| Abu Mina: de opkomst en de ondergang van een koptisch bedevaartsoord. (Inne Hermans) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
5 De Menas-ampullen
Menas-ampullen zijn kleine flacons met een afbeelding van Apa Menas of soms met alleen zijn naam en enkele versieringen. De pelgrims namen ze mee als aandenken vanuit zijn heiligdom. Het werk van J. Witt vormt de basis van dit hoofdstuk. Zij bespreekt de ampullen van de collectie in Berlijn op voortreffelijke wijze. Haar informatie zal aangevuld worden met die uit andere tentoonstellingscatalogen en uit het oudere werk van C.M. Kaufmann over de iconografie van de Menas-ampullen.
Een aantal mensen hebben geprobeerd om een typologie van de Menas-ampullen op te stellen. Allen hielden ze rekening met andere kenmerken. Dit had tot gevolg dat er meerdere manieren van indeling zijn. Deze worden dan ook eerst uiteengezet samen met een bespreking van de vorm van de ampullen. Daarna wordt het materiaal en de vervaardiging behandeld.
De evolutie die de iconografie van de Menas-ampullen heeft doorgemaakt, komt vervolgens aan bod. De verschillende elementen krijgen een aparte bespreking. Achtereenvolgens worden de randversieringen, de inschriften en de figuren zelf besproken. We behandelen ook de discussie omtrent de kamelen waarmee Apa Menas wordt afgebeeld. Vervolgens stellen we de andere personen voor die voorkomen op de Menas-ampullen en trachten we zijn speciale relatie met Thecla te verduidelijken. Soms staan er ook andere onderwerpen op de ampullen, zoals een boot, een kruis, een mand, een palm, een olijfboom, een vaas en vogels. Waar mogelijk worden de symbolen verklaard door wat bekend is uit de christelijke iconografie.
Daarna komen de ampullen uit Kôm el-Dikka aan de beurt. Deze krijgen een speciale behandeling omdat ze uit een goed gedateerde stratigrafische context komen en daardoor dragen ze bij tot de datering van de ampullen. Er heeft lang onzekerheid bestaan omtrent de inhoud van de ampullen. De discussie of deze nu water of olie hebben bevat, wordt hier opgehelderd.
Er zijn meerdere manieren om de Menas-ampullen in te delen, bv. op basis van de iconografie of de vorm van de ampullen. E. Michon stelde op basis van het materiaal in het Louvre een typologie op aan de hand van de voorstellingen op de medaillons[350]. De recentere cataloog van C. Metzger volgt die typologische ordening, maar zonder een chronologische volgorde in te bouwen. Hij brengt de ampullen onder in drie iconografische types: de rechtopstaande aanbidder, het hoofd in profiel en de ruiter[351]. De meest recente typologie is opgesteld door J. Witt. Ook zij baseert zich hiervoor op de iconografie.

Afb. 32: Klassieke Menas-ampullen.
De Menas-ampullen hebben een karakteristieke vorm[352]. Het zijn ronde flesjes, waarvan de buik aan weerszijden gedecoreerd is met ronde medaillons in reliëf. Tevens hebben ze een hals en twee oren. Er zijn twee hoofdvormen te onderscheiden naargelang de vorm van de wand. Het lensvormige type heeft schuin aflopende kanten die samenkomen in een punt zodat de wanden spits zijn. Het trommelvormige type is zeldzamer en heeft een rechte wand met variërende diepte. De wanden van beide types zijn meestal plat, die van het lensvormige type kunnen soms een welving hebben. De vorm van ampullen met gelijkaardige afbeeldingen is meestal hetzelfde. Er is geen standaardhoogte voor de hals. De hoogte van de hals is meestal evenredig met de hoogte van de ampul. De aanzet van de trechtervormige hals toont meestal een verdikte ring. De oren zijn toegevoegd aan weerszijden van de hals, meestal net onder de verdikte ring en op de zijkanten van het lichaam van de ampul.
Slechts enkele Menas-ampullen vertonen afwijkingen op deze basisvorm. Zo zijn er twee ampullen bekend met slechts één oor, waarvan eentje een tuit had in plaats van een tweede oor. Het oor van het andere exemplaar staat niet aan de zijkant, maar aan de voorkant zodat het een stuk van het medaillon bedekt. De hals van deze ampullen heeft echter wel de gebruikelijke vorm. Beide exemplaren worden niet als gewone pelgrimsflacons aanzien, maar zouden bedoeld zijn voor cultisch gebruik. Een andere uitzondering is een flacon met een kleien voet. De afmetingen van deze ampul zijn bovendien groter dan gewoonlijk. Dit exemplaar was duidelijk bedoeld om rechtgezet te worden en had waarschijnlijk een cultische functie in privé-gebruik.
Z. Kiss maakt een onderscheid tussen de traditionele pelgrimflacons met platte, ronde vorm en de kleine vaasjes in de vorm van een mannenhoofd met kroeshaar[353]. Deze flesjes in de vorm van een hoofd stonden op een rond voetstuk en hadden een smalle hals (afb. 33). De mond en de neus werden gemodeleerd in klei, maar de ogen werden geverfd. Het geheel werd opgesmukt met kleur. Hun productie evenaarde die van de pelgrimflacons. J. Witt maakt echter een duidelijk onderscheid tussen beide modellen en plaatst de laatste niet onder de noemer Menas-ampullen[354].

Afb. 33: Menas-ampul in de vorm van een
mannenhoofd.
Z. Kiss houdt bovendien rekening met de chronologie[355]. Hij ziet een verband tussen de periode en de afbeeldingen. Binnen de traditionele Menas-ampullen onderscheid hij twee hoofdtypes van illustratie. Het eerste type had de voorstelling van de aanbiddende Apa Menas op de voorzijde. Aan de achterzijde droegen ze een kruis of een eulogie[356]. Andere motieven, zoals een boot of een mand met brood komen voor[357]. Uit deze beginperiode dateren ook de grote ampullen van ongeveer 15 cm hoog, met de afbeelding van een aanbiddende Apa Menas of een van Sint Thecla. Het tweede type verschijnt rond het jaar 600, wanneer de productie van ampullen toenam. Het afbeeldingsrepertoire werd verminderd. In dit type verscheen de traditionele voorstelling van Apa Menas tussen twee kamelen nu gewoonlijk op beide zijden. De afbeelding werd schematisch en lineair. Een ander decoratietype uit deze periode bestaat uit een medaillon met de bovengenoemde afbeelding op één zijde en op de andere zijde de eulogie, omcirkeld door een laurierkrans. In de laatste productiefase van de Koptische ampullen werd een ander medaillon uitgewerkt met een schematisch negroïde hoofd in profiel, met een dubbel parelsnoer aan de rand (afb. 34).

Afb. 34: Menas-ampullen met de afbeelding van een hoofd met negroïde kenmerken.
Kaufmann maakt een classificatie van de ampullen volgens hun grootte en dus hun inhoud. Hij onderscheidt drie hoofdtypes[358]:
1) het kleine type van ongeveer 10 cm hoog, met een inhoud van 30 – 50 cm3;
2) het middelste type van ca. 15 cm hoog, met een inhoud van 100 – 120 cm3 en
3) het grote type met een inhoud 250 – 500 cm3.
Hij onderscheidt bij de grote ampullen 19 combinaties van de twee medaillons en bij de andere 74 combinaties[359]. De ampullen met de vorm van een mannenhoofd en een inhoud van 500 cm3 of meer worden door hem niet besproken.
De cataloog van de tentoonstelling ‘Spätantike und frühes Christentum’ in Frankfurt hanteert een indeling die gebaseerd is op die van Kaufmann, maar met kleine aanpassingen van de maten[360]:
1) Type I (klein), onder de 10 cm hoog, met een inhoud van 30-50 cm3;
2) Type II (midden), ca. 10 cm hoog, met een inhoud tot 100 cm3 en
3) Type III (groot), meer dan 10 cm hoog, met een inhoud van meer dan 100 cm3.
Kaufmanns middelste en grote type worden samengevoegd in Type III van de tentoonstellingscataloog. De cataloog laat door zijn begrenzing de groepen direct aan elkaar aansluiten. De genoemde maateenheden worden niet door de ampullen zelf naar voor geschoven. Als men van de totale diameter van de ampullen uitgaat, dan laten zich met het oog op het veelvuldig voorkomen slechts twee hoofdtypes van grootte onderscheiden. Het ene van zowat 6 à 7,5 cm en het ander van ongeveer 10 à 11,5 cm. Ampullen met een grotere diameter zijn uiterst zeldzaam. Het kleinste type komt het meest voor. Deze indeling in verschillende groottes is in het standpunt van J. Witt echter alleen van belang als ze verbonden wordt met de groepering van de ampullen volgens de iconografie. Zij concludeerde dat ampullen met gelijkaardige afbeeldingen soortgelijke afmetingen hebben.
De karakteristieke vorm van de Menas-ampullen werd in de tijd van Kaufmann geplaatst in de traditie van de egyptische vaastypes. In het Nieuwe Rijk waren er in Egypte ronde vazen met twee oren. Hieraan zouden de Menas-ampullen verwant zijn. De keuze voor de flesvorm wordt op verschillende manieren gemotiveerd. Volgens J. Engemann was de functie van de ampullen als drager van vloeistoffen doorslaggevend voor hun vormgeving. Toch wordt door anderen het tegendeel beweerd. De bedoeling om een vloeistof te bewaren is dan niet de oorzaak van de keuze van dit type fles[361]. De ampullen zijn in deze visie eerder een kenteken van pelgrims, als uitvoeringen in miniatuur van de veldflessen die een vast onderdeel van de reisuitrusting vormden. De ampullen moesten dan duidelijk zichtbaar gedragen worden.
5.3 Materiaal en vervaardiging
Gedurende de hele productieperiode van de ampullen is het materiaal hetzelfde gebleven[362]. Ze zijn gemaakt van een lokale klei, waarvan de kleur schakeerde van lichtgeel tot oranje. De ampullen zijn geproduceerd bij het heiligdom van Apa Menas in Abū Mīnā zelf en de klei werd ook gebruikt voor ander aardewerk[363]. Verscheidene exemplaren uit de christelijk-Arabische tijd dragen sporen van glazuur[364]. Andere fragmenten dragen resten van beschildering, maar J. Witt heeft evenwel geen verfsporen vastgesteld op de exemplaren van de collectie in Berlijn[365]. Er zijn geen ampullen uit metaal gevonden in Abū Mīnā zelf[366]. Kaufmann vermeld vier metalen Menas-ampullen zonder verdere informatie. Hier is één exemplaar van gekend. Het bevindt zich momenteel in Cairo en verschilt noch in vorm noch in afbeeldingen van de kleien Menas-ampullen.
Het productieproces bestond uit verschillende fases en is perfect te volgen. Op beide helften van de buik werden medaillons ingedrukt en daarna werden ze samengevoegd. Vervolgens werd met de hand de smalle hals toegevoegd en uiteindelijk de oren. De productietechniek wordt bevestigd door de modellen voor de vervaardiging van de medaillons, die gevonden zijn door C.M. Kaufmann. De vorm van het model bepaalde ook de latere lens- of trommelvormige wand. De welving van het lichaam van de ampul was afhankelijk van de diepte van het model. Een inkeping in de rand van het model stelde de plaats vast van de latere hals. Het medaillon stond in spiegelbeeld en in negatieve vorm in het model, zodat de afbeelding uiteindelijk in verhoogd reliëf op de wand kwam te staan.
Vingersporen getuigen ervan dat de klei met de hand in het model werd gedrukt en daarna uitgesmeerd. Wanneer de klei opdroogde, verminderde zijn volume en kwam hij gemakkelijk los uit de vorm. Twee helften van gelijke grootte werden met klei, die meestal nog duidelijk zichtbaar is, aan elkaar gevoegd. De hals werd op een draaischijf gemaakt en daarna op de voorziene opening geplaats, waarbij hij met klei aan de ampul werd verbonden. Tenslotte werden de oren net onder de verdikte ring van de hals bevestigd en verbonden met de zijkant van de ampul. Afsluitend werden de ampullen waarschijnlijk in een vuur geplaatst[367].
C.M. Kaufmann ontdekte meerdere ovens in Abū Mīnā, die tegenwoordig niet meer bewaard zijn. Hij vermeldt slechts dat de ampullen en de figurines uit gebakken aardewerk samen werden gevonden, wat hun productie in dezelfde ateliers bevestigt[368]. Hij dateert een oven op het eind van de vierde – begin van de vijfde eeuw en vermeldt de identificatie van meer dan 50 ampullen. In 1980-1981 vond Peter Grossmann een depot van vrouwelijke figurines en een ampul van het meest gebruikelijke type met een rand van bolletjes[369].
De Menas-ampullen tonen verschillende afbeeldingen en inschriften, die meestal op Apa Menas betrekking hebben en in de regel van een randversiering voorzien zijn[370]. Meerdere combinaties zijn mogelijk. Hier zal dan ook gezocht worden naar wetmatigheden in de verbinding van bepaalde motieven.
5.4.1 Randversiering
De meeste afbeeldingen en inschriften die een heel medaillon innemen, zijn door een versiering omgeven. Deze bestaat gewoonlijk uit een een lijn, een krans van laurier, hoekjes die in elkaar geplaatst zijn, parels of dwarsstrepen[371]. Deze elementen kunnen met elkaar gecombineerd worden of vervangen zijn door een rondomlopende tekst[372]. Afgezien van de inschriften kunnen de versieringen zowel positief als negatief afgebeeld zijn. Ook hier is weer een combinatie van beide mogelijk. Het meest voorkomend is de eenvoudige lijn in samenhang met een ander motief.
5.4.2 Inschriften
De Menas-ampullen kunnen inschriften dragen, maar het is geen noodzakelijk element[373]. Doorgaans zijn ze in de griekse taal, meestal in hoofdletters. De meeste inschriften noemen de naam van Apa Menas. Er zijn verschillende schrijfwijzen voor de naam Menas[374]. Naast de vormen mhnas, mha, nhna, mhn, nhn en retrograde varianten, verschijnt er de naam amhn. Zo is er een kleine ampul uit Abū Mīnā met het inschrift eylogia toy agioy amhna. Dit is ongetwijfeld een toespeling op de bijnaam Amin, waaruit de Koptische legende de naam Menas laat ontstaan.
De inschriften op de Menas-ampullen kunnen op verschillende manieren aangebracht worden[375]. Er zijn opschriften die de hele wand van de ampul in beslag nemen en soms is hierbij een kruis, twijg of parel toegevoegd. De opschriften zijn dan in vijf regels onderverdeeld die door lijnen van elkaar gescheiden kunnen zijn. Rond het opschrift kan zich nog eens een versiering bevinden. Daarenboven zijn er ook nog de omschriften die zich rondom het medaillon bevinden. Tenslotte zijn er ook nog bijschriften die bij een afbeelding in het medaillon staan, meestal naast de figuur.
Het typische inschrift is een eulogie: eylogia toy agioy mhna[376]. Dit dankt haar bestaan aan een niet-christelijk gebruik. Volgens de oude terminologie van het woord heeft eylogia dezelfde betekenis als ‘zegen’ en overdrachtelijk ‘gezegend aandenken’. De vertaling luidt dus: ‘gezegend aandenken van de heilige Menas’. Op de bij- en omschriften is meestal eenvoudigweg de benoeming van de heilige terug te vinden o agios mhnas[377].
De eulogie komt in verschillende variaties voor, waarbij de tekst zowel uitgebreid als verkort kan worden. Ze kan gebruikt worden als opschrift of als omschrift. De meest voorkomende verkorting is toy agioy mhna, maar hierop zijn nog veel varianten mogelijk. Vooral op de grote ampullen kan het inschrift uitgebreid worden. In twee gevallen is er een epitheton toegevoegd. Zo is er in één geval eylogia toy kallinikoy agioy mhna te lezen. Het bijwoord kallinikos betekent ‘zegevierend’ en heeft niet specifiek betrekking op Apa Menas. Kaufmann vermeld verder ook de inscriptie agioy mhna kallinikoy eylogia labe kyr(ion) en varianten ervan.
De Rossi heeft enkele van de weinige ampullen uitgegeven waarop bij Menas de bijnaam martelaar voorkomt[378]. De inschriften op deze ampullen zijn op de volgende manier geordend:

Dit komt overeen met een opschrift eylogia toy agioy mhna martyros op twee kleine marmeren zuilen van Abū Mīnā.
Er is een verdere aanvulling van de formule die het werkwoord labe gebruikt, bij voorkeur labomen[379]. Zo verkrijgt men toy agioy mhna eylogia labomen[380]. Dit betekent: ‘wij nemen/ bewaren een gezegend aandenken van de heilige Menas’. Enkele grote ampullen leiden dit opschrift in met het artikel thn. Er is nog een hele reeks kleine varianten, waarop niet dieper wordt ingegaan.
Aan het eind van het inschrift toy agioy mhna eylogia kan ook kyrioy ‘van de heer’ toegevoegd zijn[381]. In een enkel geval komt op de achterkant van een ampul met typisch inschrift de tekst eylogia kyrioy ep[hsti] voor, nl. ‘de zegen van de Heer is erop’. De ep kan echter ook geïnterpreteerd worden als ef, als deze inscriptie dan aangevuld wordt met hmas, dan krijgen we de tekst, eylogia kyrioy ef hmas, ‘het zegen van de Heer bij ons’.
Een volgende opschrift luidt eylogia xaris en in één geval verschijnt ook xaris ueoy, wat vertaald wordt als ‘gunst van de zoon van God’. Dat deze ampullen betrekking hebben op Apa Menas is geweten door het andere medaillon of door de vindplaats[382].
Op de inschriften kan nog uitgebreider ingegaan worden, maar dat is hier niet aan de orde. Er rest alleen nog op te merken dat er wetmatigheden kunnen gevonden worden in de combinaties van inschriften en afbeeldingen op de Menas-ampullen.
5.4.3 Afbeeldingen van Apa Menas
Volgens de traditie werd onmiddellijk na de dood van Apa Menas een houten afbeelding van hem gemaakt als soldaat tussen twee kamelen[383]. Het prototype dat aan de grondslag van deze voorstelling ligt, zou een cultusbeeld zijn. A. Grabar beweert evenwel dat het prototype van dit schema een schilderij of mozaïek was. Een trouwe weergave van dit cultusbeeld is zonder twijfel het reliëf van het klooster van Sint Thecla uit de 6de-7de eeuw. We vinden Menas als biddende soldaat met de kamelen ook terug op fresco’s, zoals die te vinden zijn in Kellia, in het klooster van Abū Girga en in Medinet Habou. Dit laatste dateert uit de achtste eeuw. Een combinatie van dit iconografisch motief met een indicatie van zijn heiligdom is te zien op een ivoren pyxis uit de zesde eeuw (afb. 35) en op een ivoren plaat uit de elfde eeuw uit Castello Sforzesco in Milaan. Of dit prototype zich in het graf zelf of in de Martelaarskerk bevond en of het hierbij om een beeld of om een mozaïek of schilderij ging, is niet uit te maken[384].

Afb. 35: Ivoren pyxis uit de zesde eeuw.
De iconografie van Apa Menas is vanaf het begin van de vijfde tot in de twaalfde eeuw goed gevestigd en strak[385]. Hij staat rechtop in een aanbiddende houding tussen twee kamelen en draagt militaire kledij[386]. Deze afbeelding komt zodanig veel voor op de Menas-ampullen dat ze als het hoofdtype kan worden beschouwd.
Apa Menas staat frontaal in het midden van het medaillon en neemt bijna de volledige hoogte in. Hij houdt zijn gebogen armen opgeheven, zodat ze bijna tot aan de rand van het medaillon komen. Zijn benen staan een beetje uit elkaar en zijn voeten zijn naar buiten gedraaid. Hij draagt de kledij van een soldaat, nl. een korte, geplooide tunica met een riem en hoge laarzen. Zijn mantel is vastgehaakt op de rechterschouder en valt over zijn linkerarm naar achteren tot aan zijn voeten. Hij is geflankeerd door twee zittende kamelen, met de kop aan zijn voeten en de staart aan zijn handen.
Dit vast iconografisch schema toont soms variaties[387]. Om zijn hoofd bevindt zich een nimbus of niets. Een teken, bestaande uit vier of vijf pareltjes, staat soms aan beide kanten van het hoofd[388]. Later is dit een kruis geworden. Naast zijn hoofd of aan zijn voeten kan zich ook een twijg bevinden[389]. In enkele gevallen ontbreekt de mantel. Hij draagt dan slechts een korte tunica. Ook bij de randen zijn verschillende combinaties van versieringen mogelijk. Dit zijn elementen waar J. Witt rekening mee houdt bij het opstellen van haar typologie. Zij onderscheidt hoofdtypes A-K en hierbij nog zeldzame varianten. Dit hoofdtype werd over een lange periode gebruikt en verklaart de verschillen in stijl, toevoegingen en randversiering[390].
Het iconografisch motief van een persoon met dieren is niet erg nieuw. C.M. Kaufmann vergelijkt het met het Grieks Potnia theron, de meesteres van de wilde dieren[391]. Dit motief is van Minoïsche afkomst en stelt een godin voor die omringd is met wilde dieren[392]. Er zijn ook overeenkomsten tussen het schema van Apa Menas en de iconografie van Daniel in de leeuwenkuil[393]. C. Cannuyer en anderen denken eerder aan een lokale afstamming van het Egyptisch motief van Horus die op krokodillen staat[394]. Er bestaan lampen in aardewerk die Apa Menas met een speer afbeelden in de aanwezigheid van twee krokodillen. M. Chaîne wees reeds op de band met het negende mirakel van het Ethiopische Synaxarium. In dit mirakel wekt Apa Menas een soldaat uit de dood op, die het slachtoffer was geworden van een krokodil op de oever van het Mareotismeer[395]. Apa Menas zou hier dus afgebeeld worden als overwinnaar van krokodillen. Kaufmann verwierp deze band en zag daarentegen wel een overeenstemming met de genezende Horus. Het chronologisch hiaat tussen afbeeldingen van de genezende Harpocrates en die van Apa Menas heeft velen ertoe aangezet dit idee te verwerpen[396]. Toch is er later in Abū Mīnā zelf een amulet van klei gevonden waarop Apa Menas tussen een kameel en een dier staat dat J. Engemann identificeerde als een krokodil. Verder is er nog een ampul aangetroffen in Alexandrië met een aanbiddend personage tussen twee krokodillen[397]. Ook hier zou het kunnen gaan om Apa Menas. De iconografie van Apa Menas zou dan de laatste getuige zijn van een constant thema in de faraonische iconografie, nl. van een man die gevaarlijke dieren domineert[398]. Het enige dat met zekerheid vast te stellen is, is dat zijn aanbiddende houding wijst op een functie als tussenpersoon, als voorbidder bij God om degenen die hem aanroepen bijstand te verlenen[399].
5.4.4 Betwiste Menasafbeeldingen
Negroïde hoofd
Het medaillon met een naar rechts gedraaid hoofd in profiel komt zeer veel voor en neemt bijna de volledige wand in[400] (afb. 34). De hals en het bovenste deel van het gewaad is nog zichtbaar en soms ook een halsketting. Het haar bestaat uit verschillende bolletjes, die naast elkaar geplaatst zijn, zodat de indruk van kroeshaar wordt gewekt. Verder heeft hij een brede neus en dikke lippen. Dit vast patroon varieert slechts in details. Meestal wordt de rand getooid met een dubbel parelsnoer met ertussen een lijn. Bij dit type vinden we meestal het opschrift eylogia toy agioy mhna op de achterkant, verdeeld over vier regels en steeds omringd door een parelsnoer en een lijn.
De keuze van een negroïde hoofd suggereert een tijd die meer naar Afrika toegekeerd is, dan naar het Middellandse Zeegebied[401]. Misschien hebben we te maken met het hoofd van Apa Menas zelf. Een andere optie is het te bekijken als een proselitisch symbool naar het Zuiden toe. Kaufmann beweerde dat Apa Menas voor de christelijk-Afrikaanse negers in Nubië veranderd is in een kleurling en dat deze ampullen speciaal werden vervaardigd voor Zuid-Egypte[402]. Vele van deze ampullen zijn echter buiten Zuid-Egypte gevonden, waardoor deze hypothese afgewezen kan worden. Anderen beweren dat het negroïde hoofd een heilige afbeeldt die vereerd werd in een heiligdom dat niet ver van Abū Mīnā gelegen was[403]. Ook in dit heiligdom zouden pelgrims hun ampullen hebben laten vullen. Er wordt dan voornamelijk aan vereringsplaatsen van de heilige Antonius of van de bisschop Petrus van Alexandrië gedacht. De band met Petrus werd gelegd door een ampul met de naam petroy.
Naar alle waarschijnlijkheid hebben we hier dus te maken met ampullen die vervaardigd zijn voor een andere nationaliteit van pelgrims. Dit wordt bevestigd door de vaasjes in de vorm van een hoofd met negroïde kenmerken (afb. 33). Op de typische afbeeldingen van Apa Menas tussen twee kamelen heeft hij eveneens soms kroeshaar.
Borstbeeld
Het gaat hier om een medaillon waarop centraal een borstbeeld in frontaal aanzicht te zien is. Langs beide kanten van het smalle gezicht hangt haar. De persoon droeg waarschijnlijk een mantel die nog gedeeltelijk zichtbaar is. De rand draagt het omschrift o agios mhnas, met daarrond een lijn[404].
Het opschrift staat toe deze afbeelding in verband te brengen met Apa Menas. Kaufmann vond een ampul met gelijkaardige voorstelling in Abū Mīnā. Hij identificeerde de persoon met Apa Menas, maar bracht het ook in verband met het negroïde hoofd. Hij zag dit ampul als een borstbeeld, vervaardigd voor het blanke ras.
Hoofd in driekwartsaanzicht
Het medaillon toont het hoofd van een onbekende persoon. Het hoofd is licht naar de zijkant gekeerd, zodat driekwart ervan zichtbaar is. Het haar hangt aan beide zijden van het hoofd naar beneden en wordt dunner naar de hals toe. Het heeft de schijn van lang haar dat in de nek samengebonden is. De rand draagt een parelsnoer tussen lijnen. Op de andere zijde dragen ze de typische afbeelding van Apa Menas. Van dit type zijn vier voorbeelden bekend.
Kaufmann merkte reeds op dat deze voorstelling aan een vrouwenbuste doet denken, maar hij dacht toch dat het hier ging om Apa Menas zelf. A. de Waal zag hier de martelares Catherina in. Er is echter geen connectie tussen haar en Apa Menas bekend. Als het hier dan om een vrouw zou gaan, dan zal het eerder de heilige Thecla zijn. Tussen haar en Apa Menas bestaat wel een band, die verderop uitgebreid aan bod zal komen.
Ruiter
Het paard is afgebeeld in zijaanzicht en hierop zit een persoon waarvan het lichaam frontaal is weergegeven (afb. 36). De ruiter is onbewapend, want hij zit met de armen opgeheven ter aanbidding. De link met Apa Menas wordt gelegd door een ampul met ruiter en op de achterzijde het omschrift toy agioy mhna rond een kruis. Ook andere ampullen met ruiter hebben inschriften die deze identificatie bevestigen. Het medaillon is doorgaans door een parelsnoer omgeven.

Afb. 36: Menas-ampullen met een afbeelding van Apa Menas als ruiter.
In de mirakels verschijnt Apa Menas vaak als ruiter te paard[405]. Verder zijn er ook schilderijen en tekeningen van Apa Menas als ruiter. Vroeger werden alle ruiterheiligen voor Sint Georgius gehouden, maar waarschijnlijk stellen vele hiervan Apa Menas voor[406].
Aanbidder met baard
Dit medaillon komt maar één keer voor en wel op de uitzonderlijke ampul met voet uit het Louvre[407]. Het is zeker dat het hier om Menas gaat omdat zijn naam wordt vermeld in het opschrift. De man met baard is frontaal afgebeeld in een aanbiddende houding. Langs weerszijden van de figuur staan gebouwen, die blijkbaar overdekt waren. In het linkse gebouw zou een lamp hangen. Het rechtse gebouw zou ook een groot bassin met voet en deksel kunnen zijn.
Op de andere zijde staat een afbeelding van de heilige Thecla. Deze identificatie is gebaseerd op de rand van dit medaillon waarin haar naam wordt vermeld. De eerste figuur wordt op basis van de kledij, baard en kaal voorhoofd echter ook met Paulus gelijkgesteld[408]. Indien dit klopt, dan hebben we een weergave van leraar en leerlinge op dezelfde ampul. Menas is dan teruggedrongen tot het omschrift en Thecla bekleedt de belangrijkste positie.
Aanbidder tussen planten
Op een ampul uit Abū Mīnā bevindt zich een medaillon met een figuur in frontaal aanzicht en een nimbus boven het hoofd. Hij draagt een korte tunica, een mantel en laarzen. Naast deze persoon die met Menas geïdentificeerd wordt, is een bloemachtig gewas te zien. De rand draagt een parelsnoer. De andere zijde toont een typische afbeelding van Apa Menas tussen twee kamelen.
Gelijkaardige afbeeldingen op andere ampullen zijn noch door een omschrift, noch door een afbeelding met hem in verband te brengen. Toch worden ook deze figuren met Apa Menas geïndentificeerd op grond van het bovenstaande voorbeeld.
Aanbidder tussen kandelaars
Het medaillon toont een persoon in frontaal aanzicht met de armen opgeheven ter aanbidding. Hij draagt een lang gewaad en staat tussen twee voorwerpen die als kandelaars kunnen geïnterpreteerd worden. Het geheel is door een lijn omringd. De achterzijde bevat een stermotief, omrand met een parelsnoer. Tot nu toe is er maar één exemplaar met deze afbeelding bekend. Niet iedereen volgt de identificatie met Apa Menas. Volgens Kaufmann sluit het lange gewaad een gelijkstelling met Apa Menas uit en hij besluit dat het hier om een onbekende heilige gaat.

Afb. 37: Ampul met Menas tussen kandelaars.
5.4.5 De kamelen van Apa Menas
In het begin zijn de dieren aan weerszijden van Apa Menas nog gedrochtelijke gestalten, waarvan de rug op een zaag lijkt [409]. Later krijgen de dieren duidelijk de vorm van kamelen. Er is veel te doen geweest om de kamelen van Apa Menas en het blijft een onderwerp vatbaar voor discussie[410]. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat de dieren naast de heilige kamelen voorstellen. Volgens het Martyrium vroeg Apa Menas vóór zijn onthoofding om zijn lichaam op een kameel te plaatsen en die te laten gaan zonder begeleiding, om zijn overblijfselen daar te begraven waar de kameel stopte. Hier is slechts sprake van één kameel terwijl op monumenten en ampullen er steeds twee voorkomen. Dit is volgens E. Le Blant te verklaren door het streven naar symmetrie bij de vroege christenen.
Er zijn ook andere elementen die de aanwezigheid van kamelen bij Apa Menas kunnen verklaren. Kamelen speelden een grote rol in het leven van Apa Menas. In het Encomium lezen we dat het schip met de overblijfselen van Apa Menas werd aangevallen door monsters met het hoofd van kamelen. En wanneer later in het verhaal de resten op een kameel werden gelegd om ze weer mee te nemen, bleef de kameel zitten. Ook de andere kamelen bleven onbeweegelijk om aan te tonen dat de heilige daar moest begraven worden. De bevelhebber liet een afbeelding in hout maken van de martelaar Apa Menas als soldaat met de dieren die leken op kamelen, terwijl ze hem aanbaden.
De mirakels beweren bovendien dat hij in de woestijn enkele kamelen had voor zijn onderhoud[411]. De opbrengst van de kamelen die hij niet nodig had voor zijn eigen onderhoud, gaf hij aan de armen. Iedere avond bedankte en zegende hij zijn kamelen. Toen de tijd van zijn martelaarschap was gekomen, gaf Apa Menas zijn kamelen aan een man van Nepaiat.
Volgens Drescher geven de hagiografische bronnen vijf mogelijke interpretaties van de iconografie van de kamelen van Menas[412]: 1. De kameel die hem transporteerde naar zijn heiligdom; 2. De kamelen die zijn lichaam niet mee terug wilden nemen na de veldtocht; 3. De kamelen die voorzagen in zijn onderhoud tijdens zijn verblijf in de woestijn; 4. De monsters met het uitzicht van kamelen tijdens de overtocht; 5. Menas als kameelhoeder. Volgens hem dienen mogelijkheden 1 en 2 om de geïsoleerde ligging van het heiligdom in Abū Mīnā te verklaren en dus niet om de afbeeldingen van de kamelen te verklaren wanneer men hun oorspronkelijk betekenis niet meer wist. Met mogelijkheid 4 probeerden de geschiedschrijvers wel een verklaring te geven voor de afgebeelde kamelen in een tijd waarin het belang van de kamelen was vergeten[413]. De zeemonsters kunnen om geen andere reden een plaats in het Encomium verworven hebben. Deze legende diende de nobele afkomst en hoge rang van Apa Menas te benadrukken en elke associatie met kamelen werd als minderwaardig gezien[414]. Mogelijkheden 3 en 5 zijn dus de meest aannemelijke. Mogelijkheid 3 past het best bij de afbeeldingen van Apa Menas met kamelen, want elke nacht knielden de kamelen om zijn zegen te ontvangen. Mogelijkheid 5 kan hier eventueel mee gecombineerd worden[415]. Hij kan lid geweest zijn van een garnizoen in de Libische woestijn dat aan het hoofd stond van een groep kamelen. De geïsoleerde ligging van zijn heiligdom wordt dan verklaard door het feit dat zijn graf dichtbij de woning is gelegen waarin hij zijn leven doorbracht.
M.A. Murray schrijft al deze legendes toe aan de fantasie van de hagiografen, maar vindt geen historische bron voor de kamelen bij Apa Menas[416]. Als we ervan uitgaan dat de voorstelling van de kamelen een historische feit uit zijn leven weergeven, dan blijft het verschijnen van de kamelen onopgelost. Toch is het niet noodzakelijk dat de voorstelling van de twee kamelen teruggaat op een historisch feit uit zijn leven[417]. De authentieke beelden kunnen ook gemaakt zijn naar de legende. Dit proces is niet onbekend bij hagiografen en daarbuiten.
In elk geval is het duidelijk dat er moeite gedaan is om kamelen of kameelachtige monsters in het verhaal te brengen[418]. De kamelen waren duidelijk van belang in de cultus van Apa Menas, maar zelfs ten tijde van de creatie van de legendes was de eigenlijke betekenis van de kamelen al verloren gegaan. De eenvoudige bewering dat Apa Menas een kameelhoeder was tijdens zijn leven zou eventueel wel een historisch feit kunnen zijn, maar dit is niet zeker.
5.4.6 Andere heiligen op Menas-ampullen
Heiligen die eveneens voorkomen op de ampullen zijn Abbakon, Athenogenes, Cyrillus, Theophilus, Isidorus, Petrus, Thecla en een persoon met kruis. Deze objecten getuigen van een periode waarin het monopolie van Apa Menas nog niet duidelijk was[419]. De ampullen met de afbeelding van Thecla dateren uit de periode van ong. 480-560 en de andere ampullen waarschijnlijk ook.
Abbakon
Twee Menas-ampullen met op de ene zijde een voorstelling van Apa Menas dragen een afbeelding van Abbakon op de andere kant (afb. 38)[420]. Hij staat rechtop in frontaal aanzicht met de armen opgeheven ter aanbidding. Hij is gekleed met een lange tunica en een korte mantel. Links van hem staat het bijschrift o agios abbakvn. Rechts van hem staat een grote amfoor met spitse basis en twee oren.
Zelfs met het inschrift is de identificatie van de heilige nog niet zeker, want het kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Meestal wordt de naam van de figuur als Abbakon gelezen. Kaufmann verbindt deze naam met de heilige Abachus. Dit was een Pers van adelijke afkomst die in de derde eeuw op jonge leeftijd gemarteld is in Rome samen met zijn familie en daar ook begraven werd. Er is echter geen connectie tussen deze heilige en Apa Menas.
Het opschrift kan ook op een andere manier gelezen worden: o agios abba kvn[vn]. Er zijn wel ten minste drie heiligen gekend die de naam Conon dragen[421]. Een van hen had de kracht om demonen op te sluiten in kruiken van aardewerk. Het is dus goed mogelijk dat deze Conon van Isaurië op deze Menas-ampul is afgebeeld. Dit zou in ieder geval een verklaring geven voor het verschijnen van de amfoor op de Menas-ampul. De naam Abbakon is dan een Koptische omvorming van de naam Conon. Zij voegden aan Conon het griekse prefix ‘Abba’ toe, dat in het algemeen de namen van heiligen en martelaars in de Koptische kerk voorafgaat.
Tussen deze Conon en Apa Menas is wel een verband te vinden[422]. Het centrum van de cultus van deze heilig lag in Isaurië. Uit deze plaats stamt ook keizer Zeno die in de legende verbonden wordt met de uitbreiding van Abū Mīnā. Ook archeologisch is op het eind van de vijfde eeuw heel wat bouwactiviteit in Abū Mīnā vastgesteld. Hij kan de heilige Conon hier ingevoerd hebben.

Afb. 38: Menas-ampul met een afbeelding van Abbakon.
Athenogenes
Er zijn ook een paar ampullen die Menas verenigen met een zeker Sint Athenogenes[423]. Het gaat hier om een man met spitse baard, die een boek met kruis erop in de linkerhand heeft (afb. 39). Zijn haar ligt plat op zijn schedel, op zijn voorhoofd ligt een wrong krullen en hij heeft een nimbus. Zijn ogen zijn omgeven door dikke randen en zijn mond en wangen tonen een hoge ouderdom. Hij draagt een geplooid gewaad met lange mouwen. Over zijn schouder loopt zoals bij een monniksgewaad een geplooide strook, die links duidelijk naar voren afhangt. De rechterhand was waarschijnlijk opgeheven. Aan de rand van een ampul met deze afbeelding staat het inschrift agie a×uhnog... Dit fragment komt uit Abū Mīnā en daardoor heeft O. Wullf het in verband gebracht met de inschriften auhnogenoy op kleine Menas-ampullen, die waarschijnlijk naar Athenogenes verwijzen[424] (afb. 40). Er zijn ook nog andere inschriften van deze aard op de ampullen die vaak andere afbeeldingen dragen, nl. agioy auhnog(enoy) en agioy auhnogenoy eylog(ia). Op de andere kant van de ampullen staat de naam en soms een eulogie van Apa Menas.

Afb. 39: Fragment van een ampul met een afbeelding van Athenogenes.
Er is een heilige Athenogenes bekend met de bijnaam ‘van Sebaste’[425]. Deze Armenische Athenogenes van Sebaste is een bisschop die gemarteld is in de tijd van de vervolging van Diocletianus, voor de rest is er weinig over hem overgeleverd. Een verband tussen deze heilige en Apa Menas is evenwel niet te vinden.

Afb. 40: Menas-ampul met de naam Athenogenes.
Isidorus
De monnik Isidorus uit Pelusium, gelegen in de oostelijke Nijldelta, verschijnt op een paar fragmenten[426]. Zijn voorkomen op de ampullen is te verklaren door zijn Alexandrijnse afstamming en zijn verwantschap met twee hoofdbegunstigers van de cultus van Apa Menas, de patriarchen Theophilus en Cyrillus[427]. Volgens het Koptische Synaxarium behoorde hij tot de rijkste en voornaamste mannen van Egypte. Hij werd monnik in een klooster bij Farama en daarna heremiet[428]. Hij komt slechts op één ampullenfragment voor als een staande aanbidder met het inschrift eisidvros[429].
Petrus
Ook is er een klein ampul met Apa Menas tussen kamelen op de ene zijde en op de andere kant het monogram petroy[430]. Er zijn verschillende mogelijkheden voor deze Petrus. Het zou ook kunnen gaan om de bekende aartsbisschop Petrus van Alexandrië, die gemarteld is ten tijde van Diocletianus. Deze hypothese is gebaseerd op een literaire bron die de begraafplaatsen van de heilige Petrus en Apa Menas in één adem noemt. Petrus kan echter ook een lokale opzichter van het heiligdom van Apa Menas geweest zijn, waarop sluitingen van kruiken van de stad wijzen en ook het ontbreken van o agios[431]. Het monogram met zijn naam bevindt zich in een rankversiering die alleen op dit ampul voorkomt[432]. Dit feit zou erop kunnen wijzen dat het hier om een vervalsing gaat.
Thecla
Er zijn talrijke fragmenten en middelgrote Menas-ampullen gevonden met een afbeelding van de heilige martelares Thecla ad bestias[433] (afb. 41). J. Wilpert heeft aangetoond dat deze afbeeldingen teruggaan tot de tweede eeuwse Daden van Paulus en Thecla. Later bevestigden ampullen die de naam van Thecla droegen dat het om haar ging[434]. Wilpert is geneigd ze te dateren in de vijfde eeuw, maar Wulff dateert ze in de vierde en de vijfde eeuw [435]. De ampullen horen echter thuis in de vijfde of zesde eeuw (480-560)[436].

Afb. 41: Ampul met een afbeelding van Thecla.
Deze Thecla was een leerlinge van de apostel Paulus in de Daden van Paulus en Thecla[437]. Ze is waarschijnlijk de meest gevierde vrouwelijke heilige en martelares in de Vroeg-christelijke kerk. Thecla’s verhaal speelt zich af in de steden van zuidelijk Klein-Azië en die streek is ook de geboortegrond van haar cultus in de Late Oudheid. De interesse in Thecla als heilige verspreidde zich verder doorheen de oostelijke en westelijke gebieden van het Romeinse Rijk, alsook in Egypte.
De achterzijde toont bijna altijd een typische afbeelding van Apa Menas tussen twee kamelen[438]. Thecla staat op deze ampullen met haar lichaam licht gedraaid en haar gebogen torso leunt lichtjes naar rechts[439]. Ze is naakt tot aan haar middel, zodat de rondingen van haar borst zichtbaar zijn. Op het onderste deel van haar lichaam hangt een lange schort tot op de grond. Haar kleding is aan haar middel geknoopt in een T-knoop en sluit nauw aan aan de contouren van haar benen, alsof het nat is. Haar gezicht is omringd door het haar dat neervalt rond haar schouders en ze heeft een nimbus boven haar hoofd. Haar gelaatstrekken kunnen niet beschreven worden, omdat ze afgesleten zijn door pelgrimshanden en het voorbijgaan van de tijd.
Haar armen lijken achteraan samengebonden te zijn, maar de onderste helft is niet zichtbaar. Aan weerszijden staat een stier, waarvan de lichamen achter Thecla verdwijnen. Terwijl de lichamen van de stieren wegslingeren van Thecla in de tegenovergestelde richting, zijn hun hoofden naar binnen gedraaid en ze kijken naar de heilige. Onder de stieren, bij Thecla’s voeten kruipen een paar andere dieren. Rechts leunt een beer licht achterover op zijn heupen met zijn hoofd opgeheven. Links buigt een leeuw zijn kop om Thecla’s voeten te likken. In plaats van een beer en een leeuw zag Wulff hier honden in[440].
Eén factor achter het verenigen van de twee heiligen kan het feit zijn dat Apa Menas met Thecla een eigenaardige geografische connectie met Klein-Azië deelde[441]. Toegewijden zouden Apa Menas gezien hebben als een Egyptenaar van origine, die gemarteld werd in Klein-Azië en dan als een heilige terugkeerde naar Egypte[442]. In deze context kan de reputatie van Apa Menas als migrant parallellen opgeroepen hebben met de status van Thecla in Egypte. Zoals Menas onderging Thecla het martelaarschap in zuidelijk Klein-Azië. De regio van Phrygië, de sterfplaats van Apa Menas, ligt naast het district van Cilicië, de thuishaven van Thecla’s heiligdom in Seleucië. Bovendien volgt de invoering van de cultus van Thecla in Egypte dezelfde weg als de geografische plaatsing van het martelaarschap van Apa Menas.
Toch verklaren zulke thematische en geografische verbanden tussen de heiligen het frequente samenplaatsen van Thecla en Apa Menas op de ampullen niet volledig. Thecla is de enige vrouwelijke heilige die verschijnt op pelgrimsampullen van Abū Mīnā. Haar identiteit als een vrouwelijke heilige kan haar vereniging met Apa Menas ook in de hand gewerkt hebben. Vrouwelijke heiligen zoals Thecla werden vaak bevoorrecht als rolmodellen voor vrouwelijke vroomheid. In de gedachten van de vroegere mannelijke auteurs konden vrouwen mannen slechts gedeeltelijk evenaren en daarom werden vrouwen voorgesteld als de meest geschikte idealen voor andere vrouwen. Het zou dus kunnen dat de oversten van de Menascultus hebben gekozen om Apa Menas en Thecla samen te plaatsen om een rolmodel te hebben voor vrouwelijke pelgrims[443].
In deze context werd Thecla blijkbaar aangenomen als de vrouwelijke hagiografische partner van Apa Menas in zijn cultus[444]. En toch kan noch haar identiteit als vrouwelijke heilige noch haar status als martelares van Klein-Azië haar voorzien met een exclusieve claim op het partnerschap van Apa Menas, want ook andere martelaressen van Klein-Azië konden voor dit doel gekozen worden. De vraag blijft waarom speciaal Thecla voor deze rol werd uitgekozen.
Een episode uit de mirakels van Apa Menas geeft een antwoord. In dit mirakel wil een rijke vrouw het schrijn van Apa Menas bezoeken om al haar bezittingen aan hem te schenken. Ze vertrekt vanuit Philoxenité, de haven van het Mareotismeer en wandelde alleen in de woestijn “totdat ze het martelaarsschrijn van Sint Thecla tot op een mijl was genaderd”. In de buurt van dit schrijn van Thecla werd zij seksueel aangerand door een soldaat[445]. Ze werd miraculeus gered door Apa Menas, die haar meenam naar de veiligheid van zijn heiligdom.
Het samenplaatsen van Menas en Thecla op de pelgrimsflacons kan te verklaren zijn door de nabijheid van een ander schrijn gewijd aan Sint Thecla in de Mareotis. Dit mirakel van Apa Menas is de enige expliciete getuigenis van zo’n schrijn in de Late Oudheid, maar deze getuigenis kan dienst doen als bewijs voor het bestaan van zo’n schrijn[446]. Hoewel het geen historische gebeurtenissen zijn, tonen de verhalen veel van de sociale en materiële context van het pelgrimsoord van Apa Menas. Er is weinig reden waarom de uitgever een martelaarsschrijn van Sint Thecla zou verzonnen hebben als de omgeving voor het verhaal. Als schrijver voor lezers die vertrouwd waren met het leven in Abū Mīnā zou hij proberen om een authentiek sociaal milieu te schetsen. Door het gebruik van het bepaald lidwoord, ‘het’ martelaarsschrijn van Sint Thecla, in plaats van ‘een’ martelaarsschrijn lijkt de opsteller ervan uit te gaan dat zijn publiek vertrouwd was met het schrijn.
De overblijfselen van het schrijn van Sint Thecla zijn niet terug gevonden, maar het moet zich bevonden hebben in een stad aan de zuidelijke kust van het Mareotismeer, omdat uit de verhalen blijkt dat de pelgrims de stad tegenkomen als ze te voet naar Abū Mīnā gaan. Zelfs zonder dat het schrijn gevonden is, geeft de vermelding in de mirakels een inzicht in het samenplaatsen van Apa Menas en Sint Thecla op de ampullen[447]. Dit locaal fenomeen wijst op een samenwerking tussen twee naburige martelaarsschrijnen.
De verhalen over de mirakels van Apa Menas werden in eerste instantie verteld door de pelgrims zelf. Verhalen over reizende vrouwen bedreigd door verkrachting komen verschillende keren voor in de Daden van Paul en Thecla en ook in de vijfde eeuwse Mirakels van Sint Thecla verbonden met haar schrijn in Seleucië. Ook deze vertonen kenmerken van een mondelinge achtergrond. Het vierde mirakel van Apa Menas kan zich hier een mondelinge legende hebben toegeëigend en bewerkt die oorspronkelijk verbonden was met Thecla’s cultus[448].
Deze hypothese doet niet alleen de mogelijkheid rijzen van cultische samenwerking, maar ook van concurrentie tussen de twee godsdienstige plaatsen. Deze rivaliteit komt tot uiting in de topografie van de Menas-legende[449]. De vrouw wordt letterlijk weggedragen van het schrijn van Thecla, waar ze was aangeklampt, naar de drempel van de basiliek van Apa Menas waar ze uiteindelijk haar toevlucht neemt. Het verhaal slaagt erin het schrijn van Apa Menas te promoveren tot een bevoorrechte plaats van goddelijke bescherming, terwijl het tactisch het gebied rond het schrijn van Sint Thecla als onveilig kenmerkt, een plaats waar vrouwelijke pelgrims onverwachts op elk moment kunnen aangerand worden, indien Menas met zijn ver reikende goedheid er niet zou zijn .
Het verenigen van Apa Menas en Sint Thecla op de ampullen kan ook gezien worden als een resultaat van deze cultische concurrentie, een poging van de Menascultus om de Thecla-aanbidding in te delen onder zijn eigen auspiciën. Dus terwijl het samenbrengen van Apa Menas en Sint Thecla op de ampullen publiekelijk een beeld van eendracht en verbond uitdrukte, kan zo’n beeld ook een subtiele strijd om lokale prioriteit en macht hebben voorgesteld[450].
Persoon met kruis
Een fragment van een ampul toont een man met de linkerhand opgeheven en in de rechterhand een kruis[451]. Hij heeft ook een nimbus. Volgens Kaufmann kan het hier om Christus gaan of om een andere heilige. Het is niet bekend wat op de andere zijde van dit ampul staat. Het zou kunnen dat Kaufmann dit medaillon verkeerd geïnterpreteerd heeft en dat het kruis gewoon naast het hoofd van de heilig stond zoals op de typische afbeeldingen van Apa Menas.
5.4.7 Andere onderwerpen
Boot
Een schip komt op verschillende ampullen voor[452] (afb. 42). Deze flacons werden volgens Kaufmann voor schippers gemaakt. Het grote Mareotismeer en de nabijheid van de Middellandse Zee hebben een band tot stand gebracht tussen zeevaarders en het heiligdom. Apa Menas wordt dan een patroon van de zeevaarders.

Afb. 42: Kleine Menas-ampul met een schip.
De opgravingen deden twee verschillende types ampullen met boten onderscheiden, een klein en een groot. Het grote type toont onder het schip de zee met zijn vissen. De vissen zijn hier waarschijnlijk decoratief en hebben geen symbolische betekenis.
Als het geheel wel symbolisch zou moeten worden geïnterpreteerd, dan staat het schip symbool voor de kerk[453]. Waarschijnlijk waren ze gewoon een aandenken voor de pelgrims aan de zeereis.
Kruis
Er wordt ook een symbolische betekenis toegeschreven aan de kruizen, die in verschillende uitvoeringen op de Menas-ampullen voorkomen[454]. Waarschijnlijk zijn ze eerder decoratief bedoeld. Vaak worden de kruizen nog met andere elementen gecombineerd in de medaillons. Tot de kruizen die het gehele medaillon van het ampul beslaan, behoort een kruis dat opgebouwd is uit ringen. Hierbij kunnen zich de klinkers