corrigée & considerablement augmentée. Geneve, 1750.

[184] Custis 51: 408: L’ABBE LAMBERT. Histoire générale, civile, naturelle, politique & religieuses de tous les Peuples du monde. Parijs, 1750, 15 dln.

[185] Custis 5: 36: PICARD, BERNARD & L’ABBE BANNIER & L’ABBE MASCRIER. Histoire générale des cérémonies, moeurs & Coûtumes Religieuses de tous les Peuples du monde, représentées en 243. Figures, dessinées de la main de Picard. Parijs, 1741, 7 dln.

[186] Custis 61: 490: PREVOST, L’ABBÉ. Histoire générale des Voyages ou nouvelle collection de toutes les Relations de Voyages par Mer & par Terre, qui ont été publiées jusqu'à présent, enrichie des Cartes Géographiques, des Plans, des Perspectives, des figures d'animaux, etc. Den Haag, 1747.

[187] Custis 68: 535: Histoire generale des Turcs, contenant l'Histoire de Chalcondyle, par Blaise de Viginaire; continué par Artus, & en cette Edition par Mezeray, jusqu'en l'année 1661. Parijs, 1662.

Custis 62: 498: Guer moeurs & usages des Turcs, leurs Religion, leur Gouvernement Civil, Militaire & Politique, avec un abregé d'Histoire Ottomanne. Parijs, 1747.

[188] Custis 55: 447: Histoire de l'Empire Ottoman traduit de l'Italien de Sagredo par Laurent. Amsterdam, 1730, 7 dln.

[189] Custis 56: 448: Histoire de l'Empire Ottoman, par Cantemir & traduit en François par Joncquieres. Parijs, 1743, 4 dln.

[190] Custis 55: 446: Histoire de Constantinople, depuis le regne de l'ancien Justin, jusqu'à la fin de l'Empire, traduit par Cousin sur les originaux Grecs. Parijs, 1685, 11 dln.

[191] Custis 53: 422: ROLLIN. Histoire ancienne des Egyptiens, Carthaginiens, Assyriens, Babyloniens, Medes, Perses, etc. Parijs, 1734, 14 dln.

[192] Custis 64: 509: L'ABBÉ MASCRIER. Description de l'Egypte, contenant plusieurs remarques curieuses, etc. ouvrage enrichie de Cartes & figures. Parijs, 1735.

[193] Custis 29: 233: Kircheri Sphix mystagoga, de mumiis sive diatribe hieroglyphica. Amsterdam, 1676.

[194] Custis 53:425: Essai sur les Hieroglyphes des Egyptiens, où l'on voit l'origine & les progrès du langage, etc. traduits de l'Anglois de Waburton, avec des Remarques sur la premiere écriture des Chinois. Parijs, 1744, 2 dln.

[195] Custis 60: 482: Etat des Royaumes de Barbarie, Tripoli, Tunis, Alger. Den Haag, 1704.

[196] Custis 60:482b: DE TASSY. Histoire du Royaume d'Alger, avec l'Etat present de son Gouvernement, etc. Amsterdam, 1725.

[197] Custis 60: 484a: Histoire de l'Empire de Cherifs en Afrique, ornée d'un Plan trés-exact de la Ville d'Oran, etc. Parijs, 1733.

Custis 60: 484b: Description Geographique & Historique des Royaumes & Provinces qui composent l'Empire de Cherifs. Parijs, 1733.

[198] Custis 53: 420: Voyage de Dalmatie, de Grece & du Levant, par Wheler, enrichie de Medailles & des figures des principales antiquités, etc. Amsterdam, 1689, 2 dln.

Custis 53: 421: SPON & WHELER. Voyage d'Italie, de Dalmatie, du Grece & du Levant. Amsterdam, 1679, 2 dln.

[199] Custis 59: 475: CATROU, LE P. . Histoire generale de l'Empire du Mogol, depuis la fondation. Den Haag, 1708.

[200] Custis 59: 473: Histoire de l'Isle de Ceylan, écrite par Ribeyro en Portugais, & traduit par l'Abbé le Grand, enrichie des figures en taille-douce. Amsterdam, 1701.

[201] Custis 68: 536: VALENTYN. oudt en nieuw Oost-Indien, met meer dan Thien hondert en vyftigh Print-verbeeldingen verryckt. Dordrecht, 1724.

[202] Custis 27: 215: RUMPHIUS. d'Amboinsche rariteyt Kamer, behelsende eene beschryvinge van allerhande soo weeke als harde scaalvissche, etc. als mede allerhande oorentjens, schulpen die men in d'Amboinsche Zee vindt: als oock mineraelen gesteenten, etc. met noodige print verbeeldingen als naer het leven geteekent. Amsterdam, 1705.

[203] Custis 27: 214: RUYSCH. Theatrum universale omnium animalium piscium, avium, quadrupedum, exangium & anguium, etc. plusquam trecentis piscibus nuperrime ex Indiis orientalibus allatis locupletatum. Amsterdam, 1718.

[204] Custis 59: 472a: DE LA LOUBERE. Description du Royaume de Siam, avec plusieurs remarques de Physique touchant les Plantes & les Animaux du Pays. Amsterdam, 1700.

[205] Custis 59: 472b: Histoire de la revolution de Siam, arrivée en l'année 1688. Rijssel, 1691.

[206] Custis 28: 229: KIRCHER. China monumentis, qua sacris qua profanis, nec non variis naturae & artis spectaculis illustrata. Amsterdam, 1667.

[207] Custis 64: 508: DU HALDE, J.B. Description Géographique, Historique, Chronologique, Politique a Physique de l'Empire de la Chine, & de la Tartarie Chinoise, enrichie des Cartes generales particulieres de ce Pays, etc. Parijs, 1736.

[208] Custis 65: 521: D’ANVILLE. Nouvel Atlas de la Chine, de la Tartarie Chinoise & du Thibet, ainsi que la Carte du Royaume de Corée. Den Haag, 1737.

[209] Custis 59: 471: LE P. CHARLEVOIX DE LA COMPAGNIE DE JESU. Histoire & description generale du japon, etc. avec des Cartes, Chronologique de la découverte du Nouveau Monde, ouvrage enrichie de figures en taille-douce. Parijs, 1739.

[210] Custis 60: 479: LE R.P. L'ABAT DE L’ORDRE DES FRERES PRECHEURS. Nouvelle relation de l'Afrique Occidentale, avec l'Etat ancien & present, des Compagnies qui font le commerce, ouvrage enrichie de Cartes, de Plans & de figures en taille-douce. Parijs, 1728.

Custis 60: 480: LABAT du même Ordre. Voyage du Chevalier Desmarchais en Guinée, etc. fait en 1725, 1726, 1727, ouvrage enrichie d'un grand nombre de Cartes & figures en taille douce. Parijs, 1732.

Custis 60: 481: LABAT du même Ordre. Labat du même Ordre, Relation historique de l'Ethiopie Occidentale, etc. avec des Notes, des Cartes Géographiques & un grand nombre de figures en taille-douce. Parijs, 1732.

[211] Custis 60: 483: KOLBE. Description du Cap de Bonne-Esperance où l'on trouve tout ce qui concerne l'Histoire naturelle du Pays, avec la Religions, les Moeurs etc. des Hottentots. Amsterdam, 1741.

[212] Custis 60: 485: ZARATE. Histoire de la decouverte & de la conquête du Perou, seconde edition. Amsterdam, 1717.

[213] Custis 61: 487: Histoire de la conquête du Mexique ou de la nouvelle Espagne, par Ferdinand Cortez, cinquième edition, ouvrage enrichie des figures. Parijs, 1730.

[214] Custis 64: 515: VEGA. Histoire des Yncas de Perou avec la conquête de la Floride, ouvrage enrichie des figures. Amsterdam, 1737.

[215] Custis 64: 512: DU TERTRE. Histoire generale des Antilles habitée par les François, ouvrage enrichie des figures & des Cartes. Parijs, 1667.

[216] Custis 64: 514: CHARLEVOIX, le P. Histoire des Isles Espagnoles ou de S. Domingue, sur les memoires manuscrits du P. le Peres Jesuite Missionaire, ouvrage enrichie de Cartes. Parijs, 1731.

[217] Custis 64: 511: LAFITAU. Moeurs de Sauvages Ameriquains des premiers tems, ouvrage enrichie des figures en taille-douce. Parijs, 1724.

[218] Custis 21: 174: LAVAL. Voyage de la Louisiane. Parijs, 1728.

[219] Custis 60: 486: Histoire de la Virginie, traduit de l'Anglois, ouvrage enrichie de figures. Amsterdam, 1712.

[220] Custis 65: 516: LE P. CHARLEVOIX DE COMPAGNIE DE JESU. Histoire & description generale de la nouvelle France, avec le journal historique d’un voyage fait par ordre du Roi dans l’Amerique Septentrionale, ouvrage enrichie des Cartes & figures. Parijs, 1744.

[221] Custis 61: 488: DE BACQUEVILLE DE LA POTHERIE. Histoire de l'Amérique Septentrionale, ouvrage enrichie des figures. Parijs, 1722.

[222] Custis 64: 513: Het Britanische Ryck in America, vervattende Terre-neuf, Nieuw-Schotlandt, etc. het eerste deel, het tweede deel Barbados, S. Lucia, etc. met nieuwe Kaerten van de voornaemste Kusten en Eylanden. Amsterdam, 1721.

[223] Briers 4: 14: Pinii Luturgia Mosarabica. Antwerpen, 1729.

Briers 5: 18: Cuperi Tractatus de Patriarchis Constantinopolis. s.d., Antwerpen.

Briers 5: 18: Soletii Tractatus de Patriarchis Alexandrinis. s.d., Antwerpen.

Briers 11: 21 : Gonsales risen van Jeruzalem. 2 dln, Antwerpen, 1673.

[224] Briers 10: 7 : Schelstraeten Ecclesia Affricana. Parijs, 1680.

[225] Briers 9: 37 : Reflexions sur le culte de la Chine. s.d., s.l.

[226] Briers 24: 19: Haio de Rebus Japonicis. s.d., Antwerpen.

[227] Briers 3: 45 : Azorii Institutiones morales. 3 dln, Keulen, 1602.

[228] Briers 7: 17 : SANSON. Sanson Tabulae Geographicae. s.d., s.l.

[229] De Waepenaert 15: 8. Parijs, 1679.

[230] De Waepenaert 24: 2. s.l., s.d.

[231] De Waepenaert 25: 4. Amsterdam, 1704.

[232] De Waepenaert 28: 11. Keulen, 1619.

[233] De Waepenaert 28: 1. Amsterdam, s.d.

[234] De Waepenaert 30: 1 : BERNIER, FR. Description des Estats du grand Mogol, ou Voiage de Fr. Bernier. Amsterdam, 1724.

[235] De Waepenaert 30: 1 : DE LA BARBINAIS. Voyage au tour du monde par de la Barbinais. Parijs, 1729.

[236] VANDERLINDEN. Taalverhoudingen en belangstellingssferen. 23.

[237] Van Dieven 3: 14: Amsterdam, 1621.

[238] Van Dieven 11: 44 : SANSON. Description de tout l’univers avec plusieurs Cartes. Amsterdam, 1700.

[239] Van Dieven 20: 56 : VOSGIEN & ECHARD. Dictionnaire Géographique Portatif. Amsterdam, 1748.

[240] ECHEVERRIA. The French image of America. 125-126.

[241] Van Dieven 16: 131: BAUDIER. Histoire des Turcs. Parijs, 1617.

[242] Van Dieven 27: 191: STOCHOVE. Vies des Empereurs Turcs . s.l., s.d.

[243] Van Dieven 27: 192: Epistolae & vita Mahometis Turc. Imp. s.l., s.d.

[244] Van Dieven 17: 132: s.l., s.d.

[245] DANCKAERT. Belgica in Orbe. 12.

[246] Van Dieven 27: 194: Parijs, 1715.

[247] Van Dieven 17: 133: s.l., 1608.

[248] Van Dieven 27: 187: s.l., s.d.

[249] Van Dieven 27: 185: STOCHOVE. Voyage du Levant. s.l., 1650.

[250] Van Dieven 29: 259: s.l., s.d.

[251] Van Dieven 20: 61: Ieper, 1745.

[252] Van Dieven 27: 193: Delft, 1723.

[253] Van Dieven 8: 77: Amsterdam, 1672.

[254] Van Dieven 27: 195: Rouen, 1721.

[255] Van Dieven 8: 78: Amsterdam, 1668.

[256] Van Dieven 17: 134: s.l., s.d.

[257] Van Dieven 17: 136: Kilonii, 1677.

[258] Van Dieven 17: 135: Amsterdam, 1701.

[259] BUIJNSTERS. Imaginaire reisverhalen. 7.

BLAIM. The English robinsonade. 10-11.

[260] Boot 34: 130 : D’AUDIFFRET. Histoire & Geographie ancienne & moderne, par Mr. Audiffret. Parijs, 1694, 3 dln.

Boot 29:72: La Geographie moderne, naturelle, historique & politique par le sieur A. du Bois avec des Cartes geographiques. Leiden, 1729, 2 dln.

Boot 23:7: BRAUN. Civitates Orbis Terrarum, per Braun. s.l., s.d., 2 dln.

Boot 23:8: DE FER. L’atlas curieux ou le monde representé dans des Cartes generales & particulieres du Ciel & de la Terre, par de Fer. s.l., s.d., 2 dln.

Boot 31:89: MALLET, MANESSON. Description de l’Univers. Parijs, 1683, 5 dln.

Boot 23:4: Atlas des Cartes Marines, levées & gravées par ordre exprès du Roi pour l'usage de ses armées de Mer, par les Srs. Pene, Cassini & autres, le tout illuminé. Parijs, 1683.

Boot 22:1: Atlas universel par Mrs. Robert & Vaugondy contenant 108. Cartes, proprement illuminées avec les nouvelles Observations. Parijs, 1757.

Boot 31: 90: Atlas portatif universel & militaire par M. Robert. Parijs, 1748.

Boot 34:133: Atlas du Sr. le Rouge en des Etuis. Parijs, 1743.

Boot 23:6: Atlas novus sive tabulae Geographiae à Mattheo Seuter.Wenen, 1730.

[261] Boot 31:91: PEETERS, J. Atlas en abregé ou nouvelle Description du Monde, par J. Peeters. Avec des Cartes geographiques illuminées. Antwerpen, 1692.

[262] Boot 37: 18 : VOSGIEN. Dictionnaire Géographique portatif, par Mr. Vosghien. Lyon, 1749.

[263] Boot 34: 131 : BUFFIER, LE PERE. Nouveau Elemens d’Histoire Geographique par le Pere Buffier. Parijs, 1752.

Boot 37:21 : BUFFIER, LE PERE. Geographie universelle, par le Pere Buffier. Parijs, 1752.

[264] Boot 37:25: SANSON. Introduction à la Geographie der Srs. Sanson, revue par Mr. Robert. Parijs, 1743.

[265] Boot 23:11: De Aenmerkens-waerdige Voyagien door allerhande vremde Natien, na Oost en West-Indien, mitsgaeders door andere gewesten, door Johan Lodewyck Godfreid. Leiden, s.d., 8 dln.

Boot 24: 15 : Voyages du Sr. de la Mottraye en Europe, Asie & en Afrique. Den Haag, 1727, 3 dln.

[266] Boot 32: 101 : Voyage autour du Monde, par G. Dampier. Rouen, 1723, 5 dln.

[267] Boot 29:68: ANSON. Voyage autour du monde par Anson avec fig. Amsterdam, 1749.

[268] Boot 33: 115 : TAVERNIER, J.B. Recueil de plusieurs Relations & Traités singuliers & curieux de J.B. Tavernier. Parijs, 1679.

Boot 32:102 : TAVERNIER, J.B. Voyage de Jean Baptiste Tavernier. Utrecht, 1712, 3 dln.

[269] Boot 24:12 : Relations de divers Voyages curieux par Thevenot & autres, enrichies de figures, de plantes non décrites & d’animaux inconnus à l’Europe, etc. Parijs, 2 dln, 1663.

[270] Boot 29: 67 : Histoire générale des Voyages ou nouvelle Collection de toutes les Relations des Voyages par Mer & par Terre par l’abbé Prévost avec des figures de J. Van der Schley. Den Haag 1747, 16 dln.

[271] Boot 23:10: Les Indes Orientales & Occidentales & autres lieux representés en très-belles figures, par le Sr. Rom. De Hooghe. Leiden, s.d.

[272] Boot 63: 45 : Histoire générale, civile, naturelle, politique & religieuse de tous les peuples du Monde, par l’Abbé Lambert. Parijs, 1750, 15 dln.

[273] Boot 32:103: Voyage & avantures de François Leguat. Londen, 1708, 2 dln.

[274] BLAIM. The English robinsonade. 17.

[275] Boot 31:95: Relation d’un voyage du Levant par M. Pitton de Tournefort

. Lyon, 1717, 3 dln.

[276] Boot 32:108: Voyage de Sirie & du Mont Liban par Mr. De la Roque. Amsterdam, 1723, 2 dln.

[277] Boot 32:100: Voyage du Sr. Paul Lucas en Turquie, l’Asie,etc. Amsterdam, 1720, 2 dln.

[278] Boot 53:65: VANEL. Abregé nouveau de l’Histoire générale des Turcs, par Mr. Vanel. Amsterdam, 1697, 4 dln.

[279] Boot 30: 80 : KNOLLES, RICHARD. De algemeene Historie der Turcken. Amsterdam, 1670.

[280] Boot 31: 94 : Reyse van Jerusalem door Surius, met fig. Brussel, 1665.

[281] Boot 30:75: Reyse van Jerusalem van den Eerw. Pater P.A. Gonsalez. Antwerpen, 1673, 2 dln.

[282] Boot 33:111: Voyage de l’Arabie heureuse, avec fig. Amsterdam, 1716.

[283] Boot 45:20: Histoire Ancienne des Egyptiens, des Carthaginois, etc. par Mr. Rollin. Amsterdam, 1740, 13 dln.

[284] Boot 30:74: Description de l’Egypte, par l’Abbé de Mascrier, fig. Parijs, 1735.

[285] Boot 30: 78 : Reyse door Oost-Indien ende Persien, door d’heer Joan Freyer, fig. ’S Gravenhage, 1700.

[286] Boot 24:14 : Voyages très-curieux & renommez faits en Moscovie, Tartarie & Perse, par les Srs. Olearius & Mandeslo. Amsterdam, 4 dln, 1727.

[287] Boot 24: 13 : Voyages de Corneille le Brun par la Moscovie en Perse & aux Indes Orientales & au Levant, ouvrage enrichi de plus de 320. fig. en tailles-douces. Amsterdam, 3 dln, 1718.

[288] Boot 29: 69 : Voyage de Jean Struys en Moscovie, en Tartarie, en Perse etc. par Mr. Glanius. Amsterdam, 1681.

[289] Boot 32: 106 : Voyage de François Bernier contenant la description des Etats du Grand Mogol. Amsterdam, 2 dln, 1710.

[290] Boot 28: 58 : Beschryvinge van Malabar en Choromandel door Baldoeus met fig.. Amsterdam, 1672.

[291] Boot 33:110: Voyage de l’isle de Ceylon dans les Indes Orientales par Robert Knox. Amsterdam, 1693.

[292] Boot 34:125: Histoire de l’Isle de Ceylan par l’Abbé le Grand. Amsterdam, 1701.

Dezelfde uitgave lijkt terug te komen bij Calenberg (150: 1788: Histoire de l'Isle de Ceylan traduite du Portugais de Ribeyro, par l'Abbé le Grand. Amsterdam, 1701.). Daar wordt wel de naam van Ribeyro erbij vermeld. Waarschijnlijk is het door een onnauwkeurigheid van de persoon die de veilingcatalogus samengesteld heeft dat Ribeyro’s naam er niet bij vermeld is.

[293] Boot 34: 124 : Amsterdam, 3 dln, 1706.

[294] Boot 34: 126 : Description du Royaume de Siam par Mr. de la Loubere. Amsterdam, 2 dln, 1700.

[295] Boot 27: 42 : Het Gezantschap der Nederlandsche Oost-Indische Compagnie aen den grooten Tartarischen Cham, Keiser van China, door Joan Nieuhof, met fig. Amsterdam, 1693.

Boot 28: 62 : L’ambassade de la Compagnie Orientale des Provinces Unies vers la Chine, etc. par Mr. Jean Nieuhof, fig. Leiden, 1665.

[296] Boot 26: 37 : KIRCHERII, ATHAN. La Chine illustrée de plusieurs Monumens tant sacrés que profanes. Amsterdam, 1670

[297] Boot 27: 43 : Dapper tweede en derde Gezantschap van China met fig. Amsterdam, 1670.

[298] Boot 34: 127 : Relation du Voyage de Mr. Evert Ilbrant à l’Empereur de la Chine par Sr. A. Brandt. Amsterdam, 1699.

[299] Boot 35: 135 : La conquête de la Chine. Den Haag, 2 dln, 1747.

[300] Boot 63: 47 : Histoire naturelle, civile & ecclesiastique de l’empire du Japon, par Kempfer. Amsterdam, 3 dln, 1732.

[301] Boot 28: 52 : Beschryvinge van de Gezantschappen van Japan, door A. Montanus met fig. Amstedam, 1669.

[302] Boot 55: 96 : Histoire & Description générale du Japon par le P. de Charlevoix. Parijs, 9 dln, 1736.

[303] Boot 45: 21 : Histoire moderne des Chinois, des japonais, etc. pour servir de suitte à l’histoire Ancienne de Mr. Rollin.

[304] Boot 30: 77 : Reyse door A. Boogaerts door d’Oostersche deelen van Asia, fig. Amsterdam, 1711.

[305] Boot 29: 70 : Voyage en Asie par P. Bergeron. Den Haag, 2 dln, 1735.

[306] Boot 27:44: DAPPER. Dapper Beschryvinge van Asia met fig. Amsterdam, 1672.

Boot 27: 49 : DAPPER. Dapper Beschryvinge van Asia, behelsende de gewesten van Mesopotamië, Babilonien, Assyrie etc. met fig. Amsterdam, 1680.

[307] Boot 33: 112 : Relation universelle de l’Afrique ancienne & moderne par le Sr. De la Croix. Lyon, 1688, 4 dln.

[308] Boot 33: 113: SNELGRAEVE. Nouvelle Relation de quelques endroits de Guinée & du commerce des Esclavages par Snelgraeve. Amsterdam, 1735.

[309] Boot 27: 47 : DAPPER. Dapper Description de l’Afrique avec fig. Amsterdam, 1686.

Boot 27:46 : DAPPER. Dapper Beschryvinge van de Afrikaensche gewesten met fig. Amsterdam, 1668.

[310] Boot 32: 99: LABAT, LE PERE. Voyage du Chevalier de Marchais en Guinée, par le Pere Labat. Amsterdam, 4 dln, 1731.

Boot 32: 97 : Nouvelle Relation de l’Afrique, par le Pere Labat. Parijs, 1728, 5 dln.

[311] Boot 32: 98: Relation Historique de l’Ethiopie Occidentale, par le Pere Labat. Parijs, 1732, 5 dln.

[312] Boot 34: 123: CORTEZ. Histoire de la conquête du Mexique ou de la nouvelle Espagne par Fernand Cortez. Parijs, 2 dln, 1730.

[313] Boot 45: 28: DE LA VEGA, GARCILASSO. Histoire des Guerres civiles des Espagnols dans les Indes, traduit de l’Espagnol de l’Ynca Garcilasso de la Vega. Amsterdam, 4 dln, 1706.

[314] Boot 30: 79: Utrecht, 1682.

[315] Boot 34: 121 : Amsterdam, 1715.

[316] Boot 62: 37 : 2 delen, Den Haag, 1752.

[317] Boot 45: 27 : LAFITAU, LE PERE. Histoire des Decouvertes & conquêtes des Portugais dans le nouveau Monde, par le R. Pere J.F. Lafitau. Parijs, 4 dln, 1634.

[318] Boot 30:82: GLAEZEMAECKER, J.H. Beschryvinge van de leste beroerte en afval der Portugezen in Brasil, door J.H.Glaezemaecker. Amsterdam, 1652.

[319] Boot 29:71 : LABAT, LE PERE. Voyage de père Labbat aux Isles de l’Amérique etc. Den Haag, 2 dln, 1724.

[320] Boot 34: 122 : Histoire de la conquête de la Floride. Leiden, 2 dln, 1731.

[321] Boot 50: 36 : LAFITAU, LE PERE. Mœurs des Sauvages Ameriquains par le Pere Lafitau. Parijs, 2 dln, 1724.

[322] Boot 32: 105 : BARON DE LA HONTAN. Voyage du Baron de la Hontan dans l’Amérique Septentrionale. Amsterdam, 2 dln, 1705.

[323] Boot 52: 57 : BOCCAGE. La Colombiade ou la Foy portée au nouveau Monde, Poëme par Madame de Boccage. Parijs, 1758.

[324] Bosch 21: 408: BELLE-FOREST, FR. La Cosmographie universelle de tout le monde. Parijs, 1575.

[325] Bosch 73: 498: CLUVERII, PH. Introductio in universiam Geographiam. Amsterdam, 1697.

Bosch 168: 1401: CLUVIER, P. DE. Introduction à la géographie universelle. Parijs, 1681.

[326] Bosch 74: 502: DE LA CROIX, A. P. Algemeene Wereld-beschryving. Amsterdam, 1705, 3 dln.

[327] Bosch 168: 1408: DUVAL, P. La Géographie universelle. Lyon, 1712, 2 dln.

[328] Bosch 168: 1399: SANSON. Introduction à la géographie. Parijs, 1680.

Bosch 168: 1400a: Idem. Utrecht, 1692.

[329] Bosch 168: 1396: VOSGIEN. Dictionnaire géographique portatif. Parijs, 1747.

[330] Bosch 20: 398: PTOLEMAEUS, CLAUDIUS. Geographia universalis vetus & nova. Basil. 1545.

Bosch 74: 499: PTOLEMAIUS, CL. Geographia. Venetië, 1562.

[331] Bosch 20: 396: ORTELIUS, ABRAHAM. Thesaurus Geographicus, in quo omnium Regionum, montium, promontorium, urbium &c. Nomina & appellations. Antwerpen, 1596.

Bosch 20: 397: Idem. Theatrum orbis Terrarum. s.l., s.d.

Bosch 20: 395: Idem. Thesaurus Geographicus, in quo omnium Regionum, montium, promontorium, urbium &c. Nomina & appellations. Antwerpen, 1587.

Bosch 73: 494: Idem. Synonyma Geographica. Antwerpen, 1578.

[332] Bosch 20: 399: MERCATOR. GERARD. Tabulae Geographicae Cl. Ptolemaeius restitutae per Ger. Mercatorem. Keulen, 1578.

Bosch 74: 501: Idem. Atlas minor à J. Hondio aeneis Tabulis auctus. Amsterdam, 1634.

[333] Bosch 20: 403: Tonneel des Aerdryckx ofte nieuwen Atlas dat is beschryvinge van alle Landen door Wilh. en J. Blaeu. Amsterdam, 1648, 4 dln.

[334] Bosch 168: 1397: PEETERS, J. Atlas en abregé. Antwerpen, 1692.

[335] Bosch 15: 306: Mahomets Alcoran. Amsterdam, 1658.

[336] Bosch 15: 305: DU RYER. L'Alcoran de Mahomet. s.l., 1649.

[337] Bosch 208: 2380: Den Kaizerlyken gezant Busbecq. s.l., 1652.

Bosch 208: 2379: Lettres du Baron de Busbec, Ambassadeur en Turquie. Parijs, 1748, 3 dln.

Bosch 208: 2378a: BUSBEQUII. itinera constantinop. & amasianum. s.l., s.d.

Bosch 208: 2392b: idem. Iter constantinopolitanum &c. s.l., s.d.

[338] Bosch 208: 2394: COUSIN. Histoire de Constantinople. s.l., 1685, 8 dln.

[339] Bosch 75: 533: MAIMBOURG, L. Historie der Kruis Vaarders tot de verlossing van't heilig Land. Amsterdam, 1683.

[340] Bosch 44: 803: DAPPER, O. Beschryving van Syrie en Palestinen. Amsterdam, 1677.

[341] Bosch 204: 2432: Rouen, 1703.

[342] Bosch 207: 2368: STOCHOVE. Voyage au Levant. S.l., 1650.

Bosch 207: 2369: STOCHOVEN. Het bereysde Oosten door Stochoven. S.l., 1681.

[343] Bosch 207: 2370: WHELER. Voyage de Dalmatie, de Grece & du Levant. Amsterdam, 1689.

[344] Bosch 95: 930: ZUALLART, J. Voyage de Jerusalem avec les figures des lieux Saints. Antwerpen, 1608.

[345] Bosch 21: 411: Voyages de Corn. Le Brun par la Moscovie en Perse & aux Indes Orientales. Amsterdam, 1718.

Bosch 21: 412: Voyage au Levant par Corn. Le Brun. Parijs, 1714.

[346] Bosch 74: 510: STRUYS, J.J. Reysen door Moscovien, Tartarien, Oost-Indien &c. Amsterdam, 1676.

[347] Bosch 170: 1450: TAVERNIER, J.B. Voyages de J.B. Tavernier. Den Haag, 1718.

[348] Bosch 14: 252: Historie van de inquisitie van Goa. S.l., 1688.

Bosch 14: 251: Histoire de l’inquisition de Goa. Amsterdam, 1697.

[349] Bosch 44: 809: BALDAEUS, PHIL. Beschryvinge van Malabar en Choromandel en het Eyland Ceylon. Amsterdam, 1672.

[350] Bosch 209: 2411: BERNIER. Histoire des états du grand Mogol. Parijs, 1670.

Bosch 209: 2410: BERNIER. Histoire des états du grand Mogol. Amsterdam, 1710.

[351] Bosch 209: 2419: Ambassade de Chaumont a Siam. S.l., 1686.

[352] Bosch 209: 2418: DE L’ISLE. Relation du Royaume de Siam. S.l., s.d.

[353] Bosch 209: 2417: TACHARD. Second voiage de Siam. S.l., 1689.

[354] Bosch 84: 712c: CARON. Beschryving van Jappan. S.l., 1662.

[355] Bosch 209: 2423: Douai, 1612.

[356] Bosch 209: 2421: MARTINII. Tartarschen Oorlog. S.l., s.d.

Bosch 209: 2422: idem. De bello Tartarico. S.l., s.d.

[357] Bosch 95: 934a: LE COMTE, L. Beschryvinge van het Keyserryk China. Den Haag, 1698.

Bosch 209: 2407: idem. Memoires sur l'état de la Chine. s.l., 1698, 2 dln.

[358] Bosch 44: 808a: KIRCHERII, ATHAN. China monumentis qua Sacris qua profanis, nec non variis naturae & artis spectaculis illustrata. Antwerpen, 1667.

[359] Bosch 44: 805: Nieuhovium, J. Legatio Batavia ad magnum Tartariae Chamum. Amsterdam, 1668.

Bosch 44: 806: Nieuhof. Gesantschap der Neêrlandtsche Oost-Indische Compagnie aen den Keiser van China. Amsterdam, 1693.

Bosch 44: 807: Idem. Idem.Antwerpen, 1666.

[360] Bosch 44: 804: DAPPER, O. Tweede en derde gesantschap na het Keiserryk China. Amsterdam, 1670.

Bosch 44: 808: Idem. Het Tweede en derde gesandtschap na het Keiserryk van China. Amsterdam, 1670.

[361] Bosch 204: 2430: LEONIS, JO. Descriptio Africae. Antwerpen, 1556.

[362] Bosch 96: 941: LOBO, JER. Voyage historique d'Abissinie. Parijs, 1728.

[363] Bosch 204: 2438: CORTEZ, F. Histoire de la conquête du Mexique. Parijs, 1714, 2 dln.

[364] Bosch 204: 2439: DE ZÁRATE.Histoire de la conquête de Perou. Amsterdam, 1719, 2 dln.

[365] Bosch 45: 814: DE LAET, J. Americae utriusque descriptio. Leiden, 1633.

Bosch 204: 2436a: DE LAET. Origine gentium Americanarum. S.l., s.d.

[366] Bosch 14: 236: Amsterdam, 1760.

[367] Bosch 20: 404: CHARTIER, L. Miroir de la Navigation de la Mer Occidentale. Antwerpen, 1590.

[368] Bosch 204: 2435: HENNEPIN. Voyage dans l'Amérique. S.l., s.d.

[369] Bosch 204: 2437: Amsterdam, 1712.

[370] Bosch 210: 2599: s.l., 1720.

[371] Jacobs 21: 160.: Parijs, 1753.

[372] Jacobs 23: 209: Amsterdam, 1754.

[373] Jacobs 27: 314: Amsterdam, 1743.

[374] Jacobs 19: 77: s.l., s.d.

[375] Jacobs 32: 457: Amsterdam, 1737.

[376] Jacobs 29: 373: Parijs, 1756.

[377] Jacobs 29: 374: s.l., 1748.

[378] Jacobs 29: 375: s.l., s.d.

[379] Jacobs 28: 353: s.l., 1662.

[380] Jacobs 28: 354: BAUDUIN. Histoire des Yncas Rois du Perou. Amsterdam, 1715.

[381] Jacobs 16: 3: s.l., 1622.

[382] Jacobs 36: 561: Amsterdam, 1755.

[383] Jacobs 30: 407: Brussel, s.d.

[384] Jacobs 35: 535: s.l., 1708.

[385] Jacobs 33: 491: Brussel, 1650.

[386] Jacobs 16: 6: Amsterdam, 1623.

[387] Jacobs 28: 342.

[388] Jacobs 34: 508.

[389] Deschamps 37: 44 : SANSON. Atlas, contenant toutes les parties du monde, par Sanson. Parijs, 1692.

[390] Deschamps 37: 43 : ORTELIUS. Théatres de l’Univers, contenant les Cartes de tout le monde, par Ortelius. Antwerpen, 1698.

[391] Deschamps 39: 67 : THEVENOT. Rélation de divers Voyages curieux, par Thevenot. 2 dln, Parijs, 1696.

[392] Deschamps 17: 134: Voyage & Avantures de François Leguat & ses Compagnons en deux Isles desertes. 2 dln, Londen, 1708.

[393] Deschamps 34: 59: Histoire des Croisades. s.d., s.l.

Deschamps 15: 103: Histoire des Croisades. 4 dln, Parijs, 1680.

[394] Deschamps 8: 36: COUSIN. Histoire de Constantinople depuis le regne de l’ancien Justin jusqu’à la fin de l’Empire, par Cousin. 9 dln, Parijs, 1685.

[395] Deschamps 13: 85: s.l., s.d.

[396] Deschamps 21: 171: s.l., s.d.

[397] Deschamps 24: 196: s.l., s.d.

[398] Deschamps 39: 68: LE BRUN. Voyage au Levant, enrichie de plus de 200 tailles douces, par Corneille le Brun. Delft, 1700.

[399] Deschamps 14: 100: Voyage de Paul Lucas au Levant. 2 dln, Den Haag, 1705.

[400] Deschamps 39: 68 : Voyage par Corneille le Brun, par la Moscovie en Perse, & aux Indes Orientales, Ouvrage enrichie de plus de 320 Tailles-douces. 2 dln, Amsterdam, 1718.

[401] Deschamps 14: 101 : Les six voyages de Jean Baptiste Tavernier en Turquie, en Perse & aux Indes. 3 dln, Parijs, 1692.

[402] Deschamps 15: 102 : Les Voyages de Jean Struys en Moscovie, en Tartarie, en Perse & aux Indes. 3 dln, Amsterdam, 1724.

Deschamps 32: 39: Les voyages de Jean Struys en Moscovie, en Tartarie, en Perse & aux Indes, avec fig. Amsterdam, 1681.

[403] Deschamps 32: 40 : La Vie & Moeurs des Bramines, par la Grue, avec fig. Amsterdam, 1670.

[404] Deschamps 39: 66 : Histoire Naturelle, Civile & Ecclésiastique de l’Empire du Japon, par Kaempfer. 2 dln, Den Haag, 1729.

[405] Deschamps 33: 53 : Beschryvinge van het Koninkryk Jappan, door Caron, met fig. s.d., s.l.

[406] Deschamps 18: 147 : Le Citoyen du Monde, ou Lettres d’un philosophe Chinois. 3 dln, Amsterdam, 1763.

[407] Deschamps 18: 148 : La Balance Chinoise, ou Lettres d’un chinois. s.l., s.d.

[408] Jacobs 30: 407: Brussel, s.d.

[409] Deschamps 17: 133 : ZARATE. Histoire de la découverte & de la conquête de Perou, par Zarate. 2 dln, Amsterdam, 1700.

[410] Deze biografische gegevens van de graaf van Calenberg zijn gebaseerd op DE BACKER, HENRI. Le comte de Calenberg. Sa vie, son époque. Notice préliminaire à la publication de son ‘Journal’ pour l’année 1743’ édité par la Société des Bibliophiles et Iconophiles de Belgique. Brussel, 1913.

[411] SMEYERS. Vlaams taal-en Volksbewustzijn. 193.

[412] Calenberg 20: 219: PATTYN, M. Le Commerce maritime fondé sur le Droit de la Nature & des Gens. Mechelen, 1727.

[413] DE BACKER. Le comte Henri de Calenberg. 49.

[414] Idem.

[415] Calenberg 19: 207: Le commerce de la Hollande dans les IV. Parties du Monde. Amsterdam, 1768, 3 dln.

Calenberg 20: 210: Mémoires sur le commerce des Hollandois. Amsterdam, 1718.

[416] Calenberg 19: 199: Défense de la Compagnie unie des Marchands d’Angleterre aux Indes Orientales. Den Haag, 1762.

Calenberg 19: 203: Histoire & commerce des Colonies angloises. Londen, 1755.

[417] Calenberg 19: 197: Le commerce de l’Amérique. Avignon, 1764, 2 dln.

[418] Calenberg 89: 1076: DE LA MARTINIERE. Dictionnaire Géographique & Critique. Den Haag, 1726, 9 dln.

[419] Calenberg 99: 1085: HÜBNERS, G. vollständige Geographie. Hamburg, 1736, 3 dln.

[420] Calenberg 89: 1075: SANSON. Introduction à la Géographie. Amsterdam, 1708.

Calenberg 89: 1080: SANSON. Déscription de tout l’Univers en plusieurs cartes & traitées de Géographie. Amsterdam, 1700.

[421] Calenberg 89: 1081: BUSCHING. Magazin fur die neue Historie und Geographie. Hamburg, 1767, 5 dln.

Calenberg 89: 1082: BUSCHING. Nouveau Traité de Géographie traduit de l’Allemand de M. Busching. Den Haag, 1768, 5 dln.

Calenberg 90: 1083: BUSCHING. Auszung aus seuier Erd-beschreibung. Hamburg, 1762.

[422] Calenberg 102: 1271: BARBINAIS. Voyage autour de Monde. Parijs, 1728, 3 dln.

[423] Calenberg 102: 1270: DAMPIER. Voyage autour du Monde. Amsterdam, 1711, 5 dln.

[424] Calenberg 102: 1267: ANSON. Reise rondsom de Wereld. Amsterdam, 1749.

Calenberg 102: 1268: ANSON. Voyage autour du Monde, fait par Anson, publié par Walter. Amsterdam, 1749.

Calenberg 102: 1269: ANSON. Voyage à la mer du Sud pour servir de suite au voyage d’Anson. Lyon, 1756.

[425] Calenberg 88: 1071: PICARD, B. Cérémonies & coutumes Réligieuses de tous les Peuples du Monde, réprésentées par des figures dessinées par B. Picard, avec une explication historique & quelques dissertations curieuses. Amsterdam, 1723 & 1737, 7 dln.

[426] Calenberg 79: 972: La vie & les avantures de Robinson Crusoë. Amsterdam, 1720, 2 dln.

[427] Calenberg 106: 1308: Voyages & Avantures de F. Le Guat en 2. Isles desertes. Londen, 1708, 2 dln.

[428] Calenberg 128: 1551 / Calenberg 125: 1517 / Calenberg 124: 1516 / Calenberg 78: 967 / Calenberg 70: 848 / Calenberg 124: 1514 / Calenberg 94: 1146 / Calenberg 124: 1512 / Calneberg 124: 1515 / Calenberg 128: 1552 / Calenberg 124: 1511 / Calenberg 125: 1519.

[429] Calenberg 124: 1513: Abbildung des Turkischen Hofes in 65 kupfer Blatten. Nurnberg, 1719.

[430] Calenberg 161: 1906: BUSBEQUII, A. Operae quae exitant. Leiden, 1633.

Calenberg 17: 181: L’ABBE DE FOY. Lettres du Baron de Busbec, Ambassadeur à Constantinople. Parijs, 1748, 3 dln.

[431] Calenberg 161: 1905: BURIGNY. Histoire des Révolutions de l’Empire de Constantinople, depuis la fondation de cette Ville jusqu’en 1453. Parijs, 1750, 3 dln.

[432] Calenberg 147: 1758: DE TOURNEFORT. Relation d'un Voyage du Levant fait par De Tournefort. Amsterdam, 1718, 2 dln.

[433] Calenberg 103: 1278: LE BRUN. Voyage au Levant, Egypte, Syrie, &c. Parijs, 1714.

[434] Calenberg 103: 1284: WHELER. Voyage de Dalmatie, Grece & du Levant. Den Haag, 1723, 2 dln.

[435] Calenberg 103: 1287a: LUCAS, P. Voyage de P. Lucas dans la Grece, Asie mineure, Afrique &c. Parijs, 1712, 3 dln.

Calenberg 104: 1287b: LUCAS, P. Voyage de P. Lucas dans la Turquie, l'Asie, la Palestine &c. Rouen, 1719, 3 dln.

[436] Calenberg 103: 1279: SHAW. Voyages de M. Shaw dans la Barbarie & au Levant. Den Haag, 1743, 2 dln.

[437] Calenberg 158: 1875: ROLLIN. Histoire Ancienne des Egyptiens, Carthagin, Assyr. Babylon. Medes, Perses, Maced. & Grecs. Parijs, 1733, 14 dln.

[438] Calenberg 151:1807 & 1806: Voyage de l’Arabie heureuse par l’Ocean oriental & de la Mer rouge fait par les François en 1708. 9. & 10. &c. Amsterdam, 1716.

[439] Calenberg 151: 1805: Itineraire de l’Arabie deserte, traduite de l’Anglois. Londen, 1759.

[440] Calenberg 151: 1800: L’ABBE DE MARIGNY. Histoire des Arabes sous le Gouvernement des Califes. Parijs, 1750, 4 dln.

[441] Calenberg 153: 1817: MORGAN, J. Beschryvinge van Barbaryen als mede eene historie van Algiers, Tunis, Tripoli en Oram uyt het Engelsch van J. Morgan vertaald. ’s Gravenhage, 1733, 2 dln.

[442] Calenberg 153: 1818: Den Haag, 1704.

[443] Calenberg 159: 1884: L’ABBE MASCRIER. Déscription de l'Egypte contenant des Rémarques sur la Géographie ancienne & moderne de ces Pays &c. composée sur les Mémoires de M. De Maillet, par l'Abbé Mascrier. Parijs, 1735.

[444] Calenberg 150: 1795: BRUN, C. le. Voyages de C. le Brun par la Moscovie en Perse & aux Indes Orientales. Amsterdam, 1718, 2 dln.

[445] Calenberg 104: 1290: Les Voyages de J. Struys en Moscovie, Tartarie, Perse &c. par Glanius. Amsterdam, 1718, 3 dln.

[446] Calenberg 151: 1797: CHEV. CHARDIN. Voyages du Chev. Chardin en Perse & autres lieux d’Orient &c. nouvelle edition augmentée. Amsterdam, 1735, 4 dln.

[447] Calenberg 150: 1793: BERNIER, F. Voyage de F. Bernier contenant la description des Etats du grand Mogol. Amsterdam, 1724, 2 dln.

[448] Calenberg 89: 1074: Rélation de l’Inquisition de Goa. Parijs, 1688.

[449] Calenberg 150: 1790: VISSCHER. Beschryving van de kust van Malabar. Leeuwaarden, 1743.

[450] Calenberg

[451] Calenberg 150: 1791: Voyage de Biervillas à la côte de Malabar, Goa &c.

[452] Calenberg 150: 1794: CHEREFERDDIN. Histoire de Tamerlan Empereur des Mogols & Tartares traduite du Persan de chereferddin, par de la Croix. Parijs, 1722, 4 dln.

[453] Calenberg 150: 1789: KNOX. Rélation & voyage de l’Isle de Ceylan. Amsterdam, 1693.

[454] Calenberg 150: 1788: Histoire de l'Isle de Ceylan traduite du Portugais de Ribeyro, par l'Abbé le Grand. Amsterdam, 1701.

[455] Calenberg 150: 1792: LINSCHOTEN. Itinerarium naer Oost ofte Portugaels Indien. Amsterdam, 1644.

[456] Calenberg 147: 1764: VALENTYN. Oud, en Nieuw Oost-Indien, vervattende eene naaukeurige Verhandelinge van Nederlands Mogentheyd in die Gewesten met meer dan 1050 Print-Verbeeldingen verrigt. Dordrecht, 1724.

[457] Calenberg 148: 1767: SCHOUTEN. Voyage de Schouten aux Indes orientales depuis 1658. Jusqu’en 1665. Amsterdam, 1708, 2 dln.

[458] Calenberg 150: 1785: TACHARD. Voyage de Siam des PP. Jésuites envoyés par le Roi aux Indes & à la Chine avec les observations du P. Tachard. Parijs, 1686.

[459] Calenberg 150: 1786: DELA LOUBERE. Description du Royaume de Siam. Amsterdam, 1700.

[460] Calenberg 150: 1787: Reize nach Siam. Hamburg, 1706.

[461] Calenberg 148: 1775: L'Ambassade de la Compagnie orientale des Provinces-unies vers l'Empereur de la Chine, traduite du Latin de Jean Nieuhoff, par J. le Carpentier. Leiden, 1665.

[462] Calenberg 149: 1778: DE PALAFOX. Histoire de la conquête de la Chine par les Tartares, traduite de l’Espagnol de Mr. De Palafox Evêque d’Osma, Par Colle. Amsterdam, 1723.

[463] Calenberg 149: 1777: LE COMTE. Memoires sur l’Etat présent de la Chine. Amsterdam, 1698, 2 dln.

[464] Calenberg 148: 1774: DU HALDE. Déscription géograph. Histor. Chronol. Polit. & phisique de l'Empire de la Chine, & de la Tartarie chinoise. Parijs, 1735, 4 dln.

[465] Calenberg 149: 1776: YSBRANTS, J. Drie-jaarige Reize naar China te lande gedaen door den Moskovischen Afgesand Ysbrants Jdes &c. Amsterdam, 1710.

[466] Calenberg, 149: 1779: BRAND. Relation du Voyage de E. Isbrand à la Chine en 1692. 93. & 94. , par Brand. Amsterdam, 1699.

[467] Calenberg 31: 355: Londen, s.d.

[468] Calenberg 148: 1772: KEMPFER. Histoire naturelle, Civile & Ecclesiastique de l'Empire du Japon, composée en Allemand par Kempfer & traduite sur la version Angloise de J. Scheuchzer. Den Haag, 1729, 2 dln.

[469] Calenberg 148: 1773: CHARLEVOIX. Histoire générale du Japon. Parijs, 1736.

[470] Calenberg 75: 920: CREBILLON. L’Ecumoire, Histoire japonaise. Amsterdam, 1743, 2 dln.

[471] Calenberg 152: 1813 & 1814. BOSMAN. Voyages de Guinée contenant une description des ses pays ou l’on trouve & traffique l’Or, les dents d’Elephant, & les Esclaves &c. Utrecht, 1705.

[472] Calenberg 152: 1808. DAPPER, O. Description de l’Afrique contenant les noms, situation, les confins de toutes les parties &c. traduite du Flamand d’O. Dapper. Amsterdam, 1686.

[473] Calenberg 152: 1811: LABAT. Rélation de l'Afrique occidentale contenant uns description du senegal &c. comme aussi l'histoire naturelle de ces Pays &c. Parijs, 1728, 5 dln.

Calenberg 104: 1296: LABAT. Voyage de Chev. De Marchais en Guinée & à la Cayenne. Parijs, 1730, 4 dln.

[474] Calenberg 152: 1812: CAVAZZI. Rélation historique de l'Ethiophie occidentale contenant la description des Royaumes de Conges, Angolle, & Matamba traduite de l'Italien du P. Cavazzi & augmentée de plusieurs rélations porugaises, par le P. Labat. Parijs, 1732, 5 dln.

[475] Calenberg 152: 1809: LOBO. Voyage historique d’Abissinie, traduit du Portugais du P. Lobo & augmenté de plusieurs dissertations, par le Grand. Parijs, 1728.

[476] Calenberg 152: 1810: KOLBE. Beschryving van de Kaap de Goede Hoop. Amsterdam, 1727, 2 dln.

[477] Calenberg 155: 1846: Histoire de la Conquête du Mexique, traduite de l’Espagnol de Don A. de Solis, par F. Cortez. Parijs, 1714, 2 dln.

[478] Calenberg 154: 1831: ZARATE. Histoire de la découverte & conquête du Perou traduite de l’Espagnol de Zarate, par S.D.C. Parijs, 1716, 2 dln.

[479] Calenberg 153: 1821: HERRERA. Description des Indes occidentales traduite de l’Espagnol de Herrera &c. Amsterdam, 1622.

[480] Calenberg 153: 1820: DE LAET. Novis Orbis seu descriptionis Indiae occidentalis libri XVIII. Auctore de Laet. Leiden, 1633.

[481] Calenberg 155: 1836: CONDAMINE. Rélation abregé d’un voyage dans l’intérieur de l’Amérique Meridionale. Parijs, 1745.

[482] Calenberg 34: 404: GUMILLA, J. Histoire naturelle de l’Orenoque & des principales Rivières qui s’y jettent. Avignon, 1758, 3 dln.

[483] Calenberg 157: 1865: LABAT. Voyage aux Isles de l'Amérique contenant l'Histoire naturelle de ces Pays, l'Origine, les Moeurs, la Religion & le Gouvernement des Habitans &c. Parijs, 1722, 6 dln.

[484] Calenberg 157: 1868: Londen, 1751.

[485] Calenberg 158: 1870: Parijs, 1763.

Calenberg 157: 1866: LABAT. Voyage aux Isles de l'Amérique contenant l'Histoire naturelle de ces Pays, l'Origine, les Moeurs, la Religion & le Gouvernement des Habitans &c. Parijs, 1742, 8 dln.

[486] Calenberg 156: 1848-1850: VENEGAS. Natuurlyke Historie van California uyt het Spaensch van Venegas door J.J.D. vertaald. Haarlem, 1761, 2 dln.

[487] Calenberg 155: 1844: Voyage du Baron de la Hontan dans l’Amérique Septentrionale. Amsterdam, 1705, 2 dln.

[488] Calenberg 155: 1837: LA FITEAU. De Zeden der Wilden van America. Amsterdam, 1751, 2 dln.

[489] Calenberg 156: 1852: LE PAGE DU PRATZ. Histoire de la Louisiane. Parijs, 1758, 3 dln.

Calenberg 156: 1858: CHARLEVOIX. Histoire & Déscriptions générale de la nouvelle France, avec le journal d’un voyage fait par ordre du Roi dans l’Amérique Sept. Parijs, 1744.

[490] Calenberg 156: 1857: Etat présent de la Pensilvanie. S.l., 1756.

[491] Calenberg 100: 1246: BELLIN. Cours du fleuve de St. Laurent. S.l., 1761.

[492] Calenberg 156: 1853: BOSSU. Voyages aux Indes Occidentales aux environs du Fleuve S; Louis. Parijs, 1768, 2 dln.

[493] Calenberg 156: 1855: Amsterdam, 1721.

[494] Calenberg 105: 1303 & 1304: Histoire des navigationsss aux terres australes. Parijs, 1756, 2 dln.

[495] Calenberg 103: 1280: TREMAREC, KERGUELEN DE. Relation d’un voyage dans la mer du Nord fait en 1767. en 68. Amsterdam, 1772.

[496] Calenberg 105: 1305: [ROBERTSON]. Voyage de Robertson aux terres australes. Amsterdam, 1767.

[497] Calenberg 105: 1306: B., M. de. Histoire de l’expédition de trois Vaisseaux aux terres Australes. Den Haag, 1739, 2 dln.

[498] Calenberg 105: 1307: Rélation d’un Voyage du Pole arctique au Pole Antarctique. Amsterdam, 1721.

[499] Calenberg 147: 1760: GMELIN. Voyage en Siberie fait au fraix du Gouvernement Russe. Parijs, 1767, 2 dln.

Calenberg 147: 1761 & 1762: GMELIN. Reize door Siberien naar Kamtschatka van 1733.tot 1743. uyt het Engelsch van Elvervelt vertaelt, door Gmelin. Haarlem, 1752, 4 dln.

[500] Calenberg 147: 1756: Les Voyages de Glantzby dans les Mers orientales de la Tartarie. Parijs, 1729.

[501] Calenberg 147: 1763: Haarlem, 1770.

[502] DONNET, FERNAND. “Parys” in Biographie Nationale publiée par l’Académie Royale des Sciences, des Lettres & des Beaux-Arts de Belgique. Brussel, 1901, XVI, 663-664.

[503] Van Parijs 50: 534: BOUDRAND. Dictionnaire Géographique & Historique. Parijs, 1705, 2 dln.

[504] Van Parijs 50: 535: ECHARD, LAURENT. Dictionnaire Géographique portatif. Parijs, 1778, 2 dln.

[505] Van Parijs 50: 536: VOSGIEN. Dictionnaire Géographique portatif, par Echard, avec des additions. Parijs, 1759.

[506] Van Parijs, 50: 537: HUBERT, JEAN. Abregé de la vieille & nouvelle Géographie. Amsterdam, 1735, 2 dln.

[507] Van Parijs, 39: 430: Dictionnaire portatif de Commerce, contenant la Connoissance des Marchandises de tous les Païs, etc. Kopenhagen, 1761.

[508] Van Parijs 18: 193: Mogunt, 1655.

[509] Van Parijs 60: 625: Parijs, 1724.

[510] Bijvoorbeeld: JOVET. L’histoire des religions. VI, 578-579.

[511] Van Parijs 58: 613: Amsterdam, 1760.

[512] Van Parijs 59: 620: s.l., 1762.

[513] Van Parijs, 51: 546: Relation des Voïages & des Découvertes, que les Espagnols ont fait dans les Indes Occidentales, par de las Casas. Amsterdam, 1698.

[514] Van Parijs 52:549. Reis door Noord-America, gedaen door P. Kalm. Utrecht, 1772.

[515] Van Parijs 51: 545: ABBÉ PRÉVOST. Histoire générale des Voïages, ou nouvelle Collection de toutes les Relations de Voïages par Mer & par Terre, qui ont été publiées jusqu'à présent. Parijs, 1749-, 76 dln.