Naar een ontspannen arbeidsmarkt: over een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg. (Hanne Dillen)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

BIJLAGEN

 

Bijlage: subjectieve tijdsdruk

 

Tabel 26 totale werklast gedurende volledige week (zonder verplaatsingen) en subjectieve tijdsdruk naar achtergrondkenmerken, vergelijking TORí99 en TORí04, 18 tot 75 jarigen

 

 

werklast

Tijdsdruk

TORí99

TORí04

TORí99

TORí04

Geslacht

Mannen

43:26

43:13

35,7

37,2

 

Vrouwen

47:35

46:13

37,7

38,8

Leeftijd

18-23 jaar

38:12

36:33

34,6

35,5

 

24-42 jaar

53:35

52:42

40,3

40,5

 

43-65 jaar

44:48

44:16

35,8

38,3

 

66-75 jaar

26:56

29:26

29,1

31,7

Gezinssituatie

Inwonend bij ouders

40:36

36:47

34,6

35,1

 

Alleenwonend

38:31

38:48

32,9

33,8

 

…ťnoudergezin

47:22

48:34

37,8

40,9

 

Met partner zonder kinderen

37:33

38:49

32,2

35,1

 

Met partner en kinderen

53:09

53:07

40,7

42,1

Opleiding

Geen opleiding of lager SO

40:44

40:24

33,3

36,0

 

Hoger SO

47:54

46:32

37,9

38,3

 

Hoger onderwijs

49:25

49:21

40,0

40,8

Arbeidsmarktpositie

Studerend, schoolgaand

39:10

33:21

35,1

36,3

 

Deeltijds werkend

52:02

51:10

39,7

41,2

 

Voltijds werkend

54:19

54:39

40,1

40,7

 

Huishouden

43:40

39:06

35,2

35,8

 

Werkloos, arbeidsongeschikt

32:17

32:15

34,0

34,6

 

Gepensioneerd

27:58

28:50

28,4

32,7

Bron: Glorieux, Minnen en Vandeweyer, 2005: p. 10

 

 

Bijlage: Tewerkstelling binnen gezinnen

 

Tabel 27 Tewerkstelling binnen gezinnen (2001)

 

 

Kostwinnersgezin

Vrouw + man = parttime

Man = halftime

vrouw = fulltime

Man = fulltime

Vrouw = parttime

Vrouw + man = fulltime

Geen kinderen

 

 

 

 

 

BelgiŽ

38.2

2.1

2..5

19.8

37.4

Duitsland

30.1

0.8

1.2

20.4

47.5

Spanje

57.8

0.2

0.4

6.3

35.4

Frankrijk

31.8

1.1

1.6

13.2

52.3

ItaliŽ

53.5

1.3

9.0

13

34.9

Nederland

29.0

2.2

1.6

29.3

37.7

Oostenrijk

32.9

Ö

0.6

14.5

52

VK

20

1.1

1.6

21.2

55.2

Met kinderen

 

 

 

 

 

BelgiŽ

27.3

1.9

1.7

28.3

40.8

Duitsland

39.7

0.6

0.7

32.9

26.1

Spanje

56.3

0.2

0.4

7.5

35.

Frankrijk

36.0

1.2

1.1

16.3

45.4

ItaliŽ

53.6

1.3

0.9

13.3

31.2

Nederland

32.7

2.3

1.3

52.9

10.8

Oostenrijk

32.6

Ö

0.9

27.7

38.8

VK

29.8

0.7

0.9

40.0

28.6

Bron: Eurostat, 2002

 

Bovenstaande tabel toont ons dat het tweeverdienersschap, zowel in gezinnen zonder als in gezinnen met kinderen, de norm wordt (behalve in Spanje). Opvallend is bovendien dat vrouwen, veel meer dan mannen, deeltijds werken, in alle landen. Wanneer er kinderen zijn, neemt hun aandeel in de deeltijdse arbeid zelfs nog toe. Het blijken dus voornamelijk vrouwen te zijn die hun arbeidstijd aanpassen na de komst van kinderen.

 

 

Bijlage: empirische modellen inzake de arbeidsverdeling binnen gezinnen voor de periode 1950 - 2000

 

Op basis van een typologie van de tijdsverdeling stellen Van Dongen e.a. drie empirische modellen voor inzake de arbeidsverdeling van volwassen mannen en vrouwen binnen gezinnen voor de periode 1950-2000. De drie empirische modellen zijn: (1) het sterke kostwinnersmodel van de jaren vijftig en zestig; (2) het matige kostwinnersmodel van de jaren zeventig en tachtig; en tot slot (3) het matige combinatiemodel van de jaren negentig[95]. Deze empirische modellen werden ontwikkeld op basis van het totale aantal uren dat mannen en vrouwen besteden aan beroeps- en gezinsarbeid en de relatieve verdeling van de beroeps- en de gezinsarbeid tussen partners. In de figuur hieronder worden deze modellen weergegeven.

 

Figuur 14 Drie empirische modellen voor de arbeidsverdeling binnen de gezinnen

 1. verdeling van beroepsarbeid

 

Bron: Van Dongen, Beck en Vanhaute, 2001: pp. 71-72

 

 

Bijlage: Tijdsverdeling: hoofdactiviteiten en deelactiviteiten

 

Beroepsarbeid

 

Georganiseerde externe opvang, opvoeding, opleiding, vorming

 

Gezinsarbeid

 

Sociale arbeid

 

Persoonlijke verzorging

 

Ontspanning tijdens resterende vrije tijd

 

Bron: Van Dongen, Beck en Vanhaute, 2001: pp. 271-272

 

 

[95] Van Dongen e.a. gaan ervan uit dat het matige combinatiemodel ook tijdens de periode 2001-2010 zal gelden, maar om het eenvoudig te houden opteerden ze voor een empirisch model per twee decennia.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende