| Twee eeuwen boekdrukkunst in Moskovië. Indrukken van de Russische cultuur in de Nieuwe Tijd. (Eva Provoost) |
| home | lijst scripties | inhoud |
In deze scriptie wordt de ontwikkeling geschetst van de boekdrukkunst in het Oude Rusland van de vijftiende tot de achttiende eeuw. Ik ben deze scriptie aanvankelijk begonnen uit een gevoel van onvrede over de manier waarop de Russische boekdrukkunst behandeld wordt in westerse geschiedenisoverzichten van het boek. Daarin beperkt men zich meestal tot de droge opmerking dat de boekdrukkunst met ruim een eeuw vertraging Moskou bereikte, pas in het midden van de zestiende eeuw. Deze chronologie wil ik uiteraard niet tegenspreken. Het heeft inderdaad ruim honderd jaar geduurd vooraleer de Russen de uitvinding overnamen. Waar ik wel iets aan zou willen veranderen is de gewoonte om Russische culturele fenomenen louter af te meten aan westerse normen. Bij zo’n vergelijking kan Rusland er alleen maar uitkomen als het zwakkere broertje, in ieder geval wat betreft de periode die hier in beschouwing genomen wordt. Na deze periode, vanaf de achttiende eeuw, zou Rusland op een steeds actievere manier deelnemen aan de westerse cultuur en beschaving, zodat het vanaf dan ook vanzelfsprekend wordt Rusland te beschouwen als vast onderdeel van de Europese geschiedenis. Voor de periode van vóór Peter de Grote is dit veel minder evident. Deze scriptie wil net een beeld geven van dit uitgesproken niet-westerse Rusland, in de geschiedschrijving bekend onder de naam Moskovië.
Het zal de lezer opvallen dat ik zelf niet onschuldig ben aan herhaalde vergelijkingen tussen West-Europa en Rusland. Enerzijds is dit te verklaren door de geschiedenis van het Cyrillische boek zelf, die begonnen is in West-Europese drukkerscentra. Andere parallellen worden getrokken om mezelf en de lezer een houvast te bieden: ten slotte bevinden we ons ook zelf in een westerse context. Om een goed beeld van de andersheid van Moskovië te krijgen, is het soms ook noodzakelijk contrasten aan te duiden. Dit zou ik kunnen doen aan de hand van bijvoorbeeld de oosterse culturen, maar dat zou de overzichtelijkheid van deze scriptie niet ten goede komen.
Dit is een historisch overzicht. Details over de technische en formele kant van de boekdrukkunst zullen daarom slechts sporadisch aan bod komen, vooral om evoluties te signaleren. In de eerste plaats is gepoogd een omvattende reconstructie te geven van twee eeuwen Russische boekdrukkunst. Hierbij begin ik op het einde van de vijftiende eeuw, een tijd waarin het Europese drukkersenthousiasme zich ook begon te uiten in het drukken van Cyrillische boeken. Verder zal ik nagaan of dit enthousiasme zich heeft kunnen verplaatsen naar Moskovië en op welke manier de boekdrukkunst al dan niet vaste voet heeft gekregen in de Moskovische samenleving. De verhandeling eindigt bij de regering van Peter de Grote. De grote veranderingen die de boekdrukkunst onder zijn leiding heeft ondergaan, betekenen een nieuwe fase in het Russische drukkerswezen, en om die reden heb ik besloten deze periode als eindpunt te kiezen. De politieke en sociaal-economische geschiedenis van Rusland wordt heel summier aangebracht in het verloop van de uiteenzetting. Er zal vooral stilgestaan worden bij momenten waarop de politieke geschiedenis invloed heeft gehad op de culturele ontwikkeling van Moskovië en op de boekdrukkunst in het bijzonder.[1]
In een eerste hoofdstuk zal kort worden ingegaan op de uitvinding van de boekdrukkunst in West-Europa. Een uitgebreid overzicht van deze problematiek wordt hier niet weergegeven. Slechts een aantal factoren die traditioneel worden aangehaald als determinerend voor het ontstaan van de boekdrukkunst zullen beschreven worden. In de onmiddellijk daarop volgende paragraaf wordt nagegaan of deze factoren in het vijftiende-eeuwse Moskovië aanwezig waren en of ze een beslissende rol hebben gespeeld in het voorlopige uitblijven van de Russische boekdrukkunst.
In een tweede hoofdstuk wordt chronologisch bekeken waar en door wie de eerste Russische gedrukte boeken tot stand gekomen zijn. Deze uiteenzetting is een reconstructie van het schaarse feitenmateriaal dat ons is overgeleverd in verband met de beginjaren van de Moskovische boekdrukkunst. Naast een gedetailleerde weergave van deze feiten is ook gepoogd bepaalde gebeurtenissen in een bredere context te plaatsen en meningen van verschillende onderzoekers met elkaar te confronteren. Dit hoofdstuk is vrijwel uitsluitend gebaseerd op studies uit de Sovjet-periode.
Een derde hoofdstuk behandelt de lange integratieperiode van de boekdrukkunst in het Russische maatschappelijk-culturele leven. Hierin wordt duidelijk dat enkel de officiële cultuur zich voorlopig zal bedienen van de uitvinding en dat de thematiek uiterst beperkt zou blijven. Het hoofdstuk wordt afgesloten door enkele bedenkingen over de niet-officiële cultuur en hoe deze zich manifesteerde naast de boekdrukkunst.
In een vierde en laatste hoofdstuk ten slotte worden vooruitzichten en nieuwe perspectieven geschetst die de boekdrukkunst op het einde van de zeventiende en aan het begin van de achttiende eeuw te wachten stonden.
Noot in verband met de bronnen
Als bronnenmateriaal voor deze verhandeling werden hoofdzakelijk Russische monografieën gebruikt, studies zowel van voor de Oktoberrevolutie als uit de Sovjet-tijd. Vooral historici uit de Sovjet-Unie hebben zich bijzonder verdienstelijk gemaakt in het ontsluiten van gegevens omtrent de eerste stadia van de boekdrukkunst.[2] Inventarissen werden opgemaakt van alle bestaande Cyrillische uitgaven, voorzien van uitgebreide formele beschrijvingen. Bij de analyse van deze werken was het echter opvallend dat vele Sovjet-historici de neiging vertonen zich te beperken tot een dergelijke feitelijke benadering en bij het schetsen van een interpretatief kader snel blijven hangen bij een aantal ideologisch bepaalde schema’s en begrippen.[3] De zeldzame westerse monografieën over dit onderwerp stellen dit probleem uitvoerig aan de kaak, maar jammer genoeg voor deze verhandeling ligt de nadruk in deze westerse studies hoofdzakelijk op latere periodes in de Russische boekdrukkunst, periodes waarin de Russische cultuur zich meer zou gaan aansluiten bij de westerse cultuur.
Een van de meest storende elementen bij het analyseren van Sovjet-studies zijn de aanhoudende pogingen om te bewijzen dat het belangrijkste kenmerk van de zeventiende-eeuwse boekdrukkunst een secularisatie in de thematiek was.[4] Deze kwestie is zeer gegeerd bij Sovjet-historici wanneer ze willen aantonen dat de Russische Kerk haar greep op de cultuur en op het hele maatschappelijke leven sinds de zeventiende eeuw aan het verliezen was. Inderdaad is in de tweede helft van de zeventiende eeuw een aantal boeken verschenen waarvan de inhoud louter profaan was. Dergelijke boeken zijn echter zo uitzonderlijk dat ze moeilijk kunnen dienen als bewijs van secularisatie van de zeventiende-eeuwse cultuur. Bovendien waren de uitgaven in kwestie enkel van betekenis voor een kleine groep ambtenaren en regeringsmedewerkers. Toch valt niet te ontkennen dat dergelijke boeken van zuiver profane aard, hoe klein ook in aantal, wel degelijk gedrukt werden in het zeventiende-eeuwse Moskou. Tot zover kan ik volledig akkoord gaan met de meeste Sovjet-historici. Ietwat problematischer wordt het wanneer beweerd wordt dat ook abc-boekjes en grammatica’s behoren tot de categorie ‘profane literatuur’. Bij een nadere inhoudelijke analyse wordt het immers duidelijk dat deze boeken niet veel minder verwijzingen naar en fragmenten uit kerkelijke teksten bevatten dan zuiver liturgische werken, en dat de auteurs van deze boeken voortdurend bekommerd zijn om het zielenheil van hun lezers. De eerste doelstelling van abc-boekjes was bovendien de bevolking op een individuele basis kennis te laten maken met liturgische teksten. Hoewel dergelijke boeken dus op het eerste zicht een profaan karakter lijken te hebben, liggen ze in feite in het verlengde van de religieuze literatuur en kunnen ze zeker niet dienen als bewijs om een verminderende invloed van de Kerk op de cultuur aan te tonen. Enkele onderzoekers gaan zelfs zo ver dat ze een stijging van het aantal Psalmuitgaven gaan beschouwen als een blijk van secularisering. De redenering hierachter is dat de Psalmen in het Oude Rusland de voornaamste basis vormden om te leren lezen. Wanneer het aantal uitgaven wordt opgetrokken, zo redeneert men, toont dit aan dat steeds meer mensen zichzelf wilden ontplooien, en dit staat in de Sovjet-ideologie synoniem voor zich bevrijden uit de greep van de Kerk. Ook kronieken worden steevast profaan genoemd, hoewel hun auteurs meestal monniken waren en de gewoonte hadden hun jaaroverzichten in te kaderen in de christelijke heilsgeschiedenis. Op die manier worden cijfers betreffende de zestiende- en zeventiende-eeuwse boekdrukkunst zonder veel omhaal gemanipuleerd en verschillen ze in vrijwel iedere Sovjet-studie.
De schaarse westerse studies over het Russische boekwezen klagen deze praktijken uitvoerig aan. Zo noemt Max J. Okenfuss de groei van profane uitgaven in zeventiende-eeuws Rusland “a carefully nurtured Soviet myth”.[5] Hij benadrukt dat het drukkerswezen in Moskou tot in de achttiende eeuw volledig onder de controle van de Kerk bleef. Wanneer we de lijst met titels uit deze honderd vijftig jaar boekdrukkunst bekijken, kunnen we het daar alleen maar mee eens zijn. Het nadeel van westerse studies is evenwel de neiging om Moskovië te vergelijken met West-Europa in de Nieuwe Tijd. Hoewel een dergelijke vergelijking zeer interessante resultaten kan opleveren en zelfs vanzelfsprekend lijkt vanuit de actuele situatie waarin Rusland zonder meer deel uitmaakt van de Europese geschiedenis, kan ze met betrekking tot de Nieuwe Tijd hinderend zijn.[6]
Transcriptie van Cyrillische termen en namen
Doorheen heel deze scriptie is de internationale, wetenschappelijke transcriptie gebruikt voor Cyrillische woorden. Deze transcriptie verschilt enigszins van de transcriptie die gewoonlijk in Nederlandstalige teksten gehanteerd wordt. Om onduidelijkheden te voorkomen volgt hieronder een volledig overzicht, aangevuld met en aantal uitspraaktips:
|
а |
a |
р |
r |
|
б |
b |
с |
s |
|
в |
v |
т |
t |
|
г |
g |
у |
u (spreek uit als oe) |
|
д |
d |
ф |
f |
|
е |
e (spreek uit als je) |
х |
ch |
|
ё |
ë (spreek uit als jo) |
ц |
c (spreek uit als ts) |
|
ж |
ž (spreek uit als zj) |
ч |
č (spreek uit als tsj) |
|
з |
z |
ш |
š (spreek uit als sj) |
|
и |
i |
щ |
šč (spreek uit als sjtsj) |
|
й |
j |
ъ |
’’ (hard teken) |
|
к |
k |
ы |
y |
|
л |
l |
ь |
’ (zacht teken) |
|
м |
m |
э |
ė (spreek uit als e) |
|
н |
n |
ю |
ju (spreek uit als joe) |
|
о |
o |
я |
ja |
|
п |
p |
|
|
Hoofdstuk I: De eeuw van de boekdrukkunst
1. Het ontstaan van de boekdrukkunst in West-Europa
Rond het midden van de vijftiende eeuw onderging de westerse boekcultuur de meest ingrijpende verandering in haar geschiedenis: in Mainz ontwikkelde Johann Gutenberg een systeem om boeken te drukken met losse metalen letters. Nergens in Europa was er voor 1450 een drukkersatelier te vinden, maar de uitvinding zou zich zo snel verspreiden dat tegen het jaar 1500 alle belangrijke stedelijke centra beschikten over een eigen drukkerij. Een verklaring voor het succes van de boekdrukkunst wordt gewoonlijk gezocht in de veranderende mentaliteit die zich in de vijftiende eeuw voltrok in West-Europa, gevat onder de noemer ‘Renaissance’. Europa bruiste van een hernieuwde intellectuele activiteit, en ook in de religieuze sfeer was er een tijd van herbronning aangebroken. Boeken waren in deze omstandigheden meer dan welkom, wat onder meer blijkt uit de verhoogde boekproductie die door vele boekhistorici werd geconstateerd in vijftiende-eeuwse scriptoria. Er ontstond een dringende behoefte aan een grote hoeveelheid leerboeken, gebedsboeken en allerlei soorten handboeken. Aan deze stijgende vraag naar boeken probeerden kopiisten te beantwoorden, en toen de boekdrukkunst een massale productie van identieke exemplaren mogelijk maakte, werd deze innovatie overal gretig overgenomen.
Toch lijkt een verklaring die louter steunt op het gegeven van een intellectuele herbronning niet voldoende. Ook in voorafgaande eeuwen hadden dergelijke ‘renaissances’ en intellectuele bloeiperiodes plaatsgevonden, bijvoorbeeld bij de opgang van de universiteiten in de dertiende eeuw. Om een of andere reden werd toen niet overgegaan tot het drukken van boeken met losse metalen letters. Als idee is deze techniek nochtans niet zo moeilijk te concipiëren, en bovendien was men in China al eeuwen vertrouwd met de uitvinding, en waren de Europeanen hiervan op de hoogte. Er lijkt dus meer nodig dan alleen een idee.
Een essentieel element bij het drukken van boeken is de vaardigheid om letters in metaal te gieten. Het staat vast dat goudsmeden en muntslagers reeds in de veertiende eeuw gelijkaardige procedures toepasten. De eerste drukkers kwamen dan ook vaak uit deze beroepsklassen (vb. Gutenberg). Opvallend is ook dat de boekdrukkunst ontstaan is in een bloeiperiode van de papiernijverheid. Sinds de tweede helft van de dertiende eeuw werden overal in Europa papiermolens ingericht. Als materiaal om op te schrijven bleek papier uitermate geschikt: de vette inkt werd gemakkelijk opgeslorpt door de papiervezels. Misschien heeft de beschikbaarheid van een grote hoeveelheid papier wel de ultieme stimulans gegeven om de idee te doen uitgroeien tot een concrete uitvinding. Het vervaardigen van perkament was immers een arbeidsintensieve bezigheid en in ieder geval kon perkament nooit op een vergelijkbare schaal als papier geproduceerd worden. Drukpersen verslonden in een mum van tijd bergen papier, en het lijkt dan ook niet toevallig dat de uitvinding ontstond op een moment dat er voor het eerst een relatief goedkope en uitermate geschikte tekstdrager massaal voorhanden was. In ieder geval zijn er verschillende drukkersateliers opgericht op plaatsen waar papiermolens gevestigd waren.
Een uitvinding moet echter ook aanslaan vooraleer ze kan uitgroeien tot de proporties die de boekdrukkunst op de korte tijd van vijftig jaar tijd zou aannemen. Technische verworvenheden alleen zijn niet genoeg om te verklaren waarom de boekdrukkunst een centrale plaats heeft gekregen in het Europese culturele leven. Eerst moet er een reële maatschappelijke behoefte bestaan waaraan de nieuwe uitvinding kan beantwoorden. Hierin ligt precies de onmisbare rol van de Renaissance en de intellectuele veranderingen die deze teweeg bracht. Bij steeds meer mensen ontstond immers de behoefte om boeken te bezitten, gaande van wetenschappelijke uitgaven voor humanistische geleerden tot eenvoudige leesboekjes voor het volk, dat steeds meer gestimuleerd werd om zichzelf te ontwikkelen. Dat het voldoen aan technische voorwaarden alleen niet volstaat om deze uitvinding te doen aanslaan, zal overigens duidelijk aangetoond worden aan de hand van de geschiedenis van de Russische boekdrukkunst.
Opvallend in de West-Europese boekdrukkunst is een grote diversiteit in het aanbod van gedrukte boeken. Afzonderlijke staten legden de drukkers en uitgevers binnen hun landsgrenzen soms beperkingen en censuurmaatregelen op, maar het algemene beeld blijft er een van een relatief vrije pers, waarin ruimte bestond voor privé-initiatieven. In de eerste plaats waren de drukkers bekommerd om de lucrativiteit van hun arbeid. Daarom gingen ze gegarandeerde verkoopssuccessen zoals religieuze teksten uitgeven. Het Russische drukkerswezen zou geheel andere vormen aannemen. Ook hier namen religieuze teksten het hoofdaandeel van de publicaties in beslag, maar dit had weinig met lucrativiteit te maken. De Moskovische boekdrukkunst was immers volledig gericht op ‘bestellingen’ van Kerk en Staat. De drukwerken waren ook niet bestemd voor particuliere lezers, maar dienden als hulpmiddel in de liturgie en in die zin werden ze aan de hele kerkgemeenschap aangeboden. Hoewel vele westerse drukkers zich toespitsten op het uitgeven van kerkelijke boeken, schrokken ze er niet voor terug om in dezelfde drukkerij ook occasioneel profane teksten te drukken. Bovendien konden ook teksten in volkstalen gedrukt worden. Beide fenomenen zouden gedurende enkele eeuwen vrijwel onmogelijk blijven in Moskou.
2. Moskovië in de eeuw van de incunabels
2.1. Voorwaarden voor de ontwikkeling van de boekdrukkunst
In de geschiedenis van de Russische boekdrukkunst is er alvast één zaak duidelijk: ruim een eeuw ging voorbij zonder dat de uitvinding van Gutenberg werd overgenomen in Moskou. De Amerikaanse historicus Gary Marker zegt hierover dat alleen al de chronologische gegevens betreffende de boekdrukkunst aantonen dat in de westerse cultuur en maatschappij iets bestond dat Rusland niet kende, en dat bepalend was voor de ontwikkeling van de boekdrukkunst.[7]
Verklaringen voor het tijdstip van de uitvinding in West-Europa werden aangereikt in de vorige paragraaf en zullen nu herbekeken worden in de Russische context. In de eerste plaats moeten er een aantal technische voorwaarden vervuld zijn om het drukken praktisch te kunnen uitvoeren. De Russen beschikten zowel over papier als over goede inkt en de know-how om metaal te bewerken.[8] En in ieder geval konden deze zaken zonder veel moeite verkregen worden via de bestaande handelscontacten met de West- en Zuid-Slavische gebieden, en met de Duitse Hanzesteden. In de vorige paragraaf werd echter ook gesteld dat een ingrijpende uitvinding als de boekdrukkunst enkel kan aanslaan indien er een reële sociale behoefte voor bestaat, in concreto de noodzaak om op korte tijd een groot aantal boeken te produceren. Dit veronderstelt een zekere graad van geletterdheid bij een relatief groot aandeel van de bevolking. Ook een verhoogde interesse van het publiek in boeken, onderwijs en zelfontplooiing is hierbij essentieel. We zien immers dat de West-Europese drukkers een afzetmarkt vonden voor hun uitgaven, zelfs dat ze van bij het begin boeken gaan drukken in functie van de vraag van het publiek. In Rusland zullen er pas aan het einde van de achttiende eeuw uitgevers verschijnen die zich laten leiden door commerciële belangen. De maatschappelijke en culturele organisatie in Rusland week dan ook sterk af van die in West-Europa. Een reële behoefte aan gedrukte werken zou pas rond het midden van de zestiende eeuw ontstaan, en dan nog in heel andere omstandigheden dan in West-Europa.
2.2. Culturele en historische achtergrond
In de eeuw waarin de boekdrukkunst werd geïntroduceerd in West-Europa was Rusland net begonnen aan de opbouw van een gecentraliseerde staat. De Mongolen hadden sinds het einde van de veertiende eeuw hun macht beetje bij beetje moeten prijs geven ten voordele van het groeiende vorstendom Moskou. Omdat dit vorstendom de machtskern vormde van een steeds groter wordend rijk, zou men vanaf de vijftiende eeuw spreken van de staat Moskovië. Naast deze benaming begon men de Russische gebieden aan het einde van de eeuw ook aan te duiden met de term ‘Rossija’. Deze naam moest de bevolking eraan herinneren dat het rijk rechtstreeks afstamde van het ooit zo grootse Kiev-Rus’.
Gedurende eeuwen hebben de Russische gebieden een eigen koers gevaren, grotendeels geïsoleerd van de West-Europese culturele ontwikkelingen. Enerzijds is dit te verklaren door de religieuze en daaruit voortkomende culturele band tussen het Russische en Byzantijnse Rijk. Kiev-Rus’ sloot zich aan bij het Oosterse Christendom op een moment dat er tussen Byzantium en Rome een steeds grotere kloof ontstond en beide reeds een eigen cultuur en eigen tradities hadden ontwikkeld. De keuze van Vladimir de Heilige voor de ene leek meteen ook elke vorm van samenwerking met de andere uit te sluiten. Maar ook toen het Byzantijnse Rijk ten prooi viel aan de Ottomanen kwam er geen toenadering tot het Westen en bleven de Russische Grootvorsten vasthouden aan hun eigen tradities.[9] Volgens anderen liggen de wortels van de vervreemding tussen Rusland en het Westen in de Antieke cultuur, waar de Russische gebieden nooit deel van hebben uitgemaakt. Een derde factor die het isolement van de Russische cultuur beïnvloed heeft, is de vermelde Mongoolse bezetting of ‘het Tataarse juk’, zoals het in de Russische geschiedschrijving zo poëtisch verwoord wordt. Tot op vandaag plegen de Russen er graag op te wijzen dat West-Europa haar bloeiende cultuur vanaf de Late Middeleeuwen voor een groot deel aan hen te danken heeft, omdat dankzij het Russische volk de Mongolen tweehonderd jaar lang werden tegengehouden. Of de Mongoolse chans zonder de tegenstand van de Russen ook daadwerkelijk doorgedrongen zouden zijn tot in het hart van Europa valt te betwijfelen, maar de lange periode die deze krijgers uit het Verre Oosten hebben doorgebracht op Russisch grondgebied heeft er stellig voor gezorgd dat de meeste Russische vorstendommen politiek, economisch en cultureel op zichzelf aangewezen waren en geen deel gehad hebben in de bloeiende Laat-Middeleeuwse Europese beschaving. De enige contacten met het buitenland liepen via de traditionele wegen: via het Byzantijnse Rijk en de Zuid-Slavische gebieden op de Balkan. Toen ook daar bezetters voor lange tijd het roer in handen namen, werd het voor Rusland uiterst moeilijk om te kunnen aansluiten bij het West-Europese culturele leven.
Toch zijn er ook intensieve contacten geweest tussen de Russen en het Westen. Vooral Grootvorst Ivan III (1462-1505) heeft hier flink toe bijgedragen door in 1472 in de echt te treden met Sophia Paleologus, het nichtje van de laatste Byzantijnse keizer. Sophia was na de val van Konstantinopel opgevoed in Rome, en toen ze naar Moskou kwam, bracht ze in haar gevolg talrijke Venetiaanse en Florentijnse ambachtslui mee. Deze Italiaanse artiesten hebben vooral op het vlak van de architectuur hun sporen achtergelaten in Rusland.[10] Er zijn echter geen aanwijzingen dat ze ook de boekdrukkunst hebben meegebracht uit hun thuisland. In elk geval stond ook daar de nieuwe uitvinding in de jaren 1470 nog in zijn kinderschoenen.[11] Wel raakte de revolutionaire techniek waarschijnlijk via deze weg bekend in het Moskovische Rijk. Opvallend is immers dat de belangrijkste Russische terminologie in verband met de boekdrukkunst Italiaanse wortels heeft.[12] Als idee heeft de boekdrukkunst dan ook vrijwel op hetzelfde moment als in het Westen ingang gevonden bij de Moskovische elites. Voorlopig gebeurde er echter niets met de verder uitwerking van deze idee. Enkel op een missie in de jaren 1490 zou de Grootvorst nog zijn interesse voor de uitvinding laten blijken.[13] Voor een echte uitbouw van een eigen drukkerswezen bestonden blijkbaar nog niet de noodzakelijke voorwaarden.
2.3. Een kerkelijke cultuur
Het belangrijkste en meest in het oog springende kenmerk van de Russische culturele eigenheid is het volledig samenvallen van Kerk en Staat. De grootvorsten, en later ook de tsaren, bestuurden hun rijk steeds in samenspraak met de kerkelijke leiders. Een spanning tussen beide machten, die zo kenmerkend is voor de West- en Centraal-Europese samenlevingen, was nauwelijks voelbaar in Rusland. In 1449, enkele jaren vóór de val van Konstantinopel, besloten de Russische bisschoppen voortaan zelf hun metropoliet aan te duiden in overleg met de grootvorst,[14] waarna de titel ‘metropoliet van geheel Rusland’ ook werd aangenomen: dit kan beschouwd worden als een symbolische daad die de Russische Kerk in feite autocephaal maakte.[15] De metropoliet en de grootvorsten van Moskou zouden de komende decennia steeds nauw samenwerken bij de organisatie van de jonge staat. Alle nieuwe wetten werden zowel door de Staat als door de Kerk ondertekend. Beslissingen inzake culturele aangelegenheden lieten de grootvorsten gewoonlijk over aan de clerus, aangezien de Kerk sinds eeuwen het fundament was van het culturele leven.
De Moskovische cultuur was met andere woorden een kerkelijke cultuur, en de Kerk was zowat de enige toonaangevende cultuurdrager die het Oude Rusland kende. Alle invloeden en ontwikkelingen op het vlak van de literatuur, architectuur, beeldende kunst, taal, enz. gingen uit van invloedrijke clerici. De geestelijkheid was ook nagenoeg de enige stand die geletterde mensen in zijn rangen telde, en zelfs de clerici die konden lezen en schrijven bereikten hierin zelden meer dan een basisniveau. Onderwijs ontbrak totaal in het Oude Rusland. De weinige geschoolde Russen hadden hun opleiding elders dan in eigen land genoten.[16] Op literair vlak viel er bitter weinig te beleven in het vijftiende- en zestiende-eeuwse Rusland, zeker als je de vergelijking maakt met West-Europa in de Late Middeleeuwen en Vroege Nieuwe Tijd. Het enige goed verspreide boek, dat telkens weer gekopieerd en naverteld werd, was de Heilige Schrift. De canonieke boeken, de Psalmen in het bijzonder, zouden eeuwenlang dienen als voornaamste model voor de literatuur. Gedurende verscheidene eeuwen werd het Russisch slechts gebruikt voor alledaagse en praktische zaken, terwijl voor verheven en esthetische zaken, moraal en wetenschap het Kerk-Slavisch voorbehouden werd.[17]
2.4. De plaats van de boekdrukkunst binnen deze context
Het gevolg van deze culturele situatie is dat het ook de Kerk was die de noodzakelijke voorwaarden creëerde om de boekdrukkunst in te richten in het Moskovische Rijk. Van in het begin werd de techniek geheel ter beschikking gesteld van Kerk en Staat, in scherp contrast met West-Europa, waar iedereen die het wenste toegang had tot de uitvinding. In Moskovië werd er nooit een expliciet verbod gelegd op de boekdrukkunst als zodanig, maar de toepassing ervan werd volledig gemonopoliseerd en onderworpen aan allerlei voorwaarden die in feite gelijk stonden met een verbod. In geen enkel ander land waar de boekdrukkunst bestond, heeft er zich een dergelijk scenario afgespeeld. Zelfs in Polen of Oekraïne is de ontwikkeling van de boekdrukkunst compleet anders verlopen. In het volgende hoofdstuk zal deze problematiek uitvoerig besproken worden, maar eerst wordt er ingegaan op enkele voorbereidende fases in de Russische boekdrukkunst.
Hoofdstuk II: Cyrillische drukkerijen
1. Inleiding
1.1. Russische handschriften
De eerste Russische boeken stammen uit de negende eeuw en werden geschreven op perkament dat vanuit Byzantium ingevoerd werd. Papier deed zijn intrede in de Russische gebieden vanaf de veertiende eeuw, ongeveer op hetzelfde moment als in Europa. Papier was echter zeer duur en de oprichting van een eigen papiernijverheid bleef zonder succes, zodat men andere materialen prefereerde om op te schrijven. Een geschikt en typisch Russisch alternatief, dat sinds eeuwen gebruikt werd, was berkebast: de dunne oppervlaktelaag van berkeschors werd uitgespannen, glad gemaakt en op maat gesneden, met als eindresultaat een vellum dat de eigenschappen van papier sterk benaderde. Ook de schors van de linde bleek hiervoor zeer geschikt.[18] Oorspronkelijk schreven de Russen in sterk gespreide lettertekens, zonder ligaturen. Deze schriftsoort omschrijft men met de term ustav, een letter die uitsluitend bestaat uit majuskels en te vergelijken is met de westerse unciaal.[19] Op het einde van de veertiende eeuw werd dit schrift enigszins vereenvoudigd en verkleind tot de zogenaamde poluustav of half-unciaal. Vooral in vijftiende-eeuwse oorkonden werd dit schrift toegepast. Nog later werd een skoropis’ of cursief schrift ontwikkeld (letterlijk ‘snelschrift’), hoofdzakelijk gebruikt in de zestiende-eeuwse kanselarijen. Meer bedoeld als ornament dan als schrift is de zogenaamde vjaz’ of ligatuurschrift, dat vooral gebruikt werd voor titels en initialen. Deze titels kregen ook meestal een rode kleur (kinovar’).
Russische historici gaan ervan uit dat de eerste kopiisten in de Russische contreien van Bulgaarse afkomst waren. Zij brachten een schrift mee dat in de negende eeuw in hun thuisland ontwikkeld werd, het zogenaamde Cyrillisch (kirillica)[20]. Naast dit Cyrillische schrift bestond in de Zuid-Slavische gebieden ook het Glagolitische schrift.[21] Dit complexere en moeilijker te noteren schrift werd niet overgenomen door de Oost-Slaven en is ondertussen ook volledig verdwenen.
1.2. ‘Russische’ boeken
De taal die we we vandaag omschrijven als het Russisch werd in geschreven vorm pas gefixeerd in de achttiende en negentiende eeuw. Voordien spraken de inwoners van de Oost-Slavische gebieden (i.e. het huidige Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne) hun eigen ‘dialect’, het Russisch, maar deelden ze een gemeenschappelijke geschreven taal met de hele Orthodoxe Slavische wereld, het zogenaamde Kerk-Slavisch. Deze Slavische ‘eenheidstaal’, genoteerd in Cyrillische tekens, was verspreid in alle Slavische gebieden die het Oosterse Christendom aanhingen (i.e. de huidige landen Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland, Bulgarije, Joegoslavië en Moldavië, alsook het zuiden van Roemenië) en wordt tot op vandaag gebruikt in de Russisch-Orthodoxe liturgie.[22] Het Kerk-Slavisch was tot ver in de zeventiende eeuw de enige taal waarin Slavische teksten gedrukt werden.[23] Afhankelijk van de streek waarin een tekst werd opgesteld, komen soms regionale varianten voor in het Kerk-Slavisch, maar de basis bleef steeds dezelfde, zodat elke geletterde mens in de Slavisch-Orthodoxe wereld begreep wat in deze teksten stond geschreven. Omwille van deze specifieke situatie is het problematisch om vast te stellen wanneer precies het eerste ‘Russische’ boek gedrukt werd. Alles hangt af van de criteria die gehanteerd worden. In een ruime interpretatie kan elk boek dat in het Kerk-Slavisch geschreven is een Russisch boek genoemd worden, maar net zo goed een Bulgaars of een Oekraïens boek. In deze uiteenzetting wordt een overzicht gegeven van boeken die in het Cyrillisch gedrukt werden. Aanvankelijk gaat het hier over Kerk-Slavische teksten die gedrukt werden in stedelijke centra buiten het huidige Russische grondgebied. Van zodra de boekdrukkunst zijn intrede doet in Moskou gaan we enkel voort op deze piste, hoewel op dat moment ook buiten Moskovië boeken in het Kerk-Slavisch zullen blijven verschijnen. Pas vanaf de achttiende eeuw zal er in de Russische volkstaal gedrukt worden en kunnen we in zuivere zin spreken van Russische gedrukte boeken. Deze eeuw ligt echter buiten het bereik van deze verhandeling.[24]
2. Initiatieven in westers georiënteerde steden en regio’s
Alle drukkerijen die Slavische boeken produceerden, gaven in eerste instantie kerkelijke teksten uit. Dit hangt ongetwijfeld samen met hun universele karakter en met het feit dat ze in grote getale nodig waren voor het vieren van de liturgie. Maar een tweede, zeker niet te verwaarlozen reden, is de bijkomende functie van kerkelijke teksten als studieboeken. Vooral psalteria en getijdenboeken waren populair om te leren lezen en schrijven.
2.1. Kraków
De eerste twee boeken die in het Cyrillische schrift (kirilličeskij šrift of kirillica) gedrukt werden, zijn een Osmoglasnik[25] en een Časoslov (Getijdenboek). Ze werden gedrukt in de Poolse stad Kraków door meester Schwaipolt Feol:
Dit boek werd voltooid in de grote stad Kraków onder de heerschappij van de Poolse koning Kazimir en het werd voltooid door de Krakause burger Švaipolt Feol’, een Duitser van Duitse afkomst, een Frank, en het werd beëindigd in het 1491ste jaar na de goddelijke geboorte.[26]
Schwaipolt Feol[27] was afkomstig uit Neustadt an der Aisch, een kleine stad in Frankenland. Hij vestigde zich in 1479 in Kraków en specialiseerde er zich in het verfraaien van stoffen met goud- en zilverborduursel. In die functie behoorde hij tot de gilde van de goudsmeden. Verder construeerde hij ook machines om water uit mijnschachten te pompen. Om een vooralsnog onbekende reden besloot Feol zich te gaan wijden aan de boekdrukkunst en in het jaar 1483 beschikte hij over het belangrijkste materiaal voor de inrichting van een drukkerij. In februari 1491 sloot Feol ten slotte een overeenkomst met een student van de Krakause universiteit, een zekere Rudolf Borsdorff uit de Duitse stad Braunschweig, om een russkij šrift, een Russisch schrift, voor hem te vervaardigen. Met deze letters drukte Feol hetzelfde jaar nog de eerste Slavisch-Cyrillische boeken: een Osmoglasnik en een getijdenboek. Deze werden gevolgd door twee Triodi[28], waarvan geen precieze dateringsgegevens teruggevonden zijn. Al deze uitgaven zijn op stilistisch vlak eerder sober uitgevoerd, met weinig afbeeldingen. De schaarse houtsneden geven het wapen van de stad Kraków weer.
Kort na zijn drukkersexperimenten werd Schwaipolt Feol gedagvaard op verdenking van Hussitische ketterij, waarna hij verhuisde naar Hongarije en zich voortaan nog uitsluitend bezig hield met de mijnbouw. Op het einde van zijn leven keerde hij terug naar Kraków en stierf er in 1525.
De vraag rijst waarom een burger van een op politiek, religieus en cultureel vlak westers georiënteerde stad als Kraków heeft beslist om boeken over de Orthodoxe liturgie in het Cyrillisch te gaan drukken. Deed hij dit op eigen initiatief of handelde hij in opdracht van een derde persoon? Deze tweede mogelijkheid geniet de voorkeur bij de Russische boekhistorici, aangezien in het vijftiende-eeuwse Polen vele Russische kunstenaars werkzaam waren. Zij werden aangetrokken om fresco’s in de stijl van de Novgorodse school aan te brengen in nieuwe Poolse kerken. Ook verbleven er vele zogenaamde ‘Slavische Benedictijnen’ in Polen, geestelijken die ijverden voor een vereniging van de Roomse en Orthodoxe Kerk. Een meer voor de hand liggende, maar weinig aangehaalde reden, is de talrijke aanwezigheid van Oekraïense, Wit-Russische en zelfs Russische studenten aan de Jagiellonen-universiteit in Kraków.[29] Zelfs Ruslands eerste drukker, Ivan Fëdorov, had in Kraków gestudeerd. Wellicht kwam Feol tegemoet aan de behoeften van al deze bevolkingsgroepen. Een andere mogelijkheid is dat Feol de boeken produceerde uit zuiver lucratieve overwegingen, met het oog op export. Deze hypothese wordt versterkt doordat de meeste van zijn edities vandaag niet in Pools bezit zijn.
2.2. Balkan
Een tweede belangrijk centrum voor het drukken van Slavische boeken was de Balkan, meer bepaald de huidige landen Joegoslavië en Roemenië. De Balkangebieden hebben steeds in nauw contact gestaan met Venetië en profiteerden mee van het bloeiende economische en culturele leven in deze naburige stadsstaat. Venetië trok vele Slavische intellectuelen aan, die moeilijk aan hun trekken kwamen in hun roerige geboortestreek. De stad lag op een boogscheut van het Balkanschiereiland, bood de nodige internationale gastvrijheid en telde zelfs een ‘Slavische kade’ in haar stratenplan. Het nieuws over de uitvinding van de boekdrukkunst had de Slavische buurlanden dan ook snel bereikt en de techniek werd er spoedig nagevolgd.
Een eerste drukkerij was te vinden in de stad Cetinje in de regio van Crnogorija (letterlijk: Zwarte Berg, het huidige Montenegro). Prins Durad Crnojevič bestuurde deze regio samen met zijn Venetiaanse echtgenote, en zijn vader Ivan nam in de jaren 1490 het initiatief om een drukkerij op te starten. In deze Montenegrijnse drukkerij werkten acht arbeiders. Ze ontwikkelden er twee schriften om Slavische boeken mee te drukken: een Glagolitisch en een Cyrillisch. Voor ons verhaal over de Russische boekdrukkunst zijn enkel de Cyrillische uitgaven uit dit atelier van belang (cf. supra). Op 4 januari 1494 verscheen een Cyrillische Osmoglasnik/Oktoich met Venetiaanse stilistische en decoratieve invloeden, aangevuld met een voor- en nawoord waarin een zekere monnik Makarij vermeld wordt als meesterdrukker.
Deze mysterieuze figuur vormt de link met een tweede Slavische drukkerij op de Balkan, in Zuid-Walachije. Daar werd in 1508 in de stad Tergovišče een Služebnik[30] gedrukt waarin ‘een zekere monnik-priester Makarij’ opnieuw vermeld wordt. Op het einde van de vijftiende eeuw werd de regio van Crnogorija bezet door de Turken, waarna de werkzaamheden van de Montenegrijnse drukkerij gestaakt werden. De monnik Makarij kan bijgevolg de beslissing genomen hebben zijn geboortestreek te verlaten en naar het noorden te trekken om er zijn diensten aan te bieden in een nieuwe drukkerij. Het kan hier echter ook om een toevallig samenvallen van namen gaan.
Een andere drukker uit de Balkan, Božidar Vukovič, richtte een drukkerij op in Venetië zelf. Božidar Vukovič was bestuurder (vojvoda) van het Servische Podgorica. Aan het begin van de zestiende eeuw trok hij naar het intellectuele paradijs Venetië en begon er in 1519 Orthodoxe liturgische boeken te drukken die voor zijn geboortestreek bestemd waren. Zijn zoon Vincenzo zette deze werkzaamheden voort, maar aanvaardde daarnaast ook opdrachten van het Vaticaan.
Op de Balkan zelf zijn nog vijftiende-eeuwse drukkerscentra bekend in Bosnië-Hercegovina en Servië. Aangezien deze regio’s in de zestiende eeuw onder bezetting van de Ottomanen kwamen, werd het drukken van boeken er allerminst vanzelfsprekend. Met de steun van plaatselijke prinsen en bestuurders werden hier en daar drukkerijen opgericht in Orthodoxe kloosters, waar monniken zich specialiseerden in het vak.
2.3. Praag
In de geschiedenis van de Slavische en Russische boekdrukkunst vormt de figuur van Francisk Skorina een absolute mijlpaal. De drukkerijen die in de vorige paragrafen werden behandeld, waren begaan met het drukken van Cyrillische boeken in de algemene Kerk-Slavische taal. Skorina drukte echter het eerste boek in de Oost-Slavische, ‘Russische’ variant van het Slavisch.[31] Paradoxaal genoeg ontstond deze uitgave in de ‘westerse’ stad Praag, hoofdstad van Bohemen en op dat moment in de geschiedenis onderdeel van het Habsburgse Rijk.
Francisk Skorina werd geboren in het Wit-Russische Polock, vermoedelijk in 1480. Hij groeide er op in het koopmansmilieu, als zoon van een handelaar met de naam Luka, maar besloot een ander levenspad te kiezen en trok in 1504 naar het dichtstbijzijnde intellectuele centrum, de Zuid-Poolse stad Kraków. Daar schreef hij zich in aan de Artes-faculteit en behaalde er in 1506 zijn baccalaureaat. De graad van Doctor in de Medicijnen en Filosofie werd hem in 1512 toegekend in het Italiaanse Padua. In die tijd was Padua politiek afhankelijk van Venetië, en wellicht raakte Skorina tijdens zijn studies vertrouwd met het rijke culturele leven van deze grootstad. Op die manier kwam hij in aanraking met het heersende humanistische gedachtengoed, waarvan hij het onderwijs- en opvoedingsideaal in de praktijk wenste om te zetten. Lucien Febvre en Henri-Jean Martin hebben de mogelijkheid geopperd dat Skorina in Venetië contact gehad heeft met de Servische drukker Božidar Vukovič.[32] Bewijzen voor een dergelijke ontmoeting zijn er echter niet. In 1517 trok Skorina naar Praag en zette er, al dan niet rechtstreeks geïnspireerd door het bloeiende Venetiaanse boekwezen, een drukkerij op touw, gefinancierd door Wit-Russische kooplieden.
Skorina’s primaire doel was het uitgeven van gewijde teksten in een taal die begrijpelijk was voor zijn eigen volk, de Wit-Russen. Zijn eerste uitgave was dan ook een Psalterium in Cyrillisch schrift, verschenen op 6 augustus 1517. De taal waarin hij vertaalde en drukte wordt door de ene onderzoeker omschreven als Wit-Russisch met een Kerk-Slavisch en Tsjechisch tintje, door de andere als Kerk-Slavisch met een overvloed aan Wit-Russische elementen. Zelf verwoordt Skorina het als volgt:
Ik František zoon van Skorina uit Polock, dokter in de medische wetenschappen, heb de instructie gegeven een Psalterium te drukken met Russische letters, en in de Slavische taal. [33]
Het staat in ieder geval vast dat Skorina een pioniersrol vervulde door volkstalen te introduceren in religieuze teksten. Op die manier maakte hij de Heilige Schrift toegankelijk voor een veel breder publiek dan ooit voordien het geval was geweest in de Slavische wereld. Het Cyrillische schrift in zijn uitgaven is zeer helder en leesbaar, niet gebaseerd op het schrift uit manuscripten (het poluustav), en ligt aan de basis van het Cyrillische schrift waar vandaag mee gedrukt wordt.[34] Skorina rustte zijn uitgaven ook uit met een titelblad, en is daarmee de eerste in de Slavische wereld. Zijn vertalingen zijn bovendien uitgegeven in klein, gebruiksvriendelijk formaat en zijn uitgerust met talrijke glossen en commentaren. Dit alles kadert in zijn humanistische project om een zo groot mogelijk aantal mensen kennis te laten maken met de Heilige Schrift. Anders dan de uitgaven uit Kraków zijn de Praagse uitgaven ook rijk geïllustreerd met expressieve houtsnedes, die als primair doel hebben de tekst aanschouwelijker te maken. De symbolen van de zon en de maan, refererend naar Skorina’s rol als verlichter, komen talrijk voor in deze illustraties. Ook zijn eigen portret werd opgenomen in een aantal uitgaven. In zijn Psalterium van 1517 prijst Skorina het belang van de artes liberales, “voor kleine kinderen de kiem van elke goede kennis”.[35] Een kernachtige samenvatting van zijn motivatie om boeken te drukken wordt weergegeven in het voorwoord van het Psalterium:
Dit [psalmenboek] is een verrijking voor elk mens, de wijze en de dwaze, de rijke en de arme, de jonge en de oude, die immers het liefst goede gewoontes willen bezitten en wijsheid en wetenschap willen leren kennen.[36]
Tussen 1517 en 1519 gaf Skorina drieëntwintig titels uit, een gigantische prestatie in vergelijking met de voorgaande Cyrillische experimenten. Aan het einde van zijn Praagse periode had Skorina het Oude Testament vrijwel volledig vertaald naar de Russisch-Slavische taal. In 1519 besloot Skorina om onbekende redenen[37] reden zich dichter bij zijn thuisland te vestigen en richtte in 1523 een drukkerij op te Vilnius, in het huis van burgemeester Iakub Babič. In 1522 verscheen daar een gebedenboekje voor leken, getiteld Klein reisboekje (Malaja podorožnaja knižica), en in 1525 de Handelingen van de Apostelen. Gedurende de volgende jaren leidde Skorina een rondtrekkend leven waarbij hij onder meer aan de hoven van Prins Albrecht van Pruisen in Königsberg, en van Koning Ferdinand I in het Praagse Hradčany-paleis belandde. Na het jaar 1535 zijn er geen gegevens meer over hem bekend. Skorina’s uitgaven, waarvan in totaal 388 exemplaren bewaard zijn gebleven,[38] werden over de hele Oost-Slavische wereld verspreid.[39]
2.4. Besluit
Het bestaan van deze Slavische uitgaven was bekend in Rusland. Via reizende kooplieden kwamen ze terecht in belangrijke stedelijke centra als Novgorod en Moskou, samen met Latijnse en Griekse uitgaven. Hoewel blijkbaar nog geen enkele Rus zelf het initiatief had genomen om een drukkerij op te richten en boeken uit te geven, waren de Russen wel vertrouwd met het bestaan van deze nieuwe techniek. De traditionele voorstelling dat de Russen ruim een eeuw vertraging opliepen om zich aan te sluiten bij de boekdrukkunst wordt hierdoor niet weerlegd, maar valt in dit licht wel enigszins te relativeren.
3. Een drukkerij in Moskou : Ivan Fëdorov
Het ontstaan van de Russische boekdrukkunst wordt bij alle geraadpleegde boekhistorici opgehangen aan twee belangrijke gebeurtenissen: het Stoglav-concilie van 1551 en de verovering van Kazan’ in 1552. Beide zouden de noodzakelijke voorwaarden scheppen voor de inrichting van een eigen Moskovische drukpers.
3.1. Politiek klimaat rond 1550
De eerste experimenten met de boekdrukkunst vonden in Rusland plaats rond het midden van de zestiende eeuw. Dit moment lijkt niet toevallig: onder het bewind van Ivan IV de Verschrikkelijke (1533–1584) werd de Moskovische staat grondig hervormd. De tsaar streefde naar een verregaande rationalisering en uniformisering van het politieke en maatschappelijke leven, een streven waartoe de invoering van de boekdrukkunst sterk kon bijdragen.
In 1547 nam Ivan IV definitief de titel van tsaar aan en startte hij een politiek van hervormingen ter versterking van de autocratie. Zo probeerde hij onder meer de macht van de oude bojarenfamilies in te perken door meer te gaan samenwerken met de kleinere land- en dienstadel (dvorjanstvo). Een ander voorbeeld van zijn hervormingsdrang is de Sudebnik van 1550, waarin de regels van het bestuur en het recht werden gefixeerd. Verder schafte Ivan IV de kormlenie[40] af, richtte hij een eliteleger op dat fungeerde als zijn persoonlijke lijfwacht (de strel’cy), en creëerde een netwerk van landelijke bestuurlijke instellingen (zemskie sobory). Al deze veranderingen hadden als ultieme doel het centrale gezag te verstevigen, het bestuur te rationaliseren en het gestaag groeiende Moskovische Rijk een zekere eenvormigheid te bieden. De oprichting van een staatsdrukkerij paste perfect in deze politiek.
3.2. De Kerk rond 1550
Niet enkel de bestuurlijke macht toonde interesse voor de boekdrukkunst: ook de Kerk gaf blijk van enige belangstelling. In de kerkelijke sfeer klonken immers steeds vaker protestgeluiden tegen de vele corrupte teksten die circuleerden in het Rijk, en de boekdrukkunst kon hierbij mogelijk een oplossing bieden.
In het jaar 1551 vond een concilie plaats dat de naam Stoglav (letterlijk: ‘honderd hoofdstukken’) meekreeg, naar de honderd artikelen die werden opgenomen in de slottekst. Het opzet van het concilie liep parallel met de bestuurlijke hervormingen van de tsaar: ook de kerkelijke autoriteit wenste een sterkere centralisering en achtte het noodzakelijk orde op zaken te stellen in kerkelijke kwesties. Zo werden de Russische heiligen officieel gecanoniseerd en werden hun levens kort nadien gebundeld[41]. Een andere hekele kwestie die aan bod kwam op het concilie was de wildgroei van corrupte liturgische teksten, als volgt beschreven door de boekhistoricus Librovič:
Deels door haast, deels door onwetendheid, maar ook niet zelden als gevolg van bijgeloof, maakten ze [de kopiisten] bij het kopiëren van liturgische teksten vele fouten, ze vervormden en wijzigden de tekst etc., en zulke vervormde boeken kwamen steeds vaker voor.[42]
In de slottekst van het concilie weerklonk dan ook grote misnoegdheid ten aanzien van de vele kopiisten die corrupte teksten reproduceerden:
<…> de boeken Gods kopiëren de kopiisten aan de hand van onjuiste vertalingen, en wanneer ze neergeschreven zijn, kijken ze ze niet meer na, de ene schrijffout wordt toegevoegd aan de andere, evenals weglatingen en onjuiste punctuatie. En volgens die boeken leest men in de kerken Gods, en zingt en onderricht men, en schrijft men commentaren <…>[43]
Het concilie bepaalde dat er moest gekopieerd worden aan de hand van ‘goede’, correcte teksten. Meteen stelde zich het probleem welke teksten als correct beschouwd konden worden. Men zag het niet als de bevoegdheid van de kopiisten om hierover te oordelen. De enige oplossing was de invoering van de boekdrukkunst om op die manier grote hoeveelheden, door de kerkelijke autoriteiten gecontroleerde liturgische teksten te verspreiden. Dit was ook de enige bestaansreden van de Moskovische drukkerij, door de historicus Kiselev als volgt verwoord:
De Moskovische drukkerij hield zich niet bezig met het uitgeven van boeken, maar met het vermenigvuldigen van teksten over kerkelijke rituelen met behulp van een drukpers.[44]
3.3. Een drukkerij in Moskou
De naam die de geschiedenis is ingegaan als die van de eerste Russische drukker (pervopečatnik in het Russisch, letterlijk ‘eerstdrukker’) is Ivan Fëdorov.[45] Deze drukkerspionier werd geboren rond 1510, waarschijnlijk in Moskou zelf. In 1532 behaalde hij een baccalaureaat aan de Krakause universiteit,[46] waarna hij naar Moskou trok en er diaken werd in de kerk van Nikolaj Gostunskij in het Kremlin.[47] Als allereerste waagde hij zich binnen het Moskovische Rijk aan het uitgeven van gedrukte boeken.
Allerlei speculaties zijn de afgelopen eeuwen geformuleerd over een mogelijke leermeester van deze Moskoviet. De meeste daarvan werden ondertussen afgedaan als mythes, evenwel met een kern van waarheid. Zo bestaat er het verhaal van de Duitse drukker Bartholomäus Ghotan. In het jaar 1492 stuurde Grootvorst Ivan III een gezantschap naar keizer Maximiliaan, met de bedoeling diplomatieke banden aan te knopen met het Habsburgse Rijk. Tijdens hun reis kwamen de gezanten onder meer langs het Noord-Duitse Lübeck en ze brachten er een bezoek aan de plaatselijke drukker Ghotan, van wie ze wisten dat hij Russisch kende.[48] Ze verzochten hem naar Moskou te verhuizen en daar een drukkersbedrijf op te richten. Verdere documentatie is ons niet overgeleverd, maar men veronderstelt dat Ghotan inderdaad in Moskou geweest is en daar demonstraties heeft gegeven aan het hof van Ivan III. Om een of andere reden is het evenwel nooit tot de uitbouw van een echt drukkersatelier gekomen.
De missie van een andere Duitser, de Saks Schlitt, heeft ook aanleiding gegeven tot verwarring. Schlitt verbleef aan het hof van Ivan IV en in 1547 zou de tsaar hem verzocht hebben naar zijn thuisland te reizen en een aantal specialisten, waaronder enkele drukkers, te overhalen naar Moskou te komen. Naar verluidt zou Schlitt meer dan honderd twintig specialisten verzameld hebben in de havenstad Lübeck, van waar hij via Litouwen naar Moskovië zou afreizen. De groep is echter nooit vertrokken: de senatoren van de stad Lübeck sloten Schlitt om onduidelijke redenen op in de gevangenis, waarna ieder weer zijns weegs ging. De boekhistoricus Librovič meent dat de Duitse autoriteiten terugdeinsden voor een eventuele intellectuele bloei in Moskovië, omdat die de snel groeiende staat op korte tijd zeer machtig zou kunnen maken en op die manier een gevaar zou kunnen betekenen voor de omringende landen.[49]
Een derde geschiedenis betreft een zekere Hans Missenheim Bogbinder, afkomstig uit Kopenhagen. Naar verluidt zou deze naar Moskou gereisd zijn om de Russen de kunst van het drukken bij te brengen. In mei 1552 had de Deense koning Christiaan III inderdaad een brief gestuurd aan tsaar Ivan IV met het voorstel een drukkerij op te richten in Moskou. Dit was een poging van de Deense koning, die in 1536 met succes het protestantisme ingevoerd had in eigen land, om de lutherse leer ook in Moskovië te verspreiden. Als extra overtuigingsmiddel stuurde hij een protestantse Bijbel en enkele andere religieuze werken naar Moskou, begeleid door de diplomaat annex drukker Hans Missenheim. Mocht de tsaar het heil van de protestantse leer inzien, dan zou Missenheim terstond enkele duizenden exemplaren van de lutherse Bijbel kunnen drukken. Hoe deze missie verder is afgelopen, is onbekend, maar er zijn geen concrete aanwijzingen dat Missenheim effectief aan de basis zou hebben gestaan van de eerste Moskovische drukkerij.
Een laatste verhaal betreft Maksim de Griek († 1556) , een monnik van de berg Athos, die in 1515 samen met andere monniken naar Rusland gekomen was om er de bibliotheek van Grootvorst Vasilij Ivanovič op orde te brengen. Maksim was goed op de hoogte van het humanistische en Renaissancistische gedachtengoed. Zo was hij bijvoorbeeld sinds zijn jeugd bevriend met de Venetiaanse drukker Aldus Manutius en bracht hij ook enkele boeken mee uit Zuid-Europa. In Moskovië hield hij zich jarenlang bezig met het vertalen van Griekse teksten naar het Latijn, die dan op hun beurt naar het Slavisch werden vertaald. Tijdens dit werk stelde hij vele onregelmatigheden vast in de praktijken van de Russische geestelijkheid, wat heeft geleid tot een gespannen relatie tussen de monnik en de kerkelijke overheid. [50] De laatste jaren van zijn verblijf in Rusland bracht Maksim de Griek dan ook verplicht door in de gesloten gemeenschap van het klooster van de Heilige Drievuldigheid van Sergej (Troice-Sergievskij monastyr’). In 1553, vlak voor de oprichting van de eerste Moskovische drukkerij, had hij er een ontmoeting met tsaar Ivan IV. Mogelijk heeft de monnik toen invloed uitgeoefend op de tsaar bij diens beslissing om een drukkerij op te starten, maar hem persoonlijk verantwoordelijk stellen voor de ontwikkeling van de Moskovische boekdrukkunst en eventueel voor de opleiding van Ivan Fëdorov gaat, gezien de omstandigheden waarin Maksim toen leefde, wat te ver.
Iets concretere informatie over een mogelijke voorganger van Ivan Fëdorov is teruggevonden in de correspondentie van de tsaar. Over deze drukker, genaamd Maruša Nefed’ev, zal ik het later in dit hoofdstuk hebben (p.39 e.v.).
In de vorige paragrafen werd reeds gewezen op de aanwezigheid van buitenlandse gedrukte boeken in Rusland, zowel Slavische als Latijnse en Griekse. Het huidige onderzoek naar de eerste jaren van de Russische boekdrukkunst gaat uit van de hypothese dat Ivan Fëdorov zich aan de hand van dergelijke Europese modellen, op autodidactische manier, de boekdrukkunst eigen heeft gemaakt.[51] Het eerste Russische gedrukte boek bevat een tekst uit de Bijbel: de Handelingen van de Apostelen (vanaf hier Apostol genoemd, naar de Russische benaming). De Apostol verscheen op 1 maart 1564 en werd al snel gevolgd door twee andere uitgaven: een getijdenboek in twee delen uit 1565. Net als in Europa probeerde men in de eerste gedrukte uitgaven de stijl van de handschriften zo goed mogelijk te benaderen. Zo gebruikte Ivan Fëdorov twee kleuren (zwart en rood) om titels en initialen van de rest van de tekst te onderscheiden, en vervaardigde hij een letter die een grote gelijkenis vertoonde met de gebruikelijke poluustav-letter uit handschriften.
3.4. Het Drukkershuis
Onze kennis over de oprichting van de eerste Moskovische drukkerij, die de naam